Review

Hoe zuster Giuseppe Witlox de expositie opende

Amsterdamse kloosters in de Middeleeuwen, t/m 13 april, Agnietenkapel, Oudezijds Voorburgwal 231, (halte Munt of Waterlooplein) Amsterdam. ma-vr 9-17u, zo 14-17; gesloten 28-31/3. Concert uit o.m. het Graduale (gezangboek) van het Agnietenklooster: 24/2, Waalse Kerk. Inl. over lezingen etc.: 020-5253339. Catalogus: Marian Schilder (red.) uitg. Vossiuspers, geïll, 200 pp, ¿ 29,50.

PIETER VAN DER VEN

Zeshonderd jaar geleden, op het feest van de heilige Agnes in 1397, betrok een gemeenschap van clarissen haar nieuwe behuizing aan de Oudezijds Voorburgwal - het agnietenklooster. Het was de korte hoogbloei van het kloosterleven in de stad die nooit een paradijs is geweest voor prinsen, bisschoppen en clercken: al honderd jaar later trad verval in, tot de protestanten in 1578 alle kloosters afschaften. Van de meeste rest geen spoor meer, behalve enkele straatnamen: Reguliersbreestraat, Cellebroesstraat, Klooster, Karthuizerstraat, Bethaniënstraat. Maar de Agnietenkapel staat er nog - niet meer die van 1397, want in 1452 werd dit ghehele convent verbrant totte pulver toe also datter niet overgebleven en is dan ene balck en een clein houten kisgen... In 1470 werd de kapel herbouwd en die staat er nu nog.

Toen de nonnen waren verdreven, werd het pand eerst een opslagplaats voor de Admiraliteit, daarna als Athenaeum Illustre de basis van de Universiteit van Amsterdam. En zo lezen we het in vergulde letters op het smeedijzeren hek. Binnen is nu het universiteitsmuseum gevestigd, met de kapel boven nog steeds als gehoorzaal. Hier hebben Barlaeus en Vossius gedoceerd, maar vóór hen hebben een eeuw lang vele vrome vrouwen met hun ijle stemmen zevenmaal zevenmaal in de week Gods lof gezongen.

In de bijruimten van de kapel is de komende drie maanden een bescheiden expositie ingericht over die vervlogen geschiedenis. Met excuses voor het toch toepasselijke cliché: maar er moet monnikenarbeid zijn verricht om van het weinige dat rest zoveel bij elkaar te brengen. Pannen en potjes, een enkel stuk liturgisch vaatwerk, prenten, schilderijen: in de Amsterdamse kloosters ging het kennelijk sober toe; de weelde van de laat-middeleeuwse kloosters in zuidelijker streken heeft men in Amsterdam nooit gekend. De Gouden Eeuw kwam voor de kloosters een paar eeuwen te laat.

Het belangrijkste en uiteindelijk best bewaarde bezit zijn de boeken, oude handschriften en nog enige incunabelen. In de vitrines treffen we er enkele van aan, inclusief de oudste Nederlandse (Delftse) bijbelvertaling.

Jonge onderzoekers hebben veel in kaart gebracht; geduldig hebben ze oude handschriften ontcijferd, boodschappenlijstjes, beuzelpraat, regels tot en met het maximum van achtmaal 's jaars de immer gesluierde kop wassen. In Amsterdam hebben kennelijk de Hadewych's, Julia's, Teresa's niet kunnen gedijen, zelfs geen suster Bertken, zoals in Utrecht.

Prof. Kees Fens, die de tentoonstelling inleidde, sprak van een gemeenschappelijk kenmerk van elk klooster: dat er niets gebeurt. “Een klein leven, eentonig, niet heilig, devoot, conformistisch, braaf. De regels zijn bekend, maar de beleving ervan kunnen we niet weten, horen we niet te weten, hooguit te vermoeden,” aldus Fens.

Hij sprak met naast zich een levensgroot geraamte. Kwam dit ook uit de kloosterboedels - een soort memento mori, waar de nonnen zich tijdens het koorgebed naast het kruis op konden fixeren? Dat bleek niet het geval. De ruimte wordt kennelijk tegelijk voor wereldse doeleinden gebruikt - studententheater. Dat is spijtig, want juist de kapel zou, als ze leeg was, zonder die vervreemdende prullenboel, voor de bezoekers dat 'vermoeden' van Fens dichterbij kunnen halen, door een middelpunt te zijn van meditatie, van stilte en muziek.

Nu overheerste het sfeerloze van een zaaltje voor patronaatstoneel en bleven de nonnen een verre curiositeit.

Dat kan nog anders worden voor wie de moeite neemt het wekelijkse programma te volgen dat de organisatie vanaf 18 februari heeft belegd: een reeks avondlezingen over de ontwikkeling van het kloosterleven in Holland, de Moderne Devotie, kloostergebouwen en nog meer. Ook is er tijdens het bezoek een video te zien, gebaseerd op de kroniek van het Agnietenklooster. Maar mooie plaatjes van in kap en pij verklede studentes bij tegenlicht zijn, goedbedoeld, toch te nep om er warm van te worden.

Ook aan de jonge generatie is gedacht - een educatief programma voor de laagste klassen over kloosterleven in de Middeleeuwen. De vraag bekruipt je hoe het gesteld is met hun kennis over kloosters nu, dat dit leven nog steeds honderdduizenden vrouwen ter wereld bezielt, ook al wassen zij zich dagelijks.

Onder de gelijkname titel is bij de tentoonstelling een royaal geïllu-streerde catalogus verschenen met achtergrondartikelen van de mensen die aan het project hebben meegewerkt. De moeite en het offer van de aanschaf waard, ook voor wie er niet toe komt de tentoonstelling zelf te bezoeken.

In de Amsterdamse binnenstad treffen we vandaag eigenlijk nog maar één klooster aan: dat van de zusters augustinessen van sint Monica aan de Warmoesstraat, achter de Dam - zoete inval voor de zelfkant van de stad, dak- en thuislozen, verslaafden, vrouwen die thuis klappen wachten. Daar voelden in de Middeleeuwen de meeste kloosters zich bepaald niet toe geroepen. Zij waren in zichzelf gekeerd en voorzagen met handenarbeid in hun onderhoud.

De middeleeuwse kloosters lagen aan de zuidoostflank van de oude stad op een kluitje bij elkaar. Een klooster was de rustigste buur die een klooster zich kon wensen. Het gebied stond wel bekend als de 'Stille Zijde'. Toen de zusters van de Warmoesstraat zich in dezelfde buurt vestigden was er van dat stille niets meer over.

Deze congregatie werd pas in de jaren dertig opgericht; ze is al weer sterk vergrijsd en heeft naar de mens gesproken weinig toekomst, een korter leven dan de ongeveer 170 jaar van de meeste Amsterdamse kloosters toen. Wat de Warmoesstraat bindt met de zusters van vijf, zes eeuwen geleden is de 1600 jaar oude regel van Augustinus en wellicht het geloof dat zij iets weten en beleven waar anderen ten hoogste een vermoeden van hebben. In zekere zin was het toch een verre geestelijke nazaat der agnieten, die in de persoon van zuster Giuseppe Witlox de expositie opende.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden