Sven Ratzke en Noortje Herlaar zingen momenteel allebei veel liedjes van David Bowie.

Uitmarkt-bijlage Noortje Herlaar en Sven Ratzke

Hoe doe je dat, Bowie zingen? ‘Je moet een eigenheid hebben, die zich aan zijn eigenheid kan meten’

Sven Ratzke en Noortje Herlaar zingen momenteel allebei veel liedjes van David Bowie. Beeld Martijn Gijsbertsen

Sven Ratzke maakt een theaterprogramma vol Bowie-songs. Noortje Herlaar staat in ‘Lazarus’, de internationale theaterhit die David Bowie vlak voor zijn dood in 2016 voltooide. Veel nummers in de musical zijn eigen werk dat Bowie opnieuw heeft bewerkt. Aan Ratzke en Herlaar de vraag: hoe doe je dat, Bowie zingen?

“Je moet een eigenheid hebben die zich aan Bowies eigenheid kan meten.” Vrienden verklaarden Sven Ratzke voor gek toen hij in 2015 zijn eerste programma met Bowie-songs maakte. Bowie zingen? Daar moet je je niet aan wagen! Ratzke: “Waarom niet? Je moet je zijn verhalen wel eigen maken, geen covers spelen, want dan faal je ­genadeloos. In mijn tweede Bowie-voorstelling speel ik sterk uitgeklede versies van zijn nummers: alleen mijn stem en een vleugel. Bij de try-outs in Londen, waar fans heel erg vinden dat Bowie our guy is, waren mensen in tranen. Dat is zíjn muziek, hè, dat ben ik niet. Je moet zijn muziek wel begrijpen, en je moet een eigenheid hebben, die zich aan Bowies eigenheid kan meten.”

Je moest vooraf toestemming vragen om zijn nummers te mogen spelen in je voorstelling?

“Ja, want hij was volledig in charge. Toen ik me in 2013 aan het voorbereiden was, stuurde ik hem mijn plannen en dvd’s en cd’s van eerdere voorstellingen. Na negen weken kwam de verlossende mail van een medewerker: ‘David Bowie thinks you are crazy, so go ahead’.”

Noortje Herlaar speelt Elly in de musical ‘Lazarus’, die niet over Bowie gaat, want de voorstelling is gebaseerd op de roman ‘The Man Who Fell to Earth’. Herlaar hoeft dus ook niet Bowies ­geluid als performer te benaderen. “Het draait in de musical om de personages. We maken gebruik van bekende Bowie-nummers, maar ze komen in de voorstelling helemaal voort uit wat de personages beleven. Ik herken wat Sven zegt, dat ik Bowie het meeste recht doe door mijzelf zoveel mogelijk in die songs mee te nemen. Dat is wat hij wilde, want alleen als je het persoonlijk maakt, raakt het. 

“Ik begin nu net met repeteren, deze week zing ik op de Uitmarkt, en ik moet iets met mijn personage Elly en met de muziek hebben om die goed te kunnen zingen. Ik zoek mijn eigen vrijheid in de muziek en daarnaast probeer ik het zo puur mogelijk te zingen. Met zo min mogelijk opsmuk bedoel ik, zo direct mogelijk. In de loop der jaren heb ik veel verschillende dingen gedaan met mijn stem, heb ik technieken bij­geleerd, en toen ik bijvoorbeeld Mary Poppins zong, was ik iedere avond bezig een hoge C te halen. Dat is meer een soort stemgymnastiek. Voor de liedjes van Bowie heb je wel een groot bereik nodig, en ik gebruik ook techniek, maar nu veel meer om vrijheid te krijgen tijdens het zingen. Het is geen gemakkelijke muziek, ook al lijkt dat soms zo.”

Ratzke: “Het zijn geen kampvuurliedjes”. Herlaar: “Je moet ook kunnen knallen. De nummers moeten uit de bocht kunnen vliegen als ze erom vragen, en toch moet ik ze zeven keer per week kunnen doen. Dat is die techniek, die in mijn spieren, mijn stembanden, longen, buik, in alle vezels van mijn lijf moet komen te zitten.” Ratzke: “Bowie gebruikte bij het maken ook technieken en elementen, zoals een sterke opbouw om de nummers goed in elkaar te zetten, maar als de basis niet klopt, werkt het niet.”

Herlaar: “Hij heeft het aangedurfd om zijn werk heel persoonlijk te maken. Wetende dat het einde van zijn ­leven naderde, schreef hij ‘Blackstar’. Als je dat luistert, krijg je kippenvel.’ Ratzke: “Het was zijn wens dat ande­­­­ren zijn nummers zouden zingen op hun eigen, persoonlijke manier. Het mooie is dat wij dat nu allebei doen.”

Sven Ratzke. Beeld Martijn Gijsbertsen

Je moet hem dus niet nadoen, maar wat is dan wel een goede voorbereiding op het zingen van deze songs?

Ratzke: “Lang voordat ik muziek van Bowie ging zingen, luisterde ik al heel goed naar waar hij ook goed naar heeft geluisterd. Scott Walker bijvoorbeeld, die heeft een heel lage stem en zingt rustig. Dat geeft een soort coolness, in controle zijn, dat vindt de luisteraar heel sexy. We luisterden ook allebei naar Jacques Brel, voor het theatrale, het verhalen vertellen. En naar Nina ­Simone voor het emotionele. David ­Bowie is niet heel emotioneel – hij heeft een soort onderkoelde emotie.

En op zijn laatste plaat hoor je wel veel emotie. Om het verhalende van zijn songs te zingen, moet je vanaf regel één beginnen met het vertellen ervan. En ik werk ook aan mijn techniek, aan de power en aan mijn bereik: de jarenzeventigsongs, toen Bowie jonger was, zijn wat hoger, vanaf de jaren tachtig werd het wat lager.”

Herlaar: “Ik werk nu met muzikaal leider Henry Hey, die met Bowie aan Lazarus heeft gewerkt. Hij liet me een opname horen van het maakproces, waarop hij met Bowie in de huiskamer werkt aan het nummer ‘Changes’, dat ik nu zing. Dan hoor je ze samen uit­vogelen hoe deze nieuwe versie moet worden, je hoort het ontstaan. Heel ontroerend om dan de heldere stem van Bowie te horen, die zegt: ‘Nee, meer zó, ik wil dat het meer churchy klinkt’, en dan zingt hij dat. Mijn karakter Elly zit niet lekker in haar vel, ze zit vast in haar huwelijk. En als zij Changes zingt, laat ik me inspireren door de muziek, dat churchy intro, ik weet nu wat Bowie ermee wilde. Het is alsof je verdrietig bent, in je eentje in een bos wandelt en een klein kerkje tegenkomt waar je kunt zitten om te bezinnen. Met dat ­gevoel begin ik dat nummer. Ik laat me raken en inspireren door de muziek. Dat is het vertrekpunt om vanuit te zingen en spelen.”

Bowies songs zijn vrij theatraal en ­hebben een sterke opbouw. Hoe is dat om te zingen?

Ratzke: “Er zit vaak een stijging in de nummers, van power en soms ook van toonhoogte, heel muziektheaterachtig, bijvoorbeeld bij ‘Five Years’ en bij ‘Life on Mars’. Die opbouw doet veel met jouw emotie als toehoorder. En als ­vertolker moet je het dragen, je moet jezelf erin regisseren. Het stuwende is heel lekker om te doen. Heel bewust bouw je in een paar minuten op van klein tot een episch einde. Het verhalende helpt daarbij.”

Herlaar: “In de musicalversie van het nummer Changes heeft Bowie meer diepte en variatie aangebracht. Het ­begint kleiner en gaat meer naar een uitbarsting toe dan het origineel. Ik moet goed nadenken hoe klein of hoe fel ik begin en hoe ik het opbouw. Ik wil dat krachtig doen, maar ik mag niet te vroeg pieken.”

Ratzke: “Veel nummers hebben een sterke inhoud, maar de jarentachtigsongs zijn wat meer poppy, dan is er wat minder inhoud. In ‘Absolute Beginners’ zingt hij bijvoorbeeld ‘I absolutely love you’, letterlijk. Dat kan heel plat worden, dus dan moet je je eigen eerlijkheid vinden om te voorkomen dat het kitsch wordt. Ik doe dat nummer daarom helemaal uitgekleed, om het klein en ontroerend te houden.”

Herlaar: “Ik zing dat nummer ook in de musical, en je hebt gelijk, die eerlijkheid is mooi. Je wilt meestal niet met rode verf rozen rood verven. Liever zeg je: ‘Wil je koffie?’, als je bedoelt: ‘Ik hou van je’. Liever gebruik je subtekst. Aan de andere kant, wij doen in de musical juist een heel volle versie, waarin ik me helemaal kan geven en dat klopt ook in het verhaal. Ik kan als Elly voluit in mijn eigen bubbel naar een ander per­sonage zingen, juist heel groots. Door het sterke toneelbeeld van Jan Versweyveld word ik opgetild. Ik heb nu al zoveel zin om dit te zingen straks! ‘If our love song could fly over mountains’, zing ik. Dan voel ik me opgetild, zonder gêne [spreidt haar armen], een beetje ‘Titanic’, dat ik dan voorop die boot sta.”

Noortje Herlaar. Beeld Martijn Gijsbertsen

Noortje, jij zingt in deze musical meer popmuziek dan anders. Hoe bevalt dat?

Herlaar: “Het is anders ja, ik gebruik meer een pop-uitspraak. Daarin mag het allemaal een stuk luier worden uitgesproken dan in klassiek repertoire. De dialogen zijn in het Nederlands, maar de songs zijn in het Engels en dan laat ik me soms inspireren door het ­specifieke Engelse accent van Bowie. Sommige woorden geeft hij net iets speciaals mee. Maar het belangrijkste is dat ik meer het donkere geluid opzoek, dat ik meer mijn borststem gebruik. Met dikke stembanden zingen, zeggen wij dan. En dit directe geluid, dat veel in pop en rock wordt gebruikt, wil ik tot in de hoogte volhouden. Dan wil ik niet, zoals bij klassieke muziek, schakelen naar een hogere, lichtere kleur, maar die warmte houden, ook omdat het bij mijn personage past. Je kunt op die manier niet eindeloos hoog zingen, maar voor dit repertoire hoeft dat ook niet. Ik ben nu een soort nieuw spiergeheugen aan het trainen met mijn stembanden, om hogere tonen ook vanuit die warme diepte te zingen.”

Wat spreekt jullie inhoudelijk aan in Bowies songs?

Ratzke: “Heel veel, dat hij risico’s nam en steeds zijn stijl durfde te veranderen, maar ook bijvoorbeeld dat hij steeds simpeler is gaan schrijven. Dat hij drie keer achter elkaar zingt: ‘I can’t give everything away’; steeds puurder. Dat is ook een reflectie naar mezelf: wijzer worden met de jaren en dan met minder meer zeggen, met minder meer doen. Terwijl ik ook erg van over de top hou, maar het is mooi om daarmee te spelen.”

Herlaar: “Bowie legde existentiële vraagstukken in z’n muziek, zoals Beckett in zijn toneelstukken deed. Grote thema’s, angst voor de dood, eenzaamheid, vergankelijkheid. Als ik er nu over nadenk, past dat ook bij mij. Het is iets waar ik van nature mee bezig ben. Ik hou ervan om in materiaal te duiken met een filosofische inslag. De zoektocht naar zingeving. ‘If our love song could fly over mountains, there’s no reason to feel all the hard times.’ Alleen al zo’n mooie Bowie-zin geeft troost. En een belangrijk thema bij hem is: je een vreemdeling voelen en toch ook het grote publiek willen aanvoelen. Pleasen, maar er nooit helemaal in op willen gaan. Ik geloof dat ik mijzelf daar wel in herken.”

Where Are We Now door Sven Ratzke is na zijn internationale tournee vanaf februari in Nederland te zien. Ratzke brengt op 13 september een gelijknamig album uit. Meer informatie: sven-ratzke.com.

Lazarus, de musical van David Bowie en Enda Walsh in een regie van Ivo van Hove gaat op 13 oktober in première en is tot en met 5 april volgend jaar in Amsterdam te zien. Meer informatie: bowielazarus.nl.

De stem

Bij het begin van het nieuwe culturele seizoen belichten we de menselijke stem in haar vele gedaanten. Hoe zingt Willeke Alberti (bijna 75) eigenlijk? Begin oktober geeft ze twee grote concerten, maar hoe houdt ze haar stem in conditie? Ze vertelt het in dit interviewDaniël Lohues maakt met Holland Baroque een programma waarin zijn kleine luisterliedjes afgezet worden tegen het grote werk van Bach. Hij legt uit waarom hij zijn liefde voor Bach altijd is blijven koesteren. En het operaseizoen start met mezzosopraan Anita Rachvelishvili, een machtige operastem van de oude stempel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden