Review

Hoe vrij is zij?

Op MTV, in het centrum van Utrecht, in bushokjes: overal worden we geconfronteerd met schaars geklede vrouwen. Protesten komen vooral uit conservatieve hoek. Maar hoe bevrijdend zijn al die schuddende borsten en billen eigenlijk voor vrouwen zelf? De Amerikaanse journaliste Ariel Levy vroeg vrouwen – en jonge meisjes – wat ze winnen bij hoerig gedrag. Niet zo veel.

Julie Phillips

Een gigantische billboard met daarop een model in gouden bikini hangt in het centrum van Utrecht. Solliciteert het naar een feministische verfbom? Is het een gezonde uitdrukking van seksuele bevrijding? Mogen we genieten van zoveel naaktheid? Of is het model gewoon idioot slank? Stel dat ze 45 was geweest? Of een mollige vrouw uit een Dove-reclame?

De ironie is dat de reclame zich niet eens richt op mannen, maar op vrouwen en hun koopkracht. De megaposter van lingerieketen Hunkemöller draait niet om de wens de vrouw op de foto te hébben, maar om op haar te lijken. Op het eerste gezicht promoot het wat Heleen van Royen en Marlies Dekkers stellen in hun boek ’Stout’: sexy kleding is een teken van zelfvertrouwen en kracht, en dus ook van macht.

Maar is dit echt de macht die het feminisme ons ooit beloofde? Als ik, pakweg, een jonge communicatie-medewerkster was die lange dagen maakte, kan ik me voorstellen dat het kopen van een dure, sexy beha mij een kick zou geven. Maar zelfs Erica Jong, de vrijgevochten schrijfster van ’Het ritsloze nummer’, bekende onlangs tegenover Ariel Levy dat ze weliswaar niets heeft tegen het showen van borsten en billen, maar dat we dat niet moeten verwarren met échte macht: „Ik zie niet graag dat vrouwen voor de gek worden gehouden.’’

Dat is volgens Levy wél wat westerse vrouwen overkomt. In haar in 2005 uitgekomen en nu vertaalde boek ’Female Chauvinist Pigs - De opkomst van de bimbo-cultuur’ betoogt ze dat er niets mis is met de wens er sexy uit te zien, maar dat vrouwen, tienermeisjes vooral, hun seksualiteit tegenwoordig laten annexeren door ’de ranzige esthetiek van een toplessbar of een fotoreportage voor Penthouse’. Madonna en Carrie Bradshaw mogen dan de vlag van de seksuele bevrijding voeren, de enige seksualiteit die wij volgens Levy nog herkennen, is de massa-geproduceerde hoerigheid van MTV en YouTube, waar meisjes van twaalf pornografische video’s van zichzelf plaatsen, in de hoop zo populairder op school te worden.

Levy, geboren in 1974 en journaliste, beschrijft de ervaringen van hoogopgeleide vrouwen uit haar eigen, New Yorkse milieu. Begin jaren negentig kreeg het feminisme daar een nieuwe impuls, waarbij het veranderde van een strenge, moralistische naar een open, sexy en uitbundige beweging. Een beetje wat van Van Royen en Dekkers nu hier proberen: het feminisme heruitvinden zonder het plezier van het vrouw-zijn uit te bannen.

Maar aan het eind van dat decennium begon de seks wel erg veel terrein te winnen. In 1998 bracht Britney Spears haar eerste videoclip uit, en datzelfde jaar was ’Sex and the City’ voor het eerst op tv te zien. Hoewel de wereld van deze serie absurd weinig leek op het New York waar ik woonde toen ik in de twintig was - weinig geld, weinig vriendjes - oefenden de fantasieën over seks en winkelen op veel vrouwen kennelijk toch een grote aantrekkingskracht uit. Levy’s vriendinnen bezochten inmiddels op hun vrije avond stripclubs. En op tv zag ze advertenties voor video’s als ’Girls Gone Wild’ voorbijkomen, waarin dronken meisjes in uitgaansgebieden hun slipjes omlaag trokken voor de camera. Terwijl hun borstomvang almaar leek toe te nemen, soms bedekt door T-shirts met het opdruk ’porn star’, verdween het schaamhaar in Amerika even snel als het regenwoud in de Amazone, waardoor een gebied kwam bloot te liggen dat vroeg om nieuwe richtlijnen. Wat was er aan de hand?

Levy vond het hoog tijd voor een onderzoek, al beperkte ze zich wel tot haar blanke, progressieve, stedelijke omgeving. (Haar boek behandelt bijvoorbeeld niet de hiphopcultuur, en citeert maar één conservatieve vrouw.)

Ze stelt vast dat sommige vrouwen zich uitdagend kleden uit rebellie tegen het ’prinsesje’-imago. En dat anderen stripclubs bezoeken om te laten zien hoe vrijgevochten ze zijn, om als een man te loeren in plaats van beloerd te worden, terwijl ze zich tegelijk superieur kunnen voelen aan de vrouwen die zich staan uit te sloven aan de palen.

Weer andere vrouwen kleden zich sexy om mannen te veroveren. Zij zijn met een inhaalslag bezig, ook ’op het van oudsher mannelijke terrein van het seksuele opportunisme’. Met name de laatste twee groepen betitelt Levy als female chauvinist pigs, vrouwelijke seksisten.

Je kunt je afvragen of hun gedrag wel een probleem is. De combinatie van overmoed, naïviteit en slechte smaak die vrouwen ertoe verleidt om zich klem te zuipen in Miami en hun borsten te laten zien voor ’Girls Gone Wild’ is meestal van korte duur. Voor je het weet worstelen die meisjes met andere problemen: het combineren van werk, gezin en hypotheek. Waarom zouden ze niet genieten zo lang het nog kan?

Het punt is dat de meesten er niet bepaald uithalen wat er in zit. Levy citeert een paar meisjes die vertellen dat ze genieten van het stout-zijn, van het veroveren van mannen, maar die toegeven dat dit niet automatisch leidt tot plezier in bed.

Meg, een advocate en triatleet, vertelt Levy: „Ik hou niet speciaal van seks, het is niet zo dat ik daar nou zo dol op ben. Het gaat er meer om dat ik mijn zin krijg. Ik hou van het gevoel dat ik gewonnen heb, daar draait het denk ik om.”

De 29-jarige Annie: „Ik heb een heleboel waardeloze ervaringen achter de rug, maar die neem ik op de koop toe, want ik wil gewoon meer kerfjes op mijn stok.” (183). Ze noemt het ’een soort koopseks’, (185) en ze vermoedt dat ze eraan meedoet om zichzelf te bewijzen dat ze net zo aantrekkelijk is als de Pamela Andersons die de norm bepalen.

Maar het zijn de tienermeisjes die het meeste lijden onder de bimbo-cultuur. Terwijl hun moeders hun borsten laten liften en naar de echte ’Material Girl’ luisteren (die bij de MTV Awards nog met Britney Spears stond te tongzoenen–iets wat zo in een ’Girls Gone Wild-video’ had gepast) hebben zij te maken met de meedogenloze rivaliteit van de middelbare school, waar negentig procent van de jongens verliefd is op tien procent van de meisjes en andersom.

Veel meisjes zijn tot alles bereid om bij die tien procent te horen, en volgens Levy betekent ’alles’ niet alleen uitdagende kleding, maar ook twaalfjarigen die seks hebben om er nadien over op te kunnen scheppen. Een meisje dat actief haar eigen seksuele genot nastreeft – bijvoorbeeld door orale seks te vrágen in plaats van een jongen te pijpen – wordt volgens Levy beschouwd als ’raar’. En voor je status is het juist essentieel om bekend te staan als ’gewillig’.

Aandacht van jongens heeft het aanzien van meisjes op de middelbare school altijd al bepaald. En het ontdekken van je seksualiteit gaat voor elke puber gepaard met onzekerheid en teleurstellingen. Maar seks hebben voordat je er echt aan toe bent, en porno gebruiken als inspiratiebron, omdat je denkt dat dat van je verwacht wordt - dat lijkt niet de beste manier om je seksualiteit te verkennen. Hoe zul je dan nog de werkelijke intimiteit herkennen van aanraken en aangeraakt worden? Van een vrijpartij mét okselgeur en mét haartjes in je mond?

Levy, net dertig en kind van linkse ouders, is geneigd het consumentisme de schuld te geven - al blijft ze daar vaag over. Een antwoord zoekt ze vooral bij het feminisme. Ze is niet tegen seks of uitdagend gedrag – dat kan juist heel bevrijdend zijn. Ze wil seks alleen loskoppelen van de onderdrukkende voorwaarde om er sexy uit te moeten zien.

Hoe dat dan moet, vertelt ze er niet bij. Zelf ben ik voor elke opleving van het feminisme. Maar misschien is dit hét moment om de oude seksuele revolutie van de plank te halen. Links is vanzelfsprekend bang om seksuele expressie aan banden te leggen: niemand wil uitgemaakt worden voor moraalridder, niemand wil tieners vertellen wat ze moeten aantrekken. Het probleem lijkt een beetje op de integratieproblematiek: uit angst om op rechts te lijken durft links bepaalde kwesties niet aan.

Toen 'De Vagina Monologen' een paar jaar geleden in Nederland opgevoerd werd, lachten sommige vrouwen schamper. Zij vonden dat wij de vagina in de jaren zeventig al hadden gehad. Daar waren we toch allang klaar mee? Kennelijk niet: als je een vagina hebt, maar er niet over praat, maak je jezelf kwetsbaar. En tieners zijn dat nog meer, als je ze niet leert om kritisch te kijken naar de beelden waaraan zij blootgesteld worden. We kunnen het definiëren van onze seksualiteit niet overlaten aan de ChristenUnie en imams aan de ene kant, en Veronica en de Nieuwe Revu aan de andere.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden