Boek van de week

Huwelijksperikelen in de IJslandse modder

Beeld AP

IJzersterke tragikomedie over een vastgelopen huwelijk en de poging van de man om het vlot te trekken.

‘Het zwarte land is kaalgeschoren door wind en duizend winters. Geen levend wezen heeft er iets te zoeken, zelfs de morsdode stenen liggen er tegen hun zin.” Zie hier het heerlijke begin van ‘Een onbarmhartig pad’, de vierde roman van Gerwin van der Werf. Het is nog maar de proloog.

Meteen daarna gaat de roman van start om in vliegende vaart naar het einde toe te razen; aanvankelijk in een camper, later, als de roman zich van de ring van IJsland naar het hooggebergte heeft verplaatst, in een fourwheeldrive. ‘O nee’, roep ik als hoofdpersoon Tiddo door een veel te diepe rivier wil rijden, ‘doe niet!’ Maar hij doet het wel natuurlijk, en ik vrees voor zijn leven en voor dat van zijn naasten: vrouw Isa en zoon Jonathan.

Het is lang geleden dat ik als een kleuter voor de poppenkast kreetjes slaakte bij het lezen van een boek, maar Van der Werf kreeg het voor elkaar. Poppen zijn zijn personages overigens allerminst. Ikfiguur Tiddo is een ploeterende antiheld die weinig vraagt of verwacht van het leven en het toch nog één keer goed wil doen. Hij en zijn vrouw Isa vrijen niet meer. Na haar laatste miskraam, zo’n acht jaar geleden, sijpelde de liefde uit het huwelijk: “Opeens is er niets meer aan omdat je nooit meer samen lacht, niets meer deelt en vergeet elkaar aan te raken.”

Ook met zijn zoon Jonathan krijgt Tiddo maar geen echt contact. Is het omdat hij aan het puberen is, of is er meer aan de hand met dat jongetje dat de godganse dag gruwelijke tekeningen maakt? In een poging zijn huwelijk te redden door vrouw en kind mee te nemen op een rondreis door IJsland, brengt hij het gezin in gevaar - en niet zo’n beetje ook.

Envelop met geld 

Nog voor hij goed en wel vertrokken is gaat het eigenlijk al mis. Tiddo’s moeder, die hem heeft gevraagd om voor zijn vertrek nog even langs te komen, is spoorloos. Wel vindt hij een envelop met geld en een briefje: “IJsland is erg duur. Maak er een fijne reis van. De reis van jullie leven. Liefs, je moeder.” Zij is er zo een die als er een vriendje kwam spelen een zeiltje over de bank spreidde. “Maar dan nóg moesten we onze limonade in de keuken opdrinken en het liefst meteen zodat we het niet konden omstoten.” Zo’n moeder dus en nu kan Tiddo haar niet vinden. Hij vertrekt, zegt niets daarover tegen Isa, en je weet: dit zal niet de eerste stommiteit zijn die hij begaat.

In de camper krijgen hij en Isa ruzie over de vraag of ze al dan niet lifters mee zullen nemen. Zij: “Lifters meenemen kan leiden tot bijzondere ontmoetingen en interessante gesprekken.” Hij: “Veel horrorverhalen gaan over lifters.”

Als kort daarop de IJslandse Amerikaan Svein (groot, roodharig, knap, runetekens op zijn lichaam) in het kielzog van een andere lifter (meisje als lokaas) de camper instapt, vermoeden we dat Tiddo gelijk gaat krijgen. Die Svein gaat niet meer weg. Ik, zegt Svein zelf, “ben een lifter waar je plezier aan gaat beleven.” Dat zullen we weten ook. Het is goeroe, zwerver, en krachtpatser ineen, en hij verkoopt oude fitnessapparaten. Op het eiland kent hij de juiste figuren (of hij doet alsof), hij ritselt korting en weet the places to be. Waarom met hordes Chinezen voor veel geld de gletsjer op gaan als het ook voor weinig kan in alle rust met Svein?

Nee zeggen is er ook eigenlijk niet bij, zeker niet bij Tiddo, niet met zo’n moeder - en zeker niet met dat zeiltje - en eigenlijk ook niet met zo’n vrouw die naar Tiddo’s eigen oordeel slimmer is dan hij. En omdat hij in Svein niet alleen het gevaar ziet maar bij vlagen ook zijn redding, gaat hij, en wij mét hem, mee. En ja misschien zit er wel wijsheid in die woeste verhalen en schuilt er kracht in die getatoeëerde tekens op dat lichaam.

Svein maakt zich, in tegenstelling tot Tiddo, niet druk om het oordeel van anderen. Hij staat voor autonomie en voor de oerkracht die met dat ruige landschap in Tiddo wordt wakker gekust. Tiddo begint moed te tonen, daadkracht, en is, eenmaal herboren, niet meer te stoppen. Hij wordt overmoedig. Nadat het hem gelukt is de grommende Toyota door een rivier te manoeuvreren en de wagen ‘als een vette, luie krokodil’ de kant op is gekropen, durft hij nog diepere wateren aan. Vrouw en kind roepen dat hij om moet keren, maar Tiddo zet door. De auto verliest grip, de wielen spinnen door het water. Ze drijven.

Of het hem gaat lukken weer vaste grond te vinden, moet u zelf maar ontdekken. Want wat een verteller, die Van der Werf, en wat een lekkere en zuivere pen.

En passant schetst hij ook een prachtig beeld van een adembenemend landschap, toont hij ons de armoe van op hol geslagen toerisme en beschrijft hij de alledaagse eenzaamheid van een uitgeblust huwelijk. Ooit ontmoetten Tiddo en Isa elkaar in het museum, starend naar Cathedra, ‘een paar vierkante meter blauwe verf’ van Barnett Newman.

‘Zouden we te dichtbij staan?’ was haar openingszin.

‘Wat zie jij?’ (nadat ze een paar stappen achteruit en naar elkaar toe hebben gezet) zijn antwoord.

Nu, ruim een decennium later, fotografeert zij een berm.

‘Wat zie jij?’ vraagt hij.

‘Lupine’, antwoordt zij en ze loopt terug, mee met een stroom toeristen.

Geen idee dat hij refereerde aan die eerste ontmoeting.

Gerwin van der Werf
Een onbarmhartig pad
Atlas Contact; 232 blz. € 19,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden