Review

Ik ben toch wel bijna een Jood?

Daniel heeft een Joodse vader. Maar zijn moeders familie is bekrompen-katholiek (`Geen psychiaters. Geen masturbatie. Geen elegantie`). Over die botsing van culturen gaat zijn `zoetzure` Italiaanse debuut.

Door sommigen is dit romandebuut omschreven als een van de beste die de Italiaanse literatuur de afgelopen jaren heeft voortgebracht. Het is zeker een curieuze roman, met memorabele scènes en prachtige personages. Al is de verhaallijn wat minder sterk.

Hoofdpersoon Daniel Sonnino is een `vaderjood` van begin dertig die zijn traumatische puberteit en adolescentie herleeft. Zijn gespletenheid begint bij zijn gespleten familie.

Een van de mooiste episodes van de roman beschrijft de ontmoeting, beter gezegd de confrontatie, op een treurige avond in 1967 tussen de rijke, Joodse Sonnino`s en de burgerlijke, rooms-katholieke Bonanno`s. Zij zijn tot elkaar veroordeeld vanwege het voorgenomen huwelijk tussen hun Luca en Fiamma, de toekomstige ouders van Daniel.

Het klikt totaal niet tussen de opa`s van de hoofdpersoon. De chique wellustige levensgenieter Bepy Sonnino en de bekrompen utilitaire Alfio Bonanno zijn in alles elkaars regelrechte tegenpolen, maar juist dat levert een bijzonder raak en karikaturaal tweeluik op.

Alfio is `de mens met de meest beperkte horizon` die Bepy, `geboren en getogen in het joodse theater`, ooit zal ontmoeten: ,,Geen boeken. Geen films. Geen psychiaters. Geen masturbatie. Geen elegantie. Geen geraffineerde keuken. Geen ideologische tegenstellingen. Geen opwinding. Geen sport. Geen club om warm voor te lopen. Geen onuitvoerbare dromen. Geen overspel.`` Het is bovendien iemand die iets tegen Joden heeft, zij het op zijn eigen `oecumenisch democratische` manier. ,,Zijn vorm van discriminatie betreft al degenen van wie hij verschilt in afkomst, generatie, en kijk op de wereld, zo`n vijfenhalf miljard mensen dus.`` En zo wordt kleinzoon Daniel `de eerste jood in de Geschiedenis met een antisemitische grootvader`.

Nog zo`n memorabele `zoetzure` scène is opa Bepy`s begrafenis. Dan wordt pijnlijk duidelijk dat Daniel gedoemd is tussen twee culturen te zweven. Wanneer bij het gebed voor de overledene slechts negen van de tien benodigde Joodse mannen aanwezig blijken, werpt Daniel zich dapper op. ,,Ik ben er ook nog!``, maar vader sist dat dat niet kan, dat hij geen Jood is. Hoewel de diep ontstemde Daniel dat moeilijk kan ontkennen, werpt hij tegen dat hij toch iets is `wat het dichtst in de buurt van een jood komt`?

Tot overmaat van ramp begint zijn vader dan te lachen, nee, hij ,,ligt krom van het lachen, hij giert als een gek, hij kan niet ophouden, tegenover al die verbijsterde mensen, omgeven door monumentale graftombes, voor het aangezicht van het conclaaf van dode Sonnino`s``. Zijn vaders veroordeling `Jij bent geen jood!` betekent in Daniels geval bovendien `een goy voor de joden` en `een jood voor de gojim`.

Ondanks meer van zulke mooie episodes en personages, valt er op Piperno`s roman het een en ander af te dingen. Vooral het tweede deel en de ontknoping, die toch met veel ophef was aangekondigd, zijn nogal teleurstellend.

Dit komt mede doordat in het tweede deel de hoofdpersoon de aandacht zo exclusief opeist voor zijn geschiedenis: ,,Dit is het verhaal van mijn verdrijving uit de hof van Eden: het verhaal dat ik me vanaf het begin had voorgenomen te vertellen, voordat ik verdwaald raakte in een zinloos labyrint van achterliggende oorzaken.`` Zijn Hof van Eden is een villa in Positano, zijn `Eva` een tienermeisje dat Gaia heet: de Godin van het Paleis.

Het hele tweede deel is in zekere zin een illustratie van Piperno`s standpunt dat De Geschiedenis individuen zelden raakt. Dagelijks zien we schokkende beelden van menselijk leed, maar we eten er geen hap minder om. Wat ons écht bezighoudt is ons eigen leed, beslommeringen in liefde, gezin, familie, en werk.

Wanneer Daniel in de herfst van 2001 voor een congres in New York is, valt zijn blik wel op het verminkte Manhattan, maar wat hem bezighoudt is het bericht van de dood van Gaia`s opa Nanni Cittadini, de ongemakkelijke ontmoeting met schoolvriend Giorgio Sevi en de daaruit voortvloeiende flashback naar die fatale zomer van 1984, naar een groep door lichamelijke behoeften geobsedeerde rijke tieners en naar zijn eigen einde.

Uiteindelijk overheerst de indruk van een lang gerijpt en gekoesterd verhaal, als uitbanning van een traumatische identiteits- en persoonlijkheidscrisis. Het is de vraag of deze auteur ook buiten zijn eigen zielenleven voldoende inspiratie zal kunnen vinden voor een interessant vervolg op dit onderhoudende debuut met briljante hoogtepunten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden