Hoe het musicalgenre emancipeerde

Hoog aangeslagen: de musical ‘Into the woods’. Beeld Peggy de Haan

Is musical plat en plastic, een herhaling van zetten? Welnee, musical is een van de meest complete theatervormen en als kunstvorm onderschat. Makers, kenners en beleidsmakers over de emancipatie van een genre.

De uitspraak over musical als complete theatervorm is van schrijver, acteur en producent Jon van Eerd, die vorige maand een Musical Award ontving als vertaler van ‘The Addams Family’. Een productie die alom jubelend werd ontvangen.

Van Eerd verwoordde daarmee wat veel musicalmakers en -kenners dwarszit. Het genre is weliswaar populair bij een groot publiek, maar andere (gesubsidieerde) disciplines kijken er vaak met minachting naar. Musicals zouden inferieur zijn aan andere, hogere vormen van kunst.

Het zijn vooroordelen van mensen die óf geen musical gezien hebben, óf alleen eentje uit de categorie veilig & oppervlakkig. Inderdaad, er zijn musicals die vooral entertainment zijn, of die meer lijken te draaien om de bekende sterren dan om de artistieke kwaliteit. Maar waarom zou je een hele kunstvorm afschrijven omdat er ook minder sterke exemplaren worden gemaakt? De filmindustrie is toch ook niet plat omdat er naast arthouse-films ook knok- en actiefilms bestaan?

Kentering

Er steekt een gunstiger wind op in musicalland. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het boek ‘De Nederlandse musical – emancipatie van een fenomeen’ onder redactie van theaterwetenschapper Bart Dieho. Hij neemt het genre serieus door het wetenschappelijk te benaderen: de geschiedenis, de theorie, de dramaturgie én de kritiek.

In het boek citeert hij musicalmakers die het hoog zit dat het genre, en daarmee hun vak, vaak niet serieus wordt genomen. Zo hekelt musicalactrice Simone Kleinsma de Nederlandse hiërarchie tussen musical en toneel: ‘In Amerika en Engeland staan acteurs de ene dag in een Shakespeare en de volgende dag in een musical’.

De Nederlandse musical is volwassen, maar de emancipatie is nog niet voltooid, schrijft Dieho. “Zogeheten intellectuelen zetten zich vaak nog arrogant af tegen musical zonder er zich ooit echt in verdiept te hebben.”

Nog een hart onder de riem kregen musicalmakers van de Raad voor Cultuur, die de minister adviseert. In het recente advies ‘Later is allang begonnen’, over muziektheater vanaf 2021, staat de raad stil bij de veelgehoorde kritiek dat musicals te makkelijk inspelen op de smaak van de massa. Producenten kiezen vaak voor geheide kassuccessen: de zoveelste herhaling van ‘Annie’, ‘Mamma Mia!’ en ‘My Fair Lady’. En niet voor originele kwaliteitsverhalen.

Volgens de raad komt dat doordat er voor musicalmakers weinig ruimte is om te experimenteren, zoals dat bij toneel wel kan. Sinds er flink op cultuur wordt bezuinigd, zijn zalen voorzichtiger gaan programmeren. En van ongesubsidieerde producenten kan niet worden verwacht dat ze veel geld en energie steken in het opkweken van nieuwe zangers, schrijvers, componisten en regisseurs.

Nagenoeg stil

Van 2007 tot 2015 nam het zogeheten M-Lab die taak op zich; dit Laboratorium voor Muziektheater stimuleerde een experimenteler musicalcircuit. Maar sinds het M-Lab gesloten is, staat de artistieke ontwikkeling van de musical in Nederland nagenoeg stil. Een groot contrast met de jaren zeventig en tachtig, schrijft de raad, toen het Rijk nog geld stak in de Nederlandstalige musical. “In deze periode kwam het gros van het musicalaanbod van Nederlandse bodem, en schrijvers als Jos Brink, Frank Sanders, Annie M.G. Schmidt, Harry Bannink en Guus Vleugel trokken volle zalen met oorspronkelijke verhalen, liedjes en muziek.”

Nu produceren PIT Producties en Het Zonnehuis experimentele voorstellingen. Zij ontvangen incidenteel subsidies van het Fonds Podiumkunsten, waarmee zij een klein deel van hun begroting kunnen bekostigen. Maar ook zij kunnen geen grote risico’s nemen op het gebied van talent- en repertoireontwikkeling.

Bezoekersaantallen

Fijn dat de raad erkent dat de Nederlandse musical een probleem heeft. Maar hoe komt er verbetering? De raad adviseert de minister om makers meer af te rekenen op hun artistieke betekenis, en minder op speelbeurten en bezoekersaantallen.

The Color Purple Beeld Neeltje Knaap

Talentontwikkeling moet worden gestimuleerd en musicalproducenten verdienen steun wanneer zij risico’s nemen of experimenteren. Naast opera en hedendaags muziektheater, die vaker worden gesubsidieerd, moet ook musical in aanmerking komen voor financiële ondersteuning.

“Iedereen in het vak is blij met dit advies”, stelt Esther Maas. Zij is artistiek producent van PIT Producties, dat twee Sondheimmusicals uitbracht en volgend jaar een derde produceert. “Kunst kan alleen groeien als het ook kan mislukken. Je kunt niet op safe spelen. Het is geen wiskunde. Theaters rekenen musicalproducenten af op kaartverkoop. Want ook theaters kunnen weinig risico nemen doordat zij weer afhankelijk zijn van subsidies die voorwaarden stellen aan die bezoekersaantallen. Zo is er geen ruimte voor experimentele voorstellingen. Heel goed dus als dit verandert.”

Wegjagen

“Doordat er nu te weinig geld voor musicals is, bezuinigen veel producenten op van alles: repetities, het aantal try-outs, orkesten”, vervolgt Esther Maas. “Publiek dat doorgaans naar gesubsidieerd theater gaat, jaag je daarmee weg. De Nationale Opera en het Concertgebouworkest hebben zo’n werelds niveau omdat er veel geld naartoe gaat. Ook de Reisopera, die soms ook musicals brengt, heeft meer geld. En zo hoort het. Hopelijk zal dat nu ook bij musicals meer gebeuren.

“Het zou mooi zijn als er samenwerkingen ontstaan tussen gesubsidieerde gezelschappen en vrije musicalproducenten. Dan komt er meer kennis van elkaars werk. Ik wil daar wel over meedenken. Ik hoop dat veel jonge mensen gebruikmaken van de nieuwe mogelijkheden. Er is zoveel talent.”

Herverdeling

Als minister Ingrid van Engelshoven alle adviezen van de Raad voor Cultuur overneemt, volgt er een dure operatie die veel verandering vraagt. Al kosten niet alle adviezen geld, zegt raadsvoorzitter Marijke van Hees. “Het Fonds Podiumkunsten kan de subsidies anders verdelen zodat ze ook naar musicals gaan en niet alleen naar andere vormen van muziektheater.”

Er is 80 miljoen euro per jaar extra beschikbaar voor cultuur. Wie zullen er gebruikmaken van die nieuwe financiële ruimte? Van Hees: “Je denkt al gauw aan bestaande gezelschappen, maar er kan ook spontaan iets georganiseerd worden. Kijk naar het locatietheaterproject Stork!, waarbij ondernemers samenwerkten met podia, gemeente en provincie. En een subsidie kan een garantiestelling zijn, zoals bij de voorstelling De Stormruiter in Leeuwarden. Alle kaartjes daarvoor werden verkocht, dus hoefde de garantie niet gebruikt te worden, maar je kunt je zulke constructies ook voor musicalproducenten voorstellen. Dit advies geeft een aanzet tot een nieuwe benadering van musical, waardoor er een gezonder klimaat voor dit genre kan ontstaan. Dit is de eerste stap.”

Lees ook:

The Addams Family: gepassioneerde griezeligheid met een vette knipoog

De butler is een zombie. Er trippelt een loslopende hand door de gang. Morticia flost haar tanden met een spinnenrag. Overleden familieleden komen spoken. Het is een bijzonder huishouden bij de Addams Family.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden