Review

Hou op met die peilingen

Gaat er nog weleens een dag voorbij zonder dat ’het volk’ wordt gevraagd wat het ergens van vindt? Wil Tiemeijer, zelf ambtenaar, betwijfelt de zin van al die opiniepeilingen. Hij promoveerde deze week op een onderzoek.

Ach ja, die ’kloof’; die leegte die er gaapt tussen burger en politiek. Lang vóór Pim Fortuyn was ie er al – en al decennia staat hij als een probleem bekend. Zestien jaar geleden bijvoorbeeld, toen de PvdA bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1990 flink verloor, stelde partijvoorzitter Marianne Sint de diagnose dat de drempel tussen haar partij en de burger te hoog was: sociaal-democraten moesten „weer de taal van de kiezers leren spreken”.

Maar, toen luidde de oplossing anders dan nu. Toen moesten ministers alleen maar „vaker het land in” om het kabinetsbeleid uit te leggen – de politiek had het idee dat de burger het niet goed genoeg begreep.

Dat eenrichtingsverkeer is verdwenen. Tegenwoordig kan de burger ook aan de politiek vertellen wat hij ergens van vindt. Deze week gebeurde dat live: maandag trok een ploeg bewindslieden het land in om „te luisteren naar de mensen uit de praktijk”. Maar het gebeurt ook via enquêtes.

Politicologen leggen het begin van die trend vaak bij de opkomst van volksheld Pim Fortuyn in 2002; maar programma’s waarbij de kijker/luisteraar z’n mening kan geven konden weleens een minstens zo sterke factor zijn. Door amusementsprogramma’s als ’Big Brother’ (sinds 1999) en meningenprogramma’s als ’Stand.nl’ (sinds 2001) zijn kijkers en luisteraars eraan gewend dat ze kunnen ’stemmen’ of hun zegje doen.

Sinds 2003 doet ook de overheid volop aan die trend mee. Justitie heeft de ’Justitie Issue Monitor’, Onderwijs de ’Onderwijsmeter’. En sinds 2003 laat de overheid elke drie maanden de ’Belevingsmonitor’ uitvoeren, met vragen over een heel palet aan beleidsterreinen; van criminaliteit tot de zorg. Voelt u zich veilig? Heeft u vertrouwen in de regering? Hoe ziet u de files? De overheid luistert naar de burger – of in elk geval heeft de overheid er tegenwoordig geld voor over: de permanente opiniepeiling kost miljoenen euro’s. Het lijkt bijna een vorm van staatsmasochisme: telkens opnieuw is de uitkomst dat de burger vol kritiek zit.

Hoe wenselijk is zulk onderzoek? Het is de hamvraag van het onderzoek waarop ambtenaar Wil Tiemeijer vorige week in Tilburg promoveerde. Hij werkt bij het ministerie van onderwijs, cultuur en wetenschap. Zijn antwoord is sceptisch. Doordat elk opinieonderzoek weer ene kloof laat zien tussen overheid en burger, en onderzoek telkens opnieuw wordt herhaald, lijkt het alsof de democratie niet functioneert, en Nederland wordt bestuurd door regenten die niet luisteren.

Maar eigenlijk valt die ontevredenheid best mee, betoogt Tiemeijer. Hoe algemener de vragen zijn, des te ontevredener de burger lijkt. Vraag bijvoorbeeld aan ouders wat ze in het algemeen van de kwaliteit van het onderwijs en de leraren vinden, en ze zijn kritisch. Vraag naar hun ervaringen met hun eigen school, en ze zijn veel positiever.

Fout vindt Tiemeijer ook, dat de overheid in haar opiniepeilingen zo zelden een keus tussen alternatieven voorlegt. Meedoen aan een opiniepeiling lijkt niet op de situatie waarin beleidsmakers zich bevinden. Die moeten de kosten afwegen, de voor- en nadelen van alle opties.

Maar het eigenlijke probleem is dat opiniepeilingen de schijn wekken dat elke mening evenveel waard is als elke andere. De mening van iemand die niks van het onderwerp afweet heeft in een opiniepeiling evenveel gewicht als die van iemand die goed geïnformeerd is. Gevolg: uit een opiniepeiling rolt vaak wat de burger nú wil – niet wat op de burger zou kiezen wanneer hij goed geïnformeerd zou zijn. „Een verstandig oordeel vergt de nodige deskundigheid. Daarom dient men bij dit soort onderwerpen groter gewicht te geven aan de opinies van mensen die maximaal zijn geïnformeerd. Het zij toegegeven, anno heden is dit geen populair standpunt”, schrijft Tiemeijer.

Maar een opiniepeiling is niet alleen een instrument om erachter te komen wat het volk wil. Het kan ook dienst doen als een retorisch instrument voor politici: als de uitkomsten van een opiniepeiling precies sporen met wat een minister wil. Minister van financiën Zalm deed dat bijvoorbeeld toen hij vorig jaar februari bij de aarzelende Eerste Kamer pleitte voor de gekozen burgemeester. „Tachtig procent van de bevolking wil de gekozen burgemeester, blijkt uit onderzoek. Hier in Den Haag loopt men blijkbaar achter bij wat de mensen willen”, zei Zalm in Trouw. (Een maand later zette de PvdA de voet dwars; D66-minister de Graaf stapte op).

Opiniepeilingen dragen bij aan een sprookjeskijk op democratie, vindt Tiemeijer: het sprookje van de ’plebiscitaire’ democratie, waarin de burger over elk afzonderlijk onderwerp een mening kan geven. Maar de Nederlandse staat is gebouwd op een andere democratie: een vertegenwoordigings-democratie, waarin je dat aan gekozen politici overlaat.

Wat gebeurt er eigenlijk met de uitkomsten van de meningspeilingen die de overheid laat doen? Heel weinig, blijkt uit Tiemeijers onderzoek – waarvoor hij 37 ambtenaren van Onderwijs en Justitie sprak, onder wie de drie bewindslieden. Bij Onderwijs worden peilingen gepubliceerd, bij Justitie worden ze niet eens openbaar. Maar op geen van beide ministeries zijn ze van werkelijke invloed op het beleid. „Het is belangrijker wat het parlement denkt dan wat de gewone mensen denken”, zei een ambtenaar.

Bovendien bestaat ’de’ burger helemaal niet. Dus heeft er volgens Tiemeijer in 2002 evenmin een ’opstand der burgers’ plaatsgehad: alleen heeft van alle mensen die mochten stemmen 13,4 procent LPF gestemd; dat is alles. Hij acht het een misverstand dat dat mensen waren die meer politieke invloed wilden hebben. Burgers zitten volgens Tiemeijer niet te wachten op meer directe democratie; ze willen dat de overheid de zaken goed regelt. Al dat gepraat over een overheid die ’beter moet luisteren’ en over ’de kloof’ is volgens Tiemeijer slechts retoriek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden