Hollandse foto’s straalden ooit van optimisme, nu van ironie

De Nederlandse fotografie staat in bloei. Dat is niet alleen af te lezen aan de aanwas van een groot aantal nieuwe fotomusea, Nederlandse fotografen die internationaal furore maken, maar ook aan een nieuw historisch handboek: ’Dutch Eyes’.

Kijken Nederlandse fotografen anders door de lens dan hun buitenlandse collega’s? Bestaat er specifiek Nederlandse fotografie? „Nu Nederlandse fotografen internationaal steeds meer aan de weg timmeren, werd het tijd voor een samenhangend en breed overzicht van de geschiedenis van de Nederlandse fotografie”, zegt Frits Gierstberg, hoofd tentoonstellingen van het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam en hoogleraar fotografie aan de Erasmus Universiteit. Hij is mede-auteur van het boek dat deze week verscheen bij de opening van het Nederlands Fotomuseum in Las Palmas in Rotterdam.

Bijna tien jaar is er gewerkt aan ’Nieuwe geschiedenis van de fotografie in Nederland – Dutch Eyes’, een loodzwaar boek met 576 pagina’s en 675 foto’s van meer dan 200 fotografen. De foto’s komen uit de collecties van het Nederlands Fotomuseum, Stedelijk Museum Amsterdam, Rijksmuseum, Prentenkabinet van de universiteitsbibliotheek Leiden en het Stadsarchief Amsterdam. Het boek, financieel mogelijk gemaakt met geld uit het legaat van amateurfotograaf Hein Wertheimer, geeft aan de hand van tien thema’s een beeld van de afgelopen 150 jaar. Het is geen encyclopedie, zegt Gierstberg, omdat het geen volledig overzicht geeft van alle ontwikkelingen en sleutelfiguren in de Nederlandse fotografie. „Maar je mag het wel als een standaardwerk beschouwen. Ik zal het mijn studenten in ieder geval van harte aanbevelen.”

Dutch Eyes kan worden gezien als de opvolger van ’Fotografie in Nederland’, het laatste grote overzichtswerk dat dateert uit 1978-1979 en de periode tot 1975 behandelt. Een nieuw standaardwerk was om meerdere redenen gewenst. De laatste decennia groeit en bloeit de fotografie als nooit tevoren en dat is onder meer af te meten aan de fotomusea die er zijn bijgekomen, het succes van fotofestivals als Noorderlicht en Naarden en de hausse aan fotoboeken over het werk van individuele Nederlandse of in Nederland werkende fotografen. Ook de exorbitante prijzen die worden betaald voor het werk van beroemde fotografen als Rineke Dijkstra, Erwin Olaf, Anton Corbijn en Inez van Lamsweerde, illustreren het: fotografie is ’hot’. Mede daardoor groeide de behoefte aan een nieuwe geschiedschrijving, waarin ook een poging zou worden gedaan om de ziel bloot te leggen van de Nederlandse fotografie.

Daar zijn we niet helemaal uitgekomen, erkent Gierstberg. „Maar ik durf wel te stellen dat Nederlandse fotografen het zo goed doen in de wereld door de combinatie van traditie en engagement en het lichte gevoel voor ironie dat ze in hun werk weten te leggen. Er zit vaak een zekere relativering in. De foto’s zijn nooit loodzwaar en daardoor vallen ze op in vergelijking met het werk van buitenlandse fotografen. Vooral de jongere generatie durft op dit punt risico’s te nemen. Fotografen als Inez van Lamsweerde, Erwin Olaf en Gerald van de Kaap doen heel gewaagde dingen.”

Bepaalde thema’s zijn nadrukkelijk aanwezig in de Nederlandse fotografie, vooral het landschap springt eruit. Dat is niet zo verwonderlijk in een land dat voortdurend op de schop gaat. Ook het water en de Hollandse polders spelen een belangrijke rol. De vroegste foto’s van het Hollandse landschap dateren uit de periode 1860 tot 1885 toen het spoorwegennet sterk werd uitgebreid. De foto’s van de bouw van bruggen over de grote waterwegen en de aanleg van het Noordzeekanaal en de Nieuwe Waterweg stralen vooral uit hoe optimistisch fotografen toen stonden tegenover de veranderingen in het landschap. De latere foto’s, zeker die van na 1970, zijn veel minder heroïsch, maar registreren op nuchtere wijze de ingrepen in de natuurlijke omgeving. De meest actuele beelden zijn de 64 opnames van Nico Bick van het tracé van de hogesnelheidstrein. Hij legde daarmee het 64 minuten durende traject vanaf de grens met België tot Amsterdam Centraal van minuut tot minuut vast. Een interessant project dat nu al schreeuwt om een vervolg, over pakweg tien jaar.

Bij alle naspeuringen die zijn gedaan voor Dutch Eyes zijn ook prachtige nieuwe dingen ontdekt, vertelt Frits Gierstberg, waaronder foto’s uit de voormalige Nederlandse koloniën. Nederlandse fotografen reisden naar Suriname en Indonesië om de lokale bevolking te fotograferen. De foto’s werden ook gebruikt voor toen al omstreden wetenschappelijke doeleinden, bijvoorbeeld schedelmetingen van Aboriginals. De foto’s van een halfnaakt Indiaans bruidspaar in Suriname (circa 1890), Batak-krijgers op Sumatra (1870) en van een ’Balineesche Schoone’ (circa 1925) confronteren ons niet alleen met de hoogtijdagen van ons koloniale en slavernijverleden, maar getuigen ook van de exclusieve Hollandse blik op ’de exotische medemens’.

Dan blijkt ook ineens waarom amateurfotografie (met dank aan Hein Wertheimer) terecht een belangrijke plaats is toebedeeld in het nieuwe nationale fotomuseum in Las Palmas. Juist familiekiekjes kunnen een belangrijke aanvulling zijn op de gangbare beeldvorming. Zeker bij de koloniale fotografie is dat het geval. De Hollandse fotografen richtten hun camera vooral op de Europese bovenlaag en exotische inheemse culturen in de voormalige koloniën. Hoe het er echt aan toeging in het dagelijks leven zien we in de familiealbums die bewaard zijn gebleven van bijvoorbeeld Jo van Rest, een Indische jongen, beroepsmilitair in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger en een verwoed amateurfotograaf. Van Rest maakte geen foto’s van diners in de Soos, maar van eten aan de kant van de weg bij een warung en van huiselijke taferelen op het achtererf. In 1950 werd hij als KNIL-militair gedwongen uit Indonesië te vertrekken. Met zijn gezin vestigde hij zich in Den Haag en ook daar fotografeerde hij hoe het hen verder verging. De foto’s uit zijn familiealbum staan nu in Dutch Eyes, dat opgedragen is aan Hein Wertheimer (1913-1997).

Nieuwe geschiedenis van de fotografie in Nederland – Dutch Eyes, redactie: Flip Bool, Mattie Boom, Frits Gierstberg, Ingeborg Leijerzapf, Adi Martis, Anneke van Veen, Hripsimé Visser, uitg. Waanders, 69,95 euro. Er is ook een Engelstalige editie.

De thema’s in dit boek komen ook aan bod op de expositie Dutch Eyes, t/m 26 aug. in het Nederlands Fotomuseum, Las Palmas, Wilhelminakade 332, Rotterdam.

Informatie op internet:

www.nederlandsfotomuseum.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden