Hoogcruts

De lijnbus van Station Maastricht naar Noorbeek sloeg bij Margraten – met het militaire ereveld voor duizenden jonge doden - af naar het zuiden.

Eind augustus 1951: wij kwamen van school, seminarie of HBS, de ouderen van een baan in de burgermaatschappij. Het jaar kende een lichting van één-en-vijftig novicen voor de orde van de franciscanen. Een klein deel van hen begon het noviciaat, het proefjaar, in Alverna. De grootste groep kwam terecht in de Umbrische Voerstreek tegen de Belgische grens aan. “Umbrisch” , omdat veel deed denken aan de streek van Sint Franciscus. De heilige had rond 1300 geleefd. De minderbroedersorden die sindsdien zijn gevormd hebben mondiaal en door de eeuwen heen honderdduizenden leden gekend. In de jaren Vijftig trokken de vele kloosterorden in ons land nog tal van nieuwe leden. Geschiedenis op lange en korte termijn en daarin onze evenementen.

De heuveltop Hoogcruts ligt in Slenaken, gemeente Noorbeek. Het landhuis daar dat als klooster diende, is nu een ruïne overwoekerd door bomen, struiken, mossen. Er woelt een rijke fauna van vogels, knaagdieren en insecten.

Na een week werd de plusfour, het colbert en de rest van de burgerkleding opgeborgen. In een sobere plechtigheid werd de bruine pij met wit koord aan de nieuwelingen uitgereikt. Broeder schoenmaker creëerde de forse kruinschering. Er waren sandalen voor de blote voeten. De roomse doopnaam werd vervangen door een kloosternaam. De eigen cel had een tafel, een stoel, een bed uit de legerdump met strozak, een waskom, een kruisbeeld. Wat boeken waren meegebracht: woordenboeken voor de twee klassieke talen en de drie of vier andere. We waren immers hele of halve gymnasiasten geweest. Verder een bijbel, een missaal en “Thomas á Kempis”.

Om even vóór middernacht luidde ik de klok: de lange metten werden gezegd. Nog een aantal keren overdag werd het koorgebed in de kloosterkapel gereciteerd. De mis volgde. Vaak was het een hoogmis waarvoor het gregoriaans werd geleerd. Na het middageten in de refter volleyden we achter in de moestuin. We plukten aalbessen, oogsten appels en peren, aan de overkant van de steile weg haalden we manden met kersen uit de bomen van de buurman. Je kon er tal van vogelsoorten leren kennen. Een enkele keer was er een grote wandeling over de Belgische grens of over de paradijselijke wegen langs een of andere beek. In de avond een kaartje leggen en zeker een shagje of pijp. Als klokkenluider kon ik af en toe het torentje in om het touw recht te leggen. De ratten vlogen weg over de zolder. Ver weg zag je de contouren van een van die groot geworden Limburgse steden met rokende industrie. Daar waren nogal wat franciscanen doende als pastor of leraar. Ik moest eens de planken in mijn cel!

opbreken om daar een kadaver uit te halen.

Het landhuis had zijn legenden en historische data.

Een herder zag zijn schapen knielen voor een kruis in een doornenstruik. In 1428 werd een kapel gebouwd het Hoge Kruis een beneficie van de pastoor van Sint-Maartensvoeren. Het werd een klooster van de Reguliere Kanunniken van het Heilig Graf 1493. In de kelder zouden nog geraamten liggen van broeders die doden ter aarde bestelden tijdens de pestepidemiën van het verleden. Het gebouw werd door soldaten van Willem de Zwijger vernield in 1568, herbouwd, verbrand in 1579 door troepen van zijn tegenstander Parma, herbouwd, verkocht, verbrand, vergroot en uitgebreid eind achttiende eeuw. Vele adellijke of rijke families hadden in die tijden al het landhuis bewoond en geleefd van de belendende boerderij. Er was de interessante figuur van een oude zeekapitein geweest. De bouwval eist het talent van Hella S. Haasse om mijn schaarse herinnering en weten over die plek met geschiedenis tot een novelle of roman te maken.

In 1910 kwamen er Franse Dominicanesssen uit Frankrijk, gevlucht voor de laïcistische repressie. Zuid-Limburg kende tal van Franse en Duitse orden en congregaties. De Kulturkampf deed Duitse franciscanen het enorme complex bij Vlodrop bouwen. De lichtingen novicen vóór ons hadden met de studenten van het filosoficum te Venray daar het klooster, door de meeste Duitse confraters verlaten voor hun dienstplicht, bevolkt. In de Peel rond Venray woedde de tankslag, waaraan “Museum Overloon” herinnert. Nu is het ’t oord van een Aziatische spirituele beweging.

Op een hete zomerdag vroeg de novicenmeester vier fraters een overleden lekenbroeder af te leggen en te kisten. De vingers werden met moeite ineen gestrengeld en de rozenkrans erom gelegd. In de vroege lente van 1945 had ik als twaalfjarige evacué uit de Hollandse hongerwinter mijn eerste doden gezien: een Canadees die ik al jaren met naam en graf ken, en van vijf Fallschirmjüger. Het was op die nooitvergeten plek langs het Twentekanaal tussen de bremstruiken. In de loop van het leven zouden er nog vele doden volgen. Een goede helft van onze lichting is trouwens ook niet meer in leven. In de hard geworden leemgrond op het kerkhofje in de tuin hakten we een graf.

Van die meer dan vijftig jongeren van 1951 werden er na zes jaar studie vijf-en-dertig man priester gewijd. Zij kwamen terecht in tal van plaatsen en functies in het al ontzuilende Nederland, in het onmetelijke katholieke Brazilië, in prehistorisch Nieuw-Guinea dat tot Papua zou worden, in Japan, Noorwegen en Zweden. Waar de anderen in de zogeheten “lekenwereld” terecht zijn gekomen? Van mijzelf weet ik het. Ik heb enkele wegwijzers naar de geschiedenissen geplaatst. Die eens zo paradijselijke plek Hoogcruts is hoe dan ook één van de eerste stappen geweest van een lang leven dat nu zal vervallen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden