Review

Hoe mystiek en sociale actie kunnen samengaan

Dag Hammarskjöld - secretaris-generaal van de Verenigde Naties van 1953 tot zijn dood in 1961 - is een bijzondere bron van inspiratie voor de Haarlemse theoloog en predikant Jurjen Beumer. In zijn proefschrift 'Intimiteit en Solidariteit, over het evenwicht tussen dogmatiek, mystiek en ethiek' (1993) besteedde hij al uitvoerig aandacht aan de 'mystieke binnenwereld' van deze bijzondere man, die onthuld werd in 'Merkstenen' - een manuscript dat na zijn dood is gevonden.

Nog steeds geboeid door het politiek-mystieke leven van deze Zweed, heeft Beumer nu een boekje geschreven waarin hij het hoofdstuk uit zijn dissertatie verder uitwerkt en aanvult, “als een soort gids om de persoon en drijfveren van Hammarskjöld beter op het spoor te komen”.

Beumer laat in zijn boekje vooral de tekst van Merkstenen spreken. Hij verwaarloost de politieke context niet, maar ziet deze meer als een decor waartegen de teksten en de innerlijke ontwikkeling van de persoon Hammarskjöld zich afspelen.

Velen, ook vrienden en naaste medewerkers van Hammarskjöld waren verbaasd en zelfs geïrriteerd, toen na zijn plotselinge dood in 1961 in zijn flat in New York een soort dagboek werd gevonden, een 'witboek' zoals hij het zelf in zijn voorwoord noemde, 'over mijn dialoog met mezelf - en God', én 'het enig juiste profiel dat getekend kan worden'.

Waarom had men niets geweten van de innerlijke drijfveren van deze man, die was opgegroeid in het seculiere, rationele, haast anti-godsdienstige klimaat van het toenmalige Zweden, en die acht jaar lang 'the most impossible job on this earth' had geklaard?

Volgens Beumer had men niet zo verbaasd hoeven zijn. Wanneer men Hammarskjöld nauwkeuriger had geobserveerd en bijvoorbeeld had geluisterd naar zijn toespraak voor de Canadese radio in 1954, dan had men, al één jaar na zijn benoeming tot secretaris-generaal van de VN, inzicht kunnen krijgen in de spirituele weg, die hij heeft afgelegd.

Vooral het volgende citaat uit deze radiotoespraak is veelzeggend. Hier spreekt de mysticus, die in volledige overgave zijn leven ten dienste heeft gesteld van de mensheid; hier spreekt de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, die als een monnik de hele wereld aan zijn eenzame hart heeft gedrukt:

Maar het antwoord op de vraag, hoe de mens een leven kan leiden van actieve maatschappelijke dienstbaarheid - in volledige harmonie met zichzelf als lid van de gemeenschap van de geest - vond ik in de geschriften van de grote middeleeuwse mystici. Zelfovergave is voor hen immers de weg naar zelfverwerkelijking geweest. Zij hebben in eenvoud van geest en in gerichtheid naar binnen de kracht gevonden om ja te zeggen tegen ieder appèl dat de behoeften van de naasten op hen deden, en om ook ja te zeggen tegen alles wat het leven voor hen met zich meebracht wanneer ze de roep van hun plichtsbesef volgden.

Liefde - dit vaak misbruikte en verkeerd begrepen woord - betekende voor hen heel eenvoudig een overvloeien van de kracht waarvan ze zich vervuld voelden wanneer ze leefden in de ware zelfvergetelheid. En deze liefde vond zijn natuurlijke uitingsvorm in een onvoorwaardelijke plichtsbetrachting zonder voorbehoud - wat dit persoonlijk voor hen ook meebracht aan spanningen, lijden of geluk.

Ik weet dat hun ontdekkingen van de wetten van ons innerlijk leven en van onze actie hun betekenis niet verloren hebben.

Het begrip 'merkstenen', 'vügmarken' in het Zweeds, is afkomstig uit de bergsport, die Hammarskjöld enthousiast beoefende in de ruige bergen van zijn vaderland. Ervaren alpinisten leggen in een onbekend berggebied op belangrijke knooppunten een hoop stenen neer, als markeringen, als wegwijzers voor de weg terug. De associatie met een bergtocht als beeld voor Hammarskjölds geestelijk zoeken ligt voor de hand. Ook de teksten zelf bevatten verwijzingen in deze trant.

Verder word ik gedreven, / een onbekend land in. / De grond wordt harder, / de lucht prikkelender, kouder. / Aangeraakt door de wind / vanuit mijn onbekende einder / trillen de snaren / in afwachting. Zó begint Merkstenen.

En zó eindigt het, zeshonderd notities verder en 36 jaar later:

De seizoenen wisselden / en het licht / en het weer / en het uur. / Maar dit is hetzelfde land. / En ik begin de kaart te kennen / en de windstreken.

In zijn poging tot interpretatie van Merkstenen neemt Beumer 'eenzaamheid' als leidraad. Eenzaamheid is een kenmerkende grondtrek bij mystici van alle tijden en duikt ook in Merkstenen steeds weer op. Uiterlijk gezien was er in het leven van Hammarskjöld weinig reden om zich eenzaam te voelen. Toch is het volgens Beumer “het 'lot' van de eenzaamheid geweest dat als een genadeloze stormwind door zijn leven heeft geraasd. Daarom hoorde hij er net niet helemaal bij, daarom kon nagenoeg niemand écht bij hem komen. . . Merkstenen geeft een verslag van het omgaan met deze eenzaamheid, hoe gaandeweg het genadeloze tot genade werd.”

Vanaf het allereerste begin, de periode 1925-1930, zijn er talloze aantekeningen die spreken van eenzaamheid. In de jaren 1950-1952 bereikt Hammarskjölds eenzaamheid haar hoogtepunt. De dagboekaantekeningen zijn nu per jaar gedateerd. Vier jaar lang, van 1950 tot 1954 laat hij elk jaar beginnen met de dichtregel: Weldra komt de nacht.

Beumer: “Hij voelt dat zijn innerlijk leven onder zware druk staat, dat de daad van het offer bijna ondraaglijk is, dat 'de donkere nacht' (een uitdrukking van de middeleeuwse mysticus Jan van het Kruis) onvermijdelijk lijkt:

De angst van de eenzaamheid wordt doortrokken door wind, aangevoerd uit het stormcentrum van de doodsangst: slechts datgene bestaat wat van een ander is, want alleen wat je weggegeven hebt - al was het maar door te ontvangen - wordt opgeheven uit het niets dat eens je leven geweest zal zijn.

In 1952, het somberste jaar uit Hammarskjölds leven, flitst in de notities alles door elkaar: zijn eenzaamheid, zijn toeven aan 'de grens', zijn geraakt zijn door het 'ongehoorde', door het 'transcendente'. Hij houdt zichzelf voor om het niet op te geven: Bidt dat je eenzaamheid de stimulans wordt om iets te vinden waar je voor kunt leven, groot genoeg om ervoor te sterven.

Desondanks komen gedachten aan zelfdoding bovendrijven:

Vermoeidheid dooft het verdriet en lokt met de dood. Zo kun je bekoord worden om de eenzaamheid te overwinnen - en uitgenodigd worden voor de laatste vlucht uit het leven. -

Maar nee, dit niet! De dood moge je laatste geschenk aan het leven zijn, niet je verraad.

In hetzelfde jaar verschijnt Jezus in zijn dagboekaantekeningen. In een uitvoerige meditatie vergelijkt hij zichzelf met Christus, herkent hij hem als lot- en tochtgenoot. Dan, geheel onverwacht, wordt Dag Hammarskjöld op 7 april 1953 benoemd tot secretaris-generaal van de VN. Hij zegt ja. En dit 'ja' tegen de buitenwereld blijkt samen te vallen met een 'ja' in zijn binnenwereld. Bij de aanhef van 1953 staat nog het 'weldra komt de nacht', maar direct daaronder schrijft hij:

Tegen het verleden: dank, / tegen de toekomst: ja!

Het vragende in de notities wordt steeds meer 'bevestigd'. Beumer: “letterlijk vastgemaakt aan de Bron van het Leven. De 'idee' wordt steeds meer 'persoon'. Iets wordt gaandeweg iemand.” In 1961 beschrijft hij in een terugblik wat er in het dieptepunt van die dagen gebeurde. Twee citaten uit deze 'belijdenis':

Pinksteren 1961

Ik weet niet wie - of wat - de vraag stelde. Ik weet niet wanneer zij gesteld werd. Ik herinner me niet dat ik antwoordde. Maar eens zei ik ja, tegen iemand - of iets.

Vanaf dat moment heb ik de zekerheid dat het leven zinvol is en dat mijn leven, in onderwerping, een doel heeft. Vanaf dat moment heb ik geweten wat het wil zeggen, 'niet om te zien', of 'zich niet te bekommeren om de dag van morgen'. . .

Daarna had het woord 'moed' voor mij zijn zin verloren, omdat niets me meer ontnomen kon worden.

Ook de 'eenzaamheid' keert terug, maar nu berustend, haast dankbaar. Op zijn 53ste verjaardag (29-7-1958) richt hij zich over zijn lot tot God:

Gaf U mij deze onoplosbare eenzaamheid - opdat het mij gemakkelijker zou vallen U alles te geven? Net als alle andere bekende mystici is ook Hammarskjöld 'aan zichzelf voorbijgeraakt'.

Voor Beumer is Hammarskjöld een schitterend hedendaags voorbeeld van de combinatie mystiek - sociale actie. In Hammarskjölds eigen woorden: De weg naar heiliging gaat in onze dagen noodzakelijk via daden. Het vooroordeel dat mystici zich terugtrekken in navelstaarderij en verloren zijn voor geëngageerd maatschappelijk leven wordt door Hammarskjöld overtuigend gelogenstraft. Om dit nog eens extra te illustreren legt Beumer in het hoofdstuk 'Mystiek en politiek' brandende kwesties uit Hammarskjölds ambtsperiode als VN-secretaris naast aantekeningen uit zijn dagboek. Zoals ten tijde van de Congo-crisis:

De weg, / je zult hem volgen. Het geluk, / je zult het vergeten. / De kelk, / je zult hem ledigen.

Waarom Hammarskjöld zijn innerlijke leven verborgen heeft gehouden voor zijn vrienden en medewerkers? Hoewel hij dat in geen enkele biografie is tegengekomen, oppert Beumer de mogelijkheid dat Hammarskjöld, wellicht onbewust, weet heeft gehad van de 'arcaandiscipline', de oud-christelijke deugd van de innerlijke geheimhouding. Deze discipline houdt in dat het 'ingewijden' werd verboden om geloofszaken die hen kostbaar waren geworden aan buitenstaanders prijs te geven - als beveiliging tegen misverstand, spot en ontheiliging.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden