Interview

Hoe haar alcoholistische moeder een inspiratiebron werd voor Kira Wuck: ‘Ik schaamde me heel erg voor haar’

Kira Wuck Beeld Bianca Sistermans

Het tweede gedicht in onze serie rond het Boekenweekthema ‘De moeder de vrouw’, komt van Kira Wuck. Haar moeder was Fins. En alcoholist. Een vrouw als een ‘angstige reiger’. Schrijven doet Wuck in Finland. Alleen niet met Kerst: ‘Eenzaamheid ruikt naar kalfslever.’

“Dit schreef ik ooit in mijn dagboek: ‘Mijn moeder is alcoholist’. Zo had mijn vader het me verteld. Ik was negen. Mijn vader vertelde eigenlijk altijd alles, hij wilde geen dingen verbloemen. Ik denk dat ik het daarom ook kon begrijpen.”

Pijnlijk

Kira Wuck (1978) praat bedachtzaam. Niet omdat ze het lastig vindt om over haar jeugd te praten, eerder omdat ze de goede woorden wil vinden om het verhaal van haar moeder, vader, haar familie te vertellen.

Ja, het gedicht dat ze maakte op verzoek van Trouw is gebaseerd op herinneringen. “Ik schaamde me heel erg voor mijn moeder. Zeker als ze op het schoolplein stond. Ze had haar haar knalrood geverfd, droeg veel make-up, hoge hakken en opvallende kleding: rokken, mini-jurkjes, paars, kant. Iedereen keek altijd naar haar. En op verjaardagen werd ze aan het eind van de middag dronken. Pijnlijk was dat.”

Uit ‘Finse meisjes’ (2012), Wucks poëziedebuut:

Mijn moeder is verliefd op mijn logopedist / ze komt het huis niet uit, behalve voor mijn spraaklessen / op mijn verjaardag drinkt ze andere moeders onder tafel / daarna begint haar danssolo, benen hoog in de lucht

“Ze was alcoholist en ze was zwaarmoedig, maar ze was ook heel intelligent. Ze groeide op in Finland, had tienen voor Frans, Duits, wiskunde. Toen ze 17, 18 was, is ze van huis weggelopen en kwam ze naar Nederland. Hier ontmoette ze mijn vader - die is van Indonesische komaf. Mijn moeder had in korte tijd perfect Nederlands geleerd, begon een studie sociologie. Ik heb essays van haar gelezen, die waren foutloos. Toch kon ze niet voor mij zorgen. Dat deed mijn vader. Die was heel stabiel. Hij zorgde dat ik op tijd op school was.”

Gewoon dealen

Kira Wuck ging schrijven. Ze deed de Schrijversvakschool - en dat terwijl ze dyslectisch is. “Dat ervaar ik niet als handicap, het slijt ook, merk ik.” Ze studeerde af in poëzie en scenario en publiceerde sindsdien twee dichtbundels en een bundel korte verhalen. Licht en zwaar gaan in haar werk hand in hand, net als tragiek en absurdisme. Als kind las ze graag Roald Dahl, ‘De fantastische meneer Vos’, maar haar voorkeur voor het groteske kwam niet uit de boeken, gelooft Wuck. Die kwam van haar vader.

“Mijn ouders waren op een gegeven moment gescheiden. Ik woonde bij mijn vader. Hij was een optimist, kon goed relativeren. Hij wist: met sommige dingen moet je gewoon dealen.”

“Samen keken we altijd ‘Twin Peaks’. Die ene avond in de week was echt ons moment. Met zijn tweeën op de bank, hij met een biertje en ik mocht cola, iets wat ik de rest van de week niet kreeg. Ik was nog jong, maar wat vond ik dat een goeie serie. Ook nam mijn vader me vaak mee naar het theater. Door hem is die liefde voor absurdisme aangewakkerd.”

Huiselijkheid

Elf was ze toen haar moeder overleed, zestien toen ze haar vader verloor. Genoeg om somber van te worden, maar Wuck vindt dat ze ook geluk heeft gehad.

“Toen mijn vader al ziek was, hertrouwde hij met een heel leuke vrouw. De bruiloft vond plaats in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis. Ze kenden elkaar pas een jaar.

“Mijn stiefmoeder was 25 toen ze de zorg over mij kreeg. Er kwam iemand van de kinderbescherming langs om dingen te vragen als hoe laat ik naar bed moest en zo. Daar waren we helemaal niet mee bezig. Dat ik bij haar en haar familie mocht horen, daar Kerst kon vieren, dat vond ik heel fijn. Ik zie mijn stiefmoeder nog steeds veel, ze is als een zus of een vriendin.

“Bij mijn schoonouders heb ik datzelfde gevoel. Ik houd van huiselijkheid, van theedrinken en koekjes ronddelen. Een reactie op mijn extravagante moeder? Zou kunnen. Familie maak je ook zelf, heb ik geleerd.”

er zijn mensen die ik als familie beschouw
omdat we op elkaar zijn gaan lijken

De gedichten in ‘Finse meisjes’ bevatten meer autobiografie dan ‘De zee heeft honger’, dat vorig jaar verscheen. Daarin staat wel dit gezin:

Eurolines

We zijn onderweg naar Polen om Auschwitz
te bezoeken
je moet het gewoon een keer gezien hebben

we staan naast de kapotte bus
sneeuw maakt ons aanhankelijk
kou begint altijd bij de benen
trekt dan door naar het bot
de angst om niet gevonden te worden

ooit werkte ik in een keuken waar de manager
tijdens de pauze ‘Arbeit macht frei’ riep
na mijn laatste werkdag propte ik
mijn werkkleding in de eerste beste vuilnisbak

in het wegrestaurant lijken we een gezin
dat met de jaren vergroeid is
we warmen onze tenen en wanten aan
de verwarming
zonder dat onze schouders elkaar raken

Ook de in 2015 verschenen verhalenbundel ‘Noodlanding’ zit tjokvol wonderlijke familierelaties: een stel dat een Ghanese man van in de 30 blijkt te hebben geadopteerd, een moeder die haar dochter aanspoort het aan te leggen met een kampioen hotdog eten, een Groningse kippenboer die een Filippijnse bruid bestelt.

Een paar rake woorden en Wuck heeft een personage tot leven geroepen. De Ghanese Obi: ‘Hij draagt een goedkoop pak waarvan de naden loslaten.’ Of kippenboer Peer: ‘Het verlangen naar suiker knelt in zijn borst. Peer vist de zak uit de prullenbak en stopt een hele hand dropjes tegelijk in zijn mond.’

U komt zelf uit een niet-alledaags gezin, ik kan me voorstellen dat dat soort relaties voor u literair een interessant thema zijn?

“Misschien ben ik er onbewust wel veel mee bezig, maar die verhalen zijn echt fantasie. Het leuke aan een kort verhaal is dat je de karakters maar kort meemaakt. Daardoor kun je verder gaan dan in een roman. In een roman kun je zo’n personage niet in één hoofdstuk al afmaken.”

Relaties stranden in de verhalen, contact verloopt moeizaam of is er helemaal niet. Een vrouw begroet haar man die na een lange reis thuiskomt met de woorden: ‘Ik dacht dat je dood was.’

Ze hebben ook iets treurigs, uw personages?

“Nee, vind ik niet. Misschien zijn ze onhandig. Ze graven zich soms diep in hun ellende in, zoals ook Grunbergs romanfiguren dat kunnen, maar ze doen wel hun best. Ze staan hun mannetje of ze proberen dat tenminste.

“Die Groningse boer bijvoorbeeld, die weet niet hoe hij de situatie met de onwillige Filippijnse moet oplossen. Ze hebben geen gemeenschappelijke taal om in te praten. Hij handelt uit wanhoop.” Haar moeder schetste ze ooit met dit beeld: een vrouw als een ‘angstige reiger’.

Zij is mijn moeder niet maar zwaait

Een vrouw met rossig haar
en zwarte rok loopt door het park
zij is mijn moeder niet maar zwaait

soms ging ik naar de stad
misschien liep ze tussen de mensen
op haar hoge hakken
een angstige reiger
waaromheen de lucht bevroor

ik zocht en zocht tot er niemand meer was

misschien huilde ze
misschien was ze gelukkig

“Waarom was mijn moeder zoals ze was? Daar heb ik veel over nagedacht. Ze was onzeker over haar uiterlijk en tegelijk was ze fobisch voor ouderdom. Ze wilde liever jong en nog mooi doodgaan, dan oud worden. Misschien dat ze zich daarom zo opdofte, om dat een beetje te verbloemen.”

Uw poëzie wordt vaak geprezen om die originele, en ook geestige beelden. Hoe ontstaan die?

“Als kind al kon ik de hele dag op mijn bed zitten en fantaseren. Verhalen bedenken, dat was genoeg. En ik kijk graag om me heen. De meeste mensen letten niet goed op. Niet op elkaar, niet op wat er gebeurt. Terwijl, als je gewoon kijkt, dan zie je van alles en heel veel pareltjes.”

Schrijven doet Wuck het liefst in Finland, waar haar oma nog woont, waar ze vriendinnen heeft. Maar rond de Kerst is ze er liever niet. ‘Eenzaamheid ruikt naar kalfslever’, schreef ze in een gedicht, en die associatie had ze zonder Finse familie waarschijnlijk niet gehad. “Kalfslever eten ze met Kerst in Finland en dat is heel, heel vies! Het komt uit de oven en die geur die blijft zó hangen.”

Tijdens de schrijfopleiding maakte ze eens een moderne versie van een gedicht van Nijhoff. Die publiceerde ze nooit. Met zijn poëzie heeft ze geen uitgesproken band. Wel met het werk van Tjitske Jansen. “Haar debuut heb ik vaak gelezen. ‘Het moest maar eens gaan sneeuwen’, over pleeggezinnen, vaders, moeders. Ik voelde verwantschap, al schrijft ze heel anders dan ik. Momenteel vind ik het ook makkelijker om proza te maken dan poëzie.”

Is dat waarom u koos voor een prozagedicht?

“Dit is een haibun, een Japanse dichtvorm. Je komt ’m in Europa weinig tegen - ik kon maar een paar dichtbundels vinden met dit soort gedichten. Het is een prozagedicht, vaak anekdotisch, dat dan weer tussen haiku’s wordt geplaatst. De haiku’s dienen als een soort uitlijning en hoeven niet direct een relatie met het prozadeel te hebben. De haiku geeft het gedicht meer lucht en kan voor meer betekenis zorgen.

“Ik maakte kennis met deze vorm in India. Daar ontmoette ik een dichteres die haibuns schreef. Ik vind het een prettige mengvorm, ik ben er nu mee aan het spelen. Misschien ga ik ’m gebruiken in mijn derde dichtbundel.

“Voor mij is dit poëzie omdat ik zoveel mogelijk vertel in zo min mogelijk woorden. Het blijft associatief, ik laat veel open, vul niet alles in. Ik heb bijvoorbeeld getwijfeld of ik zou zeggen hoe mijn moeder er uitzag, maar dat heb ik uiteindelijk niet gedaan.”

Mis je haar?

“Ik heb altijd gevoeld dat mijn moeder heel veel van mij hield. Ze kon niet zo goed voor me zorgen en zat niet klaar met thee als ik uit school kwam, maar ik voelde dat ik belangrijk voor haar was. En misschien is dat waar het uiteindelijk om gaat, dat je je geliefd voelt, ook al weet die persoon niet helemaal hoe die aan jouw behoeftes moet voldoen.”

Het gedicht dat ze voor Trouw schreef, komt in andere vorm ook terecht in Wucks volgende boek, dat dit najaar verschijnt.

“Ik werk aan een roman over mijn vader en moeder. Als research duik ik helemaal in hun levens. Nu ik dat boek aan het schrijven ben, kan ik mijn jeugd meer relativeren. Mijn moeder zie ik nu ook als een mooi personage, een bijzonder karakter.”

Kira Wuck (1978) is dochter van een Finse moeder en een Indonesische vader. Ze groeide op in Amsterdam. maar herkent het absurdisme en de melancholie uit de noordelijke landen. Ze studeerde aan de Hogeschool Utrecht en aan de Schrijversvakschool in Amsterdam. In 2011 won ze de NK Poetry Slam. Haar poëziedebuut ‘Finse meisjes’ verscheen in 2012 en werd ruim geprezen. Kira Wuck won de C.W. van der Hoogtprijs 2013 en werd genomineerd voor de C.Buddingh’prijs 2013 en de Jo Peters PoëziePrijs. In 2016 verscheen haar verhalendebuut ‘Noodlanding’. In 2018 verscheen haar tweede dichtbundel ‘De zee heeft honger.’ Kira Wuck werkt nu aan een roman.

Lees ook:

Het verlangen om aangelijnd te worden is overal

Het was alweer een tijdje geleden. Zes jaar om precies te zijn. Even dacht ik dat ze de poëzie had ingeruild voor het proza. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden