Review

Ieder individu betreedt de wereld als een geroepene

James Hillman: De code van de ziel. Op zoek naar karakter en roeping. Vert. Zeger Davids. Bert Bakker, Amsterdam; 274 blz. - ¿ 39,90. René Kahn: Gids pillen en psychiatrie. Ziektebeelden, herkenning, behandeling, geneesmiddelen en bijwerkingen. Balans, Amsterdam; 339 blz. - ¿ 39,50.

Is je karakter je lot? Hoe sterk is de kracht van de biologische 'geworpenheid' en in hoeverre kun je daar als mens nog iets aan veranderen? Op zichzelf zijn dat geen nieuwe vragen. Het antwoord hangt af van de ideologie die je aanhangt en de tijd waarin je leeft. Thans lijkt het biologisch perspectief het pleit in de psychiatrie te hebben beslecht, maar of dit voorlopig of definitief zal zijn, weet ik niet.

De vraag of en hoe de code van de ziel zich laat kraken, vormt de kern van het betoog van het boek van de in Amerika spraakmakende zielkundige James Hillman. Behalve met een wel erg rozige kijk op de mogelijkheden van de mens komt Hillman in zijn boek aanzetten met zijn eikenvruchttheorie, een chaotisch mengsel van semi-wetenschap en esoterie.

Je vraagt je af waar 'Emotionele intelligentie' van Daniel Goleman en nu 'Code van de ziel' van James Hillman hun populariteit aan danken. Aan hun positief klinkende boodschap of het Oprah Winfrey-effect?

In 'Code van de ziel' ontvouwt Hillman de theorie dat iedereen een unieke identiteit in zich draagt, die erom vraagt geleefd te worden en die al aanwezig is voor ze geleefd kan worden. De mens is meer dan zijn trauma alleen. We moeten af van al die krepeerverhalen over seksueel misbruik, die de mens reduceren tot een incest- of getraumatiseerd geval. Want als dit desastreuze gif eenmaal in je ziel geslopen is, kun je in feite je oorspronkelijke lotsbestemming of daimon niet meer zien.

We leven volgens een plot, geschreven door een bepaalde genetische code, voorouderlijke erfelijkheid, traumatische voorvallen, ouderlijk onderbewuste en maatschappelijke toevalligheden.

'Code van de ziel' leest als de nieuwste proeve volgens het reeds bekende help-jezelf-broeder-recept. Waar het om gaat in de acorn-theory, listig vertaald met eikenvruchttheorie (in plaats van eikel-theorie die te veel bijgedachten zou geven), is dat je als mens je roeping moet volgen. Beroofd van onze ware biografie, met onze bestemming opgesloten in de eikenvrucht, gaan we in therapie om die te heroveren.

Ieder individu betreedt de wereld als een geroepene, wat Hillman illustreert met een idee van Plato afkomstig uit de Mythe van Er. Voor we worden geboren, krijgt de ziel van ieder van ons een unieke daimon, en ze kiest een beeld of patroon waarnaar we op aarde zullen gaan leven. Deze zielsmetgezel of daimon is hier onze gids; maar zodra we aankomen, vergeten we alles wat er eerder heeft plaatsgevonden en we geloven dat we blanco in deze wereld arriveren. De daimon herinnert zich wat er in je beeld staat en tot je patroon behoort, en daarom is je daimon de drager van je lot.

Van het begrip daimon - anderen zouden dit een beschermengel noemen - kreeg ik al snel de kriebels en het gevoel alsof er een Jehova's getuige voortdurend tegen mij over 'de Schepper' zat te lispelen. Volgens Plotinus, de latere interpreet van Plato, vormen het lichaam, de ouders, de plek en de omstandigheden die we kiezen een noodzakelijkheid die voortvloeit uit onze ziel. De omstandigheden, inclusief mijn lichaam en ouders, die ik misschien wel vervloek, zijn door mijn ziel zelf gekozen, wat ik niet begrijp, omdat ik het vergeten ben. Geef je ziel de kans om uit de kelder te kruipen, roept Hillman. Dan komt alles goed.

Het (uit het Grieks afkomstige) woord karakter heeft alles met inslijpen en een ingeslepen patroon te maken. Een serieus punt blijft wat je moet doen met wat er helemaal onder in de kelder zit. In het geval van een onvermoed talent opdelven, zou ik denken. Bij onherstelbaar leed of een verborgen gebrek zoals bij schizofrenie kun je de daimon beter met rust laten. In dat geval is de kans groot dat je roeping eindigt in de goot, met onnoemelijk veel verdriet. Het bedrijven van deze zielkundige zelf-archeologie blijkt niet ongevaarlijk.

Erg praktisch is de pas verschenen 'Gids pillen & psychiatrie' van de Utrechtse hoogleraar biologische psychiatrie René Kahn, bekend van de tv door zijn optreden bij Paul Witteman. De gids is grotendeels gebaseerd op de vierde editie van de Amerikaanse 'Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders' (DSM IV) en het nieuwste 'Farmacotherapeutisch kompas'. Afgezien van een enkele omissie betreffende het antipsychotische middel sertindole (Serdolect) waarbij voorzichtigheid is geboden met het oog op het hart, biedt dit boek een helder overzicht van de verschillende psychiatrische ziektebeelden en de behandeling. Hoe je bijvoorbeeld een depressie (tot in onze eeuw bekend als melancholie), fobie, dwangstoornis of psychose bij jezelf kunt herkennen en welke medicijnen je dan nodig hebt.

Echt effectief tegen de zogenaamde negatieve symptomen (zoals inactiviteit en initiatiefverlies) bij schizofrenie lijkt het antipsychoticum olanzapine (Zyprexa). Bij manisch-depressieve ziekte lijkt therapie met lithium de laatste jaren iets minder vanzelfsprekend. In opkomst zijn carbamazepine (Tegretol) en vooral valproinezuur (Depakine).

Inspirerend kun je 'Gids pillen & psychiatrie' moeilijk noemen, wel nuttig. Wie zijn psychiater met pittige vragen wil bestoken, kan er niet omheen.

Ondertussen blijft het filosofisch getinte lichaam-geest probleem in de psychiatrie actueel alsmede de vraag hoe plastisch het menselijk brein is. Veel buigzamer dan we vaak denken, betoogde Hans den Boer deze week in zijn oratie ter gelegenheid van de aanvaarding van de Groningse leerstoel in de biologische psychiatrie. In 'Het buigzame brein' nam hij de opvatting van de Amerikaanse bewustzijnsfilosoof Daniel Dennett op de korrel die de menselijke geest synoniem acht met een computer.

Om dat aan te tonen gebruikte Dennett de Turingtest, waarbij iemand achter een scherm via een eigen computer communiceert met een andere computer zonder dat hij dit weet. Volgens Dennett kan de proefpersoon op grond van de antwoorden die de computer hem geeft niet uitmaken of zich in de andere kamer een mens of een computer bevindt. Dennett denkt hieruit te kunnen afleiden dat computers kunnen denken en uiteindelijk ook bewustzijn kunnen hebben.

Den Boers conclusie luidt daarentegen dat de computer in dit gedachte-experiment ontworpen werd om mensen te bedriegen, want hoe moeten we ons voorstellen dat formeel logische procedures in siliciumchips ooit tot bewuste ervaring zouden kunnen leiden?

“Wat mensen van machines onderscheidt is niet zozeer een van hogerhand ingebrachte ziel of geest maar het bezit van een geïnvolveerd gesitueerd lichaam”, betoogde Den Boer die meer gecharmeerd is van de theorie van Gerald Edelman die bewustzijn en psychische eigenschappen ziet als gevolg van biologische noodzakelijkheid. Edelman vindt dat waarnemen, voelen, denken, en het ontstaan van het bewustzijn vanaf hun prille begin belichaamd zijn.

Intentionaliteit, bewustzijn, vrije wil, en psychische oorzakelijkheid liggen niet automatisch buiten het domein van de biologie. Door neuronale groepsselectie (door de omgeving gestuurde selectie van neuronale groepen in de hersenen) zou elk mens zijn omgeving kunnen scheppen en interpreteren. Dit doet enigszins denken aan de Mythe van Er en het begrip wereldontwerp van de Zwitserse (antropologische georiënteerde) psychiater Binswanger in de jaren vijftig. Met het verschil dat waar Hillman wijst op de noodzakelijkheid van iemands roeping, Den Boer de onvermijdelijke hoofdrol weggelegd ziet voor de biologie.

“Wij zijn een weefsel van vrijheid en noodzaak. Met een vrijheid, die sterker gekoppeld is aan de biologie dan wij dachten, en met een noodzaak die minder beteugelt en vrijer is dan we ooit hebben vermoed”, besloot Den Boer zijn rede optimistisch. “Onze hersenen zijn geen statisch en voorgeprogrammeerd mechanisch intermediair tussen omgeving en gedrag maar een systeem in wording dat binnen de grenzen van wat genetisch mogelijk is over de vrijheid beschikt om vele verschillende vormen aan te nemen.” Zo buigzaam is het brein.

Vrijheid in gebondenheid noemde men dat in de jaren vijftig. Freud en Shakespeare tonen ons de duistere kant van de biologische medaille. “Konstitution ist alles”, zegt Freud tegen het eind van zijn leven. Gebrek ligt niet in de sterren, maar in onszelf, schrijft Shakespeare terecht. Op de positieve keerzijde staat de biologische betekenis van altruïsme, groei en beleving gegrift.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden