Kunstbeloften

Hoe overleef je als jonge kunstenaar?

Kunstbeloften, foto's Bram Petraeus Beeld Bram Petraeus

Kunstenaars moeten een eerlijke beloning krijgen, vindt minister Van Engelshoven. Daar is nu nog geen sprake van. Trouw volgt sinds een jaar vier veelbelovende jonge kunstenaars. Zij verdienen weinig, schrappen de vakantie, wonen anti-kraak en lopen door op oude schoenen. Maar ze klagen niet.

'Het maakt me niet zoveel uit wat ik betaald krijg. Ik wil gewoon spelen.' 
Pianist en organist Laurens de Man (25)

"Ja, het is nu best wel druk", zegt Laurens de Man, pianist en organist, opgewekt. "Maar dat is het al het hele jaar. Ik ga van het ene project naar het andere, en soms komt het allemaal tegelijk." Laurens is niet het type dat zich snel gek laat maken. Musiceren is leuk en als hij dat ergens kan doen, zegt hij geen nee.

Pianist en organist in de Janskerk - Laurens de Man. Beeld Bram Petraeus

Het afgelopen jaar heeft hij een plekje veroverd in het muziekcircuit, mensen weten hem te vinden. Onlangs speelde hij op het festival De Muze van Zuid in het Orgelpark met violiste Eva Stegeman en met zangers van het Nederlands Kamerkoor. "Het optreden werd live uitgezonden op de radio, daar werd ik niet echt rustig van. Een radio-uitzending geeft toch extra spanning, daar ontkom je niet aan. Maar gelukkig zat ik wel echt in de muziek en had ik geen tijd om na te denken over wat er allemaal fout kon gaan."

Een enkele keer bedenkt Laurens zelf een optreden. Zo organiseert hij in de Janskerk in Utrecht, waar hij kerk-organist is, af en toe concerten met bevriende musici. Maar meestal wordt hij gevraagd. "Ik had al eens gespeeld op het Peter de Grote Festival. Daar kwam ik in contact met de man die Muze van Zuid organiseerde. En zo rol je van het een in het ander."

In de regel krijgt Laurens betaald voor zijn optredens. "Dat gaat heel netjes met een contractje." Maar van een cao-beloning is geen sprake. "Als je dat tarief hanteert, maak je het jezelf wel erg moeilijk. Ik speel graag en als er een mooi instrument staat, maakt het me niet zoveel uit wat ik betaald krijg. Dat klinkt misschien onprofessioneel, maar ik wil gewoon spelen. Voor een lunchconcert in het Concertgebouw krijg je niets betaald. Maar dat vindt niemand erg."

Een enkele keer gaat het anders. "Laatst speelde ik met mijn trio op een receptie van een groot bedrijf. Toen hadden we een erg hoog bedrag gevraagd, vonden we zelf, maar dat bleek geen enkel probleem. Ik denk trouwens niet dat iemand de muziek gehoord heeft op die receptie."

Hij kan al met al makkelijk rondkomen van zijn werk, zegt hij. "Maar ik heb ook weinig eisen, ik heb geen gezin of hypotheek. Dat wordt later vast anders, maar daar ga ik me nu niet druk over maken."

Omdat hij kerkorganist is, heeft hij een maandsalaris en bouwt hij zelfs een beetje pensioen op, dat scheelt. Ook won hij het afgelopen jaar heel wat prijzen waar geld aan verbonden is, zoals op het Martiniconcours, het Sweelinckconcours en de Sweelinck-Mullerprijs. "Maar dat geld is vaak bestemd voor studie of muzikale projecten. Ik kan er niet van naar de supermarkt."

Volgend seizoen wordt het weer druk. "Ik moet het prijzengeld opmaken", grapt hij. "Verder studeer ik nog in Berlijn en daar ga ik volgend jaar eindexamen doen."

Maar eerst vakantie in de zomer? "Dat zit er niet in. De zomer is het seizoen van de orgelconcerten."

'Ik kan er niet van leven, maar dat vind ik niet erg, ik leer hier zoveel van'

Filmmaker Zara Dwinger (28)

Haar dagen zitten helemaal volgepland, vertelt Zara Dwinger. Maar dat heeft een 'fantastische' reden. Over twee weken zijn de opnames voor haar eerste korte film na de Filmacademie. De première is in september op het Nederlands Filmfestival. Ze moet nog heel veel dingen afvinken op het to do-lijstje dat ze heeft gemaakt, maar tot nu toe ligt ze 'op koers' en is ze ook 'niet heel gestrest'. "Ik houd mezelf voor dat ik koel moet blijven."

Filmmaker - Zara Dwinger. Beeld Bram Petraeus

Een jaar geleden studeerde Dwinger af aan de Filmacademie. En dan nu al een eerste serieuze stap in de filmwereld. Het is een droomkans, realiseert ze zich. "Ik ben dankbaar dat het zo goed gaat. Al moet ik er hard voor werken. Het rolt niet vanzelf je kant op."

Afgelopen januari hoorde ze dat de NTR en het Filmfonds het voorstel dat ze had ingediend voor KORT!, het jaarlijkse project voor de korte film, hadden goedgekeurd. Uit de zeventig inzendingen is zij als een van de tien filmmakers geselecteerd die hun werk mogen laten zien op het Filmfestival. Ook worden hun films door de NTR uitgezonden op NPO 3.

Net als de film 'Sirene' die ze maakte voor haar eindexamen en die drievoudig werd bekroond, gaat ook deze film - met de titel 'Yulia & Juliet' - weer over pubers. In het kort komt het verhaal hier op neer: twee meisjes in een gesloten jeugdinrichting worden verliefd op elkaar. De een komt vrij, de ander niet. Dwinger: "Het is een variatie op de tragische en onmogelijke liefde van Romeo en Julia. En ja, het zijn weer pubers. De puberteit intrigeert me, omdat er zoveel gebeurt in die periode. Het is een heftige en verwarrende fase. Je weet niet goed wat je wilt, je zit min of meer vast in jezelf. In mijn film zitten de twee meisjes ook letterlijk vast."

Inspiratie voor de film, die tien minuten duurt, kreeg ze door een tv-documentaire over een gesloten jeugdinrichting. Voor de hoofdrollen koos ze bewust twee pubers, van 15 en 17, met geen of weinig acteerervaring. "Ik denk dat dat bijdraagt aan de herkenbaarheid." Jolein Laarman, een ervaren scenariste, schreef het script. "Maar dat hebben we wel samen ontwikkeld. Al na één gesprek hadden we de lijn van het verhaal te pakken."

Voor het maken van de film kreeg ze 73.000 euro. "Dat lijkt veel geld, maar het is ook zo op, omdat je er alles van moet betalen." De subsidie omvat ook een kleine bijlage voor haar, maar afgezet tegen het aantal uren dat ze maakt is het zo'n schamel bedrag dat ze er niet van kan leven. "Dat vind ik niet erg, want ik leer hier zoveel van."

Om rond te komen maakt ze commercials. Er is niks mis met commerciële klussen, vindt Dwinger. "Het is een uitdaging om in vijftig tot zestig seconden iets moois te maken wat mensen prikkelt. In heel korte tijd maak je hetzelfde proces door als bij een speelfilm. Dat is erg leerzaam. Ik doe dit liever dan achter een bar staan. Maar er is ook altijd de spanning of zich een nieuwe opdracht aandient."

'Je krijgt bijna nooit wat je verdient'

Acteur Nick Livramento Silva (30)

Het is nog niet zo makkelijk om een afspraak te maken met Nick Livramento Silva. De acteur repeteert momenteel hele dagen én avonden met zijn collectief Die Hele Ding voor een nieuwe voorstelling.

Acteur - Nick Livramento Silva. Beeld Bram Petraeus

Repeteren: dat betekent teksten schrijven, muziek bedenken en rollen instuderen. Het collectief van vijf jonge acteurs en een regisseur - voor sommigen is dit hun afstudeervoorstelling van de Arnhemse theaterschool - doet alles zelf. De voorstelling 'Fox Populi' wordt een hiphopversie van het Middeleeuwse dierenepos 'Van den vos Reynaerde' en zal deze zomer ook op De Parade te zien zijn. Silva speelt de wolf en de koning. "Ik ben een soort Jesse Klaver, die goed wil doen: 'Geen moord, geen bloed, de klauw voor de groet'."

Hij mag dan de hele dag gewerkt hebben, Silva zit nog vol energie als hij vertelt over het project. "Deze groep maakt muziektheater met hiphop. Dat is een genre dat ons al heel lang fascineert, dat we altijd naast de toneelschool hebben gedaan. We hopen hiermee hiphopliefhebbers naar de theaterwereld te trekken, en andersom. Het is fijn dat we zo een voorstelling naar onze eigen wensen kunnen maken, zonder ons te hoeven aanpassen aan de eisen van gezelschappen. Nu maar hopen dat mensen het mooi vinden en ons willen ondersteunen."

Zelf voorstellingen maken is leuk, maar rijk word je er niet van. "Nee, als je het omrekent in aantal uren, verdien je meer met een bijbaantje bij Albert Heijn. Voor deze voorstelling krijg ik alleen een vrijwilligersbijdrage, omdat het een afstudeerproject is. Dit zie ik als investering in het collectief."

Hij kan het zich veroorloven, omdat hij het afgelopen jaar voldoende heeft verdiend in andere voorstellingen. Ook heeft hij als acteur rollenspellen gedaan bij trainingen op de politie-academie.

Financieel is het passen en meten, maar Silva gaat daar nuchter mee om. "Je financiële behoeften hangen af van hoe je je leven inricht. De hele maatschappij nodigt ons de hele tijd uit om geld uit te geven, je hoeft maar even een station binnen te lopen. Maar als je dat tempert, niet steeds nieuwe schoenen wil, heb je niet zoveel nodig. Ik woon anti-kraak, dus dat kost niet veel. Ik kies liever voor dit leven dan voor werk waar ik niet blij van word."

Toch is er één ding dat lastig blijft aan dit bestaan: de angst om geen werk en geen geld te hebben. "Dat heb ik ook gehad, toen ik een tijdje vrij had in december en januari. Kon ik het me wel veroorloven om mezelf even vrij te geven, vroeg ik me af? Ik vond de hele tijd dat ik moest proberen teksten te schrijven of mensen te mailen. Die balans heb ik nog niet gevonden. Maar als ik kijk naar de feitelijke situatie is er geen reden voor die angst, want ik heb tot en met februari werk in het vooruitzicht."

Hij heeft kortom niet te klagen, vindt hij zelf. Binnenkort krijgt hij bij een voorstelling zelfs volgens cao-loon betaald. "Het is de realiteit dat dat alleen bij officiële gezelschappen gebeurt. Je krijgt vrijwel nooit wat je verdient."

'Het verbaast me dat mensen ervan uitgaan dat je het gratis doet'

Beelden kunstenaar Pip Passchier (22)

Pip Passchier zit op een klapstoeltje voor het interview bij galerie Lecq in Rotterdam, waar ze deze zomer haar eerste solotentoonstelling heeft. "Daar ben ik best trots op."

Beeldend Kunstenaar - Pip Passchier. Beeld Bram Petraeus

Vier maanden mag ze er exposeren. De voormalige kiosk is zo klein dat er amper twee mensen in passen die behoedzaam tussen de kunst door moeten manoeuvreren. Het is ook niet de bedoeling dat bezoekers binnenkomen. Door de grote ramen is het letterlijk een 'kunstkijkdoos' waar voorbijgangers dag en nacht naar binnen kunnen kijken.

Een bescheiden tentoonstelling, maar ze heeft er heel hard voor moeten werken. "In januari bood beeldend kunstenaar en gast-curator Marijke Appelman me deze ruimte aan. Een geweldige kans, maar dan moet je wel in een paar maanden tijd iets bedenken en het ook nog allemaal regelen en maken."

Ze ontwierp voorwerpen die te maken hebben met sport, haar favoriete thema. Het spanningsveld tussen sport en kunst was ook het onderwerp van haar afstudeerwerk. Daarvoor maakte ze onder meer een sporttenue waarop ze het lijnenspel van een sportzaalvloer afdrukte. Die felgekleurde lijnen laat ze nu terugkeren in pionnen, gegoten in betonnen sokkels. Er zijn allerlei sportattributen in verwerkt, zoals tennisballen en -rackets, batjes en een springtouw. Bij de opening van de expositie heeft ze er een estafetteparcours mee uitgezet op het trottoir. "Kunst kijken en sporten kan tegelijk." De aanwezigen verzocht ze in sporttenue te komen. Ze schonk geen wijn, maar sportdrankjes. Zelf trad ze op als scheidsrechter, gekleed in een eigen ontwerp. "Ik vind het belangrijk om het publiek actief te betrekken bij mijn kunst."

Bezoekers konden voor 8 euro een sportshirt 'trekken' uit een automaat die ze op Marktplaats had gekocht. Ze bedrukte ze met PP (haar initialen) Merchandise. "In de kunstwereld gaat het altijd over geld. Wat is kunst nog waard als je het in een automaat kunt kopen?" Om de maand 'ververst' ze de tentoonstelling met nieuw werk en dan is er ook weer een sportactiviteit.

Voor de tentoonstelling kreeg ze 200 euro. Dat geld was meteen al op met de aankoop en het transport van de trekautomaat. Met allerlei bijbaantjes in de horeca kan ze net rondkomen. "Ik las dat 66 procent van de muzikanten kan leven van de muziek. Bij beeldend kunstenaars is dat 36 procent en onder de 35 jaar durft maar 7 procent zich beeldend kunstenaar te noemen. Ik vind het raar dat wij voor heel weinig geld moeten werken." Of zelfs gratis, zoals later op deze dag, wanneer ze bezoekers van Poetry International ontvangt en het estafetteparcours weer uitzet. Dat kost gauw drie uur. "Natuurlijk doe ik dat, want je wilt dat je werk gezien wordt. Maar het verbaast me dat ze ervan uitgaan dat je dat gratis doet."

Maar ze gooit de handdoek niet in de ring. Om in sporttermen te blijven: ze blijft 'heel hard trainen' om nog beter te worden. "Het kunstenaarschap is als topsport. Met alleen talent kom je er niet."

Lees ook: Afgestudeerd met hoge cijfers, maar hoe word je daarna kunstenaar?

Dit is de eerste aflevering waarin Trouw vier kunstbeloftes volgt. Ze studeerden veelbelovend af met hoge cijfers. Hoe word je daarna kunstenaar?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden