Recensie

Hoe respectabel bomen ook zijn, deze auteur slaat door

Beeld ANP

Richard Powers verkent in zijn roman 'Tot in de hemel' de wereld van bomenliefhebbers die in de boom een organisme zien.

Het beeld van houthakkers als groen gebiesde mannen met een bijl over de schouder is achterhaald; hedendaagse bomen worden door huizenhoge machines in hoog tempo geveld, ontdaan van takken en in hapklare brokken op vrachtwagens gestapeld.

Bossen worden niet zozeer gekapt, maar gemaaid alsof het maisvelden zijn. Patricia Westerford, boom-ecoloog en heldin in ‘Tot in de hemel’, de nieuwe roman van de Amerikaanse schrijver Richard Powers, ziet het met lede ogen aan: “Hoe een bos (…) plaats moet maken voor tweede huizen. Ze ziet (…) bomen en mensen, verwikkeld in een strijd om het land en het water en de dampkring. En ze hoort, duidelijker dan het geluid van de trillende bladeren, welke partij zal verliezen door te winnen.”

Patricia Westerford is een van de negen hoofdpersonen van ‘Tot in de hemel’. In acht hoofdstukken worden die personages een voor een geïntroduceerd, als korte verhalen. Pas op een derde van het zeshonderd pagina’s tellende boek is de introductie voltooid en kan het verhaal beginnen. Vijf van de negen kruisen elkaars wegen en werken samen om de vernietiging van bossen tegen te houden. Eerst doen ze dat vreedzaam, maar naarmate de zinloosheid van hun vriendelijke acties doordringt worden ze radicaler, tot eco-terroristische aanslagen aan toe.

Immense vertakkingen

In bomen bivakkeren, aan bomen vastketenen, boswegen blokkeren; allerlei acties komen aan bod. Daarbij geeft Powers fraaie inkijkjes in de ecologie van een boom. Duizelingwekkend hoog in een bedreigde sequoia is altijd nog ruimte voor meterslange platforms, groeien allerlei kruiden en baardmossen, en leven niet alleen eekhoorns, maar ook bijvoorbeeld vissen. Die zwemmen rond in vijvertjes tussen de immense vertakkingen.

Powers weet de bewondering goed over te brengen, de bewondering voor hoogbejaarde bomen, die in oeroude bossen groeien, die honderden diersoorten en andere planten een woonplaats of voedsel geven, en die dan zonder pardon omver geragd worden. “Misschien willen we bomen zo graag kapotmaken”, mijmert Patricia Westerford, “omdat ze zoveel langer leven dan wij.” Zij hanteert als vuistregel: “wanneer je een boom kapt, moet wat je ervan maakt minstens zo wonderbaarlijk zijn als wat je hebt gekapt.”

Westerford ontdekt bij toeval dat bomen communiceren. Als er blad-etende insecten verschijnen, verspreiden bomen bijvoorbeeld stofjes die hun soortgenoten waarschuwen. En ondergronds worden stoffen uitgewisseld via een bosomvattend netwerk van schimmeldraden. Indrukwekkend.

Beeld -

Helaas draaft Powers via Westerford mij te ver door, door bomen bewustzijn toe te kennen en bossen als organismen te zien, waarin alles samenwerkt en ook werkelijk rekening houdt met elkaar. Het is best een aansprekend idee, maar te gemakkelijk, een hapklare brok die gladjes door spiritueel angehauchte kelen glijdt. Het idee is bovendien vaker geopperd, zoals in de publieksfilm ‘Avatar’. Ik denk dat Powers zich door die film heeft laten inspireren.

Bomen gunnen elkaar iets, ze delen soms hun hulpbronnen en als een Douglasspar sterft, laat hij zijn opgeslagen rijkdommen los in de bodem, opdat andere bomen er gebruik van kunnen maken. Volgens Powers zouden we “deze oeroude weldoeners dan ook ‘schenkbomen’ kunnen noemen.” Voor zover ik weet heeft een boom geen hersens waarmee hij denkt: laat ik een testament opmaken en mijn bladgroen aan de buren doneren. En hoe respectabel de door Powers beschreven woudreuzen ook zijn, hij vergeet kennelijk dat ze alleen zo idioot hoog worden, omdat ze elkaar het licht in de ogen niet gunnen en sneller dan de buren naar het licht willen groeien.

Een vrijstaande boom groeit in de breedte, zodat ie met minder inspanning meer licht kan vangen. Als ze zo bewust, wijs en hulpvaardig waren, zouden bomen in goed overleg wel besluiten allemaal laag te blijven, dan krijgen ze immers evenveel licht als wanneer ze allemaal schouder aan schouder omhoog torenen? Jammer, want zonder gedweep zijn bomen al indrukwekkend genoeg.

Kaalslag

Boom-ecoloog Westerford is niet een van de vijf bosbeschermers annex eco-terroristen, al duurde het even voor ik dat in de gaten had. Die vijf dragen als actievoerder schuilnamen, wat het uit elkaar houden van alle bosliefhebbers niet vergemakkelijkt. Twee van de negen hoofdpersonen lezen elkaar graag voor, en als ze in ‘Oorlog en Vrede’ bezig zijn, loopt Tolstojs verhaal zo uit de hand dat zelfs de voorlezeres er geen wijs meer uit wordt. “Te veel mensen met te veel gevoelens om ze allemaal bij te kunnen houden.” Daar schrijft Powers nou precies wat ik soms dacht over zijn ‘Tot in de hemel’. Hij had met zes helden en vierhonderd pagina’s ook wel toegekund.

Dan was het verhaal nóg beter en meeslepender geweest. Want de argumenten en overwegingen van de mij sympathieke bosbeschermers brengt Powers in fraaie zinnen onder woorden. “Alle keurige tuintjes lijken op elkaar”, laat hij ergens vallen. “Elke wilde tuin is wild op zijn eigen wijze.”

Via zijn personages kruipt de wanhoop van de goedbedoelende activisten in mijn hoofd. Als één van hen de kaalslag niet langer verdraagt, begint hij op eigen houtje boompjes te planten. Het bosvernietigingsbedrijf legt hem niets in de weg, integendeel, hij krijgt zelfs een baantje aangeboden als planter. Als hij zijn vijftigduizendste zaailing viert in een café, hoort hij waarom hij voor zijn heilzame werk betaald wordt. Het bosbedrijf voldoet daarmee aan de herplantingsplicht en kan weer grotere oppervlakten oerbos omleggen.

Gloedvol betoog

Een van de hoofdpersonen houdt een gloedvol betoog in de rechtszaal, waarop de rechter de kapconcessie uitstelt. De actievoerders vieren deze kleine overwinning, tot ze merken dat andere bedrijven deze verbazende uitspraak als precedent zien, en als een gek bossen beginnen te rooien, want straks mag het misschien niet meer.

“De wet is niets anders dan de menselijke wil in geschrifte”, laat Powers een personage denken. “De wet moet elk levende stukje aarde in asfalt laten veranderen, als dat is wat het volk wenst.”

Toch is Powers’ pessimisme niet ontmoedigend. Overal waar mensen de bodem met rust laten, groeit binnen de kortste keren weer een secundair bos. En ooit gaat óf de mensheid ten onder aan zijn eigen roofbouw, óf komt de mensheid tot inkeer. En dan blijkt er een bunker te zijn, waarin zaden opgeslagen liggen van vele honderden boomsoorten. Die zaden heeft Patricia Westerford verzameld, toen ze over de wereld reisde om over die wonderbaarlijke bomen te vertellen.

Oordeel

Meeslepend en goed geschreven maar Powers draaft door in bomenliefde.

Richard Powers
Tot in de hemel
Atlas contact; 600 blz. € 29,99

Recensenten van Trouw bespreken pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers. Meer recensies leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden