Review

'Hun keel van stank doorkropen'

Samenzang rijmt niet alleen op samenhang, het een komt ook uit het ander voort. Voetbalsupporters, rekruten, corpsballen en vierdaagselopers oefenen en versterken hun gevoel van verbondenheid door het luidkeels ten gehore brengen van de groepsliederen. Daarin onderscheiden ze zich niet van deelnemers aan een godsdienstig ritueel. Van oorsprong protestant-christelijke schrijvers als Maarten 't Hart en Gerrit Krol hebben er meer dan eens van getuigd hoezeer ze zich tijdens de gemeentezang verpakt wisten in de warme deken van het wijgevoel. Niet zo lang geleden heeft ook dwarsligger Kuitert nog eens beklemtoond dat de kern van het geloof voor hem gelegen is in de gemeenschappelijke uitvoering van de getoonzette psalmen.

Jaap Goedegebuure

Wanneer je de Reformatie, zoals die in de zestiende eeuw haar beslag heeft gekregen, mede opvat als een democratisering van de liturgie, verdient niet alleen de geschiedenis van de bijbelvertalingen daarin een markante plaats, maar ook het verhaal van de psalmberijmingen. Calvijns tijdgenoten Clément Marot en Théodore de Bèze gelden als voortrekkers die andere dichters, ook in de Nederlanden, de weg hebben gewezen. Hun berijmingen werden op muziek gezet, waarbij deels van bestaande hymnen, deels van straatdeuntjes gebruikgemaakt werd. De namen van Louis Bourgeois en Maître Pierre, tijdgenoten van Marot en De Bèze, prijkten boven menige notenbalk van het psalmen- en gezangenboek dat ik elke zondag naar de kerkdienst placht mee te nemen.

Hun melodieën zijn nog altijd in gebruik; de teksten van de Nederlandstalige psalmliturgie daarentegen werden een aantal malen drastisch veranderd. Voor het laatst gebeurde dat in de jaren vijftig, toen het pionierswerk van Martinus Nijhoff en K. Heeroma leidde tot een project van de Nederlandse hervormde synode waarbij het hele bestand van honderdvijftig psalmen in een nieuw jasje werd gestoken. Dichters als Willem Barnard, Ad den Besten, Gerrit Kamphuis, J. W. Schulte Nordholt, Fedde Schurer en Jan Wit werkten eraan mee. Na een periode van proefzingen kwam deze 'nieuwe berijming' in 1970 officieel in de plaats van de oude, die het tot dan toe twee eeuwen had uitgehouden.

Maar een nog oudere versie, die van de Vlaamse dominee Peter Datheen, overleefde alle hervormingen en wordt tot op de dag van vandaag gebruikt in de calvinistische geloofsgemeenschappen aan de uiterste rechterzijde van het reformatorische spectrum. Datheens psalmen hebben de naam dat ze kreupel van taal en stotend van ritme zijn, maar dat maakt voor de gebruikers niet veel uit, want die plegen ze uit te galmen in slepende hele noten.

Naast alle officiële berijmingen zijn er ook veel herdichtingen van de bijbelse psalmen die nooit een plaats in de kerkelijke liturgie hebben gekregen. Meestal kwamen ze tot stand zonder dat er muziek aan te pas kwam. Door de eeuwen heen hebben auteurs van de meest uiteenlopende geloofsrichtingen en literatuuropvattingen zich met Davids harpzangen verstaan, van de dominees Revius, Camphuysen en Ten Kate tot de dichtervorsten Vondel en Bilderdijk. Er zijn katholieken onder, min of meer rechtzinnige protestanten en agnosten.

Allemaal hebben ze in de oudtestamentische lof-, klaag- en strijdzangen een model voor authentieke, doorleefde en vitale poëzie ontdekt. Daarmee traden ze in de voetsporen van een geleerde Griek (ten onrechte als Cassius Longinus geïdentificeerd) die al in de eerste eeuw een lans brak voor lyrisch pathos en bepaalde gedeelten uit het Oude Testament daarbij als een ultieme standaard beschouwde.

'Longinus' trok parallellen met de oerkracht van de archaïsche epicus Homerus, de hartstocht van dichteres Sappho, de felheid van redenaar Demosthenes en het beeldende vermogen van filosoof Plato. Op deze privé-canon, zeer verschillend van de gemaniëreerde literatuur die in zijn tijd bon ton was, fundeerde hij de categorie van het 'sublieme', dat zich in geschrifte kenbaar maakte als 'de echo van mentale grootheid'.

Dat veel Nederlandse dichters aangeblazen zijn door het pathos, de passie en de verhevenheid die de psalmen tot zulke intense poëzie hebben gemaakt, is goed te zien in 'Het is begonnen bij David': een bloemlezing uit ruim vier eeuwen Nederlandstalige berijmingen en bewerkingen, de kerkelijk gecanoniseerde zo goed als de officieuze. De Utrechtse renaissanciste M. H. Schenkeveld-van der Dussen koos samen met haar schoonzuster Margaretha Schenkeveld voor een opzet die trouw blijft aan de volgorde en de omvang van het bijbelboek en per psalm volstaat met telkens één bewerking.

Wel is duidelijk dat de samenstelsters zo hun voorkeuren hebben. Van Gabriel Smits versies (deels in regelmatig metrum, deels in vrije verzen) zijn er zestien opgenomen. Ten Kate is vertegenwoordigd met negen psalmen, het duo Ida Gerhardt en Marie van der Zeyde (dat tekende voor de Psalmen in een inmiddels achterhaalde Willibrord-vertaling) met zeven, evenals Jan Six van Chandelier. Vondel komt op een totaal van twaalf, waaronder de notoir-lange psalm 118. Maar, eerlijk is eerlijk, Vondel steekt als psalmberijmer hoog uit boven zijn zesenveertig medebewerkers, onder wie ook zijn tijd- en plaatsgenoot P. C. Hooft, die van de door hem herschreven Psalm 45 een gemaniëreerd en weinig stichtelijk kunststuk maakte.

Hoe gloedvol Vondels pathos kan zijn, weet elke lezer van zijn hekeldichten. Het is meeslepend om te ervaren hoeveel gloed hij aan zijn bijbelse bronnen ontleent. Af en toe overtreft hij in krasheid het origineel, dat toch waarachtig niet vrij is van gedurfde beelden en af en toe onwelvoeglijke uitdrukkingen ('Wat een affreuse toon', sprak dan ook een achttiende-eeuwse gravin toen ze voor de eerste maal met de tale Kanaüns kennismaakte). Zo wordt Psalm 5 vers 10 ('Op hun mond valt geen staat te maken, / hun hart is een donkere afgrond, hun keel een gapend graf, / hun tong een vlijmscherp wapen', ik citeer de Willibrordvertaling) bij Vondel: 'Hun keel van stank doorkropen, / Stinkt als een graf dat open / Een ieder weg leert lopen / Hun tongen zijn / Bedrieglijk door valsen schijn.'

Ook Vondels tijdgenoten weten van chargeren. In een vrije improvisatie op Psalm 6 vers 6 ('Want wie, in het dodenrijk, maakt melding van U? Wie, in het dodenrijk, zingt voor U?') schrijft Anna Roemers Visscher: 'Kunnen de dode monden / Ook dijnen lof verkonden, / Of geven lof en prijs? / Die in de graven stinken / En doen uw lof niet klinken, / Maar zijn der wormen spijs.'

Dat parafraseren dikwijls synoniem is met uitbreiden, blijkt uit Bilderdijks verfraaiingen in Psalm 8. Waar het joodse lied volstaat met de vermelding dat de mens door God als meester van de schepping is aangesteld, doet onze enige echte romanticus er een gastronomisch schepje bovenop: 'Voor hem is 't dat geboomte en welige akkers bloeien, / De bronnen van verkwikking vloeien, / De wijn in heldre druif, de room in uiers zwelt.'

Toen ik in deze fraaie bloemlezing begon te bladeren, was ik nieuwsgierig naar de alternatieven van een paar evergreens onder de psalmen. Wat zou er wel zijn gemaakt van Psalm 23 ('De Heer is mijn herder') en Psalm 42 (''t Hijgend hert der jacht ontkomen')? De dames Schenkeveld hebben in deze gevallen de keuze laten vallen op de twee meest aanwezige dichters, Vondel en Gabriel Smit. Vondels aanpak, gemaakt lang voordat de berijmde versie van de 23ste psalm tot de gevleugelde woorden overging, doet zowel vertrouwd als verrassend aan.

De Almachtige is mijn herder en geleide.

Wat is er dat me schort?

Hij weidt mij, als zijn schaap, in vette weide,

Daar gras noch groen verdort.

Hij drenkt mijn ziel in koele bron en beke.

Indien mijn geest verstrooi',

En afdwaal van de kudde en rechte streke,

Hij brengt ze weer te kooi.

Smit laat zijn hert hardop uiting geven aan zijn, dan wel haar dorst, wat een hele verbetering is ten opzichte van Datheen en de berijming van 1773, die van 'smachten' en 'streven' spraken. Alleen gaat hij minstens een decibel verder: bij hem is het geen schreeuwen, maar brullen geworden. Maar te midden van alle expressiviteit en retoriek van de 149 andere herwerkingen, kan dit theatereffect niet als wanklank gelden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden