Review

IJsland, het land van NJAL

Gezaghebbende tongen beweren dat de saga van Njal het pronkstuk is van de middeleeuwse IJslandse literatuur. Het verhaal over de vechtjas Gunnar en zijn wijze vriend Njal zet de reiziger al in het hart van IJsland voordat Icelandair hem of haar aan boord in een stoel laat plaatsnemen. Ik heb de prachtige vertaling van Marcel Otten in mijn rugzak. De saga is in essentie een geschiedschrijving over langjarige vetes, bloedwraak en rechtspraak, doodsklappen, vriendschap, maar gaat bovenal over eer.

Eerde Beulakker

Ik wil het land van Njal met eigen ogen zien en vanaf Reykjavik langs de V-vormige zuidkust naar het oosten reizen. Over zwarte lavavelden en koude rivieren. Door mosgroene dalen. Want daar in het zuiden speelden alle heftige gebeurtenissen uit de saga zich af.

Kevlavik-airport heeft één lange gang. Aan de rechterkant hangen zwart-witfoto's waarop kale landschappen met opspuitend water. Ertegenover doen reclameposters van Visa, Mastercard, Banking en mobiel bellen je beseffen dat Njal en al die anderen duizend jaar geleden leefden. IJsland oogt lelijk vanwege de wirwar aan asfalt, betonnen gebouwen en loodsen. Het geïndustrialiseerde schier eiland Reykjanes is tot aan vandaag een splijtzwam binnen de IJslandse politiek. Tegen het eind van de Tweede Wereldoorlog hadden 'de bezetters', Amerikanen en Britten, op Kevlavik-basis vijftigduizend militairen gestationeerd. Dat op een bevolking van honderdertigduizend IJslanders. Maar dankzij die aanwezigheid eindigde de werkloosheid en begon onze welvaart, beweerden voorstanders van Navo-lidmaatschap en voortzetting van USA-aanwezigheid. Nóg toont men cijfers die vertellen dat tien procent van het IJslands inkomen op Kevlavik wordt verdiend. Wat gelijkstaat aan honderdduizend ton kabeljauw. Maar al dat asfalt dan?, roepen de tegenstander. En die syfilis van voorheen, alle Coca-Cola en kauwgom, en de porno en drugs van nú! Waarbij tot overmaat van ramp dat verfoeilijke 'shop', 'okay' en 'bye' een duizend jaar oude taal binnenglipte.

IJsland is Europa op zijn duurst. Het blijf schrikken als je in Reykjavik koffie drinkt, een pizza eet, of in een eenpersoonshotelkamer in het goedkope City Hotel aan de Ranagate afrekent. Aan een biertje kun je maar beter niet denken. Voor een glas is thuis een heel krat te koop. Het aardigst aan de hoofdstad Reykjavik zijn de ligging aan de wijde Flaxaflói, het volledig ontbreken van hondenpoep en de enorme douchekoppen met neerstortend zwavelrijk water in de hotels.

Walvisvaarders

Wie langs de drukke vierbaans-Saebraut wandelt ziet in het noordwesten de besneeuwde

Snaefellsjókull op de horizon. In de haven dobberen afgezien van vissersschepen en een grijs fregat van de voormalige kolonisator Denemarken, vier zwarte walvisvaarders met kraaiennesten. Van de ruim kwartmiljoen IJslanders woont de helft in deze uitdijende stad. Waar grond schaars is, de appartementen hoger en hoger worden, een overdaad aan garages en benzinepompen blijkt te zijn, en navenant het autoverkeer een probleem vormt.

Boven de ingang van het witgekalkte en deftige Culture House aan de Hverfisgata staat in grote letters Landsbokasafn (Nationale Bibliotheek). Op de begane grond is een tentoonstelling over duizend jaar christendom en zijn impact op de IJslandse geschiedenis. Nog steeds zijn IJslanders trots op het feit dat hun voorvaderen in de zomer van het jaar duizend tijdens de Althing (de jaarlijkse algemene vergadering waar conflicten werden beslecht, wetten aangenomen en recht gesproken), na een pittig debat maar zonder elkaars hersens in te slaan, besloten het uit Noorwegen geïmporteerde christendom te aanvaarden.

Een tweede tentoonstelling vertelt hoe Vikingen in hun ranke zeilschepen niet enkel IJsland en Groenland, maar zelfs Noord-Amerika vonden. Vijf eeuwen vóór Columbus! Steingrimur Gunnarsson, een enthousiaste leraar literatuur, zit met een groepje hbo-studenten op de grond. Ik kan niet nalaten me met zijn les te bemoeien. Het onderwerp is 'de IJslandse ziel'. ,,Het is een wonder dat IJslanders hun land overleefd hebben'', zegt Steingrimur. ,,Stel je eens voor. In de zeventiende eeuw was dit eiland jaren achtereen door pakijs omringd en daardoor onbereikbaar. Als je hier alle aardbevingen, vulkaanuitbarstingen, lavastromen, watersnoden, voedselvergiftigingen en pokkenepidemieën bij optelt, dan is er maar één verklaring voor dat overleven. Een oersterk gemeenschapsgevoel. Mag ik u nog iets aardigs over dit land vertellen?'' Hij kijkt naar het hoge plafond. ,,Weet u dat waar wij zitten het meest prestigieuze gebouw was dat IJslanders begin vorige eeuw neerzetten om hun onafhankelijkheid van Denemarken te symboliseren? En wat deed men ermee? Het als nationale bibliotheek inrichten en dus vol boeken zetten! Om de eigen geschiedenis te koesteren.''

Buschauffeur

Ik stap in de bus naar Höpn. Met wandelonderbrekingen te Hvolsvöllur, Vik en Höfdabrekka. De rit wordt al met al krap vijfhonderd kilometer 'rondweg'. Over een smal dijkje met rechts de oceaan en lavavlaktes zonder einde. Links afwisselend bemoste dalen, glinsterende ijskappen en grillige gletsjertongen. Talloos zijn de rivieren die we oversteken, schaars de boerderijen en gehuchten. Land van grote eenzaamheid, schreef de vogelaar Jan Strijbos ooit. Dat was wel vóór de bouw van tankstations. ,,'s Zomers ziet het er hier anders uit hoor'', merkt de buschauffeur op. ,,De overheid streeft naar een miljoen toeristen in 2015. Dat wordt wat, nu al is het hier in juli filerijden. Bij vierentwintig uur daglicht!'' Gelukkig houdt de man van een praatje. Bij het uitstappen in Vik weet ik dat de btw 25 procent is, maar de sociale voorzieningen voortreffelijk. Dat IJslanders materialistisch zijn en op te grote voet leven. Ze gemiddeld matig alcohol consumeren, maar er in ontwenningsklinieken drie keer zoveel bedden nodig zijn als in Nederland. Dat de opvoeding van meisjes weinig verschilt van die van jongens, de samenleving uit één grote homogene middenklasse bestaat, de trek van het platteland naar de steden zich onverminderd voortzet, en IJslanders volgens opiniepeilingen zowel het oudst worden als het gelukkigst zijn. Hun grootste angst is drugs. Voorts lijdt iedereen op dit eiland aan het 'wij-doen-niet-voor-de-wereld-onder' en 'maar-dat-hebben-wij-ook' syndroom. Overigens een kwaal waaraan iedere tot voorheen geïsoleerde samenleving lijdt.

De gebeurtenissen in de saga van Njal speelden zich af in Rang ring: het gewest van Bochtrivier heet het in de vertaling. Daar wordt de boerderij van de wijze en goedhartige Njal door wraaklustige woestelingen in brand gestoken. Njal, zijn vrouw Bergthora, en hun zonen komen om. Drie dagen sjouw ik over weids vlak land. Maar duizend jaar en een tiental vulkaanerupties hebben het gewest van Bocht rivier een ander gezicht gegeven. Als op een late middag een groepje mannen op pony's passeert zwaaien ze vriendelijk. Ze dragen geen zwaarden en schilden en mijn hoofd blijft gewoon op zijn plaats zitten. In hoofdstuk 75 van de saga wordt beschreven hoe de verbannen Gunnar, boezemvriend van Njal, op het punt staat in een boot te stappen om IJsland definitief te verlaten. Hij kon niet nalaten achterom te kijken naar Heuveleinde en sprak: ,,Wat mooi zijn de glooiingen, ze lijken nog mooier dan ooit tevoren, de vlasblonde akkers, de gemaaide velden; ik rij terug naar huis en ga hoe dan ook nooit meer weg.'' Die beslissing werd hem noodlottig. Toch had ik niet geweten wat ik in Gunnars plaats gedaan zou hebben, ging het door me heen terug in het vliegtuig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden