Column

Iets positiefs, roept ze, is dat nou zo moeilijk?

Beeld Olivia Ettema

Er staat een vrouw tegenover me. Ze is tamelijk klein, draagt een bril en heeft kort, blond haar. Ze heeft zin in iets fris, iets levenslustigs!

Zo’n beetje van mijn leeftijd of tien jaar ouder. Vastberaden is ze, deze vrouw is onverzettelijk. Ze staat er al even, ze leest nauwgezet de achterflappen van ‘Le détour’, ‘Là-haut tout est calme’ en ‘Juin’.

Ik voel nattigheid aankomen. “Wat is eigenlijk jullie aard?” vraagt ze. Dit in het Frans, want de vrouw staat in Montpellier tegenover me, en ik zit achter een tafel met boeken. 

“Wat is onze aard?” vraag ik aan Inge Schilperoord, die een stukje verderop zit. “Huh?” zegt ze. “Ja”, zeg ik, “dat dacht ik ook al.” De vrouw laat zich door dit gesprek in het Nederlands niet afschrikken. Ze heeft het over triestheid en melancholie en weemoed.

“Wat is feitelijk het verschil tussen melancholie en weemoed?”, vraagt ze aan de boekhandelaar van Seuramps, de man voor wie wij hier dag in dag uit uren zitten te signeren, waardoor hij heel veel geld verdient en wij alleen maar bezig zijn op ons Franse voorschot in te lopen. De vrouw blijft staan, nog eens leest ze de achterflappen. “God, nee!” roept ze dan en leest een stukje voor van de achterflap van ‘Le détour’: la recherche d’un apaisement impossible'. Daar heeft ze helemaal geen zin in! 

Ze heeft zin in iets fris, iets positiefs, iets levenslustigs! Komen er wel fijne ontmoetingen in voor, tussen mensen? Kunt u niet iets meer vertellen over de inhoud? 

“Jazeker”, zeg ik. “Maar vooral verstopt de hoofdpersoon zich en er is ook nog een licht homoseksueel getint nevenverhaal.” Dat is niet slim, denk ik meteen, dat laatste. Nog steeds blijft ze vastberaden staan. En alles gaat dus in het Frans, een taal die ik eigenlijk niet machtig ben.

Luchtig boek

“Iets positiefs!” roept ze. “Is dat nou zo moeilijk?” Ik kijk Toine Heijmans aan, die zit naast me. “Is dat moeilijk?” vraag ik. “Best wel,” zegt Toine, die een boek vol schreef over een vader op zee die zijn dochtertje kwijt is. “Inge!” roep ik. “Zit hier iemand die, tegen onze volksaard in, een fijn, positief, luchtig boek heeft geschreven?” 

Iedereen kijkt moeilijk, ook Anita Terpstra, de thrillerschrijfster, die zit aan mijn andere kant. Zij is er zo een die kan zeggen: “Ach, mevrouw, koopt u dan toch gewoon míjn boek.” In mijn hoofd loop ik alle schrijvers langs die op dit literaire festival in Montpellier zijn. “De boeken van Margriet de Moor!” roept iemand. “Nou...” zegt Toine.

De vrouw kijkt me inmiddels triomfantelijk aan. Ik weet het niet meer. Ik wil gewoon dat ze weggaat. Waarom bijt ze zich zo in mij vast? Waarom niet in Herman Koch of Peter Terrin of Stephan Enter? En dan gaat ze, heel plotseling. Ik adem eindelijk uit.

Kort daarop een blozend meisje. Ze koopt haast steels een boek en zegt tegen me: “U heeft de prachtigste blauwe ogen die ik ooit zag.” Hè, hè, denk ik dan, daar doen we het allemaal voor. En iedereen, alle schrijvers om me heen, hebben het gehoord.

Gerbrand Bakker schrijft met Franca Treur om beurten een wisselcolumn over lezen, schrijven en het literaire leven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden