analyse

Hoger loon kan kunstenaars ook van de wal in de sloot helpen

Kunstenaar Pip Passchier.Beeld Bram Petraeus

Met alleen een beter loon voor kunstenaars is minister Van Engelshoven er niet. Als de kunstensector niet meer te besteden krijgt, bijten kunstenaars zich alleen maar in de staart.

Kunstenaar Pip Passchier (22) werd erg blij toen ze gisteren Trouw opensloeg. Niet alleen omdat haar foto de cover van de Verdieping sierde, maar nog veel meer van het interview met cultuurminister Ingrid van Engelshoven (D66). Daarin kondigt ze aan dat kunstenaars eerlijker moeten worden betaald. Net als in andere beroepen moeten ze kunnen leven van hun werk. 

Van Engelshoven reageerde hiermee op de verhalen in deze krant over Passchier en nog drie jonge, veelbelovende kunstenaars. Alle vier worden ze zwaar onderbetaald voor hun kunst, moeten ze met bijbaantjes overleven en vragen ze zich af hoe het op langere termijn verder moet.

Er ís ook alle reden om blij te zijn met de uitspraak van de minister dat ze iets wil doen aan de gevolgen van de bezuinigingen op cultuur van de laatste jaren voor acteurs, musici en beeldend kunstenaars. Daarin staat ze niet alleen. Tijdens het cultuurdebat enkele weken geleden in de Tweede Kamer, was er brede steun voor haar visie dat een sterke cultuursector belangrijk is voor de samenleving. En dat daar ook weer in geïnvesteerd moet worden door de overheid. 

De gedachte achter de bezuinigingen dat de markt de kortingen op kunst en cultuur wel zou compenseren, is onjuist gebleken. Het is pure winst dat dat besef nu ook politiek breed is ingedaald.

Niet rijk rekenen

Maar laten Pip Passchier en al die andere (jonge) kunstenaars die op een houtje moeten bijten, zich nog maar niet rijk rekenen - of beter gezegd: minder arm. Want concrete bedragen noemt de minister niet. Dat kan ze ook niet, omdat ze nog de plannen voor 2019 en de jaren daarna moet maken. Ook blijft ze er vaag over wat precies onder een eerlijke beloning moet worden verstaan. 

Wel vindt ze dat de rijksoverheid in ieder geval het goede voorbeeld moet geven. Ze denkt daarbij aan het aanpassen van de voorwaarden om nog voor rijkssubsidie in aanmerking te komen. Dat wil ze ook vragen aan gemeenten en provincies die veel meer kunstinstellingen subsidiëren dan het Rijk. In het meest optimistische scenario zou dat er op termijn toe kunnen leiden dat ook commerciële kunstinstellingen, zoals galeries, kunstenaars fatsoenlijk gaan betalen en niet meer afschepen met een fooi of zelfs gratis laten werken.

Het is te prijzen dat de minister serieus werk wil maken van een eerlijke beloning van kunstenaars, maar er zit wel een keerzijde aan. Als de honoraria stijgen, zullen zeker de kleinere kunstpodia met hun krappe budgetten nog maar een beperkt aantal kunstenaars een optreden of expositie kunnen aanbieden. De spoeling wordt hoe dan ook dunner. 

Concurrentie kan geen kwaad, maar de kans is reëel dat juist de jonge talenten die nog geen naam hebben opgebouwd, de grootste verliezers zullen zijn. Dat leidt op termijn eerder tot afbraak dan de door de politiek gewenste versterking van de kunstsector. Met alleen eerlijk loon voor kunstenaars is de minister er niet. Ook het totale budget voor de sector zal moeten worden verhoogd.

Lees ook: Inkomen van kunstenaars is zorgwekkend

Veel kunstenaars komen amper rond, stellen de Raad voor Cultuur en de Ser. Uitholling van de culturele sector dreigt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden