Lenette van Dongen in Paradijskleier. Beeld
Lenette van Dongen in Paradijskleier.Beeld

Tv-columnRenate van der Bas

Huilen om wat was, dat is de verkeerde kant op janken

Moeten we niet ook een Therapeut des Vaderlands? Hierbij mijn voordracht: Lenette van Dongen. Als er iemand een dosis energieke positiviteit de wereld in weet te knallen, dan deze cabaretière wel.

Twee weken geleden was het schater­lachen om Brigitte Kaandorp, vorige week gniffelen om Patrick Laureij: het is echt een van de betere ideeën van SBS6, om deze duistere wintermaanden een tv-podium te bieden aan Nederlandse cabaretiers. Met ­afgelopen zaterdag Lenette van Dongens Paradijskleier, een geneeskrachtige show met als bijsluiter: wie hieruit geen tips voor het leven weet te halen, kan het bijltje er maar beter meteen bij neergooien.

Van Dongen ligt met Brigitte Kaandorp in de race om de schutspatroon te worden van iedere vrouw die de vruchtbare jaren achter zich heeft en geen ‘lispelende heks’ wil worden. Niet wil toetreden tot de categorie vijftig tinten beige. Niet wil huilen bij de aanblik van rimpelende knieën. Want huilen om wat was, dat is de verkeerde kant op janken, aldus Van Dongen (1958). Bedenk liever hoe die knieën zullen ogen als je in de tachtig bent. En wees blij met het nu.

Paradijskleier is een vrolijk stemmend consult om eindelijk, eindelijk af te rekenen met die destructieve stemmen in je hoofd. De stemmen die zeggen: ik ben niet goed genoeg, niet actief genoeg, niet dit genoeg, niet dat genoeg. Van Dongens advies: haal gewoon het woordje ‘niet’ uit die zin. Stop met de zelfsabotage. Ze spreekt uit eigen ­ervaring. “Ik zag altijd een olifant in de ­spiegel”, vertelt ze, ondanks haar getrainde lichaam. Inmiddels weet ze: zoals je ook niet iedereen door de voordeur je huis binnenlaat, moet je ook niet alle gedachten toegang geven tot je hoofd.

Een scheutje Van Dongen

Ja, ik heb volop aantekeningen gemaakt. Ook ik kan een scheutje Van Dongen gebruiken in mijn koppie. En lijf: fantastisch hoe vrij de comédienne beweegt, danst, springt op haar minitrampoline. Onge­geneerd haar buikrollen en zakkende kont toont. Ze is de belichaming van de soms zo gratuit klinkende belofte dat ‘ouder worden zo fijn is omdat je dan eindelijk jezelf kan zijn’. Zij laat zien hoe je dat doet. Met dat expressieve hoofd. Zoals Lenette van Dongen een om zaad bedelend vogeltje voor het raam weet te imiteren: het zou een kind kunnen inspireren om naar de toneelschool te willen.

Een van de laatste keren dat Van Dongen zich nog een onzekerheid liet aanpraten, zo vertelde ze, was toen jonge vrouwen haar wisten op te jutten toch ook eens anale seks te proberen. Het begon grappig – zij bij thuiskomst: “Zullen we het eens anaal doen?”, hij: “M’n droom komt uit!”, zij: “Mooi, bukken jij!” – maar verder werkte ze dit onderwerp niet per se smakelijk uit, een van de zeldzame mindere momenten uit de show.

Gewoon snel vergeten en vooral wel ­onthouden hoe Van Dongen in de zaal groepsimmuniteit opbouwde tegen al die stresserende oproepen dat je leven vol passie, ultiem geluk en intense belevingen moet zitten. En o ja, onvoorwaardelijke liefde. “Wie heeft dat nou thuis? Behalve voor je hond. Liefde is af en toe gewoon gezeik.”

Van Dongen zegt in Paradijskleier dat het haar laatste show is. Tenzij ze weer inspiratie vindt. Ik zou zeggen: “Lenette, kijk zelf nou eens terug. Je bent sprankelend ­genoeg.”

Vijf keer per week schrijven Renate van der Bas en Maaike Bos afwisselend columns over televisie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden