Review

Ik blaas, ik blies; ik plas, ik plies

Het kind dat de mooiste kleurplaat maakt wint bij de bakker een kleurdoos. Jubelientje wil die kleurdoos. Hoewel, een kleurdoos heeft ze al. Wat Jubelientje vooral wil, is een prijs. Wat heerlijk is het als je in dat geval een oma hebt van wie je alles mag kopen waar een wedstrijdformulier bij zit. Op de pindakaas zitten briefjes, bij het bier is een speciale actie en de appels vragen een slagzin af te maken. De hoofdprijs is een reis naar Parijs. Jubelientje wil winnen.

NANDA ROEP

'Jubelientje wil winnen' is het zesde boek in de serie waarmee schrijver Hans Hagen doorbrak, en die sinds 1994 driemaal door de Kinderjury getipt werd. Na het laatste boek, 'Jubelientje ontploft', is Jubelientje weer een klein stukje gegroeid. In het eerste deel, 'Jubelientje en haar liefste oma', was ze nog een echte kleuter. Gaandeweg leerde ze schrijven en kreeg ze een vriendje, Dirk-Jan. Nu heeft ze niet alleen competitiedrang, maar bedenkt ze ook recepten voor roze thee en ijsballen van jus d'orange.

Gelukkig heeft ze nog altijd 'last' van kinderlijke vergissingen. Als je de pindakaas-wedstrijd wint, krijg je een geheel verzorgde reis naar Bergen aan Zee. Enthousiast roept Jubelientje: ,,Naar de bergen!' Als de bakker de uitslag van de kleurwedstrijd bekend heeft gemaakt, heeft Jubelientje niet de derde, niet de tweede, maar... ook niet de eerste prijs gekregen. Onverwacht reikt de bakker nog een prijs uit. De poedelprijs. Jubelientje krijgt die poedelprijs, waarbij ze blij uitroept: ,,Oma, de poedelprijs. Ik krijg een hond!'

Even had het erop geleken dat Jubelientje wél de eerste prijs kreeg, maar toen pakte de bakker de tekening naast die van haar. 'O nee!' gilde Jubelientje op dat moment. Voor één keer komt nu het talent van Hans Hagen voor het maken van vergelijkingen om de hoek, als hij schrijft: ,,Het lijkt of Jubelientje ineens lekke schoenzolen heeft. Ze zakt in elkaar. Ze krimpt.' Dergelijke vergelijkingen hadden meer gemogen.

Hagen heeft zijn eigen liefde voor taal doorgegeven aan zijn creatie. Net als in de voorgaande twee boeken houdt Jubelientje zich veel met taal bezig. Het leuke daaraan is dat ze zo haar lezers laat zien dat taal iets is om mee te spelen. In het verhaaltje 'Ik plies' heeft Jubelien het met haar oma over de tegenwoordige en verleden tijd van werkwoorden: ik slaap, ik sliep. Ik loop, ik liep. Ik roep, ik riep. Ik poep, ik piep. Ik blaas, ik blies. Ik plas, ik plies. Erg mooi is de vorm die Hagen hiervoor heeft gekozen. Het verhaal is geschreven als een theaterdialoog, waarbij oma de aangever is en Jubelientje de afmaker mag zijn. Oma's houding ten opzichte van haar kleindochter wordt werkelijk subliem weergegeven in het laatste zinnetje van de dialoog. Haar enige reactie is namelijk: ,,Echt waar?' Nu is Hagen veelvuldig geroemd om zijn vermogen met weinig woorden een sfeer of gevoel neer te zetten. De reacties van het oma-personage zijn met open armen onthaald omdat ze niet kleinerend is, open staat voor een kinderlijke gedachtegang, maar desondanks niet over zich heen laat lopen. Het is inderdaad erg fijn dat deze oma niet als een halve puber staat mee te hupsen, wat in sommige kinderboeken wel het geval is. Jubelientje mag bijvoorbeeld in de supermarkt wel artikelen kopen waar prijsvragen aan verbonden zijn, zelfs bier dat oma niet lust. Maar appels heeft oma al, dus die koopt ze niet. Toch krijgt Jubelientje het wedstrijdformulier, want oma spreekt met de kassajongen af dat ze de appels die erbij horen de volgende week komt kopen.

Hoewel niet alle verhaaltjes over wedstrijden en winnen gaan, wordt het grootste deel van het boek door dat thema in beslag genomen. Om die reden is het jammer dat Jubelientje niet met verlies leert om te gaan. Het is lief van de schrijver dat hij Jubelientje een poedelprijs geeft, omdat ze anders helemaal niks krijgt voor haar inspanningen. Maar aan het einde van het boek wint ze ook nog de reis naar Parijs, waardoor de balans wat doorschiet.

Het is een reis voor twee, maar oma regelt met het bedrijf dat Dirk-Jan ook mee mag. Tenslotte zijn twee kinderen bijna net zo duur als één volwassene, is haar argument. Het lukt. Natuurlijk moet dat lukken. Het zou te vreselijk zijn als de reis ineens niet kon doorgaan. Maar feit blijft dat Jubelientje wil winnen en inderdaad niet anders doet dan winnen. Een tegenhanger had iets kunnen toevoegen.

Neemt niet weg dat 'Jubelientje wil winnen' een geslaagd zesde deel vormt. Met Philip Hopman als illustrator kan een boek nauwelijks misgaan, zou je haast denken, want zijn tekeningen sturen de lezer in de goede denk richting. Als je bij het dialoogje 'Ik plies' een afbeelding zet van Jubelientje die een gigantische beker omhoog houdt, voeg je aan de tekst triomf toe; hetzelfde geldt voor haar vermogen grapjes te maken, met taal te spelen, en zich zo vrij te uiten als ze maar wil.

Kort na verschijnen stond 'Jubelientje wil winnen' al op de eerste plaats van de Trouw Kinderboeken Top-12. Die plaats is haar van harte gegund. De eerste plaats, wat zal ze dat fijn vinden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden