Opera Vrouwenstemmen

Hoor de vrouw! Feministische opera laat smekende, wanhopige vrouwen achterwege

Geen smekende, wanhopige vrouwen in ‘Vrouwenstemmen’. Beeld Melle Meivogel

In opera's ligt de vrouw vaak smekend op haar knieën, of ze gaat dood, of ze wordt waanzinnig. In ‘Vrouwenstemmen’ pakt Lisenka Heijboer het anders aan.

 Slippers en sandalen in een hoek, musici op blote voeten: werk in uitvoering. Aanstormend regietalent Lisenka Heijboer (1991) geeft aanwijzingen tijdens de repetities van de opera ‘Vrouwenstemmen’, die in première gaat op het Grachtenfestival. Aanleiding voor de productie is de viering van honderd jaar vrouwenkiesrecht.

De zaal in het Compagnietheater in Amsterdam, het kloppend hart van het festival, is losjes ingericht. Hier en daar een vlag met daarop een sterke vrouw in felle kleuren: Louise Bourgeois, Femke Halsema, Chimamanda Ngozi Adichie. De vleugel staat op een verhoging in het midden, de drie instrumentalisten zitten tegen de tribune aan. Die is opgeklapt. Het publiek heeft straks geen zitplaats, maar bevindt zich net als de zangers en spelers op het speelvlak. De bezoekers kunnen gaan en staan waar ze willen.

“Dat biedt een nieuwe ervaring waarmee we wilden experimenteren”, zegt Heijboer. Ze stak de afgelopen jaren als assistent haar licht op bij onder meer Pierre Audi en Lotte de Beer. “Je komt als publiek de uitvoerders tegen, en omgekeerd. De koorzangers zijn Amsterdamse vrouwen, amateurzangers, die elkaar voor dit project niet kenden. Ze hebben verhalen uitgewisseld over het vrouw-zijn, en over wat je stem betekent. Heb je een stem in het dagelijks leven die je kunt en mag laten horen? De vrouwen hebben een groot aandeel gehad in de vormgeving van de voorstelling.

Iedereen dacht mee

“Het ontstaansproces is anders geweest dan in het gemiddelde operahuis, waar traditiegetrouw gewerkt wordt in hiërarchische systemen en de disciplines deels los van elkaar opereren. Bij ons heeft iedereen vanaf het begin meegedaan. Licht, geluid, tekst, muziek: we zijn tegelijk gegroeid in de opera.” Heijboer, nonchalant opgestoken haar, zegt het met ingehouden trots, ze geniet zichtbaar van de repetitie en haar team.

Dreigende klappen op de snaren van de vleugel, cello en basklarinet brommen en grommen de door Meriç Artaç bedachte noten. ‘Maar we leven al honderd jaar lang en gelukkig. Maar...’, de mantra wordt herhaald, vragend, gezongen, gesproken. Hij staat centraal in de opera, en klinkt verbrokkeld als de vier solozangeressen de ruimte inlopen en overgaan tot het murmelen van hun eigen verhaal. Allemaal vrouw, allemaal hebben ze weleens iets van discriminatie gezien of meegemaakt in hun nabije omgeving. 

Honderd jaar na de invoering van het vrouwenkiesrecht: waar staan we nu? De makers geven geen pasklare antwoorden, maar bieden flarden verhaal, persoonlijk en algemener materiaal. Ook Andersens sprookje van ‘De kleine zeemeermin’ komt voorbij in Frank Siera’s libretto; zij stond haar stem af om haar prins te krijgen. Een andere flard, een droom: de eerste vrouwelijke minister-president.

Feministisch kettinkje

En dat kettinkje om Heijboers hals, waarop ‘Feminist’ staat? “Dat levert vooral leuke gesprekken op”, lacht de Nederlands-Peruaanse. Dan serieuzer: “Ik draag het altijd. Er gaat geen dag voorbij dat ik me niet bewust ben van de ongelijkheid in onze cultuur, hoe vrouwen geregeld anders behandeld worden. Ik vraag me ook af hoe ik me tot het operarepertoire moet verhouden, als vrouw. Dat vind ik lastig. Ga ergens in Europa naar de opera en de kans is groot dat er een vrouw smekend op haar knieën ligt op de bühne, doodgaat, waanzinnig wordt. Het meeste opera­repertoire is door mannen geschreven.

De representatie van vrouwelijke personages in opera is voor mij problematisch, ze hebben vaak weinig invloed op hun eigen situatie. Ik heb besloten om feminisme als inspiratiebron te ­gebruiken. Mede daardoor kan ik me ­zo volledig geven in een opera als deze.

“In de grote operahuizen moet je hard werken als jonge vrouw om geloofwaardig te zijn. Er bestaat een systeem waar je niet van nature in past, je moet eerst knokken voordat je gelooft wordt. Niets ten nadele van de geweldige regisseurs met wie ik heb mogen samenwerken. Het gaat om het algehele gevoel. Dit gegeven blokkeert mijn carrière geenszins, maar ik ben wel blij dat er een gesprek is. De hele genderdiscussie, MeToo; ik voel me vrij om mee te doen aan dat gesprek.”

Tegen het einde van ‘Vrouwenstemmen’ vullen marsachtige melodieën de ruimte. De voorstelling brengt over: de slag is nog niet gewonnen, maar er gloort hoop.

Grachtenfestival, Amsterdam: t/m 18 augustus. ‘Vrouwenstemmen’ door Operafront: 10, 11 en 12 augustus in het Compagnietheater. Info: www.grachtenfestival.nl

Componist Kika Sprangers: ‘Iedereen moet zich uit kunnen spreken’

Saxofonist en componist Kika Sprangers (1994) schreef de jaarlijkse opdrachtcompositie voor het Grachtenfestival. Ze ging aan de slag met het festivalthema: ‘Schatten van vrouwen’. Het schrijfproces verliep net even anders dan ze zich had voorgesteld.

“Toen ik deze opdracht kreeg, dacht ik nog: dit is een kans om mijn visie op het onderwerp te presenteren. Maar zo werkte het niet. Ik zit nog midden in de zoektocht naar wat ik eigenlijk zelf van het onderwerp vind. “Ik heb de zoektocht verklankt, de sfeer die ik in mijn hoofd had, heb ik geprobeerd in noten te vangen. Lyrische, harmonische en directe, schokkende hoogtepunten wisselen elkaar af, gespeeld door de strijkers van Pynarello, een ritmesectie en mijzelf.

“Je raakt mensen als je je open durft te stellen, die houding staat dicht bij het vrouwenthema. Daarin schuilt voor mij ook de kracht van jazz, door de improvisatie klinkt de muziek telkens anders. Ze wordt gecreëerd in het moment – ultieme openheid. Ik arrangeerde ook een lied van Clara Schumann. Een lichtend voorbeeld die vrouw, toen al: componeren en een huishouden runnen.

Barsten in het jazz-mannenbolwerk

“De traditionele jazzwereld was uitsluitend een mannenbolwerk, daarin komt nu verandering. Toch wordt mij weleens gevraagd hoe het is om in zo’n mannenwereld rond te lopen. Soms word ik niet serieus genomen. Voorbeeld: ik heb een concert op poten gezet, maar een mannelijke collega in de organisatie wordt als eerste aangesproken. Een vrouw in een leidinggevende functie is nog steeds een heel ding.

“Ik ben naar het conservatorium gegaan omdat ik zó goed mijn muzikale verhaal wilde kunnen vertellen dat ik niet meer naar woorden hoefde te zoeken. Dat past ook in het festivalthema. Je moet niet naar woorden hoeven zoeken, maar je durven uitspreken. Iedereen moet zich kwetsbaar op kunnen stellen, man of vrouw, zichzelf kunnen zijn en daarmee de ander aanspreken.”

Concert Kika Sprangers, Wolfert Brederode, Jasper van Hulten en Pynarello: 11 augustus in De Duif

Lees ook:

Vrouwenpower in de opera

In de opera is het glazen plafond al doorbroken. Twee regisseuses debuteren dit weekend in grote operahuizen: Jetske Mijnssen en Lotte de Beer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden