Review

Holland-gêne nekt liefde voor Europa

Door de eeuwen heen hebben schrijvers iets met Europa gehad. Humanisten als Erasmus en Thomas Moore dachten daarbij aan een grensoverschrijdende geleerdenrepubliek, met het Latijn als voertaal.

Novalis, als zoveel romantici verteerd door heimwee naar de Middeleeuwen, droomde van een staat Gods onder het centraal gezag van keizer dan wel paus. Nietzsche markeert de opkomst van het literaire en artistieke modernisme, dat 'Europa' zegt wanneer het denkt aan de kosmopolitische Internationale met denkers, dichters en kunstenaars als voorhoede.

George Steiner, misschien wel de laatst levende modernist, definieert 'het idee Europa' in termen van cafés waar intellectuelen elkaar treffen, en van overzichtelijke landschappen waar je te voet doorheen kunt trekken, liefst converserend. Het doet allemaal rijkelijk gedateerd aan.

Als schrijvers over Europa praten, is het bijna altijd in termen van een ideaal dat zich slecht verdraagt met de wetten en praktische bezwaren van de politiek. Typerend is een uitspraak van Menno ter Braak, te vinden in het welkom dat hij de lezers van het nieuwe tijdschrift Forum (1931) toeroept: ,,Voor alles willen wij trachten 'goede Europeanen' te zijn in de zin, waarin Nietzsche dat verstond (geen Nederlandse provincialen dus, noch pan-Europeanen à la Coudenhove Kalergi).'' Voor het goede begrip: Coudenhove Kalergi was fervent pleitbezorger en pionier van Europa's politieke eenwording, iets wat ver van Ter Braaks bed lag.

Is er sinds Nietzsche iets veranderd? Zeker. Europa heeft in twee wereldoorlogen evenzovele malen zelfmoord proberen te plegen en is na reanimatie met de Marshallhulp van de Amerikaanse bevrijders verstandig genoeg geworden om uit zelfbehoud voor staat- en huishoudkundige integratie te kiezen. De eenwording heeft ons achtereenvolgens de landbouwsubsidies, de boter- en vleesberg, een supranationaal parlement, open binnengrenzen en een Atlantikwall tegen ongewenste niet-Europanen, de eenheidsmunt en ten slotte ook een echte Europese Grondwet gebracht. En heel veel scepsis, wantrouwen en frustratie vanwege ondoorzichtige besluitvorming en gebrek aan ware democratie.

De praktijk van Europa blijft ondanks alles wat er is bereikt altijd nog ver achter bij het ideaal en dus blijven schrijvers dromen. Michaël Zeeman, Bas Heijne en Hafid Bouazza hebben zich verenigd tot een driemanschap dat ter gelegenheid van Nederlands EU-voorzitterschap commentaar levert vanaf de zijlijn. Zeeman blijft nog het braafst in de pas bij de literaire traditie. Politiek, nou ja... Maar waar is de culturele dimensie van de Europese droom? Hij houdt zijn hart erbij vast, gegeven de omstandigheid dat het gros van de parlementariërs, in Nederland zo goed als in de ommelanden, niet uitblinkt door historisch inzicht.

Bas Heijne beweert al niet veel anders en Hafid Bouazza manifesteert zich als getrouw apostel van het universalistische Verlichtingsdenken door te waarschuwen tegen de dreiging van islamitisch obscurantisme. Is deze bezorgdheid ingegeven door Turkije's lidmaatschapsaanvraag, een kwestie die tijdens het Nederlandse voorzitterschap ongetwijfeld een heet hangijzer zal blijken te zijn?

Aan het begin van het Nederlandse EU-voorzitterschap is er nog een tweede gelegenheidsuitgave verschenen. Maandblad De Gids houdt (net als 'Dromen van Europa' maar liefst in vier talen tegelijk) de Nederlandse identiteit weer eens tegen het licht en geeft 27 publicisten van naam de gelegenheid er gatenkaas van te maken.

'Misverstand Nederland' is het thema en dat biedt ruimte om af te rekenen met de roep van Vermeer als een typisch Hollandse schilder, met onze vredelievendheid, tolerantie en progressiviteit, met het sprookje als zouden wij een proper volkje zijn, en met nog zo wat hardnekkige mythen en vooroordelen. Gelukkig zijn er ook medewerkers aan dit speciaalnummer (Willem Otterspeer, Maarten van Rossem en Abram de Swaan) die herinneren aan de typisch vaderlandse ziekte om alles maar niks te vinden, onszelf en onze eigen land, taal en cultuur voorop.

Het kan geen kwaad in dit verband een befaamde uitspraak van de Zuid-Nederlandse letterkundige August Vermeylen te citeren. Die schreef meer dan een eeuw geleden dat het allereerst zaak is met overtuiging Vlaming te zijn om Europeaan te kunnen worden. Met andere woorden: kun je je eigenheid niet op waarde schatten en een plaats geven, dan ben je ook niet in staat het geheel te appreciëren waar dat eigene in past. Misschien ligt hier wel een voorname oorzaak van de weerzin jegens Europa die de schrijvende intellectuelen van dit land plaagt. Wie zich ongemakkelijk voelt bij de Nederlandse identiteit, zal nooit voldoende voet aan de grond hebben om zoiets als Europese identiteit vorm te geven.

Dan Hans Magnus Enzensberger. Getuige zijn boek 'Ach Europa' begreep die vijftien jaar geleden, toen de Muur er nog stond en er hooguit in stilte te dromen viel van een Europa dat reikte tot de Zwarte Zee en de Botnische Golf, dat het mooie van het Avondland nu juist de eenheid in verscheidenheid is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden