In MemoriamMaarten Biesheuvel

Huiselijke waanzin, Maarten Biesheuvel 1939-2020

Schrijver Maarten Biesheuvel is donderdag na een kort ziekbed thuis in Leiden overleden. Dat heeft de executeur-testamentair en vriendin van de schrijver Helma Neppérus bekendgemaakt.Beeld ANP

Maarten Biesheuvel (81) schreef openhartig over zijn krankzinnigheid, in een licht surrealistische, ironische stijl. Hij overleed op 30 juli in zijn woonplaats Leiden.

Het komt niet vaak voor dat een schrijver direct met zijn debuut doorbreekt in de literatuur. Maar de verhalenbundel ‘In de bovenkooi’ van J.M.A. (Maarten) Biesheuvel uit 1972 is een uitzondering op de regel dat schrijverschap moet rijpen. Het was direct duidelijk dat we te maken hadden met een uniek talent. 

De toen 33-jarige verteller Biesheuvel schreef verhalen zoals ze tot dan toe in de Nederlandse letterkunde niet voorkwamen. Ze waren ironisch, soms kolderiek, hij parodieerde, zoog van alles uit zijn duim maar toch hing er over al die verhalen een waas van echtheid en authenticiteit, de echtheid van een verstoord maar zeer vruchtbaar brein. Gerrit Komrij noemde hem een meester in absurd cynisme en surreële logica. Zijn werk lijkt daarnaast in niet geringe mate ook geïnspireerd door negentiende-eeuwse Russische schrijvers, en een van Biesheuvels literaire helden was Herman Melville met zijn Moby Dick.

Biesheuvel, van huis uit jurist, beschrijft in In de bovenkooi zijn gereformeerde jeugd maar ook zijn verblijf in psychiatrische inrichtingen en zijn ervaringen als ketelbinkie op de grote vaart. In een nu eens droge, dan weer licht surrealistische, ook vaak archaïsche stijl roept hij de wonderlijke wereld op van een even humoristische als angstige belevingswereld. Het bleek een succesformule, in de boeken die Biesheuvel later publiceerde week hij nauwelijks af van het ingeslagen pad, al schreef hij na het absurdistische begin in de jaren tachtig een aantal meer huiselijke verhalen, waaruit men zou kunnen concluderen dat hij maatschappelijk allengs zijn plek had gevonden.

‘Altijd al ben ik droevig, ik ben in duisternissen, in een diepe kuil en kan er niet uitkomen.’ 

Het geheim van zijn schrijverschap zit ‘m grotendeels in de klare, onpretentieuze stijl waarmee hij zowel zijn autobiografische als zijn fantastische verhalen opdiste. Neem het begin van het verhaal ‘Faust’ uit ‘De Weg naar het Licht’ uit 1977: ‘Wat mij de laatste tijd tegenzit, God! Ik weet het niet. Werkelijk alles loopt me tegen. Dat komt, zeggen de psychiaters, omdat ik last heb van een te overspannen levenswil. Ik zou zo gaarne Poesjkin, Lermontov of Melville willen evenaren, maar er gebeurt nu eenmaal niets in mijn leven dat de moeite waard is. Daarom ben ik droevig. Altijd al ben ik droevig, ik ben in duisternissen, in een diepe kuil en kan er niet uitkomen.’ 

Het is een verhaal waarin zowel God als de duivel op een huiselijke manier optreden en dat lijkt een recept van Biesheuvel: het natuurlijke en het bovennatuurlijke, werkelijkheid en droom gaan hand in hand; als een moderne profeet krijgt hij opdrachten om kennissen tot inzicht te brengen: ‘U moet in ieder geval proberen om Cees, Cas en Jan van de Craats te bekeren. Jossy is niet nodig, die is al een paar jaar ouderling geweest.’

Biesheuvels openhartigheid over zijn krankzinnigheid en de absurde uitwassen ervan (zo beschouwde hij zijn vriend Karel van het Reve als God) hebben de Nederlandse literatuur geïnjecteerd met een geheel nieuw soort bekentenisliteratuur, die waarin ziekte en geestesziekte evenveel waard zijn als fictie en fantasie. In een verhaal dat ik nooit zal vergeten beschrijft hij hoe twee stratenmakers het hondje van een passerende dame ongemerkt onder het plaveisel begraven.

Hij hing zijn lier nooit helemaal aan de wilgen

In dit soort proza - Biesheuvel schreef nooit een roman – drukt hij op symbolische wijze de angsten van de verteller uit. Hij beschríjft de wereld niet zozeer als wel creëert hij er een nieuwe versie van, vol onwaarschijnlijkheden die als vanzelfsprekend worden opgediend. Het is misschien niet toevallig dat zijn literaire succes wortelt in een tijd dat ook Koot en Bie en in het buitenland Monty Pythons Flying Circus opgang maakten

In de eerste jaren van zijn schrijverschap was Biesheuvels werk een hoorn des overvloeds, de ene na de andere verhalenbundel verscheen en ook het zogeheten Biesboek waarin hij op zijn karakteristieke wijze foto’s, documenten en tekening becommentarieert. Maar na 1990, toen zijn manische depressiviteit ernstiger vormen aannam en de schrijver geregeld in het al eerder door hem eerder beschreven ‘gekkenhuis’ belandde, werd het langzaamaan stil rond de schrijver. Maar hij hing zijn lier nooit helemaal aan de wilgen. Zo verschenen in 2001 nog Zes novellen en in 2019 het autobiografische Een Schiedamse jongen.

In 2007 ontving Biesheuvel, als meester van het korte verhaal, de P.C. Hooftprijs voor zijn hele oeuvre. In 2018 overleed zijn, door hem meermaals bezongen vrouw Eva Gütlich. Op 30 juli 2020 Maarten Biesheuvel zelf, 81 jaar oud.

Lees ook:

Biesheuvel schetst een ongehoord universum, duister en duivels maar ook fantastisch en kleurig

Oude en nieuwe verhalen uit het gekkenhuis van Maarten Biesheuvel, ingeleid door echtgenote Eva.

Eva wil alleen nette verhalen

Een interview uit 2005, met Maarten Biesheuvel (toen 66) én Eva. Hij is net hersteld van een zware depressie. Nu kan hij weer nadenken over zijn verzameld werk dat bij Van Oorschot gaat verschijnen. En over nieuwe verhalen, al is het de vraag of die er nog komen: ,,Ik heb 3200 bladzijden verhalen geschreven, dat vind ik onderhand wel genoeg.“

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden