recensie

Igor Cornelissen zet het levensverhaal van de communistische kunstcritica Mathilde Visser smeuïg in de verf

Beeld x

Kunstcritica Mathilde Visser was overtuigd communiste, maar bleef als vrijgevochten, Joodse erfdochter altijd een buitenbeentje.

Mathilde Visser mag dan vergeten zijn, de biografie die Igor Cornelissen over haar schreef, heeft actualiteitswaarde. Dat ligt eerder aan de politieke kringen waarin deze kunstcritica verkeerde dan aan haar professie. 

Vrijwel haar hele leven was ze een overtuigd aanhanger van de wrede en genadeloze Sovjet-dictator Jozef Stalin (1878-1953). Van diens dood en uitvaart kregen we onlangs een beeld in de film ‘The Death of Stalin’. Wie de geschiedenis niet kent, vond dat misschien zwaar overtrokken of zelfs karikaturaal.

Toch hebben de makers vrijwel niets hoeven te verzinnen. Het is juist dankzij de satirische en groteske inslag dat deze film je aan het denken zet. Ronduit schokkend is het contrast tussen het cynisme van de bakkeleiende machthebbers en het aan heiligenverering grenzende rouwbeklag van de massa die langs Stalins baar voorbijtrekt. 

Tranen

Hoe is het mogelijk dat er zo oprecht en intens werd getreurd om de dood van een man die het bloed van miljoenen onschuldige slachtoffers aan zijn handen had? Maar ach, bij de dood van vergelijkbare dictatoren als Mao-Zedong en Kim-Jong-il ging het net zo.

Tranen werden er niet alleen in Moskou gestort, ook de Nederlandse volgelingen van Stalin konden er wat van. Mathilde Visser, doorgaans een stevige dame, was zo van slag dat ze een week het bed moest houden. Toen de grote leider een paar jaar later werd ontmaskerd als een paranoïde persoonlijkheid in wiens naam er op grote schaal was gemoord en gemarteld, bleef ze in hem geloven. 

Haar loyaliteit met het autoritaire Sovjetregime ging zo ver dat ze in 1956 de onderdrukking van de Hongaarse opstand goedpraatte en zich ondanks haar liefdesband met een Joegoslavische revolutionair tegen Tito keerde. Had die maar niet een van Moskou afwijkende koers moeten inslaan.

Grote moeite

Ondanks haar ijveren voor de komst van de klasseloze maatschappij en de dictatuur van het proletariaat, kostte het Visser grote moeite om het lidmaatschap van de Communistische Partij Nederland te bemachtigen. Door de leiding van de club werd ze gewantrouwd, vanwege haar Joegoeslavische connecties en het feit dat ze stamde uit de welgezeten burgerij. 

Haar vader, wiens naam voortleeft in het Amsterdamse Mr. Visserplein, was president van de Hoge Raad totdat de Duitse bezetters hem vanwege zijn Joodse afkomst in 1941 zouden ontslaan. Deportatie naar een vernietigingskamp bleef hem bespaard, hij overleed in 1942. Zijn vrouw stierf in Westerbork. Mathilde was toen al buiten bereik van de nazi’s, in Zwitserland.

Mathilde Vissers lidmaatschapsbewijs van de CPN Beeld x

Dankzij een toelage uit het familievermogen en alimentatie van de man van wie ze al jong scheidde, kon Visser haar eigen gang gaan. Voor de oorlog, als vrije vrouw van 30, had ze zich gevestigd in Berlijn, destijds een stad die zinderde van avantgardistische creativiteit, én van politieke spanningen tussen links en rechts.

Toen de antisemitische acties van Hitlers geüniformeerde straatbendes haar te veel werden, week ze uit naar Parijs. Daar dompelde ze zich onder in de artistieke milieus, maakte kennis met beroemde kunstenaars als Picasso, Salvador Dali en Max Ernst, en legde zo de basis voor haar naoorlogse carrière als kunstexpert.

Vanaf 1956 werkte ze als recensent van tentoonstellingen mee aan de CPN-krant De Waarheid, in de eerste jaren na de oorlog nog een veelgelezen dagblad. Toen ze daar werd ontslagen vanwege ideologische geschillen (de CPN koos in het schisma tussen Mao en Chroesjtsjov voor eerstgenoemde), kreeg ze onderdak bij Het Financieele Dagblad.

Avontuur én luxe

Die overstap van de arbeiderskrant naar het lijfblad van de kapitalistische uitbuiters is typerend voor de uitersten waartussen Vissers leven zich bewoog. Ze zocht het avontuur, als revolutionair activiste in het autoritair geregeerde koninkrijk Joegoeslavië én als seksueel bevrijde vrouw in Berlijn en Parijs, maar ze was ook zeer gesteld op luxe. Alleen de beste hotels en de meest gerenommeerde restaurants voldeden aan de normen die ze van huis uit had meegekregen. Ze woonde niet in een achterstandswijk, maar in miljonairsdorp Laren.

Ook op de redactie van De Waarheid tooide ze zich in bontjas; ze liet zich niet aanspreken als ‘kameraad Visser’ maar als ‘mevrouw’. Wie als kunstenaar progressief genoeg was, mocht delen in haar sympathie en geldelijke ondersteuning. Maar toen de CPN-leiding verlangde dat ze een fors deel van haar vermogen in de partijkas stortte, gaf ze niet thuis. Geen wonder dat haar geestverwanten haar wantrouwden en smalend ‘saloncommuniste’ noemden.

Haar grootste verdienste is wel dat ze de benepen (zeg maar rustig: kleinburgerlijke) kijk op kunst die in communistische kringen gemeengoed was, krachtdadig heeft weten te verruimen. Waar Stalin had gedecreteerd dat kunstenaars het lijden en strijden van de arbeidersklasse realistisch én sociaal bewogen dienden weer te geven, kweekte Visser begrip voor kunst die de werkelijkheid vervormt en vervreemdt. De in Rusland verguisde Picasso was haar grote idool, en zijn ‘Guernica’ het schilderij van de 20ste eeuw. Maar met de pop-art van Andy Warhol had ze helemaal niets: zijn werk koketteerde haar te veel met glamour, geld en reclame en was een typisch product van het Amerikaanse culturele imperialisme.

Igor Cornelissen heeft dit levensverhaal heel smeuïg en aanstekelijk in de verf gezet. Wel springt hij in zijn enthousiasme zo van de hak op de tak dat je af en toe de draad dreigt te verliezen. Bovendien staat de verhouding tussen Vissers levensloop en de geschiedenis van de communistische beweging ernstig uit het lood. 

Cornelissen heeft al vaak over communisten geschreven en is nu bezweken voor de verleiding om veel van de door hem vergaarde kennis uit zijn hoorn des overvloeds over ons uit te storten. Daarmee is dit boek eerder een case study over de CPN aan de hand van een karakteristiek geval dan een biografie waarin het licht in overwegende mate op de heldin valt.

Igor Cornelissen
Tussen Lenin en Lucebert. Mathilde Visser, kunstcritica (1900-1985)
De Arbeiderspers
312 blz. €22,50

Recensenten van Trouw bespreken pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers. Lees hier meer recensies. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden