null

InterviewsSchrijfkoorts

Hoe word je als schrijver ontdekt?

Beeld Suzan Hijink

Het is uitzonderlijk dat een debutant uit de stapel ingezonden manuscripten wordt geplukt. Hoe wordt literair talent dan ontdekt? Een schrijfdocent, een literair agent en een redacteur van een uitgeverij vertellen. En acht droomdebuten, uitzonderingen die de regel bevestigen.

‘Wat wij doen is geen hobby, het is een vak’

Willem Bisseling (38), mede-eigenaar van literair agentschap Sebes & Bisseling. Sprak zich onlangs in een opiniestuk uit tegen het ongevraagd opsturen van manuscripten.

“Wat wij doen is niet een hobby – dat was de eigenlijke boodschap van mijn opiniestuk in de Volkskrant. Ik zit niet de hele dag voor de lol manuscripten te lezen; het is een vak en het lijkt soms of daar een zekere minachting voor is. Althans, zo ervaar ik dat als sommige mensen rücksichtslos hun manuscript opsturen met een houding van ‘lees dit effe’.

Op het gebied van schrijven lijden veel mensen toch aan een vorm van zelfoverschatting. ­Iedereen leert natuurlijk lezen en schrijven, maar een paar ­alinea’s achter elkaar zetten, ­betekent nog niet dat je een publicabel boek in handen hebt.

Bij ons agentschap kregen we zo’n duizend manuscripten per jaar opgestuurd. Die vormen de zogeheten slushpile. Een paar maanden geleden besloten we om ongevraagde manuscripten niet meer te accepteren, met als belangrijkste reden: het gebrek aan kwaliteit. Ik haal er gewoon niks uit, terwijl het een enorme administratie en ureninvestering vraagt. Als ik daarmee die éne parel misloop, dan is dat jammer, maar een overbrugbaar risico. Ik geloof dat echt talentvolle schrijvers toch wel op ons pad komen.

Willem Bisseling Beeld Wout Jan Balhuizen
Willem BisselingBeeld Wout Jan Balhuizen

Daarvoor zullen beginnend auteurs zich moeten verdiepen in het vak. Zoek uit hoe het systeem van uitgeverijen en agentschappen werkt, hoe andere auteurs zijn doorgebroken. Ga naar lezingen, volg een opleiding, doe mee aan een wedstrijd. Dat zijn de plekken die ik als literair agent in de gaten houd. Maar de realiteit is hard: er is maar weinig plek op de markt voor debutanten, laat staan dat het een succes wordt. Lale Gül is er sinds lange tijd weer zo eentje. Daarvoor had je Marieke Lucas Rijneveld, dáárvoor Lize Spit en ­Murat Isik. Dat is niet eens één per jaar.

Toch blijven mensen dat film­scenario voor zich zien: hoofdpersonage werkt zich uit de naad op zijn zolderkamertje, het manuscript belandt bij een literair agent en de schellen vallen van zijn ogen – zo briljant is het. En laat er geen misverstand over bestaan: ik zou wíllen dat het zo was. Laatst zei ik nog tegen mijn collega dat ik wel weer eens zin heb in een heel goed literair debuut, maar de realiteit leert dat je dat niet vindt in wat er ongevraagd binnenkomt.

Ik heb eerder met boze mensen te maken gehad, als ik hun manuscript afwees, maar na het stuk in de Volkskrant kreeg ik echt haatmail. Woedend waren sommigen. Ik kreeg kritiek dat ik mijn ‘machtspositie’ uitbuitte. Natuurlijk is het ergens waar dat wij bepalen wiens manuscript we verkopen of niet. Maar wij worden ook gedreven door wat de uitgever en consument willen. Als die miljoen mensen die een boek zouden willen schrijven, óók allemaal ieder jaar een boek van een debutant kopen, is het probleem opgelost.”

‘Als ik blij verrast zit te hummen, is het goed’

Marscha Holman (38), adjunct-uitgever en redacteur bij uitgeverij Das Mag. Begeleidde onlangs het succesvolle debuut van Sofie Lakmaker De geschiedenis van mijn seksualiteit.

“Een goed boek bevat twee elementen: mooie zinnen en een goed verhaal. Dat blijkt toch een vrij uitzonderlijk combinatie. In de zes jaar dat ik bij uitgeverij Prometheus werkte, kwamen er zo’n tweehonderd manuscripten per jaar binnen. Die stonden vaak bol van de filosofische, diep doorwrochte zinnen zonder een greintje humor. Ook was het de periode dat Fifty Shades of Grey populair was, dus kregen we ­ontzettend veel verhalen opgestuurd over seksuele relaties en escapades van mensen. Na een halve pagina wist je het vaak al: dit is niks.

Bij Das Mag geven we maar vijftien boeken per jaar uit. Gemiddeld publiceren we één debutant per jaar, dit jaar toevallig drie. Eén daarvan was Sofie Lakmaker. Ze deed mee aan ons jaarlijkse Zomerkamp voor schrijf­talent. Ze had toen al een uitzonderlijk goed verhaal, verteld met een eigen, oorspronkelijke stem met veel humor. Ik weet van mezelf: als ik iets lees en ik maak dit geluidje: ‘hm!?’ – een soort blij verrast hummen – dan is het goed.

De manier waarop auteurs hier binnen komen, is vaak via via. Het is gewoon een klein wereldje en daar kun je maar beter transparant over zijn. Zo is mijn vriend, Jelle Brandt Corstius, ook aangesloten bij onze uitgeverij. En Sofie is het zusje van Daniël van der Meer, de oprichter van Das Mag. Hoewel we het geanonimiseerde verhaal van Sofie blind uit de aanmeldingsstapel voor het Zomerkamp hebben geplukt, moest Daniël echt overgehaald worden om Sofies verhaal uit te geven. Voor de publieke opinie is het toch lastig.

Marscha Holman Beeld Mounir Raji
Marscha HolmanBeeld Mounir Raji

In andere gevallen wordt nieuw talent aangedragen door andere schrijvers uit ons fonds of via ­publicaties in een literair tijdschrift. Mensen moeten jou en je werk leren kennen, daar komt het op neer. Ja, ik geef ook de voorkeur aan het romantische beeld van die ene parel die vanuit het niks wordt ontdekt, maar dat is niet de wereld zoals ie is. Tegelijkertijd vind ik dat je moet vechten om het ook op andere manieren voor elkaar te krijgen. Zo vragen we onze auteur Brian Elstak of hij onze Zomerkamp-aankondiging wil delen op zijn social media; hij spreekt veel jongeren aan en is actief in de kunst- en muziekwereld. Of werven we bij de deelnemers van de El Hizjra-Literatuurprijs voor schrijftalent met een bi­culturele achtergrond.

Het is lastig dat je als beginnend auteur vooral niet verlegen moet zijn. Je moet maar zo dapper zijn om mee te doen aan een schrijfwedstrijd, of een kritische meelezer écht eerlijk te vragen wat hij er van vindt. Maar doe het – dat zou mijn tip zijn. De best verkopende auteurs ter wereld als J.K. Rowling of Stephen King zijn vaak afgewezen voordat ze doorbraken. Put daar hoop en moed uit.”

‘Dat ik er tussenuit ben gevist, bleek achteraf zeer uitzonderlijk’

Pauline Slot (60), auteur van romans en non-fictieboeken. Daarnaast geeft ze les aan de Schrijversvakschool en doceert ze creatief schrijven aan de Universiteit Leiden.

“‘Weer heerlijk mislukt!’ roepen we op mijn schildercursus aan het eind van de avond over ons werk. Als beginners hebben we nog geen idee wat we aan het doen zijn, en dat weten we. Dat is in mijn schrijfcursussen nog weleens anders. Mensen komen vaak binnen met een kant-en-klaar idee voor een boek, de droom dat een uitgeverij het boek publiceert en dat het óók nog een groot succes wordt. ­Terwijl bij die schildercursus werkelijk niemand de verwachting koestert om volgend jaar in een prominente galerie in Amsterdam te hangen en ladingen schilderijen te verkopen. Dat vind ik wel een grappig verschil.

Dat komt denk ik doordat schrijverscursisten wel de techniek beheersen van het zinnen maken, maar niet beseffen hoe ­ingewikkeld het is om daadwerkelijk een bijzonder boek te schrijven. Ik ben altijd blij als cursisten dat gedurende de cursus concluderen. En dan toch lekker aan het werk gaan.

Zelf werkte ik twee jaar lang in het diepste geheim aan mijn ­manuscript. Ik was 37 en benieuwd of iemand het wilde uitgeven. Dikke stapels papier stuurde ik naar allerlei uitgeverijen. Ik weet nog hoe twee dagen later – plof! – één van die zware pakken weer op mijn deurmat viel. Er zat een akelig briefje bij dat er ‘nooit iemand zou zijn die dit werk zou willen lezen’. Oef. Pijnlijk was dat.

Pauline Slot  Beeld Koos Breukel
Pauline SlotBeeld Koos Breukel

Gelukkig ontving ik daarna goed bericht: De Arbeiderspers had wél interesse. Uiteindelijk zijn er 130.000 exemplaren van ­Zuiderkruis verkocht en was dat het best verkochte debuut van 1999. Dat ik als onbekende naam uit die slushpile ben gevist, bleek achteraf zeer uitzonderlijk. Toch voel ik geen enorme trots dat me dat gelukt is. Ja, ik kan schrijven, maar dat is het nooit alleen. Dit was ook gewoon het juiste verhaal op het juiste moment.

Wel ben ik dankbaar dat ik toentertijd mijn manuscript ongevraagd op mocht sturen. Ik weet niet of ik er anders door was gekomen. Netwerken ligt niet in mijn aard en aan een verhalenwedstrijd had ik niet mee willen doen; ik ben echt een romanschrijver. Aan de andere kant kan ik uitgeverijen goed begrijpen die een manuscriptenstop inlassen. Het is ook haast niet te doen om al die verhalen te lezen en beoordelen als dat maar één boek per jaar oplevert.

Ik geef mijn cursisten mee om vooral plezier te hebben in het schrijfproces. Zelf iets maken is altijd van waarde. Maar of een verhaal dan geschikt is om uit te geven, dat valt buiten mijn jurisdictie. Bovendien blijft het een feit dat er duizenden mensen zijn met schrijfambities en er jaarlijks maar enkele tientallen debuten worden uitgegeven. Die realiteitszin moeten we met elkaar hebben in dit vak.”

DROOMDEBUTEN
De eerste roman schoot deze schrijvers rechtstreeks naar de literaire eregalerij. Het kan dus wel.

null Beeld

Blauwe maandagen van Arnon Grunberg: Dé must-read van 1994

Het debuut van een geboren verteller, recenseerde deze krant in 1994. Blauwe maan­dagen was dé must-read van 1994. Auteur: de 23-jarige ­Arnon Grunberg, ex-leerling van het Vossius Gymnasium in Amsterdam, maar van school gestuurd nadat hij tweemaal was blijven zitten, en daarna onder meer hulpje in een apotheek. Eigenlijk wilde hij acteur worden, maar het sterk autobiografische Blauwe maandagen luidde een uiterst succesvolle loopbaan als schrijver, essayist, columnist en media-persoonlijkheid in. Het boek behandelt verschillende episoden in het leven van de hoofdpersoon op weg naar volwassenheid, met de nodige alcohol en betaalde seks. Grunberg werd ervoor beloond met de Anton Wachterprijs voor het beste debuut en het Gouden Ezelsoor voor het best verkochte debuut.

De wetten van Connie Palmen: Een media-event

“Laten we zeggen drie weken geleden was u nog onbekend, nu bent u een media-event. O, dat rijmt.’’ Zo opende Ischa Meijer in 1991 zijn legendarische radio-interview met debutant Connie Palmen (toen 35). Aanleiding voor de paginagrote foto’s, de lovende recensies, het interview, de hype, kortom, was haar debuut De wetten, een filosofische roman waarin alter ego Marie Deniet, student filosofie, zeven mannen ontmoet die haar de wetten van het bestaan voorleggen; onder meer een astroloog, een epilepticus, een priester. De wetten was spraakmakend, niet onomstreden, en in het eerste jaar goed voor 400.000 verkochte exemplaren. Het was het begin van een roemrijke schrijfcarrière, waarin Palmens zelfverklaarde streven naar betekenisvol werk én een grote liefde vaker verwikkeld raakten.

De avonden van Gerard Reve: Grotesk en bevrijdend

Niet alleen Arnon Grunberg, ook Gerard Reve (1923-2006) strandde op het Amsterdamse Vossius Gymnasium. Hij volgde daarna een opleiding tot typograaf en was rechtbankverslaggever. Zijn romandebuut De avonden (1947) publiceerde hij aanvankelijk als Simon van het Reve. De in schemertinten geschreven roman behandelt tien winterse dagen uit het leven van kantoorklerk Frits van Egters. De avonden, dat Reve schreef op advies van zijn psychiater, geldt nog altijd als een hoogtepunt van de Nederlandse literatuur. Het werd in het verschijningsjaar bekroond met de Reina Prinsen Geerligsprijs. De recensies waren verdeeld, van naargeestig en schrikbarend (Godfried Bomans) tot grotesk en bevrijdend (Simon Vestdijk). Het verkocht goed, maar pas in de jaren zestig kwam de loop er echt in.

Dorsvloer vol confetti van Franca Treur: Haar eigen feestje

De wereld is een dorsvloer waar God kaf en koren, uitverkorenen en verworpenen, van elkaar scheidt. Franca Treur (1979) groeide op in een Zeeuwse orthodoxe boerengemeenschap. Tegen die achtergrond speelt haar zeer succesvolle debuutroman Dorsvloer vol confetti (2009) zich af. De twaalfjarige Katelijne bouwt haar eigen feestje, zoals wanneer ze op het huwelijk van haar broer met confetti strooit, geknipt uit de Saambinder en de Gezinsgids – Treur beschouwt ook haar eigen jeugd zeker niet als ongelukkig. De combinatie van diepgelovige setting en lichte toon sloeg aan, getuige de 150.000 verkochte exemplaren, verschillende prijzen en nominaties, én een verfilming. Lezers van deze krant kennen Treur onder meer van een wisselcolumn die ze schreef met Gerbrand Bakker.Bron:Bijschrift

null Beeld

De avond is ongemak van Marieke Lucas Rijneveld: Buitenlands succes

Hier sjoemelen we een beetje, want Marieke Lucas Rijneveld had al de bekroonde dicht­bundel Kalfsvlies (2015) uitgebracht. De avond is ongemak (2018) was haar romandebuut, en daarmee wist de schrijver, tevens deeltijdwerker bij een melkveebedrijf, het grote publiek in één klap voor zich te winnen. Ook over de grens: Rijneveld kreeg er de International Booker Prize 2020 voor, als eerste Nederlandse schrijver. De setting – streng gelovig ­gezin op het platteland – kan nauwelijks vernieuwend worden genoemd, zie ook elders op deze pagina’s. Maar de manier waarop ze in de huid kruipt van de twaalfjarige Jas, die zich staande probeert te houden in een gezin dat volkomen uit het lood is geslagen door de dood van een kind, bracht recensenten tot het ene na het andere superlatief.

Bonita Avenue van Peter Buwalda: Met een zetje van Matthijs

Zou Bonita Avenue (2010) net zo’n doorslaand succes zijn geworden zonder De wereld draait door? Het debuut van ­Peter Buwalda lag al even in de boekhandels, verkocht aardig, maar na een paar minuten aandacht van Matthijs van Nieuwkerk was er geen houden meer aan: 350.000 verkochte exemplaren, vertalingen in twintig landen, een regen van prijzen en nominaties. Spannend is de lijvige roman zeker, en stilistisch dik in orde. De stiefdochter van een ambitieuze rector magnificus van Tubantia University is betrokken bij louche zaakjes. Er ontspint zich een ­familiedrama tegen de achtergrond van de Enschedese vuurwerkramp. Buwalda werkte er vier jaar lang aan, zeven dagen per week. Eerder was hij redacteur van verschillende uitgeverijen en medeoprichter van een literair poptijdschrift.

Bleekers zomer van Mensje van Keulen: Gootsteenrealisme

Met Bleekers zomer (1972) introduceerde Mensje van Keulen het gootsteenrealisme in de Nederlandse literatuur, iets wat meer auteurs zochten in de jaren zeventig. Niet iedereen was enthousiast over haar debuut, vertelde ze vorig jaar nog in deze krant. Een aantal lezers vond het in het eigen leven gewortelde verhaal over de Haagse Bleeker die zijn gezin verlaat en op avontuur gaat op de Amsterdamse Zeedijk benauwend, een ander deel kon lachen om de lichtvoetig opgediende ­misère. ‘Een man zoals u en ik is Willem Bleeker’, noteerde Gerrit Komrij in zijn recensie, ‘gedoemd om met hangende pootjes terug te gaan.’ Bleekers zomer was vooral een kritisch succes, geen bestseller, maar het maakte direct een hit van de auteur, een van de weinige vrouwen destijds in grootstedelijke literaire kringen.

Boven is het stil van Gerbrand Bakker: Direct in de eredivisie

‘Ik heb vader naar boven gedaan.’ Met die prachtzin begint het literaire debuut van Gerbrand Bakker (1962) over de ­introverte vijftiger Helmer. Die leidt een bewegingloos bestaan op de boerderij tot de zoon van zijn verongelukte broer opduikt om als knecht voor hem te werken. Een sober landschap, sobere taal, subtiele homo-erotiek: het veelvuldig in binnen- en buitenland bekroonde Boven is het stil (2006) bracht Bakker meteen in de literaire eredivisie. Het verscheen uiteindelijk in zo’n dertig talen, er kwam een toneelstuk, en een film. Bakker publiceerde eerder al een jeugdwoordenboek en -roman. Verder op zijn cv: hovenier, schaatsinstructeur, columnist en voormalig ondertitelaar (van The Bold and the Beautiful!).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden