Review

Hoe een jongen moordenaar wordt

Haat is iets wat langzaam tot wasdom komt, eerst beetje bij beetje terrein wint en dan pas actief wordt. Met het blote oog is dat proces niet waar te nemen, net zomin als je in het veld een bloem tot bloei kan zien komen. Alleen het geduldige oog van een camera kan dat. In natuurfilms zie je, versneld, hoe de stengel omhoog schiet, bladeren zich openvouwen en de bloem te voorschijn komt. Op vergelijkbare wijze beschrijft Yasmina Khadra de opkomst van de haat in Algerije. De haat die het land nu ruim een decennium lang gevangen houdt in de vorm van fundamentalistische terreur. Ook het oog van de schrijver (achter het vrouwelijke pseudoniem schuilt Mohammed Moullesehoul) is geduldig geweest en zijn techniek stelt hem in staat het geregistreerde proces haarscherp te tonen.

PIETER VAN DEN BLINK

'Waarvan de wolven dromen' is het tweede boek dat van deze auteur in vertaling verschijnt. Net als 'De lammeren Gods' uit 1999 gaat het over de opkomst van het fundamentalisme. Algerije was, voordat Afghanistan die rol overnam, het meest huiveringwekkende voorbeeld van wat fundamentalisme met een land en een bevolking kan doen, met dit verschil dat de fundamentalisten in Algerije nooit echt aan de macht zijn gekomen. Weinigen buiten Algerije kennen het verschil tussen FIS, GIA, AIS en al die andere namen in het bloederige nieuws dat de afgelopen twaalf jaar uit de voormalige Franse kolonie kwam, maar dat de 'i' in al die afkortingen voor 'islamique' stond, was bekend. Het FIS (Front islamique du Salut) won in december 1992 de eerste ronde van de verkiezingen. Om het fundamentalistische FIS buiten de regering te houden greep het leger toen in. De tweede ronde van de verkiezingen werd geannuleerd, het FIS verboden. De fundamentalisten namen sindsdien hun toevlucht tot terreur.

Khadra/Moullesehoul vertelt over jonge mannen met een hart in hun lijf, over hun toekomstdromen en hun verliefdheden, en over de valstrikken waar ze met open ogen intuimelen. De hoofdpersoon in 'Waarvan de wolven dromen' ontdekt dat een moordenaar niet alleen zijn slachtoffer maar ook zichzelf naar een andere wereld helpt. Maar als hij het ontdekt is het al te laat. ,,Ik schoot gelijk een meteoriet door de geluidsbarrière en verpulverde the point of no return. Ik was zojuist met lichaam en ziel in een parallelle wereld getuimeld, waaruit ik nooit meer terug zou keren'', constateert Nafa Walid, na zijn eerst moord, het pistool nog in de hand. Zijn slachtoffer is dood. Hijzelf is nu een moordenaar.

Na drie keer is hij eraan gewend.

Nafa handelt in opdracht van een op het FIS geënte splintergroep. Te zeggen dat hij zelf een fundamentalist is, zou te veel zijn, hij is het prototype een meeloper. De eerste keer dat iemand tegen hem over het FIS begint, haalt hij zijn schouders op en zegt: ,,Ik ben neutraal.'' Als de ander tegenwerpt dat hij moet kiezen en de verantwoordelijkheid moet nemen voor zijn eigen lot, schampert Nafa: ,,In Algerije heb je geen lot. We zijn hier allemaal op sterven na dood.'' Dat hij zich later toch aansluit bij het FIS is meer een samenloop van omstandigheden dan een bewuste keuze.

Een samenloop van omstandigheden? Heeft een jonge man in de kracht van zijn leven dan niet de mogelijkheid zich daartegen te verzetten als het om zaken van leven en dood gaat? Het lijkt er niet op in 'Waarvan wolven dromen'. Nafa Walid is niet dom. Hij ziet wel welke kant het uitgaat met Algerije en met zijn eigen leven, maar hij is niet bij machte om een andere richting in te slaan. ,,Natuurlijk kwam ik af en toe nog wel in opstand tegen het lot dat zich er met ongekende kleingeestigheid op toelegde al mijn verlangens te dwarsbomen, maar dan vermande ik me, als een goed gelovige.'' Het boek als geheel doet geloven dat de werkelijkheid wel eens zo banaal zou kunnen zijn als dat: ongekend kleingeestig.

Wie zich wel proberen te verzetten zijn de vrouwen. Hanane bijvoorbeeld, op wie Nafa heimelijk verliefd is. Haar broer verbiedt haar te werken en eist dat zij een sluier draagt. Maar aangespoord door een vriendin gaat Hanane toch naar buiten, om deel te nemen aan een vrouwendemonstratie. Haar broer achtervolgt haar met een mes, zodat ,,de droom als een gezwel uiteenspat onder het lemmet van de zustermoord.''

Wie schrijft over Algerije moet ook wel schrijven over geweld. Maar in deze boeken wordt dat afgewisseld met lyrische passages over zonsondergangen boven de Middellandse Zee of de gemoedelijkheid in de kashba onder het 'getjilp van straatjochies'. De schrijver heeft het geweld in zijn boek moeten toelaten, en waar dat nodig is geeft hij het alle ruimte, maar het heeft hem niet afgestompt, het heeft geen vat gekregen op zijn stijl, zoals blijkt uit kleine observaties als deze: ,,Ze slaakte een zucht en dook ineen rond haar melkwitte handen.''

'De lammeren Gods' gaat, net als Khadra's laatste boek, over kleingeestigheid. Het is het verhaal van een klein dorp waar 'vooral wrok de stof voor het collectieve geheugen levert'. Op een dag komt een fundamentalistische imam preken, en wat hij zegt valt in vruchtbare aarde bij de jongens in het dorp die ,,gedreven door een steeds sterker wordende haat, actief [zijn] in de nog verboden islamitische beweging''. De dorpsgemeenschap, gefnuikt door de droogte, de corruptie en de armoede, valt uiteen. Bestaande twisten worden aangescherpt, vriendschappen uiteengereten doordat de ene helft van het dorp wel en de andere helft niet in de ban raakt van de preken.

Door de letters FIS op de muren te kalken hebben de jongens in elk geval weer eens iets te doen. Het is absurd wat er in het dorp gebeurt, maar het enge is dat het tegelijkertijd heel aannemelijk is. Net als 'Waarvan wolven dromen' is de beschrijving van de onafwendbare nadering van een ramp -beide verhalen eindigen in apocalyptisch geweld- vreselijk spannend. De islam mag dan nog op zoek zijn naar een Kant, een Marquez is in elk geval opgestaan. Tenminste, aan hem moest ik denken bij zinnen als: ,,Van tijd tot tijd sierde een keurig rijtje mensenhoofden een balustrade of een pleintje'' of als Nafa luistert naar zijn moeder die vertelt: ,,'Ik weet nog, tijdens onze huwelijksnacht, toen je vader in de bruidskamer door zijn vrienden naar het bed werd geduwd, hoe op een paar honderd meter van de patio geweervuur knetterde en dat je vader tegen me zei...' 'Ik zei helemaal niets', riep de schorre stem van mijn vader vanuit de huiskamer, 'en verder werd ik die avond door niemand geduwd. Let op je woorden, vrouw. In die tijd hoefde niemand mij te duwen, zeker niet in de aanwezigheid van een maagd van vijftien jaar'.''

Dat Mohammed Moullesehoul deze boeken onder pseudoniem publiceerde, is niet zo vreemd. Tot voor kort diende hij in het Algerijnse leger. De legerleiding censureert wat haar ondergeschikten schrijven, en het is onwaarschijnlijk dat zij Moullesehouls boeken zouden laten passeren, want goede publiciteit voor het land is het niet. Pas dit jaar liet Moullesehoul, inmiddels naar Frankrijk geëmigreerd, de sluier vallen. In een toelichting op zijn boek betoont hij zich minder defaitistisch dan zijn Nafa Walid, de hoofdpersoon uit 'Waarvan de wolven dromen'. ,,De strijd [tegen het terrorisme] is verloren als het Westen het spel van de fundamentalisten blijft meespelen, door met geweld te reageren. Iemand die zijn eigen dood met devotie tegemoet ziet, kan je niet bang maken. Je moet de persoon die gekozen heeft voor het fundamentalisme overtuigen van de absurditeit van zijn keuze, maar dat is de taak van de moskee.'' Of van de literatuur, zou je daar aan kunnen toevoegen, als het droeve feit niet was dat geen fundamentalist de boeken van Moullesehoul ooit zal lezen zolang hem niet in de moskee wordt opgedragen om dat te doen.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden