Hoed de aarde. Eet knollen.

Stevenen wij af op een milieucatastrofe? In de nieuwste roman van de Canadese Margaret Atwood heeft die al plaatsgehad. Slechts twee vrouwen overleven

Hoe zou een post-apocalyptische roman of film eruitzien als de overlevenden geen mannen waren, zoals meestal het geval is, maar vrouwen? Ik probeer me dat wel eens voor te stellen en zie dan een moeder voor me die na een nucleaire ramp door een met as bedekt landschap ploetert, hoestend, verlangend naar een pak papieren zakdoekjes. Haar verongelijkte dochter loopt te kniezen en droomt van die knappe jongen uit haar klas. Ze moeten even halt houden om een overvaller dood te schieten. In een geplunderde drogisterij gaan ze op strooptocht naar tampons. Ze sjokken verder.

Margaret Atwoods nieuwste roman ’Het jaar van de vloed’ komt een heel eind aan mijn fantasie tegemoet. Waar zouden vrouwen heen moeten om te ontsnappen aan een door genmanipulatie veroorzaakte pandemie? De strenge, eenzame Toby heeft zich verschanst in kuuroord ‘AnooYoo’, waar vrouwen ooit de nieuwste verjongingsbehandelingen ondergingen. De jonge Ren zit opgesloten in haar voormalige werkplek, een stripclub waar de meisjes zich verkleedden als vissen en vogels. Beiden zijn goed getraind in survival. Ze behoren tot de Hoveniers van de Heer, een hippie-achtige religieuze groepering met een hang naar eco-terrorisme.

Atwoods boek is een anti-utopie: ze gebruikt een denkbeeldige toekomst om het heden te verhelderen of te bekritiseren. Zulke sciencefiction geldt ook als salonfühig voor literaire schrijvers. Orwell, Huxley en Doris Lessing hebben zich eraan gewaagd, evenals Cormac McCarthy (’De weg’), Kazuo Ishiguro (‘Laat me nooit alleen’) en José Saramago (’De stad der blinden’). Ook Atwood heeft in haar lange en opvallend gevarieerde carrière uitstapjes gemaakt naar sciencefiction, met als bekendste voorbeeld ‘Het verhaal van de dienstmaagd’, waarin vrouwen door een christen-fundamentalistisch regime als slavinnen worden ingezet om kinderen te baren.

’Het jaar van de vloed’ is een soort vervolg op Atwoods ‘Oryx en Crake’ uit 2003, waarin voorspeld werd dat de wereld door een ecologische catastrofe te gronde zou gaan. In dat boek verandert onze planeet in een uitgeleefde woestenij. De oude soorten sterven in rap tempo uit, terwijl multinationals in de medische sector nieuwe soorten creëren met behulp van genetische modificatie. Om de aarde te redden, ontwikkelt en verspreidt Crake – een cynische jonge wetenschapper – een virus dat de mens moet uitroeien. Homo sapiens wordt vervangen door een minder destructieve en esthetisch aantrekkelijker soort naar Crake's eigen ontwerp.

‘Het jaar van de vloed’ is een veel levendiger en origineler boek – en stukken minder deprimerend. Het wordt verteld door vrouwen en de materiële, tampon-en-kleenex-kanten van vrouwenlevens komen regelmatig aan bod. Niet voor niets belanden Toby en Ren in een schoonheidssalon en een bordeel. Atwood, een groot satiricus, verbaast zich daarbij zoals gebruikelijk over de inferieure spullen waarmee vrouwen het moeten rooien. (Op een reddingsmissie, waarbij ze gekleed gaat in een door het kuuroord verstrekte overall, verzucht Toby dat roze een vreselijk slechte schutkleur is). En terwijl ‘Oryx en Crake’ zich richtte op voorspelbare doelwitten als multinationals, de bio-industrie en genetische manipulatie, biedt Atwoods nieuwe boek een onverwachte, speelse filosofie van de verandering.

Een roman van Margaret Atwood begint meestal bij het einde, om daarna terug te springen naar het begin, vaak de kindertijd van haar personages: haar maatschappijkritiek is op zijn scherpst als ze schrijft vanuit het gezichtspunt van kinderen. Zo ook in ‘Het jaar van de vloed’. In de eerste scène Ren en Toby wachten tot de epidemie uitgewoed is, pas daarna krijgen we meer te horen over hun verleden bij de Hoveniers van de Heer. Ren trad als kind al toe, in het kielzog van haar moeders seksuele obsessie met de mysterieuze Zeb. De iets oudere Toby, wier ouders zijn vermoord door een sinister farmaceutisch bedrijf, werd door de Hoveniers gered uit de klauwen van haar sadistische baas. Door hun ogen leren we het bonte maar alleszins innemende gezelschap van de Hoveniers kennen.

De Hoveniers van de Heer geloven dat de mens is aangesteld als hoeder van Gods schepping. Ze bivakkeren als krakers in een vervallen stadswijk, ergens in wat vroeger de Verenigde Staten was. (De Canadese Atwood situeert haar anti-utopieën bij voorkeur bij de zuiderburen.) Ze houden zich bezig met biologisch dakterrastuinieren, dragen zelfgeverfde kleren die eruitzien alsof ze in elkaar waren genaaid ’door elfjes die te veel hasj gerookt hadden’, ze eten knollen, en zijn tegen het gebruik van deodorant. Ze eren beschermheiligen als Sint-Maria Sibylla Merian, Sint-Dian Fossey en Sint-Jacques Cousteau. Ze lijken een ’stelletje lieve maar waanzinnige excentriekelingen’. Maar hun geestelijk leider, Adam Eén, leert zijn volgelingen niet alleen hun eigen eten te verbouwen en te recyclen, maar brengt hun ook survivaltechnieken bij en laat ze ‘Ararats’ aanleggen, noodvoorraden blikvoedsel voor wanneer de ‘Waterloze Vloed’ komt. De Hoveniers weten zich ook te verdedigen. Zoals een van hen filosofisch opmerkt: „God zou geen giftige paddestoelen hebben gemaakt als het niet Zijn bedoeling was dat we ze soms zouden gebruiken.”

De preken van Adam Eén zijn een liefdevolle en uiterst humoristische parodie op de worsteling van het christendom met wetenschap en evolutie. Wanneer hij voor zijn overtuigd vegetarische gehoor de zondeval behandelt, oreert Adam Eén: „Sommigen beweren dat de Vrucht van de Boom van Kennis van Goed en Kwaad een vijg was, anderen geven de voorkeur aan een dadel, nog weer anderen aan een granaatappel. Het zou zinvol zijn geweest als dat voedsel werkelijk duivels geweest was, een stuk vlees, een biefstuk bijvoorbeeld. Waarom dan een Vrucht? Ongetwijfeld omdat onze Voorouders Vruchtivoren waren en ze alleen door een Vrucht in verleiding konden worden gebracht.”

Tegelijk zijn de preken een half-serieuze oproep om het milieu te beschermen, om Gods schepping te eren. Hun ’Dakhof van Eden’ en hun vegetarische kooksels zullen de wereld niet redden. Toch gelooft Adam Eén dat zij „een baken van hoop moeten zijn, want als je tegen mensen zegt dat er niets is wat ze kunnen doen, dan gaan ze dingen doen die nog erger zijn”.

Een apocalyptische waarschuwing over de uitputting van de aarde is misschien niet direct wat je van Atwood zou verwachten, maar we kennen haar al als een veelzijdig schrijfster. Haar boeken kunnen zich afspelen aan de negentiende-eeuwse Canadese ‘frontier’ (‘Alias Grace’), maar ook op een politiek instabiel Caribisch eiland (’Lichamelijk letsel’). Machtsrelaties en politiek zijn in haar werk vaste thema’s, die soms op de voorgrond staan en soms als achtergrond fungeren bij haar favoriete onderwerp: de gespannen (machts)-verhoudingen tussen mannen en vrouwen, volwassenen en kinderen. Bekende Atwood-thema's duiken ook op in ‘Het jaar van de vloed’: zelfbedrog, rivaliteit tussen vrouwen, pesterijen onder meisjes. Tegen het einde van het boek is er nog maar een handjevol mensen op aarde over, maar zelfs die kunnen geen afstand doen van het oeroude verlangen aantrekkelijk gevonden te worden. Atwoods sympathie voor deze zeer menselijke personages verdiept de toch al aanzienlijke thematische rijkdom van het boek.

De verhaalstructuur van ‘Het jaar van de vloed’ lijkt op die van een thriller: langzame opbouw, korte periode van koortsachtige actie, plotseling einde. Het verhaal rammelt weleens, maar erg is dat niet. Deze filosofische avonturenroman is de onderhoudendste Atwood-roman in jaren. De schrijfster schijnt plannen te hebben voor een derde deel in de serie. Ik ben benieuwd welke verrassende plots ze nog meer zal ontlenen aan het advies om je eigen tuin te onderhouden.

Ren en Toby zijn als enigen overgebleven, nadat alle medewereldburgers door onze roekeloze omgang met de aarde zijn weggevaagd. (FOTO AFP ) Beeld AFP
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden