Klassiek & zo Peter van der Lint

Hoe klassieke confrontaties slagen - en mislukken

Vijftig jaar na de historische Notenkrakersactie in het Concertgebouw, waarbij een concert van Bernard Haitink stilgelegd moest worden, kreeg de concertzaal deze week opnieuw te maken met protest. Tijdens de toegiften van Elina Garanca dwarrelden er ineens pamfletten van de balkons naar beneden. De mezzo zong ­ onverstoorbaar verder en de pamflet­strooiers werden door suppoosten fluks uit de zaal verwijderd. Het protest betrof de sponsoring van het gebouw door Shell. En dat terwijl het Concertgebouw zich afficheert als duurzaam. Een behoorlijke dissonant vonden de actievoerders. En een puntje hebben ze wel.

Het was een week vol van dit soort confrontaties. Op dezelfde avond als die schotschriften naar beneden gesmeten werden, was er een paar kilometer verderop een zogeheten XL-voorstelling van Mozarts ‘Così fan tutte’ bij De Nationale Opera (DNO). Bij zo’n voorstelling mogen alleen jongeren (maximale leeftijd 35) naar binnen. De prijzen zijn met behulp van een sponsor superlaag gehouden, en al die jongeren voelen zich in een volle zaal met leeftijdgenoten meer senang dan wanneer ze tussen de grijze meerderheid plaats moeten nemen die meestal het merendeel van de stoelen bezet houdt. Goed initiatief.

Tijdloos? Mooi niet dus

Op die avond werd een van de jongeren geconfronteerd met deze Mozart-productie, en hij raakte compleet in verwarring. Hij schreef er uitgebreid over op een van de online-operaplatforms. Het was zijn eerste opera, en bij Mozart heb je een bepaald beeld in gedachten. DNO had in de marketing erg ingezet op de raakvlakken die het verhaal heeft met programma’s als ‘Temptation Island’ en ‘Ex on the Beach’. De jongeman had qua decor en kostuums iets rococo-erigs verwacht. Of iets echt hedendaags. Maar hij kreeg een enscenering te zien die speelde in de jaren zestig van de vorige eeuw, jaren waar hij niets mee heeft. De regisseurs leggen uit dat ze ‘daardoor de tijdloze aspecten van de opera konden benadrukken’. Nou, niet dus.

Mozarts ‘Così fan tutte’ bij De Nationale Opera. Met in het midden Thomas Oliemans als Don Alfonso. Beeld Hans van den Bogaard, DNO

Het is een denkfout, ik heb er hier al vaker over geschreven. De regisseurs beogen het verhaal dichterbij te brengen, het van alle tijden te maken, en wat blijkt: het tegenovergestelde gebeurt. Er ontstaat onnodige afstand met een jongere van deze tijd die voor het eerst naar de opera gaat. Missie mislukt zou ik zeggen. De tweede herneming van deze productie bleek voor niet-jongeren zoals ik tamelijk verouderd. Theatraal sprankelde het niet, muzikaal gelukkig wel. Met een mooi debuut van Thomas Oliemans als de cynische Don Alfonso.

De beste confrontatie kwam deze week van Valeri Gergjev. Hij dirigeerde het Concertgebouworkest in een programma met het celloconcert ‘Tout un monde lointain...’ van Dutilleux en de Vierde symfonie van Sjostakovitsj. Zware kost, maar Gergjev en cellist Victor Julien-Laferrière maakten er iets heel bijzonders van. De ‘verre wereld’ van Dutilleux kwam heel dichtbij. En dan die Vierde symfonie! Als Gergjev in vorm is, dan is hij in dit repertoire maar moeilijk te evenaren. Sjostakovitsj durfde zijn symfonie pas 25 jaar na de compositie ervan aan de openbaarheid prijs te geven. In december van 1961 was dat. Toen was Dutilleux net begonnen aan zijn celloconcert, dat uit het niets begint. Zoals Sjostakovitsj’ symfonie in het niets oplost. Stille confrontaties die hard aankwamen. Dankzij Gergjev.

Peter van der Lint schrijft iedere week met aanstekelijk enthousiasme over de wereld van de klassieke muziek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden