InterviewMatilda Gustavsson

Hoe #MeToo de Nobelprijs onttoverde

Beeld Thron Ullberg

Matilda Gustavsson onthulde de ­misbruikzaak van Jean-Claude Arnault, ‘de Zweedse Weinstein’. Dat stortte de Zweedse Academie, die de Nobelprijs voor de literatuur toekent, in crisis.

‘Kijk eens aan, nu komen er meisjes!” Het is de eerste ontmoeting van journalist Matilda Gustavsson (1987) met Jean-Claude Arnault, een spil in de Zweedse culturele elite. “Hij lijkt wel een parodie van zichzelf”, schrijft Gustavsson in ‘Het bolwerk’, een verslag van haar journalistieke ontmaskering van waarschijnlijk het machtigste literaire netwerk ter wereld.

Tijdens die ontmoeting kan Gustavsson nog niet bevroeden dat haar #MeToo-onthulling over Arnault als ‘de Zweedse Weinstein’ amper een jaar later zal uitmonden in het uitstel van de Nobelprijs voor de Literatuur en een ongekende crisis in de Zweedse Academie, het prestigieuze instituut dat Nobelprijzen toekent. Het kost zeven leden de kop, onder wie Arnaults vrouw Katarina Frostenson. De eeuwenoude statuten van de gehavende academie gaan op de schop.

Het begint in oktober 2017. Bij dagblad Dagens Nyheter druppelt nieuws binnen over de van seksueel misbruik beschuldigde filmproducent Harvey Weinstein. “Zou er hier ook zo’n figuur rondlopen?”, vraagt een cultuurredacteur.

U dacht van niet. Tot u de ranzige bijnamen voor Arnault te binnen schoten waarmee vrouwen wer­den gewaarschuwd.

“Tegen Arnault waren er, anders dan bij Weinstein, nooit aanklachten. Geen van zijn slachtoffers durfde ooit naar de politie te stappen. Maar via mijn netwerk in de culturele wereld kwam ik vrouwen op het spoor die schoorvoetend toegaven door Arnault te zijn verkracht.”

Waarom heeft niemand hem ooit aangegeven?

“Arnault was machtig, door zijn banden met de Zweedse Academie en zijn vrouw, dichter en academielid Frostenson. Maar: hij dikte zijn macht ook aan, zei dat hij de poortwachter was van het informele circuit dat de kunst­wereld is. Was je nog geen gevestigd kunstenaar, dan kon híj je carrrière maken – of smoren. De werkelijkheid was niet eens relevant, zijn dreigementen waren genoeg om die ­aspirant-kunstenaars te doen zwijgen. Het heeft ook mij beïnvloed. Ik vroeg me lang af: hoe ver reikt zijn invloed? Zijn mijn collega’s op de cultuurredactie misschien loyaal aan hem?”

Gustavson schrijft over filmstudent Emma. Ze gaat naar de kroeg met Arnault, is van hem gecharmeerd. Vertelt hoe hij haar begon uit te kleden, “ik vroeg me af wat ik in hemelsnaam moest. Mijn lichaam behoorde aan iemand toe die sliep, maar zelf was ik wakker. Hij legde me op mijn rug en had seks met me. Ik voelde me dom dat ik in deze situatie was beland, en ik schaamde me omdat het met hem was: die ouwe vent uit de bar.”

Inmiddels is Emma goed 50. Ze heeft niemand ooit over de verkrachting verteld. “Dat was de enige manier om te over­leven en in Stockholm te blijven wonen”, zegt ze in uw boek. Hoe schatte u haar en andere verklaringen op waar­de?

“Als bad cop die naar getuigen vroeg. Bij gebrek aan bewijsstukken moesten anderen het verhaal kunnen valideren. Was er iemand bij jullie ontmoeting? Heb je het voorval destijds aan iemand verteld? Heb je dagboeknotities of bonnetjes die jouw verhaal bevestigen? Dat leerde ik van het Weinstein-onderzoek: de stem van de vrouwen alleen, hoe geloofwaardig ook, is niet genoeg.”

U hebt veel slachtoffers moeten overtuigen deze trauma­tische gebeurtenissen publiek op te rakelen. En dan komt u nog even met een stel kritische vragen...

“Zweden kende tijdens de #MeToo-beweging veel slechte journalistiek, met beschuldigingen die nauwelijks waren onderbouwd. Vervolgens betaalden de slachtoffers de prijs; zij werden weggezet als leugenachtig of hysterisch, terwijl het de redacties waren die overhaast hadden gepubliceerd.

“Dit onderzoek voelde mede daarom als een enorme verantwoordelijkheid. Het naar buiten treden met de getuigenissen raakte aan zoveel levens. Het zou een ramp zijn als de misbruikervaringen als onwaar werden afgedaan omdat een exposé niet waterdicht was. Dus ging ik op zoek naar bewijsmateriaal. Het werd me trouwens al gauw duidelijk dat zijn slachtoffers de eersten waren die wilden dat hun herinneringen, die vaak van ver moesten komen, tot in detail zouden kloppen. Het was zo’n kwetsbaar moment voor ze.

“Bovendien hoef je maar in deze maatschappij op te groeien om jezelf in dit soort situaties als schuldige aan te wijzen. Waarom ging ik in op zijn avances? Hoe kon ik in ­hemelsnaam met hem mee naar huis gaan? Ze pijnigden zichzelf al decennia met deze vragen, ik was echt niet de eerste die ze stelde. Uiteindelijk werd dat ook de kracht van het artikel: de ambivalentie. Het seksueel geweld voldoet niet aan ons stereotype van verkrachting, het hulpeloze meisje dat wordt overmeesterd in een steeg.

“Misbruikzaken zijn veel rommeliger. De vrouwen hadden hun eigen redenen om in te gaan op de toenaderingen van Arnault. Ook zij geven toe lang niet altijd even slim te hebben gehandeld. Maar maakt dat ze medeplichtig?”

Beeld Thron Ullberg

Is het niet de rechter die daarover moet beslissen?

“Het rechtssysteem is feilbaar. Arnault kwam weg met zijn gedrag. De hele culturele sector heeft al die tijd weggekeken. En zijn slachtoffers dachten: het is mijn woord tegen het zijne. Ik denk dat in dit geval journalistiek de enige manier was om het jarenlange zwijgen te doorbreken.”

Wat zegt die zwijgcultuur over Zweden?

“Het zegt vooral iets over de Zweedse Academie en haar ­positie, alsof het een religieus gezelschap was. Zweden is het meest seculiere land ter wereld. Misschien heeft de ­bevolking om die reden iets nodig wat het dagelijkse overstijgt. Het kan ook iets te maken hebben met burgermoed. Daar hebben we in Zweden niet bijzonder veel van.”

Hoezo?

“De sociaal-democraten hebben bijna een eeuw nonstop geregeerd en schiepen het folkshem, de natie als ‘huis van het volk’, wat zoveel inhoudt als dat de regering zich over ie­dereen bekommert. De overheid zorgt voor onze kinderen, onze ouders, en als er een straatgevecht plaatsvindt denken we: wie ben ik om me daarmee te bemoeien.”

“Zweden zijn huiverig voor ongemakkelijke situaties. Arnault viel vrouwen en plein public lastig. Waarom verkocht niemand hem een stomp? Ik denk omdat er in Zweden geen machocultuur heerst. Geweld is geen onderdeel van het repertoire. De elite gedraagt zich beschaafd, en komt vooral niet tussenbeide.”

U schrijft: ‘Mijn grootste angst was dat de vrouwen hun verhalen zouden herroepen.’ Waar zat die angst in?

“Ik voelde dat, als het me niet lukte dit te publiceren, ik mijn werk niet zou kunnen voortzetten. Hoe kon ik schrijvers, kunstenaars, artiesten nog de hemel inprijzen die lijntjes hebben met de Zweedse Academie en daarmee in meer of mindere mate medeplichtig zijn aan de zwijgcultuur? Ik móest publiceren.”

En nu?

“In de Academie is veel veranderd en ik hoop dat seksueel wangedrag nu makkelijker aan te kaarten is. Onze blik is verruimd, we kunnen niet terug naar achterhaalde ideeën over dader en slachtoffer. De vrouwen die ik sprak hadden de grootste moeite zichzelf als slachtoffer te zien: dan ben je namelijk hulpeloos en voor je leven getekend. Veel vrouwen ontkenden liever dat ze waren verkracht.

“Na de publicatie van mijn artikel, heeft een aantal van hen alsnog aangifte gedaan. Veel zaken waren verjaard. Ik heb altijd geloofd dat de wet onder ‘verkrachting’verstond: je bent aangevallen en hebt je uit alle macht verweerd. ­Andere, chaotischer situaties waren kansloos in een rechtszaal, dacht ik, maar tegen al mijn verwachtingen in is ­Arnault toch veroordeeld. Dat ook het slachtoffer du­bieus ­of tegenstrijdig heeft gehandeld, speelde geen rol. Het heeft me mijn vertrouwen in de rechtspraak terugge­geven.”

Uw onderzoek richtte zich tegen de macht van de culturele elite. Nu hoort u daar zelf toe. Mooie paradox.

“Veel van de personages in wier levens ik ben gedoken weigeren zichzelf met macht te vereenzelvigen. Artiesten voelen zich vaak buitenstaanders, dat is een creatieve bron, nét buiten de norm vallen. Neem Horace Engdahl [schrijver, vriend van Arnault en Zweedse-Academielid, red.]: die omschrijft zichzelf graag als ‘ondergrondse rebel’.

“Ik snap dat, ik heb geen culturele achtergrond, kom uit een kleine, kerkelijke gemeenschap en ook ik voelde me in deze wereld een buitenbeetje. Iemand die van onderop de elite bestormt. Toen mijn artikel zo’n doorwerking had, kreeg ik ineens macht. Mensen vroegen naar mijn mening. Ondertussen bleef het onmogelijk mezelf met dat idee van invloed te identificeren. Ik bleef me klein voelen.

“Maar het is riskant om je machtspositie te onderschatten. Zo zei de secretaris van de Zweedse Academie, Anders Olsson, dat Arnault dáár niemand had verkracht ‘dus wat hebben wij nou met die hele misbruikzaak te maken?’ Hij kon zich niet voorstellen dat de Academie-status een rol had gespeeld. Dat is wat er gebeurt in die culturele elite: in hun eigen beleving blijven ze vaak de underdog.”

Arnault en Frostenson hebben u niet te woord gestaan. Heeft u het idee het stel te kennen?

“Arnault wel, Frostenson blijft een mysterie. Ze heeft haar hele carrière zelden iets over zichzelf losgelaten, maar mensen die hen kennen zeggen dat hun levens in het teken staan van haar schrijven. Het is onduidelijk hoeveel ze precies afwist van het misbruik van haar man, maar in haar werk figureert een duister, wispelturig figuur, de ‘tendre assassin’. Zij, de dichter, is er om zijn chaos te kanaliseren.

“Frostenson heeft inmiddels een tegenboek geschreven, ‘K’, waaruit moet blijken dat het allemaal een groot complot is: Arnault is aan de schandpaal genageld om haar, de Zweedse koningin van de poëzie, te treffen. Jonge dichteressen willen haar vervangen. Omdat ze haar niet kunnen raken, richten ze hun pijlen op haar man. Sommigen geloven dat ik hun dekmantel ben. Dat is de tijdgeest: Frostenson lepelt een absurd relaas op en het mijne legt het daar vervolgens tegen af. Journalistiek verwordt tot ook maar een mening, een perspectief tussen vele andere.”

Gustavsson heeft wel eens gezegd dat ze het jammer vond dat de Nobelprijs afgelopen jaar twee keer is uitgereikt. Het was volgens haar een statement geweest om de prijs een jaar over te slaan.

Hoe kijkt u nu aan tegen de Zweedse Academie?

“De nieuwe statuten maken het mogelijk je zetel op te geven; vroeger was je lid voor het leven. De academieleden die opgestapt zijn, gaven daarmee het signaal: wij staan niet meer achter de koers. Maar de groep die het schandaal onder het tapijt wilde vegen, is aangebleven. De Arnault-sympathisanten zitten nog altijd op hun troon.

“Ooit was het Nobelprijsinstituut voorbestemd voor de grootste intellectuelen. Maar sinds de onthulling willen veel prominenten er niks meer mee te maken hebben. Voorheen was het ondenkbaar dat je een uitnodiging voor het lidmaatschap afwees. Nu bedanken schrijvers voor de eer. De Academie heeft een metamorfose ondergaan, ze bestaat nog, het instituut heeft nog altijd de macht om prijzen en beurzen toe te kennen, maar ze is niet meer wat ze was. De Zweedse Academie is haar sterrenstatus kwijt.” 

Matilda Gustavsson
Het bolwerk. Macht en misbruik achter de gesloten deuren van de Zweedse Academie
Nijgh & Van Ditmar; 304 blz. € 21,99

Lees ook

De door #MeToo geplaagde Nobelprijs voor literatuur kijkt nu vooral naar vrouwen

Na het debacle van vorig jaar, waarin er géén Nobelprijs voor de literatuur werd uitgereikt, vallen er donderdag twee schrijvers in de prijzen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden