Hollandse luchten naast modderige doeken

Hoezeer de Nederlandse landschapsschilders in de tweede helft van de 19de eeuw in de frontlinie stonden van wat toen de moderne kunst heette, word je gewaar als je het eerste overzicht van Jacob Maris in Teylers Museum in Haarlem vergelijkt met de grote presentatie van Russische landschapsschilders in het Groninger Museum. De Russen hielden een eeuw lang angstvallig vast aan een romantische opvatting over hun landschap, dat ze met uiterste precisie en dus hoogst realistisch weergaven. Jacob Maris (1837-1899) daarentegen, en ook een tijdgenoot als Johan Barthold Jongkind, liet zijn verkenning in de romantische schilderkunst snel achter zich. Maris kwam al spoedig op een geheel nieuwe schilderwijze uit. Die zou bekend worden als het Hollandse impressionisme, beter gezegd de Haagse School.

Het staat er goed: dit is in Teylers Museum de eerste retrospectieve gewijd aan 'deze veelzijdige en internationaal gewaardeerde kunstenaar van de Haagse School'. Althans sinds 1899, het jaar waarin Jacob Maris op tweeënzestigjarige leeftijd stierf. Jacob Maris, broer van de net zo bekende schilders Willem en Matthijs, is in weerwil van het feit dat hij tot de populairste schilders van de negentiende eeuw behoort, door de musea jarenlang miskend. Misschien komt dat door zijn enorme productie waaraan snel het label 'stukwerk' werd gehangen.

Het waren schilderijen waarin niet al te veel variatie zit, omdat ze vliegensvlug voor de markt werden geschilderd. Maris' werk nam een belangrijke plaats op de exportmarkt in: zijn schilderijen zijn scheepsruimen vol naar de Angelsaksische wereld verstuurd. Kapitaalkrachtige collectionneurs in Canada, de Verenigde Staten en Engeland, die de Nederlandse kunsthandels afstruinden, zagen in Maris een attractieve eigentijdse schilder.

Maris refereerde aanvankelijk volop aan het roemruchte Hollandse verleden door zich beïnvloed te weten door vermaarde schilders uit de Gouden eeuw, zoals Ruisdael, Vermeer en Van Goyen. Hij hield ook van puur Hollandse steden als Amsterdam en Dordrecht en banjerde graag langs het (Scheveningse) strand waar de vissersschuiten hun vangsten hadden gelost.

Zulke typisch 'Hollandse' scènes riepen een weemoedig verlangen op dat het publiek van alle tijden charmeerde. En Maris wist zulke onderwerpen goed te verkopen. Eindeloos heeft hij zijn trucje opgevoerd: een open, weids landschap, de horizon heel laag gehouden, altijd water op de voorgrond en daarboven een grijswitte wolkenlucht die voor een dramatisch kader zorgt. Eens stonden de klanten in rijen klaar om zo'n mooi Hollands stuk aan te schaffen. Waarop de schilder zich liet ontvallen: 'Verdomme, wéér een stad met witte wolken'. Al met al behoorde Maris tot de best betaalde schilders van de late negentiede eeuw. Zodoende kon hij menige reis ondernemen.

De populariteit die hij genoot, heeft hem niet beperkt in zijn behoefte om al experimenterend nieuwe wegen in te slaan. Geboren in Den Haag, waar hij behalve aan de academie les kreeg van J.A.B. Stroebel en de laat-romatische schilder Huib van Hove, trok hij op zeventienjarige leeftijd samen met zijn broer Matthijs naar Antwerpen. Daar wisten de Marissen in hun levensonderhoud te voorzien door voor Amerikaanse klanten te werken. Ze zouden de voorbode zijn van het talrijke publiek dat later op het werk zou afkomen.

Enkele jaren na deze Belgische start reisde Jacob naar Parijs af, waar hij in de leer kwam bij de figuurschilder Ernest Hébert. Van Hébert leerde hij de in die tijd zo gezochte Italiennes te portretteren. Dat waren anonieme meisjes die in een bekoorlijke Napolitaanse dracht werden gestoken.

Had Maris in de hem zo geliefde zeventiende eeuw geleefd, dan waren ze waarschijnlijk 'tronies' genoemd, in de trant van Vermeer die het anonieme 'Meisje met de parel' schilderde. Maris heeft nadien nog vaak geportretteerd, maar op de Italiaanse schonen is hij niet meer teruggekomen.

Terug in Nederland richtte hij zich op het landschap en het stadsgezicht. Amsterdam werd een regelrechte ontdekking. In die tijd veranderde ook zijn schilderswijze. Tot omstreeks 1870 bood de Hollandse Gouden eeuw hem nog talloze motieven. Een voorbeeld is een interieur waaraan direct de naam van Pieter de Hooch kan worden verbonden. Maris schilderde zo'n echt Hollands binnenhuis aanvankelijk tamelijk glad, met behulp van een zorgvuldige penseelvoering. Daarvoor in de plaats kwam een spontanere aanpak, een veel lossere toets, waarbij paletmes en kwast werden gehanteerd. De gladde verflaag werd pasteus en wat de kleur betrof ging hij tonaal te werk, in plaats van het gebruik van een vaste kleur. Niet iedereen wist deze stijlwisseling te waarderen, er ontstond heel wat commotie op de diverse tentoonstellingen als Maris opnieuw zo'n ietwat modderig doek presenteerde.

Qua stemming trad bij Maris veel meer uniformiteit aan het licht. Zomer en winter bleef hij wolkenluchten schilderen die een flinke regenbui voorspellen. Eigenlijk is het altijd late herfst in de schilderijen van Maris: de bladeren zijn al van de bomen, maar je moet nog wachten op de eerste sneeuw. Holland is een nat land, overal staan plassen waarin steevast de wolkenlucht wordt weerspiegeld. Maar het is niet het somberstemmende fatalisme waarin de Russen als Sjisjkin en Levitan zich koesterden. Maris was zeker niet zwaar op de hand en stond open voor nieuwe ontwikkelingen in de schilderkunst. Wat zijn onderwerpkeus betrof, liep hij in de laatste jaren van zijn leven wèl vast. De opkomende industrialisering in Nederland, het ontstaan van de grootstad met de eerste tekenen van het haastige leven van alledag, dat soort zaken is niet in de schilderijen van Jacob Maris te vinden. Daarvoor kan de kijker beter terecht bij schilders als Hendrik Breitner, Isaac Israëls of Willem Witsen. Geen Haagse maar Amsterdamse Scholers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden