Review

'Ik ben als een stenen beeld'

Om te voorkomen dat lezers te hard van stapel lopen, beginnen schrijvers hun romans met motto's. Meestal zijn het citaten die verwijzen naar inspirerende, niet al te beroerd schrijvende collega's, en die tegelijkertijd vooruitwijzen naar de essentie van het komende verhaal. Van verzamelde motto's zou je een prachtig citatenboek kunnen maken, waarin behalve de Bijbel ongetwijfeld Goethe, Ovidius, Nietzsche en Plato goed vertegenwoordigd zijn. Maar je zou er ook een literatuurgeschiedenis van kunnen opstellen, omdat uit de motto's valt af te leiden wat de oerteksten van onze cultuur zijn, de bronnen waaruit altijd weer nieuwe verhalen ontspruiten.

PETER HENK STEENHUIS

Uit een van die bronnen heeft de Portugese auteur en Nobelprijswinnaar José Saramago geput bij het schrijven van zijn roman 'Het schijnbestaan'. Hij beroept zich in zijn motto op Plato, die in zijn boek 'Politeia' stelt: ,,Een vreemd verhaal beschrijf je daar, en vreemde gevangenen. Ze lijken op ons.''

Deze regels zijn een fragment uit de beroemde allegorie van de grot. In haar allerkortste samenvatting vertelt de allegorie dat wij geen vrije mensen zijn maar gevangenen, levend in een schijnbestaan. Zo'n schijnbestaan bedreigt Cipriano Algor, de hoofdpersoon uit Saramago's roman.

Als pottenbakker leidt hij samen met zijn dochter en zijn schoonzoon een rustig leventje op het platteland. Elke tien dagen brengt Cipriano Algor zijn potten en pannen naar zijn afnemer, het Centrum. Zijn schoonzoon, die in dit immense winkelcentrum 'intern bewaker' is, rijdt met hem mee. Om dat Centrum te bereiken, moeten ze een behoorlijk stuk rijden. Eerst passeren ze de Groene Gordel, ook wel de Agrarische Gordel genoemd, een saaie smerige streek van uitgestrekte landerijen, overdekt met 'kleurloos plastic dat door tijd en stof langzamerhand grijs en grauw is geworden'. Daarna passeren ze de Industriële Gordel, rijden langs fabrieksinstallaties in alle maten, typen en vormen, met 'scherpe en weeë geuren' en met 'luide klappen van plethamers'. Dan volgt de stad en ten slotte zien ze het Centrum liggen: ,,De laan liep in de verte dood op een enorme donkere muur waarbij het hoogste flatgebouw aan de laan in het niet zonk. Feitelijk liep er niets dood en leek het maar zo, je kon aan het einde nog links en rechts, de lange straat in die de muur volgde, die op zijn beurt geen muur was maar een wand van een enorm bouwwerk, de strakke, vensterloze gevel van een rechthoekige kolos.''

Bij de eerste beschrijving van het Centrum blijkt al dat 'feitelijk' niets is wat het lijkt. Dit Centrum is meer dan een reusachtige shoppingmall naar Amerikaans model, het is een kafkaiaanse, allesverslindende moderne leefgemeenschap. Toch heeft Cipriano Algor zich tot nu toe kunnen onttrekken aan de vernietigende kracht van het Centrum. Hij is slechts leverancier. Nadat hij zijn servies heeft afgeleverd, vertrekt hij weer naar de oude pottenbakkerij, in de auto hooguit wat tobbend over zijn schoonzoon, die in de toekomst bevorderd hoopt te worden tot 'inwonende bewaker', wat zou betekenen dat zijn kinderen in het Centrum zouden gaan wonen.

Het leven van Cipriano Algor verandert radicaal als de souschef van de goederenontvangst hem op een dag meedeelt dat hij maar de helft van zijn voorraad hoeft uit te laden. ,,De verkoop is de afgelopen weken beduidend minder geweest, vermoedelijk zult u de voorraad die we niet kwijtraken ook moeten terugnemen.'' Wat allang dreigde is gebeurd: vaatwerk van plastic heeft het breekbare aardewerk overbodig gemaakt. Van de ene op de andere dag is Cipriano Algor ten prooi gevallen aan het 'meedogenloze commercieel beleid van het Centrum'.

Met de moed der wanhoop proberen vader en dochter hun aardewerk nieuw leven in te blazen. Ze verzinnen een list: wil het Centrum geen serviesgoed meer, misschien zijn ze wel geïnteresseerd in aardewerken gelukspoppetjes. Het valt niet mee om van pannen op poppen over te schakelen, zeker niet wanneer het Centrum op hun aanbod ingaat en de reusachtige bestelling plaatst van twaalfhonderd exemplaren. Hoewel de pottenbakkerij gered lijkt, lijkt deze alchemistische operatie gedoemd te mislukken.

Op een avond droomt Cipriano Algor van een nieuwe moderne oven. Alleen met een radicale verandering van de productietechniek kunnen ze aan de bestelling voldoen. Maar dan droomt hij ook over de stenen bank waarop hij gewoonlijk 's avonds wat zit te mijmeren: het ding staat in de nieuwe oven. Opeens kan Cipriano Algor zijn hoofd niet meer bewegen: ,,Ik ben als een stenen beeld dat op een stenen bank naar een stenen muur zit te kijken.'' Hij ziet de schaduw van zijn schoonzoon, op een muur verschijnen. Deze vertelt hem dat zijn promotie aanstaande is, dat de pottenbakkerij zal sluiten en dat ze met zijn drieën zullen verhuizen naar het Centrum.

Terug naar Plato, want deze droom vertoont verdacht veel trekken van dat vreemde oude verhaal. De allegorie van de grot wordt opgevoerd door Plato's protagonist Socrates. In een uitgebreid betoog dat voornamelijk handelt over de inrichting van de ideale staat, heeft Socrates het ook over het uitblijven van onze geestelijke ontwikkeling. Om daar iets meer over te kunnen zeggen, gebruikt hij een beeld. Laten we ons, zegt Socrates, eens mensen voorstellen die in een soort onderaardse behuizing wonen die op een grot lijkt. In die grot zitten de mensen van jongs af aan vastgebonden aan hun benen en hun hals, zodat ze niet weg kunnen en alleen maar recht vooruit kunnen kijken. In de grot is wel licht, achter hen brandt een groot vuur. En tussen het vuur en de gevangenen, zo zegt Socrates, is een muurtje gebouwd waarlangs mensen zich bewegen, die allerlei beelden met zich mee voeren. Als Socrates het beeld in zijn geheel geschetst heeft, zegt hij: ,,Een vreemde vergelijking en een vreemde gevangenis, zul je zeggen, maar die mensen lijken op ons.'' (Vert. Gerard Koolschijn)

Het gaat Socrates erom duidelijk te maken dat de gevangenen nooit de mensen langs dat muurtje kunnen zien lopen, zij kijken gedwongen uit op een grote muur, waarop alleen de schaduwen te zien zijn van de passanten. Maar als je niets anders kent, zul je dan niet denken dat die schaduwen de enige werkelijkheid zijn?

De allegorie wordt nog veel mooier, maar het is Saramago te doen om de vraag naar ons beeld van de werkelijkheid. Zij die hun leven lang vastzitten in het Centrum, al dan niet gebonden, zullen denken dat het Centrum de enige werkelijkheid is, en eenieder die hen van het tegendeel probeert te overtuigen, zullen ze vermoorden. Vandaar de expansieve kracht van het Centrum: wat niet onder zijn macht valt, werkt ondermijnend.

Ook Cipriano Algors lijkt het hoofd te moeten buigen, zijn nachtmerrie wordt namelijk werkelijkheid: de schoonzoon krijgt zijn promotie, de pottenbakkerij wordt gesloten en de hele familie vertrekt naar het Centrum, waar zoals te verwachten viel alles wordt geïmiteerd, tot en met een regenachtige wandeling langs het strand toe.

'Het schijnbestaan' verandert gaandeweg van humoristische vertelling tot ontzagwekkende maar trieste analyse van de westerse maatschappij. Gebruikt Cipriano Algor in zijn droom impliciet de allegorie van de grot om het Centrum te duiden; Saramago gebruikt 'Het schijnbestaan' als allegorie om de moderne tijd te duiden. Zo gaat dit grootse boek, zoals al het werk van Samarago, over de invloed van de macht, en onze slaafse neiging tot onderwerping, collaboratie en verraad.

En Cipriano Algor, legt hij zich neer bij de ontstane situatie? In gezelschap van degenen die hij lief heeft, vertrekt hij ,,voor een reis met onbekende bestemming, waarvan niemand weet hoe en waar hij zal eindigen''. Of deze vlucht heilzaam zal zijn staat nog te bezien, want de pottenbakker lijkt een verre plaatsvervanger van een god te zijn, die, zoals Saramago zelf stelt: ,,besloot een mens te boetseren met klei uit de aarde die hij tevoren had geschapen, waarop hij die mens, opdat hij zou kunnen ademen en leven, in de neusgaten blies''.

Maar als wij de pottenbakker zijn biezen laten pakken, omdat we zelf alles van plastic kunnen maken en zijn werk dus overbodig achten, kon het wel eens bitter koud worden in de omgeving van het Centrum.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden