Hoofd geschiedenis Valika Smeulders en conservator Eveline Sint Nicolaas in het Rijksmuseum.

InterviewExpositie

Hoe maak je een tentoonstelling over een beladen onderwerp als slavernij?

Hoofd geschiedenis Valika Smeulders en conservator Eveline Sint Nicolaas in het Rijksmuseum.Beeld Maartje Geels

Hoe maak je een tentoonstelling over een beladen onderwerp als slavernij? Het Rijksmuseum zette een zeer divers team aan het werk, om het onderwerp van alle kanten te belichten. ‘Ik raad iedereen aan het ongemak vooral niet uit de weg te gaan.’

Het zou de spraakmakendste tentoonstelling van het jaar worden: Slavernij in het Rijksmuseum. Het onderwerp is beladen: er wordt gediscussieerd over de vraag of ons land excuses moet aanbieden voor het slavernijverleden, wereldwijd speelt Black Lives Matter. Maar nu, drie maanden na de geplande opening, lijken de zalen langzaam in te stoffen. “Het voelt als een olifantenzwangerschap”, lacht Valika Smeulders, hoofd geschiedenis van het Rijksmuseum.

Eindelijk gaan de deuren dan op een kier. Dinsdag opent de koning de tentoonstelling en daarna mogen middelbare scholieren uit de regio komen kijken, als ‘lesvervangend programma’. Het is een klein stapje, maar Smeulders is opgetogen. “Wij staan te popelen om de tentoonstelling te delen met de wereld en alle reacties te horen.”

Op voorhand was er al kritiek. Is deze plek – tussen al die Rembrandts en Vermeers, de glorie van de Gouden Eeuw – wel geschikt om het duistere verhaal uit diezelfde periode goed te vertellen? Het museum was zich van die moeilijkheid zeer bewust, zegt conservator Eveline Sint Nicolaas als ook haar gezicht verschijnt in het groepsgesprek, dat via het beeldscherm gehouden wordt. Zij werkte al twintig jaar in het museum toen het plan in 2017 wereldkundig werd gemaakt. “We hebben een heel divers team samengesteld. Mensen met verschillende achtergronden en opleidingen, allemaal met ons eigen netwerk. Door de vroege bekendmaking hebben ontzettend veel mensen ons opgezocht, dat heeft tot veel mooie samenwerkingen geleid. We zijn echt anders te werk gegaan dan we gewend waren.”

Was de keuze voor zo’n team, met daarin ook mensen met een Antilliaanse achtergrond, of een deels Surinaamse zoals Smeulders, een manier om de kritiek voor te zijn? “Kritiek is prima”, zegt Smeulders, die zich in 2017 bij het team voegde. “Maar het is heel mooi dat je al tijdens het proces die leercurve hebt, dan kun je een product presenteren dat al veel verder doordacht is. In zo’n team kom je allemaal uit je bubbel, je moet gaan nadenken over wat je misschien al jaren beweert, maar wat nu bevraagd wordt.”

Dat ondervond Sint Nicolaas aan den lijve. Ze kwam er bij het schrijven van een boek over de ‘Surinaamse collectie’ van het museum achter dat op een schuttersportret van Bartholomeus van der Helst uit 1640 tussen al die witte mannen een zwarte jongen staat. Dat was haar eerder nooit opgevallen. Ze bleek niet de enige in het museum.

“Vervolgens ging ik er met al mijn goede bedoelingen over schrijven. Ik vroeg me af: hoe zou die jongen in die tijd zijn bekeken, toen hij hier door Amsterdam liep? Waarop mijn collega Stephanie Archangel opmerkte: ‘Hoe zou die jongen Amsterdam bekeken hebben?’ Dat maakt heel inzichtelijk hoe je eigen bagage voor een heel groot deel bepaalt hoe je kijkt naar de wereld om je heen en naar de collectie van het museum. Je moet steeds open blijven staan voor hoe anderen het zien. Door in onze eigen denkwereld te blijven, worden we als museum niet interessanter.”

Zwart met een hoofdletter

Het team moest om te beginnen een terminologie kiezen voor de catalogus en de zaalteksten – niets is vanzelfsprekend bij dit onderwerp. “Als je een verhaal vanuit meerdere perspectieven vertelt, is taal als middel heel belangrijk”, zegt Sint Nicolaas. In de tentoonstelling wordt niet gesproken over slaven, maar tot slaaf gemaakte mensen. Niet over blank, maar over wit. En opvallend: Zwart wordt met een hoofdletter geschreven.

Daarvoor is gekozen, legt Sint Nicolaas uit, omdat juist door de diaspora van de slavenhandel veel mensen niet weten waar hun Afrikaanse voorouders precies vandaan kwamen. Etniciteiten zijn verloren gegaan. “Als je Zwart met een hoofdletter schrijft, refereer je niet alleen aan huidskleur, maar benadruk je dat het gaat om een cultuur waarvan mensen niet meer weten waar de wortels liggen. Veel mensen kunnen niet zeggen: ik heb roots in bijvoorbeeld Ghana of Ivoorkust. Het gaat dus niet alleen om een kleur, maar om culturele bagage.”

Smeulders is niet bang dat die hoofdletter tot discussie leidt. “Termen als wit en zwart zijn al ingevoerd, die hoofdletter is nieuw, maar ook dat is zó weer normaal.” Ze hoopt dat mensen zich er niet door laten afleiden. “Laat het verhaal tot je komen en bedenk wat je ermee kunt.”

De tentoonstelling vertelt de geschiedenis aan de hand van tien levensverhalen, van mensen die op de een of andere manier bij de slavernij betrokken waren.

Smeulders: “Je wilt de mensen laten zien die onder de slavernij hebben geleden. Je hebt het daarnaast over een onrechtvaardig systeem dat 250 jaar geduurd heeft: hoe is dat ontstaan en hoe is dat ook weer afgeschaft? In de tentoonstelling kun je een tweedeling zien: eerst vijf personen die je dieper trekken in het systeem zelf, de tweede groep neemt je mee naar het denken over de vrijheid.”

Langzame verbranding

Smeulders verdiepte zich in het verhaal van Lohkay, een tot slaaf gemaakte vrouw op Sint Maarten die ontsnapte, gepakt werd en gruwelijk gestraft: een van haar borsten werd afgesneden. Maar Lohkay ontsnapte opnieuw. “Ze was een inspiratie voor anderen om ook weg te lopen. Dat waren er zoveel, dat op Sint Maarten de slavernij al vijftien jaar eerder werd afgeschaft, omdat er gewoon te weinig mensen over waren op de plantages.”

Sint Nicolaas werd geraakt door het verhaal van Wally, een tot slaaf gemaakte man op een suikerplantage in Suriname. “De plantage was in bezit van Jonas Witsen. Die woonde hier in Amsterdam. Hij stuurde Dirk Valkenburg naar Suriname, die de plantage schilderde. Dat werk hangt al heel lang in de vaste opstelling. Ik heb het altijd een wat saai en nietszeggend schilderij gevonden, tot we het verhaal van Wally onderzochten.” Uit een rechtbankverslag blijkt dat allerlei conflicten op de plantage uiteindelijk leidden tot zijn veroordeling: dood door langzame verbranding, waarbij hij met tangen geknepen moest worden.

Niet alleen de schilderijen van Dirk Valkenburg vertellen Wally’s tragische verhaal, het museum verwierf ook een kappa, een ijzeren ketel waarin suikerrietsap werd ingekookt. Het is een van de voorwerpen, afkomstig van de plantages, die de expositie toont. Daarmee gaan de verhalen meer leven, denkt Smeulders. “Documenten en schilderijen laten altijd het perspectief van de bestuurder van de plantage zien. Daarmee doe je geen recht aan de mensen in slavernij, daar heb je andere objecten voor nodig.”

Wat wist Oopjen van de slavernij?

Bekende gezichten op de tentoonstelling zijn Marten en Oopjen, vereeuwigd op de populaire portretten van Rembrandt. Ook zij hebben een slavernijverleden: de vader van Marten verwerkte suiker, afkomstig van plantages, vertelt Sint Nicolaas. Die familie kon van alles weten, maar of dat ook zo was, weten we niet. Ze hadden in elk geval een directe connectie met de kolonie in Nederlands Brazilië.

Oopjen had na de dood van Marten een tweede echtgenoot, Maerten, die een aantal jaren in Brazilië had gewoond en daar een zwarte vrouw had verkracht. De kerkenraad in de stad Paraiba maakte zich zorgen over de mishandeling van de vrouw, blijkt uit oude verslagen. Maar Maerten werd nooit gestraft. “Dit verhaal maakt heel inzichtelijk dat die koloniale geschiedenis verweven is met onze museumcollectie.”

Het schilderij wordt er niet minder mooi van, vindt Sint Nicolaas. Smeulders: “Oopjen prikkelt tot nadenken over vragen als ‘wat wist zij?’, ‘wat is haar verantwoordelijkheid?’ Daar kun je geen plat, eendimensionaal antwoord op geven. Het is makkelijk om te denken: ze had wat moeten doen, maar in hoeverre doen wij vandaag de dag iets aan de slavernij die nog steeds bestaat?”

Er zullen straks bezoekers naar het museum komen met een familiegeschiedenis die wortelt in de slavernij en mensen voor wie het alleen maar erg lang geleden is. De conservatoren denken beide groepen aan te spreken. Sint Nicolaas: “Er zitten in al die verhalen aanknopingspunten voor iedereen. We kunnen ons allemaal verplaatsen in de geschiedenis van een man die als mens wil worden gezien, in plaats van als werktuig.”

Smeulders vult aan: “Als je tentoonstelling alleen maar gaat over daderschap en slachtofferschap, dan doe je geen recht aan die mensen. Het mooie van die individuele verhalen is dat je mensen in al hun dimensies kunt laten zien. Hun twijfels, angsten, doorzettingsvermogen en kracht. Ik hoop dat je kunt zien dat al die personages voor een deel werden bepaald door hun omgeving, maar ook individueel bijdroegen aan de grotere geschiedenis.”

Excuses voor het slavernijverleden?

Veel Nederlanders vinden het onzin om zich schuldig te voelen over het slavernijverleden. Schuldgevoel hoeft ook niemand over te houden aan de tentoonstelling, vindt Smeulders. “Excuses maken is een zaak voor de politiek. Dat hoeft niet op individuele basis.” Al weet juist zij uit eigen ervaring hoe bevrijdend het kan zijn als je het wél doet. Smeulders ontdekte namelijk dat een van haar voorouders een wrede plantage-­eigenaar was. “In het Caribisch gebied weet het gros van de mensen wel dat ze voorouders hebben die aan beide kanten van het systeem hebben gestaan. Ik stam ook af van een tot slaaf gemaakte vrouw die bij deze man in dienst was. Het is heel pijnlijk als je ziet wat een voorouder van jou gedaan heeft met andere mensen; ik vind het logisch dat ik daar niet achter sta.”

Smeulders kende een nazaat van een vrouw die ook slachtoffer was geworden van haar voorvaderlijke plantagehouder. Ze heeft, ondanks haar eigen complexe familiegeschiedenis, haar excuses aangeboden voor zijn gedrag. “Ik vond het heel fijn om dat gesprek te hebben met haar. Het bracht ons dichter bij elkaar en het zorgde voor een connectie van het verleden en het hier en nu. Ik zou iedereen aanraden om het ongemak vooral niet uit de weg te gaan. Als je het aangaat, kun je het transformeren tot iets dat bevrijdend is.”

Eindelijk mag het Rijksmuseum weer een beetje open

Koning Willem-Alexander opent vandaag de tentoonstelling Slavernij en daarna mogen schoolklassen uit de regio gratis komen kijken. Eindelijk weer mensen in het Rijksmuseum. Directeur Taco Dibbits is er blij mee. “Leerlingen van middelbare scholen mogen we ontvangen, omdat het valt binnen het lesvervangend programma. We willen dat de tentoonstelling over dit urgente onderwerp gezien wordt, zeker door de mensen van de toekomst”, zegt hij.

Is de opening voor scholieren wellicht een stil protest tegen die aanhoudende sluiting?

Dibbits heeft zich daar kritisch over uitgelaten; vorige week stond zijn handtekening onder een open brief waarin prominenten uit de kunstwereld zich keren tegen de testwet. Een coronatest doen voor een bezoek aan het museum of theater zou een te grote hindernis zijn voor bezoekers.

Nee, een protest is de opening van het museum voor scholieren niet, zegt Dibbits beslist. “We vinden het gewoon belangrijk dat deze tentoonstelling bezocht wordt.” Maar hij wil best herhalen dat de musea veilig open kunnen. “Dat hebben we vorig jaar al laten zien. De protocollen die we toen gebruikten, werkten prima.”

Het museum heeft een online presentatie gemaakt, zodat ook andere bezoekers de tentoonstelling kunnen bekijken. Maar dat blijft natuurlijk behelpen. Dibbits hoopt dat het museum begin juni weer open kan voor iedereen. “Maar ik weet daarover net zoveel als ieder ander”, zegt hij er meteen bij.

De opening van de tentoonstelling door koning Willem-Alexander wordt live uitgezonden om 15.55 uur op NPO 1. Daarna is hij online te zien via rijksmuseum.nl, tot het museum weer open gaat. Tot en met 29 augustus 2021.

Lees ook:

Waarom zadelt het Rijksmuseum scholieren op met het racistische beeld van de slaaf als sullige Sambo?

Het educatieve magazine over slavernij dat het Rijksmuseum uitbrengt, schetst een vertekend beeld van de positie van slaven in Suriname, vindt historicus Piet Emmer.

Nederlanders vinden slavernijverleden ernstig, maar achten excuses niet op zijn plaats

Nederlanders vinden in meerderheid het aanbieden van excuses voor het Nederlandse slavernijverleden niet nodig. Dat blijkt uit een enquête van I&O research in opdracht van Trouw.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden