EssayBoekenweekgeschenk

Hou op met die flutboekjes!

Gerwin van der Werf pleit voor nieuw literair elan in het Boekenweekgeschenk, een geweldige traditie tenslotte.

Het Boekenweekgeschenk, het is zo vertrouwd geworden dat niemand er nog bij stilstaat dat we al sinds 1932 een sympathieke traditie hebben die uniek is in de wereld. Boekenweekgeschenken vind je nergens anders, en het boek-als-treinkaartje trekt veel aandacht in onze buurlanden. ‘Netherlands make trains free on National Book Day for those who show a book instead of a ticket’, kopte de Britse nieuwssite The Independent vorig jaar. Dat ronkende ‘National Book Day’ komt wat overdreven over – het is voor ons gewoon een dagje vrij reizen in te volle treinen – maar de bewondering en jaloezie is voelbaar. De Britten mochten ooit met dertig procent korting reizen bij een vervoersbedrijf in het midden van het land. Als ze een avocado bij zich hadden.

Dat de inhoud van veel boekenweek­geschenken over het algemeen te vergelijken is met die van een avocado – vrij smakeloos en nogal vet – daar hoor je ze niet over natuurlijk. Kritiek op de kwaliteit van het Geschenk is namelijk ook een Hollandse traditie, haast net zo oud als de Boekenweek zelf. Op de goede gewoonte een gegeven paard niet in de bek te kijken maken wij in de Boekenweek graag een uitzondering. Waarom vinden we de kwaliteit van het Boekenweekgeschenk eigenlijk belangrijk? Het CPNB wil mensen aan het lezen helpen en het wil boeken verkopen. Een zo bekend mogelijke schrijver (m/v) wordt daartoe op een troon gezet en door het land gedragen. Hoera en bravo, het is één groot feest, en wie zit er te wachten op kritische besprekingen van het Boekenweekgeschenk? De boekhandels niet, lijkt me, het is hun cadeautje. De lezer? Ach, het is toch gratis, en je kunt er mee naar Maastricht of Groningen. Nee, misschien zit niemand op kritische besprekingen te wachten. Niemand behalve iedereen die ziet wat het Boekenweekgeschenk zou kúnnen zijn: een mooie literaire novelle, in een torenhoge oplage verspreid. Een geweldige kans te laten zien wat literatuur is.

Snoeiharde kritiek

De afgelopen twee jaar was de kritiek snoeihard. ‘Ondermaats’, schreef de Volkskrant in 2018 over het Geschenk van Griet Op de Beeck, ‘dodelijk over-expliciet’, vond De Groene Amsterdammer. Een ‘slap aftreksel’, noemde NRC vorig jaar ‘De jas’ van Jan Siebelink, ‘afgeraffeld’, stond in Het Parool. In de jaren daarvoor waren er betere geschenken, bijvoorbeeld van Tom Lanoye, Tommy Wieringa en Kees van Kooten, hoewel de kritiek nooit helemaal verstomde. Herman Kochs ‘Makkelijk leven’ (2017) stond volgens Rob Schouten (Trouw) vol ‘daverende feelgoodclichés’ waardoor het een ‘niemendalletje’ leek, maar omdat al die keukenwijsheid door de schrijver ironisch bedoeld kon zijn werd het een ‘voor elk wat wils’-boekje. Het illustreert het dilemma van de schrijver: moet je iedereen pleasen met je boekenweekgeschenk?

Het best ontvangen Geschenk van de afgelopen jaren was ‘Broer’ van Esther Gerritsen, Trouw prees de schitterende zinnen in het ‘levendige en geestige’ boekje, literaire website Tzum vond de dialogen ‘razend knap’. Samen met de zeperds van Op de Beeck en Siebelink was het slechtst beoordeelde Geschenk van het afgelopen decennium ‘De kraai’ van Kader Abdolah (2011). ‘Mislukt’, oordeelde de Leeuwarder Courant. Het Parool noemde een geciteerd fragment van W.F. Hermans ‘het beste stuk tekst in ‘De kraai’.’ Vorig jaar zag ik hoe Kader Abdolah op het Boekenbal een broos ogende Jan Siebelink innig omarmde. Ik had graag gehoord welke adviezen Abdolah in het oor van Siebelink fluisterde, over hoe een schrijver zich het beste door die Boekenweek heen kan worstelen na zo’n publieke oorwassing.

Boekenweek 2020 auteurs Annejet van der Zijl en Özcan AkyolBeeld Anja van Wijgerden

Het Boekenweekgeschenk als teaser

Zelfs bij de beter ontvangen Boekenweekgeschenken duikt regelmatig het bezwaar op dat er wordt gejaagd, gepropt en afgeraffeld om het verhaal binnen die vermaledijde 96 bladzijden te krijgen. Ook dit jaar zal Annejet van der Zijl moeten vrezen voor die kritiek. Haar ‘Leon & Juliette’ is een zeer leesbaar non-fictieboekje zonder literaire pretentie waarin het aangrijpende levens- en liefdesverhaal van een Hollandse immigrant en een ex-slavin uit Charleston verteld wordt. Er is echter ongelooflijk veel dat verteld moet worden in dit verhaal, want een hele eeuw passeert de revue. Dat is dus weer proppen geblazen. In het nawoord verklaart Van der Zijl dan ook dat zij later met een uitgebreidere versie van dit boek zal komen. Hoe interessant deze gratis versie van het verhaal van Leon en Juliette ook is, je weet dus al dat je een voorproefje leest, een teaser, en dat is toch een lichte teleurstelling.

Het Boekenweekgeschenk heeft de omvang van een novelle, maar in Nederland verschijnt zelden nog een novelle. Het genre is voor uitgevers commercieel niet interessant, en daar komt bij dat het voor schrijvers ook hondsmoeilijk is een prozaverhaal te schrijven dat niet de lange adem heeft van de roman – met haar breed opgezette introductie, ontwikkeling en afronding van de plot en de karakters – maar ook de voordelen van het korte verhaal niet kent, waarin identificatie met de hoofdpersoon niet noodzakelijk is (vandaar het grote aantal zonderlingen in verhalen, aldus Joost Zwagerman) en verhaalelementen niet voorbereid en netjes afgemaakt hoeven te zijn.

Een novelle, dat is iets daartussenin dus. Dichterbij kom je niet met een definitie. De beste novelle die ik ooit las is van Herman Melville, de auteur van ‘Moby Dick’. De titel luidt ‘De klerk Bartleby’ en het boekje is in de Nederlandse editie precies 96 pagina’s en mede daarom een lichtend voorbeeld voor boekenweekgeschenkschrijvers.

Laat experimenten toe

Het beste Boekenweekgeschenk dat ik in tien jaar las is trouwens ‘Duel’ (2010) van Joost Zwagerman, een boek dat je met recht een novelle kan noemen: er zijn maar een paar personages en een verhaal waarbij de auteur niet hoeft niet te proppen en duwen als bij een koffer met vuile was na een vakantie. Ik herinner mij ‘Somberman’s actie’ van Remco Campert als het eerste Boekenweekgeschenk dat ik ooit las in 1985. Bij herlezing blijkt het eigenlijk de ideale novelle. Er is een glashelder thema: een twijfelende man die nooit iets doet, laat zich meeslepen in een krakersactie. Handelen of niet-handelen, dat is de vraag in dit boekje. Daarnaast is het grappig en vindingrijk: “Hij kan alles aan, alleen moet hij nu nog iets vinden om aan te kunnen.”

Ik wil niet beweren dat in de jaren tussen Campert (1985) en Zwagerman (2010) geen enkel goed Geschenk is geschreven, hemel nee, maar de stapel flutboekjes is inmiddels zo hoog dat er wel wat moet gebeuren met de leukste traditie die we in Nederland hebben. Allereerst dient de CPNB te stoppen met de voetval voor de commercie door met alle geweld een gearriveerde ‘publieksschrijver’ te willen hebben als boegbeeld voor de Boekenweek. Ten tweede moeten ze experimenten toelaten, het geschenk als literaire vrijplaats durven aanbieden. Het zou zomaar eens goed kunnen zijn voor de literatuur. Met het opgepropte haastproza dat we nu vaak toegeschoven krijgen kun je weliswaar een NS-poortje openen, het kan ook dienen als onderzetter voor hete pannen of het doodslaan van vliegen, maar het Nederlandse Boek propageer je er niet mee.

Ik begrijp best dat een schrijver de eervolle opdracht het Boekenweek te schrijven een beetje moet verdienen, bij voorkeur op grond van eerder werk – maar laat verkoopaantallen of mediageschiktheid buiten beschouwing. Wees niet eenkennig en kies voor (nog) niet doorgebroken schrijvers met een eigen stem, geef ze de opdracht een novelle te schrijven, en niet een ‘voor elk wat wils’ boekje. Sta toe dat het mislukt (dat doet het nu ook, vaak zelfs) of dat het uitmondt in een volkomen bizar, experimenteel stuk proza. Of de mensen dat willen lezen? In ‘Somberman’s actie’ staat een aardig dialoogje tussen een kraker en een kunstenaar:

‘‘Denk je dat het volk daarop zit te wachten?’

‘Dat denk ik niet’, antwoordt Professor Knoert, ‘maar je weet het nooit.’’’ 

Lees ook:

Eus maakt zich kwaad: Wat willen ze nou? Dat mensen helemáál niet meer lezen? 

Waarom lezen mensen steeds minder boeken? Schrijver Özcan Akyol legt de schuld bij de literaire wereld zelf, een elitair bolwerk dat er alles aan doet om lezen te ontmoedigen. Zijn Boekenweekessay is een vlammend betoog voor verfrissing.‘Het veld heeft een kritische zelfanalyse nodig.’

En toch is het Boekenweek-essay van Eus straks ook gewoon te koop in Veenendaal

Ten minste één boekhandelaar zal het Boekenweek-essay vanaf zaterdag met gemengde gevoelens verkopen: Albert van Kooten. Hij is eigenaar van Van Kooten Boekhandel in Veenendaal en speelt ongewild een rol in ‘Generaal zonder leger’ van Özcan Akyol.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden