Wende Snijders Beeld Judith Jockel
Wende SnijdersBeeld Judith Jockel

Wat bezieltWende Snijders

‘Ik brand liever dan dat ik in een paradijs woon’

Ze onderzoekt het leven door erover te zingen. ‘Wat is dat toch’, zegt Wende, ‘dat wat een beetje donker en oncomfortabel is, onder het tapijt geschoven moet worden?’

Stevo Akkerman

In het tekstboek bij haar ­­jongste show De Wildernis schrijft Wende Snijders dat het haar gaat om ‘een ode aan wat er onderhuids woekert’. Dat is wat ze doet, steeds intenser naarmate haar carrière vordert: het ­onderhuidse naar boven brengen en daarmee de planken opgaan. Alle registers trekt ze open om de hoogtes en de dieptes van het leven te bezingen en al heet het kleinkunst, ze schuwt de ­grote woorden niet. We hebben het over liefde, dood, woede, angst, nacht, zon, hel, hemel. Ze begon met chansons, maakte theatershows met muziek die zowel kon fluisteren als schreeuwen, vertolkte literaire teksten, speelde rollen op toneel en tv en komt steeds ­dichter bij wat ze altijd wilde.

Maar ze was al vroeg op ‘oorlogsmissie’, vertelt ze aan de hand van de jeugdfoto die ze op verzoek heeft meegenomen. “Dit was op de Bright Music Night van het Christelijk Lyceum in Zeist. Voor mij was het hét evenement van het jaar, überhaupt de reden dat ik voor die school had gekozen. Ik deed er vanaf mijn eerste jaar aan mee, toen zong ik The man with a child in his eyes van Kate Bush, prachtig vond ik dat. Op deze foto ben ik al wat verder, en bloedserieus, ik was echt op oorlogsmissie, volle vaart vooruit. Ik had al zanglessen gehad, mijn moeder had mij aangemeld bij een lerares en die had gezegd: ze kan misschien niet heel goed zingen, maar ik ken niemand die zo gráág wil zingen. Ze liet me wel honderden liedjes zingen, gewoon vanwege het plezier ervan, daar ben ik haar eeuwig dankbaar voor.

“Later kwam daar een vooropleiding theater bij en ­piano- en dansles, ik ben aan mijn stem geopereerd en heb Alexandertechniek gedaan, alles om die Sturm und Drang te leren beheersen. Nog steeds wordt alles in mij wakker als ik alleen al naar een podium kijk.”

Ging het alleen om het zingen en het podium of wilde u ook al – zoals nu in De Wildernis – iets vertellen?

“Taal was altijd wel belangrijk, ik las veel en er ­slingerde best wat poëzie en literatuur rond in huis. Ik geloof dat het vertellen van een verhaal altijd wel mijn interesse had, ik zal het me niet zo bewust zijn geweest, maar een verhaal vertelt altijd iets over een mens, wat het betekent om te leven.

“Ik had een zekere hang naar de zwaardere kost: op mijn dertiende was ik in de ban van Christiane F. en ook van The Secret History van Donna Tartt, ik las biografieën van Van Gogh, Picasso, Lotte Lenya, ik was nieuwsgierig.

“Later op de kleinkunstacademie kreeg je gezongen ­repertoire, we kregen les van Joost Prinsen en Jenny Arean, dat ging wel ergens over. Vanaf het chansonprogramma dat ik deed, zocht ik de existentiële dingen: wat is liefde, wat is eenzaamheid, wat is de dood. Het chanson is een genre waarin het existentiële poëtisch wordt gemaakt.”

Wende Snijders als scholier op de Bright Music Night van het Christelijk Lyceum in Zeist.  Beeld
Wende Snijders als scholier op de Bright Music Night van het Christelijk Lyceum in Zeist.

Had u toen verwacht te staan waar u nu staat?

“Gehoopt wel. Ik heb weleens getwijfeld aan mezelf, of ik wel goed was, of de kansen er voor mij waren, maar diep in mijn hart wist ik altijd: dit is wat het moest zijn.”

En zit er een lijn in uw ontwikkeling? Ik denk dat uw vorm vrijer is geworden.

“Dat is waar. Wat ik interessant vind aan het maken van een show is dat het meer is dan liedje, applaus en weer liedje. Voor mij is de hele show het script en zijn de liedjes de scènes, met op de achtergrond een dramaturgische lijn die aanstuurt op catharsis. Maar pas ­nadat ik ook in clubs ging spelen en meer popmuziek toeliet, ben ik gaan zien dat er een bepaalde losheid nodig is voor een concert. Met De Wildernis heb ik het gevoel dat het ergens op begint te lijken.”

U ondernam een vision quest, die vormt mede de basis van De Wildernis. Drie dagen en nachten op een Franse berg, alleen, zonder eten. Wat zocht u?

“Het gaat van oorsprong om een ritueel van de Native Americans, een rite de passage voor jongens van dertien, op de breuk van kind naar volwassene, zoals veel culturen die kennen. Het heet een vision quest omdat je al die dagen alleen op water leeft, je gaat lichtelijk hallucineren, waarmee je de eerste visioenen krijgt over wat jou te doen staat in het leven.”

Zonder afzien gaat het niet?

“Ik vond het niet zo’n afzien, hoor. Het is anders als je dertien bent en je wordt in je eentje de jungle ingestuurd, maar dat was dit niet. Ik moet zeggen dat ik het hartstikke leuk vond. Je moet er wel voor werken, ik had drie maanden getraind om zonder eten te kunnen, maar afzien?

“Ik zat op een prachtige berg, geen wild zwijn heeft me aangevallen, de kogels vlogen niet om mijn oren, niemand heeft me verkracht en ik wist dat ik weer thuis zou komen. Bovendien: ik kan soms genieten van het afzien. Omdat zich daarin dingen ontvouwen waar ik iets mee moet. Het gevoel verlaten te worden, alles alleen te moeten doen, wat dient die slachtofferstand mij nog? Is het wel waar dat ik zo alleen ben of is het iets dat ik mij aanpraat? Ik probeer zelfvertrouwen te hebben om te doen wat ik doe, maar welke kleur heeft dat zelfvertrouwen? Is het bewijsdrang, is het ‘ik mag er zijn, ik mag er zijn’, als een wanhopige roep in een gat dat nooit gedicht wordt omdat een ander dat niet kan?

“Als je jong bent, denk je dat je heel hard moet schreeuwen en heel veel complimenten nodig hebt om er eindelijk te mogen zijn. Nu, twintig jaar later, herken ik al die symptomen en ik weet ook zeker dat ik de ­komende twintig jaar die gevoelens zal hebben.

“Zo’n vision quest – waar stilte is, geen ruis, geen ­peptalk – geeft ruimte om te weten welke demonen er nog zijn en hoe je ermee omgaat. Het geeft me bijna ­mededogen met mezelf: oh schat, dit heb jij dus, maar het is allemaal al goed. Het is allang goed. Als ik in staat ben niet alleen aan andere mensen te vragen of ik goed genoeg ben, maar mezelf daarin kan vullen, dan ben ik ook in staat een ander dat te geven. En als er iets is wat ik zou willen leren op mijn 43ste, is dat dat mijn vorm van moederschap is.”

Wat als er in die dagen op de berg niets zou gebeuren?

“Dan is dat ook goed. Je gaat er natuurlijk wel met een bepaalde intentie naar toe, dus in die zin is alles wat je overkomt een ontdekking, ook als alles goed gaat. Dan kun je fluitend naar huis. Er hoeft niet per se iets te gebeuren, maar ik vind het mooi dat deze rituelen bestaan. We hebben ze nodig om piketpalen te slaan in ons leven en in de tijd, ze kunnen loutering geven en enig houvast in het aangezicht van de dood.”

Voor veel mensen is het leven te vol om stil te staan bij de vraag: ben ik nog wel bezig met wat ik moet doen?

“Dat is ook een moeilijke vraag, maar ze fascineert mij eindeloos. Wat ik een van de grootste schoonheden vind van mijn werk is dat ik het leven kan onderzoeken en dat mensen een kaartje kopen om uit de dagelijkse tredmolen te stappen en tijd te nemen voor waar we nooit tijd voor nemen. Mijn werk is voor het voetlicht te brengen wat zich aan de rand van het leven bevindt, maar ons vol in het gezicht kijkt.”

null Beeld Judith Jockel
Beeld Judith Jockel

Hoort daar bij dat u het persoonlijke op tafel legt, in direct contact met het publiek?

“Ik denk dat ik met deze show persoonlijker ben dan ooit. Ik heb een keer mogen lunchen met dichteres Antjie Krog, zij is mijn grote heldin, en ik vroeg haar hoe persoonlijk je in je werk kunt worden. Waarop ze zei: als jij je navel zo precies mogelijk beschrijft, dan wordt het de navel van iedereen.

“Er is een groot verschil tussen persoonlijk, wat ­eigenlijk universeel is, en privé, alsof mensen zouden moeten weten hoe het dagelijks gaat in mijn persoonlijk leven, dat is absoluut niet wat ik wil. Maar het vertellen van je verhaal is iets anders, dat brengt meer empathie en verbinding voort, meer begrip en nuance, dat vind ik heel mooi. De schaduwkanten, het lelijke, het schaamtevolle en het moeilijke is vaak zo vacuüm gezogen. Als dat lucht krijgt, dan valt het allemaal mee.

“Wat is het toch een hardnekkig protocol, dat alles wat een beetje donker en oncomfortabel is, zo diep ­mogelijk onder het tapijt geschoven moet worden.”

We zijn bang erop afgerekend te worden als we laten zien dat we tekortschieten. Mensen moeten niet tekortschieten.

“En dat is verschrikkelijk. We moeten toch een beetje vergevingsgezind zijn, als we elkaar kapot cancelen, brengt dat ons nergens. We zijn allemaal onbeholpen, we falen allemaal steeds meesterlijk.”

In de liedteksten van De Wildernis zitten veel sleutelzinnen, van uzelf en van andere auteurs. Ik wil u er een paar voorleggen. Om te beginnen: ‘Ik moet bloeden, bloeden om te weten/ hoe het is om iets te voelen, om iets te voelen’.

“Dat is uit het nummer Icarus, bij wie we vaak denken aan hoogmoed, maar ik vond het interessant om het in een ander perspectief te zetten: dat Icarus donders goed wist dat hij zou vallen, dat het juist om het vallen ging. Ik weet dat als ik iets aanga – het maken van een show, het uitzoeken van een familiegeschiedenis – ik mij ga branden. En ik weet dat ik mij moet branden, omdat dat beter is dan te wonen in een paradijs waar alles onder tafel blijft liggen. Het leven wordt er rijker van. Ik besef dat ik geprivilegieerd ben in allerlei opzichten, er kunnen ook dingen zijn die gewoon te pijnlijk te zijn om op rakelen. Maar ik geloof wel heel erg in praten. Laten we de dingen aanpakken met elkaar, er is altijd de mogelijkheid om jezelf vrijer te maken in je gedrag, of rijker.”

Vinden mensen u soms niet vervelend?

“Heel vervelend. Ik vind mezelf soms ook vervelend, al heb ik wel geaccepteerd dat het een beetje is wat het is. Ik weet dat je niet altijd met deze dingen aan moet komen, maar als ik de kans kreeg, zou ik het de hele dag doen. Ik word onrustig als ik het gevoel krijg dat er iets wordt bedekt.”

Volgend fragment: ‘Geliefd en niet/ Ik zal hebben geleefd, soms tegen mijn zin, toch niettemin/ ik zal hebben geleefd’.

“Die tekst is van Dimitri Verhulst. En dit is een heel mooie zin. Een vrolijk voornemen. Ik ken de dagen dat ik er geen zin in heb, die zijn niet zo gitzwart als van ­iemand die depressief is, maar er zijn dagen van gras en dagen van stro. En geliefd én niet – ja, er zijn hordes mensen die denken sterf met je geschreeuw, maar ik blijf het toch doen, ik wil toch dit maken. Dit is de steen die ik even leg, om met Bram Vermeulen te spreken. Het is ook een soort bezwering: ook als je niet geliefd bent, ga achter je talent staan.”

null Beeld Judith Jockel
Beeld Judith Jockel

‘Er is een vorm van dood, die steeds weer wordt geboren’.

“Van Marjolein van Heemstra. Dat gedicht, Lege ­stoelen, bestond al, en ik dacht: dat heeft zoveel raakvlakken. Om te beginnen met het gemis van mijn vader, die in 2007 overleed. ‘Soms word ik wakker met de handen van mijn moeder’, staat er en dat zijn handen die zoeken naar wat er niet meer is. Je leeft met lege stoelen om je heen, er is een ware symfonie van afwezigheid.

“En dat die dood steeds weer geboren wordt, is dat die zich steeds herhaalt, je neemt de geschiedenis telkens mee, ook in de relaties die je hebt.”

De laatste: ‘Ik heb jou niet gekregen, ik heb iets anders willen zijn, en ik had jou kunnen leren, in die keuze ben je vrij’. U hebt zich afgevraagd of u moeder zou willen worden, en u zegt erbij dat je die vraag moet mogen stellen. Dat spreekt niet vanzelf?

“Ik voel nog steeds dat ik tegen de stroom in zwem als ik zeg, om geen enkele reden: ik wil gewoon geen kind. Punt. Niet omdat ik wil werken of reizen, maar omdat ik geen verlangen heb om een kind te hebben.

“Ik heb wel een verlangen om iets door te geven, om te zorgen, mijzelf opzij te zetten. Ik zeg vaak: ik wil geen kind, maar ik wil wel moeder zijn en daar mijn ­invulling aan geven. Je bent vrij om geen kind te willen, dan ben je geen lege vrouw en ook niet anti-sociaal. Het is puur ‘ik wil dat niet’ en ik heb echt tijd nodig gehad om daarvoor te gaan staan: dit is echt waar en het is goed genoeg. Mensen zeggen dan: maar het zou zó goed voor jou zijn, het is echt het aller- allermooiste wat een mens kan overkomen. Wat maakt mij dat? Ik respecteer het, maar voor mij is dat niet zo. Ik wil tegen iedereen zeggen: je bent vrij om te kiezen.”

Wende Snijders (Beckingham, Groot-Brittannië, 1978) studeerde in 2002 af aan de Kleinkunstacademie en brak in 2004 door met haar vertolking van Franse chansons. Ze won de Gouden Harp en tweemaal de Annie M.G. Schmidtprijs, maakte Nederlands- en Engelstalige theatershows en speelde de rol van Connie Palmen in de televisieserie I.M.

Wende speelt in september haar Engelstalige voorstelling The Promise in het Internationaal Theater Amsterdam en in het najaar nog een tweede deel van haar tour De Wildernis.

Lees ook:

Lodewijk Asscher: ‘Doe de gordijnen open, zet de radio aan, toon moed, ga’

Hij wilde de rechtsbuiten van Ajax worden, of schrijver. En kijk wat Lodewijk Asscher is gaan doen. Aflevering 1 van een interviewreeks waarin Trouw-columnist Stevo Akkerman mensen vraagt wat hen drijft.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden