Nicolaas Veul en Tim den Besten (r) als leraren op scholengemeenschap Arcus in Lelystad.

InterviewTim den Besten

Honderd dagen leraar, een nieuw experiment van tv-maker Tim den Besten: ‘Ik ben er niet volwassen genoeg voor’

Nicolaas Veul en Tim den Besten (r) als leraren op scholengemeenschap Arcus in Lelystad.Beeld VPRO

Hoe is het om leraar te zijn? Om dat te ontdekken gaf tv-maker Tim den Besten honderd dagen les op een scholengemeenschap. ‘Ik heb vaker gespeeld dat ik een leraar was, dan dat ik zelf echt voelde dat ik een leraar was.’

Hij heeft weinig talent voor het leraarschap, moet documentairemaker Tim den Besten erkennen. Het viel hem behoorlijk tegen. “Het vak is veel moeilijker dan ik dacht en het past ook niet zo bij mijn karakter.” Orde houden in een klas van dertig pubers en hen ook nog iets leren, terwijl ze daar helemaal niet op zitten te wachten: het blijkt een pittige klus. 

Den Besten kwam tot die ontdekking tijdens ‘100 dagen voor de klas’, een documentairereeks die hij maakte met collega Nicolaas Veul. Daarin doen de twee verslag van hun ervaringen als tijdelijke docenten op scholengemeenschap Arcus in Lelystad. Vier maanden lang drinken ze automatenkoffie, wandelen ze door gangen met linoleumvloeren, oefenen ze hun geduld met recalcitrante­­ kinderen en ploeteren ze nachtenlang om lessen voor te bereiden. “Ik heb veel over mezelf geleerd”, zegt Den Besten. “En over de bijzondere mensen die in het onderwijs werken en heilig geloven in de leerlingen en hun vak.”

Randje van overspannenheid

Het duo maakt vaker documentaires over levensexperimenten. Zo wilde Den Besten al eens ontdekken hoe het is om als homoseksueel te vrijen met een meisje. En een van hun bekendste producties is de serie ‘Superstream me’, waarbij ze beiden achttien dagen lang, 24 uur per dag live te volgen waren via internet. Dat experiment werd vroegtijdig beëindigd omdat beiden na vijftien dagen op het randje van overspannenheid balanceerden.

En nu wilden ze dus weten hoe het is om leraar te zijn. Ze begonnen het project om te laten zien hoe het zit met het lerarentekort, de werkdruk en de stakingen waarmee de beroepsgroep de laatste jaren te maken heeft. Omdat Veul en Den Besten geen half werk leveren deden ze een spoedcursus lesgeven voor zij-instromers en begonnen ze vorig jaar augustus als speciale stagiaires op de school in Lelystad.

Bluffen

Daar werkten ze tot aan de kerstvakantie drie dagen per week. Veul gaf geschiedenis en maatschappijleer aan een vmbo en een havo/vwo klas en Den Bes­ten mocht Nederlands geven aan een tweede en vierde klas van het vmbo. Aanvankelijk dacht Den Besten nog dat hij zich er wel doorheen zou bluffen. “Nu geneer ik me wel een beetje dat ik in het begin redelijk hoog van de toren heb geblazen.” In de eerste aflevering vertelt hij blijmoedig dat hij het vak van docent wel ziet zitten en dat als hij ooit wordt ontslagen bij de VPRO, dit wel ‘bovenaan zijn lijstje staat’. “Daar heb ik me wel een beetje op verkeken. Dit is een echte baan en je moet er echt iets voor kunnen.”

Natuurlijk zijn er wel vaker programma’s gemaakt op scholen, maar nog niet eerder op deze intensieve manier­­. Door zelf onderdeel te worden van de school, konden ze er langere tijd filmen, vertelt Den Besten. “We wilden het onderwijs écht van binnenuit onderzoeken.”

Fladderaar

Al snel wordt duidelijk dat Den Besten uit zijn comfortzone moet komen. Eigenlijk­­ is hij een ‘fladderaar’ die bij voorkeur vertrouwt op zijn improvisatievermogen, een eigenschap die hem als documentairemaker prima van pas komt. “Maar nu had ik een baan waarbij het niet belangrijk was of ik leuke grapjes kon bedenken. Nu ging het erom of ik leerlingen kon steunen in de weg die zij aan het afleggen waren. Daar ben ik gewoon niet volwassen genoeg voor.” 

Vooral orde houden vindt hij moeilijk. Een van de eerste keren dat hij voor de klas staat, heeft hij moeite de kinderen te overstemmen: “Jongens, het is echt niet normaal... Jongens. Jongens!!”. In de hoek zitten ondertussen de brave leerlingen al ettelijke minuten onopgemerkt met hun vinger te zwaaien. 

Den Besten voelde zich vaak meer verwant met de leerlingen dan de leraren. “Als de leerlingen me niet serieus namen, dacht ik soms: ja, dat snap ik wel. Ik heb ook geen hond of kinderen, ik hoef nooit iemand tot de orde te roepen. Ik profileerde me als hun beste vriend, ik moest de innerleraar in mezelf echt zoeken. Achteraf bezien heb ik vaker gespeeld dat ik een leraar was, dan dat ik zelf echt voelde dat ik een leraar was.”

Streng, strikt en consequent

Eigenlijk ging het in het begin al mis, analyseert Den Besten die het vooral gezellig wilde hebben in de klas. “Voor een docent geldt dat leerlingen je voor de kerstvakantie moeten haten, en na de kerstvakantie van je mogen houden. Ontzettend streng, strikt en consequent beginnen en pas later de teugels een beetje laten vieren. Ik ben omgekeerd begonnen. Dat is weleens lastig geweest. Uiteindelijk is het wel gelukt om een band op te bouwen met de klassen, zij het een wat weerbarstige.”

Veul is eigenlijk meer geschikt als docent, vindt Den Besten. “Het zit meer in zijn karakter. Hij is slim, en rustig, kan zich goed concentreren, en vooral, hij bereidt zich heel goed voor.” En dat loont, want in de klas heeft hij zijn feiten op orde en kan hij vragen adequaat beantwoorden.

Nicolaas Veul en Tim den BestenBeeld VPRO

Bovendien lijkt hij meer op zijn ­gemak tussen de tieners. Bij binnenkomst krijgen ze allemaal een hand van ‘meneer Veul’, en als een jongen hem in het voorbijgaan niet aankijkt, geeft Veul hem direct lik op stuk. De leerlingen lijken het van hem te pikken. Toch is het ook voor Veul geen makkie: regelmatig zit hij tot laat in de nacht te zwoegen op de voorbereiding van zijn lessen.

Den Besten is blij dat het experiment voorbij is. Om goed les te kunnen geven moet je serieus zijn, zelf een goede spanningsboog en overzicht hebben en iedere leerling kunnen zien als individu. In een klas zitten dertig kinderen met verschillende niveaus en leerstijlen. “Ik deed echt mijn best, maar het voelde toch een beetje als schaatsen zonder dat je ooit ijzers onder hebt gehad. Je probeert jezelf overeind te houden, maar je voelt dat je niet stabiel genoeg staat.” 

Zwaar werk

Leraar is een bijzonder en uitdagend beroep: dát hoopt Den Besten met de serie te laten zien. Er zijn ontzettend veel gepassioneerde docenten die eigenlijk weinig aandacht en waardering vragen. En die ondanks de extreem hoge werkdruk en lage salarissen onverminderd investeren in de toekomst van Nederland. “Ik hoop dat leraren zich herkennen en leerlingen misschien iets meer respect krijgen voor het zware werk dat docenten doen.” 

Dat die mensen hun vak nu vanuit huis moeten uitoefenen is bijna onvoorstelbaar, maar het kan ook mooie dingen opleveren, zegt hij optimistisch. “Misschien ontstaan er nieuwe lesmethoden en worden lessen op afstand ­gewoner. Misschien werkt het wel beter als de leerlingen via internet kunnen meekijken en meer hun eigen tijd indelen. Zelf meer verantwoordelijkheid hebben. Maar nu zeg ik dus eigenlijk dingen waar ik geen verstand van heb.”

‘100 dagen voor de klas’ is vanaf donderdag­­ 16 april wekelijks te zien om 21.00 uur bij de VPRO op NPO 3.

Lees ook: 

Tim den Besten over outsiders en dichtslibbende wegen

Op de basisschool van onze kinderen in Amsterdam heerst commotie omdat de school wil groeien, en drie klassen zomaar naar een ander schoolgebouw moeten. Waarom is dat altijd nodig, groeien? Een recensie van het programma ‘Outsiders’.

Documentairemaker Nicolaas Veul laat zien waarom je misschien geen ‘pisnicht’ moet zeggen

Scheldwoorden als vuile homo of mietje klinken te pas en te onpas. Wat doet dat met het zelfbeeld van een jonge homo die nog in de kast zit?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden