Review

Ideale kandidaten voor een midlifecrisis

Kevin Canty, befaamd om zijn verhalen, lijkt in zijn romans een heel andere schrijver. Maar ook daar toont hij precies wat mensen beweegt. Of in dit geval: wat ze van actie weerhoudt.

Kevin Canty is een kortverhalenschrijver in hart en nieren. Zijn werk wordt popelend afgewacht en vervolgens de hemel in geprezen. Terecht, gezien de scherpe observaties, de vaak pijnlijke angel, de urgentie en de bepaald niet kinderachtige thematiek. Het zijn onweerstaanbare, krachtige verhalen die vaak een dreun aan de lezer uitdelen.

Zijn succes in dit genre ten spijt, waagt Canty zich af en toe ook aan een roman. Het net verschenen ’Alles’ is zijn vierde.

Vreemd genoeg lijkt er in Canty’s romans een andere auteur aan het woord. In ’Alles’ kabbelt het leven van de personages voort zonder dat er veel schokkends gebeurt. Het boek springt spaarzaam met woorden om, roept eenvoudige, doeltreffende beelden op, en werkt de twee thema’s – ouder worden en relaties – gedegen uit.

Is dat saai? Nee. Canty laat totaal andere kwaliteiten van zijn schrijverschap zien in deze roman over gedesillusioneerde veertigers op het platteland van Montana. Ze hebben het niet gemaakt, ze weten het allemaal ook niet meer. Ze zijn ideale kandidaten voor een midlifecrisis.

Elf jaar geleden is June haar echtgenoot verloren, en RL (een personage dat alleen met zijn initialen wordt aangeduid) zijn beste vriend. Elk jaar herdenken June en RL hem op zijn verjaardag, totdat June besluit dat ze al veel te lang gerouwd heeft en nu moet doorgaan met haar leven. RL neemt dat besluit wat minder bewust, maar zet dezelfde stap.

En dan begint het: het ontluisterende besef dat je nog wel wat kunt ondernemen, en nieuwe stappen kunt zetten, maar dat die niet noodzakelijkerwijs tot iets leiden. „June bleef denken dat ze gewoon weer zou opkrabbelen en haar leven zou voortzetten.” Op de een of andere manier lukt het haar niet.

Als haar hond midden in de nacht ziek wordt, moet ze er in haar eentje mee naar de dierenarts. Alleen in de wachtkamer, weet ze niemand te bellen. „Niemand die de hond voldoende kende om het te willen weten.” Uiteindelijk belt ze RL maar hij neemt niet op. „Ze [] luisterde naar het onbeantwoorde bellen in de lege wachtkamer. Het eenzaamste geluid dat ze kende.”

RL vergaat het al niet beter. Hij begint een verhouding met een oude jeugdvlam, Betsy, die inmiddels kanker heeft en tegen beter weten in op genezing blijft hopen. Het wordt zijn missie haar te redden, niet van kanker, maar van de vergeefsheid van haar bestaan. „Hij zou haar weer omhoog brengen naar het licht, al was het maar voor een ogenblik.”

En dus neemt hij haar mee naar het zonnige Mexico, waar hij zich even opgelucht en opgewekt voelt, en zichzélf kan voorhouden dat je uitbundig en groots moet leven, ook al ligt de dood op de loer. Maar Betsy bereikt hij niet met dat gevoel. Voor haar blijft alles droef en zwaar.

Ook RL moet erkennen dat het leven hem verslagen heeft. „Zo veel dat met liefde en licht en hoop begon en dan op niets uitliep, of erger dan niets.”

Canty weet zijn vinger het hele boek door precies op de zere plek te leggen. De roman eindigt met een hoopvolle plotwending. Maar een happy ending past niet bij de zo zorgvuldig opgebouwde sombere teneur. Het lijkt voort te komen uit Canty’s sympathie voor zijn personages, uit het verlangen deze mensen op de valreep toch nog iets goeds te laten overkomen. Het komt geforceerd over. Als lezer weet je inmiddels dat deze personages nog zo veel kunnen willen en verlangen, maar dat ze doorlopend de verkeerde stappen zetten om hun droeve bestaan iets minder droevig te maken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden