Review

HOMERUS IN ZEELAND'Al is het onzin, dan is het nog altijd verrukkelijke onzin'ODYSSEUS WAS EEN ECHT MENS

Odysseus, Circe, Agamemnon zijn echte mensen geweest, geen spruiten van een poetische fantasie. Ook waren lagen hun wortels niet bij de blauwe Mediterrannee, maar bij de grijze, zeeen van Noord-Europa. Een gewaagde maar verfrissende gedachte? Of de geesteszieke brij van een doorgeslagen gymnasiast? Het is gewoon waar, zegt de econoom Iman Wilkens. Iman Wilkens: 'Waar eens Troje lag'. Uitg. Bigot & Van Rossum, f 44,90.

HARO HIELKEMA

Iman Wilkens is redelijk gepantserd tegen de bejegening uit de wereld van de classici. Hij blijft minzaam reageren. Of ze hem voor een charlatan verslijten of voor een idioot, het heeft hem niet weerhouden zijn visie te publiceren. In 1990 kwam 'Where Troy once stood' uit, deze maand volgde de Nederlandse versie. Hij heeft geen twijfels meer, zijn verhaal klopt.

Voor de goede orde: Iman Wilkens (56) is helemaal geen classicus, maar econoom. Hij woont in Parijs en werkt bij een internationale organisatie. Zijn voornaam verraadt Zeeuwse voorouders en dat klopt. Hij is Nederlander, opgegroeid in Amsterdam. Op het Barlaeus kwam hij in aanraking met de wereld van Homerus, verplichte kost voor een gymnasiast. Het verging hem al net als zo veel van zijn lotgenoten: hij vond het een prachtig verhaal van de Griekse dichter, mooie verzen en spannende avonturen over de Trojaanse oorlog en de jarenlange zwerftocht van de held Odysseus. Maar heidens moeilijk te vertalen, heel veel woorden in het hoofd stampen, lastig ritme om te lezen. Pom-pom pom pom-pom-pom pom-pom, pom-pom-pom-pom pom pom-pom pom-pom. Andra moi ennepe Mousai, polutropon hos mala polla. 'Muze, vertel mij het verhaal van de man, de vindingrijke, die zoveel vreselijke tegenslagen heeft getrotseerd.'

Hij weet nog dat hij op een regenachtige novemberdag uit het raam keek, terwijl hij met de Griekse tekst worstelde. Het ging over de 'onophoudelijke' regen op de Trojaanse vlakte, op z'n Homeriaans athesphatos - 'wat zelfs een god niet kan meten'. Dat soort regenbuien, filosofeerde de scholier, waren toch alleen maar denkbaar in Noord-Europa en niet in het zonnige Turkije of Griekenland? Het antwoord dat hij kreeg, was standaard: 'Homerus berust op fantasie, jongeman. Je moet het niet letterlijk nemen'.

Terwijl anderen na hun eindexamen het boek van Homerus het raam uitkeilden of op z'n netst in een doos op zolder wegstopten, hield Wilkens het op de plank. Binnen handbereik. Want het bleef hem intrigeren dat de beschrijvingen van allerlei geografische plaatsen hem voor een fantasieverhaal toch veel te gedetailleerd voorkwamen. Homerus moest een concreet gebied voor ogen gehad hebben, toen hij zijn verzen dichtte. Waarom had hij anders de zwerftocht van Odysseus (in de 'Odyssee') zo conscientieus beschreven en over de voorbereidingen van de Trojaanse oorlog (in de 'Ilias') zoveel details opgesomd? Homerus een mythe? Geen sprake van, vond Wilkens. Zijn verhalen zijn alleen maar zo beroemd geworden, vanwege zijn trouw aan de feiten en aan de geografische bijzonderheden.

Wilkens ging economie studeren, "maar dat had voor mijn gevoel weinig diepgang" . De klassieken bleven hem meer boeien, en vooral wat hij beschouwde als het mysterie van Homerus, voor hem de mooiste en beroemdste gedichten ter wereld. Hij had een rekening te vereffenen met de dichter: "Ik zwoer dat ik op een dag tot zijn geheim zou doordringen. Ik heb altijd gedacht dat het een raadsel was, dat oplosbaar moest zijn. Stukje bij beetje."

Avonden en regenachtige weekeinden bracht Wilkens door met zijn 'legpuzzel'. Een van zijn eerste conclusies was dat Ilias en Odyssee zich nooit in Griekenland en het gebied van de Middellandse Zee afgespeeld kunnen hebben, zoals algemeen wordt aangenomen. Troje kon nooit aan de westkust van Turkije gelegen hebben, daar was het gebied waarin een leger van minstens 65 000 man de aanval inzette veel te klein voor. "Troje zelf is maar een dorpje, niet veel meer dan een paar voetbalvelden. Daar hoef je toch geen belegering van tien jaar voor te voeren?"

Nergens aan de kust ligt een haven of baai die destijds plaats geboden kan hebben aan 1200 schepen, zoals de Ilias meldt. Er is wel veel opgegraven in Troje, maar niets van het materiaal uit de bronstijd wijst erop dat dit het Troje van Homerus was. Als daar werkelijk sprake is geweest van een stad Troje of van een Trojaanse oorlog, dan had de bewaard gebleven diplomatieke correspondentie van de Hittieten daar toch melding van gemaakt.

Wilkens was niet de enige die zo zijn twijfels had. "Dat wisten de oude Grieken al." Antieke schrijvers als Strabo, Thucydides, Plato en Tacitus waren hem daar al vele eeuwen geleden in voorgegaan. Het was onmogelijk dat er ooit een groot gezamelijk leger der Grieken heeft bestaan, gezien de verdeeldheid in hun land. Als Grieken over niet-Grieken spraken, duidden ze die aan met 'barbaren' - maar waarom komt dat woord nergens voor bij Homerus? En Mycene, hoofdstad van de machtigste koning der Grieken, Agamemnon, kon toch nooit diezelfde 'stad met de brede straten' zijn als dat ielige dorpje op de Peloponnesos?

Aan de hand van deze antieke sceptici en geinspireerd door latere lastige vragenstellers snuffelde Wilkens verder. "Ik zocht Troje eerst nog in de buurt van de Zwarte Zee. Maar ik ontdekte dat ik moest letten op de culturele kenmerken van het gedicht. En naar de bijvoeglijke naamwoorden die Homerus gebruikte. Daar had ik op school bij het vertalen zo vaak moeite mee. Later merkte ik hoeveel aanwijzingen die woorden bevatten. "

Athesphatos was zo'n voorbeeld bij de regen, maar apsorroos is het ook bij de oceaan - 'terugvloeiend' vertaalt Wilkens: "De oceaan keert terug in zichzelf, wat impliceert dat hij aan getijden onderhevig is." Dat is een essentiele betekenis voor hem. Homerus staat bol van de beschrijvingen van de zee, hij had er massa's verschillende woorden voor in zijn vocabulaire, maar hij gebruikte okeanos. "En daar bedoelden de Grieken in feite nooit de Middellandse Zee mee. Opvallend is ook dat de zee op alle mogelijke manieren beschreven is: als grijs, zwart, donker als wijn, zout, mistig, wit wordend, schitterend, onstuimig, gevaarlijk en onmetelijk. De golven zijn soms 'zo hoog als bergen' en de oceaan is zo uitgestrekt dat 'de vogels wel een jaar wegblijven'. Maar nergens in de Ilias en zelden in de Odyssee wordt de zee 'blauw' genoemd. En als je iets van de Middellandse Zee opvalt, is het wel die kleur." Met de aanduiding van eb en vloed (die in de Middellandse Zee weinig spectaculair verschillen) heeft Wilkens geen twijfels meer om de 'zee' aan te wijzen: de Atlantische Oceaan. "Odysseus drijft op een gegeven moment mee 'op de zwelling van de stroom'. Dat is toch zo duidelijk als wat."

Alsof het om Avro's tv-spel 'Fort Boyard' ging, zo verzamelde Wilkens de ene sleutel na de andere. Het klimaat bij Homerus kon hij al niet rijmen met dat van het huidige Turkse Troje, de beschrijving van de vegetatie correspondeert volgens hem al evenmin met die rondom de Middellandse Zee: de beuk komt er vrijwel niet voor, de 'hoge zwarte populieren en wilgen' die op het eiland Hades groeiden ook niet. De Trojaanse vlakte is 'prachtig door boomgaarden en tarwevelden'. Homerus spreekt regelmatig over weilanden vol koeien, door houten hekken omheind. Oesters en palingen spelen een rol in zijn verzen en hij rept van dijken (teichos) die gevaar lopen te breken.

De wereld van Homerus moest dus elders liggen, geloofde Wilkens. En Hollander als hij is, schoof hij zijn legpuzzel duizenden kilometers op: naar het noordwesten van Europa. De aanduiding dat de doden in de heldendichten niet werden begraven maar gecremeerd, verbond hij met de Keltische cultuur waarin lijkverbranding een gewoonte was. En de religieuze informatie sloot daar wat hem betreft feilloos op aan.

Tot zover was Wilkens' theorie niet nieuw. De conclusie dat Homerus een Kelt was, dat Troje in Engeland lag en dat de Achaeers Westeuropese volken waren, wel. Die 'zekerheid' kreeg Wilkens pas, toen hij de opsomming van de Achaeische ('Griekse' in de gebruikelijke vertaling) en Trojaanse legers uit boek II van de Ilias onder de loep nam. Deze waslijst van namen helpen de gymnasiast zo prettig door de tekst heen, maar Wilkens zag er meer in. Meer dan de Griekse geograaf Strabo, die tweeduizend jaar geleden al tevergeefs uit de schepenlijst plaatsnamen in zijn vaderland probeerde te ontdekken. Hij had ze volgens Wilkens ook in Noordwest-Europa moeten zoeken: Agamemnon, de welbespraakte opperbevelhebber der Achaeers, in Frankrijk; de introverte en strijdlustige Achilles in Nederland; Odysseus met zijn meer mediterrane karakter in Spanje; en de rest van de 29 Achaeische regimenten verspreid van Scandinavie tot Zwitserland. Uit al hun woongebieden kwamen ze bijeen op Jutland in Noord-Denemarken (Aulis) om onder leiding van Agamemnon tegen Troas ten strijde te trekken, de plaats waar nu het Engelse Cambridge ligt.

Het verhaal van Wilkens klinkt even simpel als ongelooflijk. Er blijft vrijwel niets heel van wat de Griekse leraar zijn leerlingen op school voorhield. De Trojaanse oorlog ging niet om Helena, de vrouw van de Achaeische vorst Menelaus die door de Trojaan Paris was geschaakt. Het ging om West-Europa tegen Engeland. En het ging om tin, de meest waardevolle grondstof in het bronzen tijdperk. "Zoiets als onze olie; daar wordt ook een oorlog om gevoerd. Tin was nodig om bronzen wapens mee te maken. Zonder tin belandde men weer in het stenen tijdperk; dat werd toch ook gezegd bij de Golfoorlog? De enige plek waar tin werd gewonnen, was in Cornwall in Engeland. Er waren ook wel tinmijnen in Bretagne, maar op het moment dat de Trojaanse oorlog uitbrak 1200 voor Chr. - waren die al uitgeput."

Het werk van Homerus is dus geen Grieks verhaal maar Keltisch, stamt niet uit 750 voor Chr. maar is 400 jaar ouder. Het is naderhand door de Pelasgen, een zeevolk, naar Griekenland overgebracht, waar barden de heldendichten rondzongen. Gefascineerd gaven die er een eigen draai aan, locaties aan de kusten kregen aan Homerus ontleende namen en zo raakten de oude Grieken er van overtuigd dat hun eigen voorvaderen de Trojaanse oorlog hadden gevoerd en dat Odysseus hun held was. Zegt Iman Wilkens.

De ontbrekende stukjes schoven daarna bij hem 'bijna als vanzelf' in de legpuzzel. Dankzij zijn talenknobbel was de speurtocht een peuleschil. Zijn geografische hobby plaatste Ilias en Odyssee op de kaart. Veertien rivieren vermeldt Homerus in de Ilias in het gebied van Troje. Fictieve namen? Wilkens vond ze op de kaart van East Anglia: met de Rhesus (Rhee), de Aesepus (Ise), de Granicus (Granta) en de Temese (Thames). "Als twee druppels water" , zegt Wilkens.

Ithaka, het schiereiland waar Odysseus' vrouw zoveel jaren lastige vrijers van zich afhield omdat ze geloofde in de terugkeer van haar man, lag bij Cadiz (inderdaad, een schiereiland). De zwerftocht voerde de 'vindingrijke' held na de Trojaanse oorlog bij Cambridge onder meer naar Senegal (het land van de Lotuseters), de Kaapverdische Eilanden (Cyclopen), Cuba (Laestrygoniers), Saba (het eiland van Aeolus, 'een drijvend eiland, omgeven door een muur van onbreekbaar brons, en de rotswand is er steil') en - alsof het niet genoeg is - Zeeland.

Etymologische wondertjes vond Wilkens op zijn weg. Neem Circe, 'de schoongelokte, de gevreesde godin van het menselijk spreken', en dezelfde naam als Zierikzee. Of neem Gyrae en Phylace, de nabijgelegen eilanden Goeree en Flakkee. Wilkens gaf plaatsen en gehuchten in het Zeeuwse een plaats op de antieke wereldkaart die nu alleen nog in een gedetailleerde atlas te vinden zijn: Schuddebeurs, Zonnemaire, Herkingen. Bij Brouwershaven (breeuwen is herstellen) kwam Odysseus aan land, op de zandbank Berendam ('varkenshok') werden zijn metgezellen door Circe in varkens omgetoverd en vastgehouden, bij Rammekens bracht Odysseus zijn offerrammen aan land. Zo wonderlijk is het allemaal niet, want Homerus kwam zelf van het eiland Ios. En er is maar een eiland aan de Atlantische kust waarvan de naam op Ios lijkt: Joos(vroeger Ioos)land, nu het dorp St. Joosland genaamd, ten oosten van Vlissingen.

Iman Wilkens heeft zich dertig jaar lang als een detective gevoeld, een speurder met een vergrootglas en een grote dosis achterdocht. "Ik heb ontzettend veel boeken gekocht. Al had ik er maar een woord uit nodig, dan bestelde ik het. Ik werkte heel vaak tot vier uur 's nachts door. Als je bezig was, vergat je de tijd gewoon - zo spannend was het. Ik heb ook veel gereisd, samen met mijn vrouw. Dan namen we op vrijdagavond uit Parijs het vliegtuig naar Spanje, om te zien of het 'zanderige' Pylos bij Cadiz heeft gelegen. In Griekenland kon dat niet, daar is Pilos niet zanderig. We hebben het hele weekeinde rondgereden. En overal vonden we zand."

En nu dan maar de vraag of het hele verhaal van Wilkens waar is. Volgens de Leidse classicus Richard van Dijk is het 'gewaagd maar uitermate verfrissend'. Elke classicus moest deze 'goudeerlijke poging' gedaan om het verhaal van Homerus te ontrafelen, tot zich nemen. Richard van Dijk is voormalig hoofdredacteur van het blad van de vakgroep Klassieke talen 'Frons' in Leiden, maar hij is nog niet afgestudeerd. En dat moet hij goed beseffen. Zijn pleidooi in 'Frons' kreeg een genadeloos antwoord van docent Frits Naerebout, die Iman Wilkens 'een vuige charlatan of knettergek' noemt. Zijn verhaal is klinkklare nonsens en volksverlakkerij, vindt Naerebout (ook een Zeeuw, trouwens). Het kan beter niet gelezen worden, "zelfs niet voor de lol, want het leven is kort en het is niet verstandig je tijd te vermorsen. Over Kelten en Homerus vertelt hij louter onzin of vaagheden, hij verwijst de onschuldige lezer naar dubieuze literatuur" . De uitleg die Wilkens geeft aan religieuze verschijnselen, is "geklutst in een grote geesteszieke brij" . Er kloppen "geen tien, geen vijf, maar nul van Wilkens' etymologieen" . Hij trouwens ook plagiaat gepleegd, meent Naerebout. Kortom, "dit boek hoort in de bibliotheek van de aardstralers, de UFO-freaks, de geheime-leer- van-Atlantis-verklaarders, de aura-hoeders en lepelbuigers, niet in de bibliotheek van de classicus. Het is esotherische porno. Lees een echt boek over Homerus. Of over iets anders."

Een collega van Naerebout kreeg in zijn column voor hetzelfde blad 'Frons' een spontane bloedspuwing, toen hij de theorie van Wilkens vernam: "Moet men het maar tolereren dat goedwillende leken als een stier tekeer gaan in de wetenschappelijke porseleinkast? Moet men het maar tolereren dat alle internationale specialistische conventies en rechtsordes door de eerste de beste proleet geschonden worden?" Zijn slotzin smoort in de zin "Verboden voor onbevoegden!" Een Amsterdamse taalkundige deed in verontwaardiging niet voor hem onder: "Om de zoveel tijd duikt er wel een gek op die zoiets beweert. Het is volstrekt onzinnig om plaatsnamen te isoleren en vervolgens een betekenis te geven. Wie op die manier werkt, kan zonder problemen alle plaatsnamen in Nederland uit het Chinees verklaren."

Wilkens geeft toe dat er in zijn verhaal 'foutjes' kunnen zitten. "Die moet men mij maar vergeven. Je kunt geen specialist zijn op elk vakgebied. Dat er uit de kring der classici zo wordt gereageerd, begrijp ik wel. Wetenschappers zijn van nature conservatief. Mensen moeten nu eenmaal de tijd krijgen om zich om te schakelen. Ik heb zelf ook een wending moeten maken. Wetenschappers vinden het bovendien niet leuk als buitenstaanders iets op hun terrein ontdekken. Je leert in je vak toch wat eeuw in eeuw uit verteld is. Als je specialist bent, krijg je oogkleppen voor. Nieuwe ideeen komen niet in je op; die komen van buitenaf. Als ik Grieks had gestudeerd, was ik geloof ik ook niet op deze theorie gekomen. Ik ben een beta. En alpha's en beta's zullen elkaar nooit begrijpen. Omdat ik het verhaal van Homerus wil verklaren, krijg ik het verwijt dat ik geen gevoel heb voor poezie en voor romantiek. Maar het feit dat Homerus op waarheid berust, vind ik juist extra romantisch. Het geeft meer diepte aan het verhaal. Odysseus, Circe, Agamemnon zijn echte mensen geweest: dat is toch prachtig!"

"Ik vind het jammer voor degenen die het niet willen begrijpen. Die missen iets, vind ik. Maar het is een kwestie van tijd. Ik vermoed dat ik de eerste honderd jaar nog wel voor gek zal worden versleten. Het wachten is op archeologische vondsten in de buurt van Cambridge. Opgraven kost veel geld. Maar ik zit er niet mee, ik ben er niet van afhankelijk. Mijn speurtocht naar Homerus is mijn hobby. Ik troost me maar met de gedachte dat Einstein destijds ook voor gek werd versleten, toen hij zei dat licht een kromme baan maakt. Nu is men ervan overtuigd. Einstein zei ook dat een wetenschapper die geen fantasie heeft, geen goede wetenschapper is."

Waar of niet waar. Een antwoord van iemand wiens 'Homerus' al heel lang dik onder het stof ligt, voor wie het zuchten onder het vertalen uit het geheugen is gewist en bij wie voornamelijk flarden van 'schoongelokte', 'verleidelijke' en 'betoverend zingende' vrouwen als Calypso, Circe en de Sirenen zijn blijven hangen? Laat Richard van Dijk het maar zeggen: "Al zou het onzin bevatten, dan is het nog altijd verrukkelijke onzin."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden