Francine Oomen beschrijft in haar nieuwe boek verschillende kanten van zichzelf.

InterviewFrancine Oomen

Hoe overleeft schrijver en illustrator Francine Oomen zichzelf?

Francine Oomen beschrijft in haar nieuwe boek verschillende kanten van zichzelf.Beeld Martijn Gijsbertsen

In haar autobiografische graphic novel Hoe overleven we? toont Francine Oomen het seksueel misbruik dat haar moeder én haarzelf trof. ‘Ik wil niet meer wegkijken.’

Eline Crijns

‘Nee, ga weg, ik wil dat niet. Hij ziet ons, slecht vies kind!’ Kreten die Francine Oomen optekende uit de nachtmerries die haar moeder had op haar sterfbed. Pas toen, in 2014, ontdekte ze dat haar moeder als kind seksueel was misbruikt door een katholieke pastoor.

“Ik ging vragen stellen aan de verpleging over wat mijn moeder – die niet meer aanspreekbaar was – riep in haar nachtmerries”, vertelt Oomen aan de keukentafel van haar landelijk gelegen stolpboerderij in Noord-Holland. “Bij mijn vader heb ik aangedrongen op de waarheid. Toen kwam boven tafel dat mijn moeder slachtoffer was van seksueel misbruik in haar jeugd. En dat mijn vader haar had bezworen er met niemand over te praten. Mijn moeder heeft haar hele leven gezwegen. Dat zwijgen heeft haar leven en dat van haar kinderen gekleurd”, zegt Oomen.

In haar jeugd gaf haar moeder niet thuis, waardoor echt contact tussen hen onmogelijk was. Daardoor voelde ze zich eenzaam en onveilig. In haar zoektocht van de afgelopen zeven jaar ontdekte Oomen dat er zich een negatieve keten van trauma over de generaties van haar familie uitstrekt. Haar queeste mondde uit in een aangrijpende graphic novel die vandaag verschijnt: Hoe overleven we? Een verhaal over intergenerationeel trauma en heling. De titel is een verwijzing naar de jeugdboekenserie Hoe overleef ik waarmee Oomen razendpopulair werd.

De geschiedenis herhaalt zich

In dit nieuwe boek, voor volwassenen bedoeld, gaat ze terug naar wat haar familie overkwam. Ze laat zien hoe de generaties elkaar beïnvloeden: het zware gezinsleven van de ouders van haar moeder, waar de vader al jong overleed en de moeder achterbleef met veel kinderen, de scheiding van haar ouders en Oomens eigen verbroken relaties. ‘L’histoire se répète!’ De geschiedenis herhaalt zich: met dat spreekwoord strooit de moeder van Oomen kwistig in haar jeugd.

Hoezeer het verzwegen trauma van haar moeder in Oomens eigen leven doorwerkte, blijkt gaandeweg het boek: als kind werd Oomen zelf ook seksueel misbruikt. Daardoor bleef zij als volwassene in de ‘overleefstand’ vastzitten. Nu doorbreekt ze het zwijgen. “Want het gaat om zichtbaar maken, niet wegkijken, maar herkennen en erkennen", zegt Oomen. “De boektitel verwijst naar ons allemaal.”

Hoe overleven we? is ook een felle aanklacht tegen de katholieke kerk. Oomen geeft het seksueel misbruik van haar moeder in schokkende tekeningen expliciet vorm.

Een klein, bleek en kwetsbaar meisje

In een sequentie van krijttekeningen laat ze het kind en de pastoor zien, samen in de biechtstoel. Hij is groot, in het zwart gekleed, dreigend. Het meisje is klein, bleek, blond en kwetsbaar. Plaatje voor plaatje zie je hoe hij haar dwingt tot seksuele handelingen. Op de laatste tekening torent hij met een waarschuwende vinger met daaraan een paapse ring boven haar uit. “Toen ik daarna de gebedsregels van het Onzevader toevoegde onderaan de pagina’s, moest ik bijna overgeven”, rilt Oomen.

 Uit de graphic novel ‘Hoe overleven we?’.  Beeld Francine Oomen
Uit de graphic novel ‘Hoe overleven we?’.Beeld Francine Oomen

“Het is vast blasfemie van de bovenste plank, maar ik wil de hypocrisie van de kerk aan de kaak stellen. Het is bewust heel akelig en in your face. Ik was er niet bij natuurlijk, maar mijn inleving plugt in op hoe dat gegaan zou kunnen zijn.

“Ik heb het in een paar uur getekend, tussendoor moest ik af en toe naar buiten omdat ik er niet goed van werd. Dit tekenen was een ontlading voor mij. Het is postuum opkomen voor mijn moeder en al die andere weerloze kinderen die slachtoffer werden van de kerk. En natuurlijk is de kerk niet de enige boosdoener; op iedere plek waar kinderen worden toevertrouwd aan de zorg van volwassenen, vallen slachtoffers”, stelt Oomen.

Ook zelf slachtoffer van misbruik

De catharsis van de kunstenaar heeft toevalstreffers in de hand gewerkt. Zo heeft ze de ‘biechtstoeltekeningen’ in een flow gemaakt op kalenderblaadjes als een toevallige ondergrond. “Ik teken vaak in een Redstone logboek, ik heb een hele serie.” Maar juist deze kalenderondergrond geeft de beelden de aangrijpende lading mee van de doorlopende tijd waarin het misbruik van Oomens moeder plaatsvond. “Ze was vermoedelijk 13 jaar toen het begon; vanaf die leeftijd werd de biecht afgenomen.”

null Beeld Francine Oomen
Beeld Francine Oomen

Het was dezelfde leeftijd waarop Oomen, een generatie later, zelf slachtoffer werd van seksueel misbruik. Gepleegd door de vader, met betrokkenheid van de moeder, van een substituut gezin waar ze regelmatig ging logeren, om van haar eigen gebroken huis weg te zijn. En waar ze veilig dacht te zijn. “Als niemand er voor jou is, ben je vogelvrij”, zegt Oomen. “In mijn jeugd was er uiteindelijk geen enkel veilig persoon voor mij, inclusief ikzelf. Want ik gaf mezelf de schuld van alles en liet daarmee mijzelf in de steek.”

De verwaarlozing van haar jeugdige zelf visualiseert Oomen door versies van zichzelf op twaalf-, dertien- en zestienjarige leeftijd te maken; meisjes die ze gaandeweg weet te bevrijden. “Ik lag op de bank en zag in een wakende droom drie opgesloten meisjes. Ik daalde af in een lange gang en hoorde iemand op de deur bonken. Daar trof ik mijn twaalfjarige ik aan: woedend was ze!” De verbannen meisjes waren de sleutel voor het maken van het boek: “Toen het schrijven over de getraumatiseerde meisjes stagneerde, ben ik ze gaan tekenen.”

“Ik wil door het delen van de zoektocht die ik heb afgelegd, laten zien hoe oude overlevingsstrategieën die we allemaal gebruiken, ons ook kunnen hinderen in ons leven.” Bij Oomen leidde dat bijvoorbeeld tot bovenmatig hard werken, niet kunnen genieten van haar prestaties en relaties die geen stand hielden door haar bindings- en verlatingsangst.

Overgeërfde ballast

Ontwikkelingstrauma wordt veroorzaakt door seksuele, fysieke of geestelijke mishandeling of verwaarlozing in de jeugd, legt Oomen uit. Volwassenen die er als kind alleen voor stonden, kunnen daardoor later ook moeilijker geluk ervaren, ook als ze dan wél veilig zijn. “Iedereen neemt zich voor het beter te doen dan zijn ouders, maar onbewust hinderen we onszelf door overgeërfde ballast mee te blijven zeulen.”

Aan de hand van een hele reeks door haar gecreëerde ik-figuren laat de tekenaar zien hoe ze zelf heeft ontdekt hoe dit mechanisme werkt. Ze staan op een plank in haar atelier uitgestald: de onderzoekende Mol, Dappere dodo, Huismus, het groene monster Jaloezie en Contramientje het koppige meisje, zijn er een paar van. In de hoek staat Schaamte, een groezelige wolk.

De ik-figuren uit 'Hoe overleven we?'. Francine Oomen is de figuur in de groene trui en is omringd door haar eigen deelkarakters die voorkomen in de graphic novel. Beeld Martijn Gijsbertsen
De ik-figuren uit 'Hoe overleven we?'. Francine Oomen is de figuur in de groene trui en is omringd door haar eigen deelkarakters die voorkomen in de graphic novel.Beeld Martijn Gijsbertsen

Al die ik-figuren huizen in het binnenste van de auteur, ze praat met ze, en ze hebben allemaal een eigen functie. “Neem bijvoorbeeld de ik-figuur Hector, een hond met drie koppen. Hij moet op mij passen, maar hij was door het trauma in mijn verleden te waakzaam. Daardoor saboteerde hij mijn liefdesrelaties, door ervoor te zorgen dat ik met een been in en een been buiten de relatie stond. Klaar om ervandoor te gaan.”

Kijken en niet wegkijken

Zichzelf sparen doet Oomen niet. “Mijn overtuiging is dat je moet kijken en niet wegkijken.” Daarom tekent ze ook de logeerpartijen met de bedscènes waarin ze zelf slachtoffer wordt van seksueel misbruik. Het is de figuur Schaamte die de kunstenaar een halt toeroept en in een tekening stelt: ‘Ho! Stop! Vanaf hier geen plaatjes meer!’

“Zo behoeden die delen in je, je tegen gevaar in de buitenwereld", zegt Oomen. “In dit geval paste ik zelfcensuur toe, want welke grensoverschrijdende handelingen dat precies geweest zijn, hoef ik niet helemaal uit te spellen.”

Onverwacht zit er ook humor in het boek; kwinkslagen van personages die vanuit een hoekje op een pagina commentaar leveren en een lach uitlokken. “Het is een loodzwaar onderwerp”, zegt Oomen. “Maar als er geen lichtheid staat tegenover de zwaarte, wordt het onverteerbaar en dan haken mensen af.” Er moet balans zijn, zegt Oomen, en zelfspot is haar niet vreemd.

Rijke fantasie

De ruim 250 pagina’s van de graphic novel zijn opgebouwd uit getekende beelden, fotografie en handgeschreven tekst. Alles is door Oomen die studeerde aan de Design Academy Eindhoven, zelf gemaakt en vormgegeven. De intensiteit spat van de pagina’s, Oomen gunt de lezer geen moment rust. “Ik ben een beelddenker en heb een rijke fantasie. Een beeld komt rechtstreeks binnen in je hart of in je buik.”

Hoe overleven we? is het magnum opus in Oomens omvangrijke oeuvre. Het kwam tot stand na een zeer intensief proces: van de zevenhonderd pagina’s die ze maakte, paste twee derde er uiteindelijk niet in. “Maar ik weet als ervaren schrijver dat de creaties die ik onderweg maak, niet voor niks zijn, alles heeft een functie in het ontwikkelproces.”

“Dit boek is het moeilijkste dat ik ooit gemaakt heb, omdat het zo dicht op mijn eigen huid zit. Het creatieproces was als een rijstebrijberg waar ik met vallen en opstaan doorheen gegraven ben. Ik hoop dat het doorbreken van patronen de weg vrijgemaakt heeft voor mijzelf, mijn kinderen en andere mensen in mijn leven. Er zijn echt dingen veranderd in hoe ik leef. Ik heb bijvoorbeeld een nieuwe relatie en die saboteer ik, voor zover ik weet, niet. Dat geeft ontspanning: overleven wordt zo leven.”

Succesauteur

Francine Oomen (1960) is succesauteur van meer dan honderd jeugdboeken, waarvan de Hoe overleef ik-serie de bekendste zijn. Ze verkocht de afgelopen decennia meer dan 3 miljoen exemplaren. Haar nieuwe boek voor volwassenen dat dinsdag verschijnt, plaatst haar jeugdboeken en met name de zelfhulptitels uit de Hoe overleef ik-serie in een heel ander, want autobiografisch, perspectief.

Documentairemaker Pascalle Bonnier filmde Francine Oomen in de periode waarin ze werkte aan dit boek. Hoe overleef ik - Francine Oomen doorbreekt het zwijgen is terug te kijken op NPO Start.

Zelfhulptips

In haar boek geeft de auteur tips voor lotgenoten. Zo raadt zij boeken als Ik ken mijn ikken, De tijger ontwaakt, Liefdesbang en Traumasporen aan. Ook is er een lijst met therapieën waar zij mee heeft kennis gemaakt. Onder meer psychotherapie, familieopstellingen, voice dialogue en EMDR therapie.

Lees ook:

Het geweld én de kleurenpracht van een getekende stofstorm

Allesverwoestende stofstormen zijn een drama, maar tegelijk een visueel spektakel. In haar nieuwste graphic novel heeft tekenaar Aimée de Jongh zich hierop uitgeleefd. ‘Technisch vond ik het een geweldige uitdaging.’

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden