null

EssayLéon Hanssen

Hoe Joseph Beuys hét symbool van oorlogsgeest, de bunker, voorgoed in handen van de natuur gaf

Beeld Ullstein Bild via Getty Images

Het was de spelende mens ten voeten uit, vijftig jaar geleden in de Peel: spraakmakend kunstenaar Joseph Beuys, ex-nazi en natuurliefhebber, de armen om een bunker, kliederend in het zompige veen. Een hoogtepunt uit de geschiedenis van de moderne kunst, schrijft Léon Hanssen.

Léon Hanssen

Op een licht bewolkte middag in augustus 1971 rijdt een opvallende auto over de provinciale weg tussen Meijel en Asten in de Peel. Een Bentley S1 uit 1959 met Duits kenteken. Plotseling remt de wagen in het niemandsland. De bestuurder stapt uit: niemand minder dan de spraakmakende kunstenaar Joseph Beuys, vereerd als Nederduits mysticus, maar ook verguisd als een charlatan.

Beuys beent het veengebied in, waarbij hij tot over zijn enkels in de zompige bodem raakt. Lange waterstroken herinneren aan de tijd dat hier turf werd gestoken. De kunstenaar snelt er overheen door van de ene modderhoop naar de andere te springen. Hij steekt zijn armen in de lucht alsof hij wil zeggen: ik breng geen kwaad, ik geef me over.

Léon Hanssen (1955) is cultuurhistoricus en auteur en maakte naam met onder andere biografieën van Menno ter Braak en Piet Mondriaan. Verleden jaar verscheen zijn Handboek voor de vagebond: in de voetsporen van vrije denkers (Querido).

Dan blijkt dit rondrennen een doel te hebben: een zeshoekige bunker uit de Tweede Wereldoorlog, overblijfsel van de Peel-Raamstelling, de Nederlandse verdedigingslinie, die op 10 mei 1940 in één dag in handen van de Duitsers viel.

Er kan geen kogel meer in of uit

Intussen klikt er een camera. De Italiaanse fotograaf Gianfranco Gorgoni, reisgezel van Beuys, is hem nagesneld en legt zijn actie in een serie foto’s vast. Als de kunstenaar de kazemat heeft bereikt, wordt het bijna rituele karakter duidelijker. Breed spreidt Beuys zijn armen over een muur uit.

Het is verleidelijk om dit gebaar, zoals de kritiek wil, te zien als een imitatie van Christus aan het kruis. Maar niets is minder waar. Christus toont zijn gezicht en niet zijn rug naar ons, terwijl dat bij Beuys wel zo is. Met zijn neus tegen het beton gedrukt, lijkt hij de bunker te omarmen, op een wijze waardoor er geen kogel meer uit of in kan. Alsof het schietgat een wonde is, die hij wil dichten.

Het grootste spektakel moet nog volgen. Op de terugweg naar de auto, ruim honderd meter verder, laat Beuys zich languit in het nat vallen, zodat alleen nog zijn befaamde vilten hoed boven de waterspiegel uitsteekt. Met zijn rechterhand smeert hij zijn linkerarm tot aan de schouder vol met het Peelse slijk. Half zwemmend, half wadend bereikt hij vaste grond, druipend van het water en de modder.

Er lag vast een dekentje op de lederen bank van zijn limousine

Het verhaal wil dat hij zonder van kleren te verwisselen in de Bentley is gestapt om de reis naar Eindhoven te vervolgen, waar ’s anderendaags in het Van Abbemuseum een expositie van zijn werk opende. Daar aangekomen zou hij de verbaasde directeur Jean Leering druipnat hebben omarmd.

Waar of niet, Beuys zal vast een dekentje op de beige lederen voorbank van zijn limousine hebben gelegd. De zitting zou anders verruïneerd zijn geweest. Zijn Bentley S1 was het statusobject waarmee hij status hekelde, maar de wagen hoefde ook niet naar de filistijnen.

Bij de herdenking dit jaar van zijn honderdste geboortedag wordt Joseph Beuys (1921-1986) met zijn tijdgenoot Andy Warhol tot de spraakmakendste kunstenaars van de tweede helft van de twintigste eeuw gerekend. Maar waar de Amerikaan Warhol met zijn kleurrijke en lijnvormige popart de zelfgenoegzaamheid van de moderne consumptiemaatschappij weerspiegelt, vertegenwoordigt Beuys een ogenschijnlijk duister en pessimistisch wereldbeeld.

Reacties (max. 150 woorden) zijn welkom via tijdgeestreacties@trouw.nl. Graag naam en woonplaats vermelden.

Opgegroeid in Kleef, vlak over de Duitse grens, was het voor de jonge Beuys vanzelfsprekend dat hij zich bij de Hitlerjugend aansloot en in 1941 vrijwillig bij de Luftwaffe aanmeldde. Hij werd neergeschoten in een Stuka-bommenwerper boven de Krim en overleefde het ongeluk naar eigen zeggen doordat rondtrekkende Tataren zijn wonden met dierlijk vet insmeerden en hem tegen de kou in vilt wikkelden.

De beschaving waartegen we ons moeten mobiliseren

Deze producten, vet en vilt, plus een jagersvest en de hoed die een zilveren plaat in zijn schedel zou bedekken, werden de vaste attributen waarmee Beuys na de oorlog als kunstenaar in de openbaarheid trad. Zij vormden het tegenbeeld van het burgerlijke kostuum dat aanpassing en succes moet uitstralen, terwijl Beuys met zijn uitdossing leek te bedoelen dat beschaving een toestand is waartegen we ons moeten mobiliseren.

Zijn beroemdste happening was wel die uit 1974 toen hij zich in een galerie in New York drie dagen en nachten met een wilde coyote in een kooi liet opsluiten. Een hachelijk spel, waarin het wederom aankwam op het doorstaan van beproevingen door middel van vreedzame co-existentie en aanpassing aan de natuur.

Beuys’ performance in het drassige veen uit 1971 was destijds bij slechts weinigen bekend en daar is pas veel later verandering in gekomen. Nu, vijftig jaar na de Peel-performance, kunnen we zonder overdrijving stellen dat het een van de hoogtepunten uit de geschiedenis van de moderne kunst betreft. De kern zit hem in de heilige ernst waarmee Beuys het spel als kunstenaar speelde.

Het driebenig rad, als tegenhanger van de swastika

Dat spel een onmisbaar ingrediënt van cultuur is weten we sinds de klassieke studie Homo ludens (De spelende mens) van de Nederlandse cultuurhistoricus Johan Huizinga uit 1938. Door te spelen leren we respect voor elkaar te hebben, leren we nederlagen slikken en leren we de schoonheid van prestaties waarderen. Een cultuur zonder spel en spelregels glijdt af naar een dictatuur.

Huizinga liet het omslag van de eerste druk versieren met een triskelion, de afbeelding van een driebenig rad. Het is het rad van de cultuur dat voor vrijheid, vaart en vooruitgang zorgt.

De triskelion was door Huizinga tevens bedoeld als tegenhanger van de swastika, het gehate symbool van de nazi’s. Tussen de benen in het rad had hij drie rondjes laten aanbrengen: verwijzingen naar de klassieke filosofische trits van het goede, het schone en het ware, en de Bijbelse trits van geloof, hoop en liefde. Dit waren de essentiële waarden die Huizinga aan het spel van de cultuur verbond.

In elke burger schuilt een kunstenaar

Het is een gegeven dat Huizinga’s notie van de spelende mens op de artistieke voorhoede van na de oorlog een grote invloed heeft uitgeoefend. Ook aan Joseph Beuys is deze impuls niet voorbijgegaan, gelet op zijn adagium dat er in elke burger een kunstenaar schuilt en zijn geloof dat cultuur een tegenwicht moet bieden tegen de verzakelijkte en imperialistische westerse consumptiemaatschappij. Spel verbroedert, spel verzoent, schept vreugde en inzicht.

Steen des aanstoots voor Huizinga was het nationaal­socialisme, dat zich aan geen spelregels hield en elke vriend voor een potentiële vijand hield die vernietigd moet worden. Joseph Beuys was zelf als jongeman doordrenkt van de geest van het nationaalsocialisme, maar keerde na zijn dramatische oorlogservaringen op zijn schreden terug.

Hij wisselde strijd in voor spel, werd kunstenaar, en ontwikkelde een sterk engagement met de natuur. Hij werd een pleitbezorger van de milieubeweging en stond aan de wieg van de Duitse Grünen (1978).

Met zijn ‘Aktion im Moor’ (performance in het veen) op 16 augustus 1971 bedacht hij op de Meijelseweg naar Asten spontaan een spelvorm waarin hij het symbool van oorlogsgeest, de betonnen bunker, op rituele wijze neutraliseerde en voorgoed in handen van de natuur gaf. Dat hierbij geen publiek aanwezig was is geen toeval. Het hangt enerzijds samen met het compleet spontane en rituele karakter van het optreden. Maar er is ook een andere reden.

Cru uitgedrukt: spel maakt tot slaaf

Johan Huizinga (1872-1945) was zeer kritisch over de cultuur van zijn tijd. Hij meende dat het spel in toenemende mate een politiek en commercieel instrument is geworden van ideologische partijen en zakelijke concerns in wier handen wij gewillige marionetten zijn. Terwijl hij vond dat er aan spel geen enkel winstbejag verbonden mag zijn, moeten we constateren dat het spel tegenwoordig een miljardenbusiness is geworden, denk aan voetbal of gaming.

Cru uitgedrukt: spel maakt niet meer vrij, spel maakt tot slaaf. Het echte spel, zoals Huizinga zich dat droomde, het spel dat ons tot betere mensen maakt, is ondergronds gegaan en kan zich op de meest onverwachte momenten en plaatsen manifesteren, met of zonder publiek. Een enkele cameraklik is al voldoende om een spelsituatie, zoals Beuys die in de Peel uitvoerde, tot een moment van eminent kunsthistorisch belang en grote schoonheid te maken.

Met zijn hoed, zijn jagersvest en zijn Bentley S1, had Beuys veel van het type van de vagebond, zoals ik dat in mijn Handboek voor de vagebond heb beschreven. De vagebond is altijd bereid het hoofdpad te verlaten om zich ver van stad en menigte over te leveren aan de kronkels van het pad dat diep in de natuur voert. De vreugde die deze overgave oplevert kan de vonk zijn voor een grote artistieke prestatie.

Mager als een hongerkunstenaar

De ernst van het spel was bij Joseph Beuys van het gezicht af te lezen. Hij was mager als een hongerkunstenaar, maar gezwind als een topatleet die het lijden trotseert voor de euforie na de finish.

Het is nauwelijks bekend dat Beuys een sterke verbondenheid had met de Nederlandse Peel en dat hij vanaf medio jaren zeventig tot zijn dood in het buurschap Schoor aan het kanaal Wessem-Nederweert een tweede, wat vervallen huis bezat naast zijn woning in Düsseldorf. Hij ijverde sterk voor de instandhouding van de Noord-Europese veengronden als ‘voorraadkamers’ van leven, mysterie en transformatie.

Beuys zou zeer ontevreden zijn geweest dat Staatsbosbeheer het veengebied nu laat dichtgroeien met berkenbomen en struikgewas, waardoor het oorspronkelijke karakter verloren gaat.

De kazemat is nagenoeg onvindbaar geworden, laat staan dat hij bereikbaar is vanaf de weg, zoals vijftig jaar geleden voor Beuys. Maar misschien is dat ook goed zo, als verborgen herinnering aan een subliem kunstzinnig schouwspel op de grens van niets en onvergankelijkheid.

Lees ook:

De nieuwste Mondriaan: een aronskelk met ongeëvenaarde precisie

Een nieuwe Mondriaan: de tekening van een aronskelk. Biograaf Léon Hanssen plaatst haar op de grens van figuratieve naar de abstracte kunst waarmee Piet Mondriaan wereldfaam verwierf. Je gaat Piet Mondriaan pas werkelijk begrijpen als je ziet hoe hij bloemen tekent.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden