Huiveren om een zinnelijk misdaadgedicht

Janita Monna schrijft wekelijk over poëzie voor Trouw.Beeld Maartje Geels

Nog even en het is zomervakantie. Ik vermoed dat thrillers favoriet zijn onder vakantielezers. Maar wie nu eens geen zin heeft in de zoveelste drankzuchtige Zweedse rechercheur, die zou ook ‘Niemandslandnacht’ in zijn tas kunnen doen, een dichtbundeltje, past zo in de handbagage. Een crime-poem bovendien, en daarvan zijn er maar weinig in de poëzie.

Natuurlijk, er zijn gedichten over misdaden geschreven - tamelijk kort geleden nog een bloemlezing ‘Moordballaden’. Maar ‘Niemandslandnacht’ van de al veel bekroonde dichter Annemarie Estor is een bundel met verhaal, een spannend verhaal op de eerste plaats, gruwelijk, surreëel, met elementen uit sprookjes, uit de wetenschap, uit religieuze verhalen, met verwijzingen naar T.S. Eliot en zelfs met ‘dozen vol Bzzlletins’. Het omslag alleen al is onweerstaanbaar: een nachtelijk verlicht, rommelig oud straatje, en een brommer die wegrijdt. Iemand aan het stuur en iemand achterop. Zijn het Pili, de hoofdpersoon van het verhaal, en haar juf Valeria?

‘Niemandslandnacht’ speelt zich af in de plaatsjes Orb en Grout. In Orb, waar Pili opgroeit, is alles geordend, gesystematiseerd en gecontroleerd, is alles ‘zuiver en wel’. In Grout heeft de natuur, het ongeordende, het voor het zeggen: “Systeembeheerders telen tijm en steranijs / beleggers kruisen cox’s orange pippins met elstars”.

Niemand mag van Orb naar Grout, of omgekeerd. Maar Grout heeft een wonderlijke aantrekkingskracht op Pili. En langzaam wordt duidelijk waarom. In iets dat het midden houdt tussen een roadmovie en een angstaanjagend toekomstgedicht wordt Pili ingewijd in de geheimen van haar afkomst: “Valeria, hoezo heb ik een moeder?/ Niemand heeft een moeder”.

Juf Valeria leidt Pili op de motor langs plekken die haar leven bepaalden. Naar Grout, waar haar uit Orb afkomstige moeder ooit verliefd werd op Radu. Ze schreef gedichten voor hem, raakte zwanger, maar in Orb zijn alleen relaties ‘met een uitverkoren man’ toegestaan, een abortus volgde.

Naar fakir Rafraf en zijn vrouw Douz die de geaborteerde vrucht uit het medisch afval visten en in leven hielden, waarna hij opgroeide tot Pili’s broertje; langs ‘Todopoderoso’ (de almachtige), die uit de ‘hersensluiers’ van de vrucht ook nog een nieuw wezentje creëerde: “Hij heeft jou, Pili, / toen jij nog loscellig was, / in een petrischaaltje neergelegd”.

Estor houdt de lezer op het puntje van zijn stoel. Maar niet alleen het verhaal, ook haar zinnelijke taal, vol krachtige beelden en met ruimte voor een grap nu en dan, staat onder spanning: “‘In de garage slingert tussen tangen en kabels / een paar geveterde laarzen. Ze omsluiten / de dikgesokte voeten van een oude dame”

Deze crime-poem zou vooral fantastisch zijn, als het geëxperimenteer met menselijk weefsel en als de extreme controlemechanismen, niet zo huiveringwekkend dichtbij zouden komen. Na één lezing is dit gedicht nog lang niet uit.

Annemarie Estor
Niemandslandnacht. Een crime-poem
Wereldbibliotheek; 80 blz. € 19,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden