null Beeld Gemma Pauwels
Beeld Gemma Pauwels

De ontdekkingsreizigsterMary Kingsley

‘I did it my way’, het had Mary Kingsleys lijflied kunnen zijn

Reisschrijver Iris Hannema, zelf met man en klein kind tijdelijk neergestreken in Noord-Holland, leest de boeken van haar voorgang­ers, de vrouwelijke ontdekkingsreizigers van de vorige eeuw. Deze week: Mary Henrietta Kingsley.

Iris Hannema

Voordat ik voor de eerste keer als twintiger naar West-Afrika afreisde, gaf iemand mij een kaartje mee. ‘Velen dromen, een enkeling streeft’, stond erop. Die zin is me altijd bijgebleven. Het sloeg precies op wie ik toen was: iemand die blind ging voor dat wat ze in haar hoofd had. De reis viel me niet mee. Het gevoel ‘er niet te horen’ overspoelde me iedere dag wel een paar keer. Wat ik toen miste, was dat waaruit West-Afrika-reizigster Mary Kingsley (1862-1900) wél kon putten: humor en luchtigheid. Ik nam het allemaal té serieus en vergat erom te lachen, om mezelf welteverstaan, niet om het continent. In Kingsleys eerste en enige reisboek, Reizen in West-Afrika, dat in Engeland in 1897 werd gepubliceerd en vrijwel meteen een bestseller werd, mengt ze onophoudelijk haar prettig vileine humor door haar reiservaringen heen. Ze noemt het zwarte continent liefkozend ‘tweelingbroer van de hel (…) met al zijn schoonheid en zijn charme’ en haar reisadviezen zijn, ook in de eenentwintigste eeuw, nog even bruikbaar. Zo kan ze ‘zonder een hele hoop dingen, maar niet zonder kussen’. En dit advies: ‘Vergeet nooit dat als je een man ziet, het maakt niet uit of hij zwart of blank is, die vervuld is met een bepaald verlangen, hij tabak nodig heeft. Duistere wanhoop en een humeur om op te schieten betekent dat er iets mis is met zijn pijp, en in dat geval moet je hem een rechtgebogen haarspeld aanbieden.’

Kingsley deelt bij de vleet tabak uit, een van de handelswaren waarmee ze standaard reist in de hoop met open armen te worden ontvangen. Ieder mens is gevoelig voor handel, zo redeneert ze. Haar aanpak is fantastisch: ze komt niet om de armen een aalmoes te geven (de Afrikaanse ander als ‘zielig’ bestempelen is iets wat westerlingen en ngo’s al velen jaren doen), maar ze behandelt ze als gelijken, als handelspartners: zij informatie, de anderen tabak. Het werkt, ze is overal een graag geziene gast en wordt met alle egards ontvangen. Zo eenvoudig kan het zijn.

En dat terwijl de schrijfster nog nooit eerder voet had gezet in ‘zelfs maar een mak stukje tropen’ en ‘jarenlang slechts een huiselijk leven in een universiteitsstad had gekend’.

Onbekende zoetwatervissen

Ze groeide beschermd maar aan huis gekluisterd op als kind van een arts en een huisbediende, zijn kokkin, die hij op een onbewaakt ogenblik zwanger had gemaakt en net voor de geboorte huwde. Omdat haar moeder bed­legerig was, zorgde Mary fulltime voor haar. Ze ging officieel niet naar school maar had, als dochter van een arts die met welgestelde aristocraten de wereld over reisde, een uitgebreide reisbibliotheek tot haar beschikking. Ze las alles wat los en vast zat en transformeerde zichzelf tot amateurantropoloog- en wetenschapper, met buitengewone interesse in ‘fetisj’, inheemse geloofssystemen en onbekende soorten zoetwatervissen. Een jaar na de dood van haar beide ouders, vertrekt ze op 31-jarige leeftijd in haar eentje op haar eerste ontdekkingsreis naar West-Afrika. En dat was voor een vrouw in haar tijd heel bijzonder. Kingsley ontpopt zich als ideale reiziger: ze is nuchter, zeurt niet, is niet kleinzerig en ziet ongemakken als interessante en leerzame fenomenen.

In 1895 besluit ze, zonder enige alpinistische ervaring, de vulkaan de Mount Cameroon (4096 meter) te beklimmen en nog wel in het regenseizoen. Het lukt haar, en daarmee mag ze zich de achtentwintigste mens noemen die de top bereikt, en bovenal: de eerste vrouw. ‘Het landschap is prachtig’, merkt ze al stijgende op, ‘als je het zou kunnen zien door de mist en de regen.’ Haar gevolg van West-Afrikaanse dragers klaagt zich een ongeluk en is de hele tocht naar boven zwak, ziek en/of misselijk: ‘Oh ma!’ zeurt een van hen: ‘It be cold, cold too much. Too much cold kill we black man, all same for one as too much sun kill you white man.’ Dan weer blijkt er geen water naar boven gedragen te zijn – zonder thee kan de Engelse Kingsley niet – en ze moet zelf wakker blijven om te zorgen dat de verkleumde, dommelende heren niet in het brandende vuur tuimelen. Kingsley verwoordt dat wat je als vrouw alleen in den verre duizenden keren hoofdschuddend denkt: ‘Het is echter ook duidelijk dat sommige (…) mannen alleen goed zijn om reclameborden voor schoensmeer te dragen.’

null Beeld Gemma Pauwels
Beeld Gemma Pauwels

Ondanks haar aristocratische uiterlijk en onervarenheid in de reiswereld, kan ze overal slapen, op een stel planken of leunend tegen een boom in de regen met drijfnatte dekens over haar heen. Maar tegelijkertijd blijft Kingsley trouw aan haar eigen Engelse zelf. Ook in de vochtige hitte, trekkend door dichtbegroeide oerwouden en als bergbeklimster, blijft zij haar witte blouse, leren laarzen en ‘lange, laat-Victoriaanse rok met de uit vele lagen bestaande onderrokken’ dragen. Het maakt haar zelfs extra reisbestendig. Tijdens een van haar drie grote reizen door West-Afrika valt ze in een valkuil ‘met scherp gepunte houten palen’ gemaakt om dieren te vangen. Tevreden en vrijwel ongehavend klimt ze er weer uit, haar gezond verstand dankend dat ze niet naar het advies van haar Engelse vrienden had geluisterd. Zij hadden hun vriendin namelijk met klem aangeraden om op reis mannenkleding te dragen.

Al die waarschuwingen

Maar nee, van goedbedoeld advies moet ze niets hebben. Als mensen haar onderweg waarschuwen voor een kannibalistisch volk dat in het dichte oerwoud woont en dus potentieel levensgevaarlijk is, reist Kingsley onbevreesd af. Mensen kunnen wel zoveel zeggen, moet ze gedacht hebben; daar had ze op reis inmiddels voldoende ervaring mee. Zo ongeveer iedereen die ze onderweg tegenkomt strooit met waarschuwingen, een vervelende bijkomstigheid van reizen als vrouw alleen. (Ook dat is met de tijd absoluut niet veranderd, ik maakte precies hetzelfde mee.) Frank Sinatra zong het zo mooi, bijna honderd jaar na Kingsleys geboorte: ‘I did it my way’. Het had Kingsleys lijflied kunnen zijn.

Nadat haar boek een besteller is geworden, blijft ze niet in Engeland om van haar roem te genieten, maar vertrekt naar Zuid-Afrika om er als verpleegster aan de slag te gaan in de Boerenoorlog. Daar raakt ze besmet met tyfus en overlijdt in het harnas, vast nog altijd vol dromen en ambities.

null Beeld

Mary Kingsley
Reizen in West-Afrika
(Travels in West Africa,1897)
Vert. Uitgeverij Maarten Muntinga bv
(Gelezen versie: Uitgave in samenwerking met National Geographic Society)

Lees ook:

De wijde wereld in, dat gun ik iedereen

Vrijen met een onbekend reisliefje, tongzoenen op een Braziliaans carnaval. Wat moeten jongeren nu, vraagt schrijver en wereldreiziger Iris Hannema zich af. Want juist door ver van huis te zijn leer je jezelf kennen. Zodat je daarna het echte leven in kan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden