Review

'Hooger kunnen de golven van de wanhoop niet gaan'

H. Marsman is, niet alleen voor Arthur Lehning, maar voor veel mensen die van poëzie houden de vriend van hun jeugd. Ik herinner het me nog als de dag van gisteren dat ik in 1960, ik was vijftien, het zojuist verschenen 'Verzameld werk' kocht, een mooie dundrukuitgave, met rood omslag, voor maar liefst zestien gulden vijftig. Het bleef lange tijd het duurste boek dat ik bezat én het meest geliefde. De regels hebben zich in mijn ziel gebrand: ,,Laat mij in uwer haren mantel slapen / en leg het donker om mijn wilde hart', ,,De maan verft een gevaar over de gracht', ,,De zon en de zee springen bliksemend open'.

T. VAN DEEL

Dat die poëzie nog altijd vermag aan te spreken, blijkt uit het feit dat de 'Verzamelde gedichten' nog steeds verkrijgbaar zijn en regelmatig herdrukt worden. Vermoedelijk voelen vooral jonge poëzieliefhebbers zich aangetrokken tot dit werk, waarin de emoties hoog oplopen, vitaliteit en doodsangst om de voorrang strijden, en seksualiteit en liefde als problematisch worden ervaren. Het proza van Marsman, op een aantal essays na, kon mij destijds nauwelijks bekoren. Hij was, en is altijd gebleven, hoe graag hij ook romans had willen schrijven: de dichter H. Marsman.

Jaap Goedegebuure heeft dit voorjaar met veel succes op de Utrechtse 'Nacht van de poëzie' gedichten van Marsman voorgelezen. Hij was wel bij uitstek gerechtigd om dat te doen, want al sinds de jaren zeventig houdt hij zich met de dichter van ook zíjn jeugd bezig. In 1981 promoveerde hij op een tweedelige studie naar de literaire en maatschappelijke opvattingen van Marsman, gezien in de context van zijn tijd: 'Op zoek naar een bezield verband'. En nu is er dan eindelijk de biografie, het verhaal van een kort maar intensief ondergaan leven, waarvan de ontwikkelingsgang wordt uitgedrukt in de drie beelden van de titel: 'Zee, berg, rivier', alle drie bij uitstek Marsmanniaanse woorden.

Het boek is meeslepend geschreven, zij het niet op de wijze van de vertellende biografie. Het erin verwerkte materiaal is duidelijk zichtbaar in de vorm van citaten, met commentaar of interpretatie, waardoor de levensloop ook beschouwelijk wordt begeleid. Deze combinatie van essayeren en biograferen, door onder anderen Jan Fontijn in zijn Van Eeden-biografie zo knap beoefend, heeft Goedegebuure ook goed in de vingers. Bovendien blijkt uit alles dat hij volkomen op de hoogte is van de literaire en maatschappelijk-politieke situatie in het interbellum, waardoor hij in staat is Marsman echt in zijn tijd te plaatsen.

Het is, aan het eind van het verhaal gekomen, bijna onverdraaglijk om te beseffen dat dit leven maar veertig jaar heeft bestaan, voordat het zijn einde vond in de golven van Het Kanaal. De ontroeringen die zich in deze fase van de lectuur meester kunnen maken van de lezer, worden het best verwoord door Gerrit Achterberg, die in mei 1940 het eerste deel schreef van een drieluik over de door Frankrijk wegvluchtende dichter:

Red Marsman, die in Frankrijk woont, o God.

Geef hem een tempel om naar toe te vluchten.

Een kruis om het te kussen, als het moet.

Gij kent de kogels en parachutisten, die springen in zijn lot.

Wie eens met Uw soldaten heeft gevoch ten, is voor een andere overmacht te groot.

Schrijf zijn gedichten tegen Uwe luchten en leg Uw vingers voor dit domme lood.

Marsman kwam om, naar lang werd gemeend door een Duitse torpedo die het schip de Berenice waarop hij voer, trof. In 1986 stelde de zeehistoricus Bezemer echter vast, dat deze toedracht niet waar kon zijn en dat de juiste oorzaak van de ondergang van de Berenice ,,vooralsnog niet bekend is'.

Achterberg verwijst in zijn gedicht naar de laatste reeks gedichten die Marsman had geschreven onder de titel 'Tempel en kruis', maar ook naar Marsmans vergaande flirt met het katholicisme en de katholieke kerk, aan het eind van de jaren twintig. Het had niet veel gescheeld of hij was bekeerd, maar deze wending in zijn leven ketste af op zijn drang naar zelfstandigheid.

'Tempel en kruis' is de dichterlijke samenvatting van Marsmans levensloop, die in zijn eigen bewoordingen een beweging was van het Noorden naar het Zuiden. In 1931 schreef hij over de strijd ,,tusschen wat ik schematisch de noordelijke en zuidelijke krachten in mijn natuur noem. Ik heb tot nu toe op de noordelijke geleefd en de zuidelijke nauwelijks als krachten beschouwd. Mijn wezen, dacht ik, was noordsch, mijn natuur donker, hard, steil en weerbarstig - en als ik het Zuiden bezocht, in mijzelf of aan de Middellandsche Zee, was het slechts een ontspanning, en kort verpoozen, een wapenstilstand, een rust. Maar langzamerhand ben ik (-) gaan inzien dat een leven dat gebaseerd is op snelheid, steilte, hardheid en weerbaarheid, niet langer kan duren dan een korten verblindenden tijd, een weerlicht, een jeugd misschien lang.'

De modernist, expressionist, vitalist van het tweede decennium van de eeuw was moegestreden, hij wilde geen leidersrol meer spelen voor de jongere generatie. Tezelfdertijd werd hij, die De Vrije Bladen, gematigd modern, had aangevuurd, in de armen gesloten van het eind 1931 opgerichte Forum en raakte hij innig bevriend met zijn vroegere vijand Du Perron. In Marsmans leven is het roer wel een paar keer omgegaan. Literair gesproken was dat zeker het geval toen hij zijn vriend Binnendijk in de geruchtmakende Prisma-polemiek over 'vormaanbidders' en 'epigonen' afviel door én vorm én persoonlijkheid te erkennen.

Op Marsmans houding ten opzichte van het fascisme is lange tijd veel aan te merken geweest, maar dat geldt voor wel meer literatoren uit die tijd, zoals voor Bloem. Hij zag bijvoorbeeld het Italiaanse fascisme in 1931 als verreweg verkieslijk boven een ,,nivelleerend-individualistische democratie' en, ook na 1933, bleef zijn belangstelling uitgaan naar het Duitse fascisme. Naar verluidt, maar het verhaal kan een reële achtergrond hebben, zou Marsman zich met afschuw afgekeerd hebben, na een nationaal-socialistische bijeenkomst in Berlijn te hebben bijgewoond.

In Marsmans biografie speelt de vrouw een complicerende rol. Goedegebuure bespreekt een hele stoet van liefdesrelaties, te beginnen met de eerste geliefde Slawa Weyna in Hiddensee, Annie Grimmer, Bep de Roos, Charley Toorop en anderen tot en met zijn uiteindelijke vrouw Rien Barendregt. Het probleem van Marsman inzake de liefde heeft volgens Goedegebuure te maken met zijn visie op de vrouw. Marsman onderscheidde drie soorten vrouwen: de moeder, de minnares en de amazone. In dat, nogal clichématige krachtenveld moest hij zijn houding tegenover de geliefde zien te bepalen. Voor zichzelf concludeerde hij op een zeker moment: ,,Alleen van een vrouw, die mij niet vervolgt met haar liefde, en met haar behoefte daaraan, kan ik op den duur blijven houden. Alleen van een vrouw, die liefhebbend genoeg is om niet jaloersch te zijn op mijn werk, mijn gedachten, mijn alleen-zijn; zij zal mij integendeel ruimte en eenzaamheid geven.'

Deze biografie geeft ook aandacht aan Marsmans twijfels, bijvoorbeeld de voortdurende twijfel aan de waarde van zijn werk, en zijn geregelde depressieve perioden. Uit alles blijkt dat de achteraf beschouwd korte periode van veertig jaar gevuld is geweest met een overvloed aan gebeurtenissen en ondervindingen, geschriften en ideeen. Marsmans stem heeft kort maar hevig geklonken, niet alleen in de literatuur, ook in het leven, zoals Goedegebuure's geslaagde biografie dat voor ons oproept.

Achter op een brief aan zijn vriend Vigoleis Thelen van 20 mei 1940 staat een kwatrijn gekrabbeld, dat zijn laatste gedicht is:

Hooger kunnen de golven van de wanhoop niet gaan, denkt het hart; ik ben aan het einde, door het donker bedolven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden