Review

Hotels als kunst

Hotels zijn al lang niet meer een simpele plek waar je kunt slapen als je te ver van huis bent. Sinds het design de hotellerie is binnengedrongen, zijn hotels tevens kunstvoorwerp, galerie, kantoor of een 'ervaring' geworden die je eventjes uit de sleur van alledag haalt. En daarmee vaak het onderwerp van controverses.

Neem nou de 863 kamers tellende Westin, dat het voorbije najaar, juist om de hoek van New Yorks beroemdste plein, Times Square, openging. Sommigen noemen het 'flamboyant', maar de meeste Newyorkers vinden het gewoon spuuglelijk.

Het is de ontwerpers in elk geval gelukt een attractie op te leveren, heel vaak een voorwaarde van de opdrachtgever. Sterker nog: ze lijken volledig uit hun dak te zijn gegaan. Het eerste, tien verdiepingen tellende, deel van het hotel lijkt haast te drijven op het filmzalencomplex op de begane grond. Het is verdeeld in schuine vlakken, die in allerlei bruine, gele en rode tinten zijn geschilderd.

Daarboven verrijst een toren van nog eens 45 verdiepingen, die door een boog in tweeën wordt verdeeld. De ene helft is bekleed met blauwig glas, de andere met rozig-oranje glas. Over beide helften lopen dan weer horizontale en verticale strepen in lichtblauw, wit, paars en rood. 'sAvonds wordt de boog verlicht. Het is dan alsof een lichtstraal door de skyline schiet, die bezoekers lijkt te wenken.

Veel toeters en bellen dus, maar je moet ook uitpakken om op te vallen bij de neonreclames, tekstbalken, tv-schermen en billboards rond Times Square. En het hotel staat niet voor niets midden in het theaterdistrict, vlakbij Broadway. De schilder Piet Mondriaan liet zich daar ooit inspireren tot zijn boogie woogie-schilderij. Het Westin is de Broadway Samba, stelde The New York Times, met een verwijzing naar de Latijnse afkomst van zijn twee ontwerpers. Afzichtelijk, zo houden veel Newyorkers vol.

Prikkelend

Vanaf Times Square is het hooguit een kwartier lopen naar het Cooper-Hewitt, het Newyorkse nationale designmuseum, dat momenteel een tentoonstelling wijdt aan ontwerpen voor de hotels van de toekomst, buiten- en binnenkant. Volgens het museum is het de eerste grote expositie in haar soort.

Er valt veel te genieten in het museum, dat gevestigd is in het vroegere woonhuis van industrieel Andrew Carnegie. Bezoekers kunnen plaatsnemen in de capsules, die in Japanse zakenhotels verhuurd worden. Kunststof hokjes met een tv en wekker, waar je niet in rechtop kunt staan. Ook zijn er foto's van fantasiehotels in Las Vegas, zoals het Venetian, waar je in een gondel door nagebouwde Venetiaanse grachten kunt varen. Terwijl je in de woestijn van Nevada zit.

Maar als tentoonstelling over hoteldesign in de 21ste eeuw valt die wat tegen. Daarvoor krijgt de bezoeker te veel een allegaartje te zien, van oud en nieuw, met veel fratsen en tierelantijnen. Of is dat soms de toekomst van het hotel?

Er zijn zeker prikkelende ontwerpen op de tentoonstelling. Zoals van de Vlaming Carl de Smet. Moet het hotel niet mee in een wereld waarin mensen in drommen onderweg zijn, als vluchteling, als zakenman op weg naar een beurs of als toeschouwer naar een wedstrijd? De Smet ontwierp een hotel dat per trailer wordt rondgereden en daarop uitgeklapt wordt tot zestien kamertjes. Door vier mensen in vier uur op te zetten. Het ontwerp bestaat alleen nog op papier.

Dat geldt ook voor het idee om het transportmiddel van de twintigste eeuw, de auto, tot een hotel om te bouwen. Een gewone Japanse auto krijgt een zware hydraulische pomp ingebouwd. Na een rit kan daarmee het chassis opgekrikt worden tot er slaapplaatsen op vier etages verrezen zijn. De etages zijn met elkaar verbonden via een hangladder. Elke verdieping heeft een piepkleine televisie.

Maansteen

Hotels zullen verder gaan inspelen op de trend van het ecotoerisme. Van de Nederlandse beeldhouwer Dré Wappenaar is in New York het ontwerp voor de boomtent te zien, die als een peul in een boom hangt. Oorspronkelijk bedacht voor demonstranten die het kappen van bomen wilden tegenhouden, maar intussen zijn de boomtenten in gebruik bij toeristen. Wappenaar heeft ook een kampvuur-, een douche- en een bibliotheektent ontworpen.

Een andere Nederlander, architect Hans-Jurgen Rombaut, toont het hotel bij de 'ultieme grens', in de ruimte. Zijn 'lunatic hotel' (wat zowel naar de maan als naar waanzin verwijst), moet vooral uit maansteen gebouwd worden. Dat scheelt behoorlijk in de transportkosten, meent Rombaut, maar het beschermt de toeristen meteen ook tegen het barre klimaat van de maan. Rombaut ziet zijn maximaal tweehonderd ruimtegasten slapen in capsules die hij in de twee torens wil ophangen. Zij lijken op ruimtescheepjes om gasten het gevoel te geven dat ze door de ruimte reizen.

Erotisch

Maar het hotel blijft ook een erotische plaats. Uit een bestaand Amerikaans hotel haalde Cooper-Hewitt een groot, hartvormig bad voor twee. Het museum toont ook foto's van de Japanse liefdeshotels, waar klanten nooit personeel te zien krijgen. Van de portier ziet de klant van onder een scherm alleen maar de handen wanneer hij afrekent.

Voor de internationale partyganger ten slotte, liet het museum de installatie 'Private Dancer' bouwen, die in één kist past. Op elke hotelkamer kan onze dansliefhebber die in een paar simpele bewegingen uitklappen tot een stoel en een eigen kaptafel. Nog even het dansvloertje inwrijven en de vloerlichten aan. En dan muziek! Boogie woogie, samba of house, het kan allemaal net.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden