RecensieBoek

Hoe de zwarte slaaf een Britse bondgenoot werd

Simon Schama beschrijft hoe slaven door de Britten werden ingezet in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog

Het is een opvallende paradox in de geschiedenis van de Verenigde Staten: de founding fathers, de oprichters van de nieuwe republiek, hadden de mond vol van vrijheid en gelijkheid voor iedereen, de veelgeroemde Amerikaanse grondwet is van die termen doortrokken, maar de slavernij met alle vernederingen en rechteloosheid lieten ze gewoon bestaan. Sterker: de politieke en militaire leiders van de opstand tegen het Britse koloniale bewind hadden zelf slaven op hun plantages, ze konden naar eigen zeggen niet zonder.

De Onafhankelijkheidsoorlog aan het einde van de achttiende eeuw plaatste de Amerikaanse opstandelingen voor een dilemma: moesten zij de slaven inzetten als soldaat in de strijd tegen het Britse leger, met het risico dat zij hun wapens tegen hun meesters gingen gebruiken?

Maar ook de slaven kwamen voor een moeilijke afweging te staan. De Britten probeerden hen over te halen te deserteren en hun kant te kiezen, met als lokkertje dat zij, als de oorlog eenmaal voorbij was, vrij man zouden zijn. Tenminste, als de opstand de kop ingedrukt kon worden en Groot-Brittannië de strijd zou winnen. Mocht het onverhoopt anders lopen, dan konden de slaven naar Europa worden vervoerd, of naar andere plaatsen op de wereld. Maar ze zouden hoe dan ook vrij zijn. Het was een aanlokkelijk aanbod, afkomstig van de vijand van je vijand, en die is vaak je vriend.

Een typisch Schama-boek

Over de rol van de slaven in de Amerikaanse Revolutie gaat het boek ‘Ruwe oversteek’ van de Britse historicus Simon Schama. Het verscheen in 2005 al in het Engels. Het werd in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten heel goed onthaald, en er kwam zelfs een BBC-documentaire van, ook hooggeprezen (nog te zien op YouTube). Het boek is nu (prima) vertaald in het Nederlands. Volgens uitgever Atlas Contact was de tijd er rijp voor, omdat het onderwerp slavernij in ons land door het debat over identiteit sterk in de belangstelling staat.

Het is een typisch Schama-boek, wat wil zeggen dat het uitstekend geschreven is, toegankelijk, grondig gedocumenteerd, leerzaam, maar soms ook wel wijdlopig. De historicus heeft altijd oog voor details, maar probeert ondertussen de grote lijnen van zijn verhaal in de gaten te houden. Dat doet hij ook in zijn andere boeken, zoals het driedelige werk ‘De geschiedenis van de Joden’ dat hij eveneens heeft ­omgewerkt tot een reeks tv-documentaires. Verder heeft Schama veel geschreven over de Nederlandse geschiedenis, vooral over de Gouden Eeuw.

Beeld EPA

In ‘Ruwe oversteek’ neemt Schama de lezer mee op de barre scheepstochten van slaven uit Afrika naar het Caribisch gebied en Amerika. Hij vertelt het verhaal van het schip ‘Zong’ dat tijdens een reis eind 1781 met watertekort te kampen kreeg waarop de kapitein besloot 142 slaven overboord te gooien. Het leidde tot een onverkwikkelijke rechtszaak in Londen die de Britse abolitionist Granville Sharp aangreep om voor afschaffing van de slavernijhandel in zijn land te pleiten. Schama zet deze man uitvoerig en scherp neer, het is een van de beste passages van het boek.

Slavenhandel in Groot-Brittannië 

Dat doet hij ook met Jonathan Strong, een zwarte slaaf die door zijn meester, een Londense advocaat, zo gruwelijk was mishandeld dat hij vrijwel blind was geworden; Granville Sharp ontfermde zich over hem. Schama heeft deze twee voorbeelden nodig om zijn verhaal over de slavernij en slavenhandel in Groot-Brittannië te kunnen vertellen. Bij de afschaffing daarvan liep het land weliswaar voorop (in 1833), maar ten tijde van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog (1775-1783) was daar in de verste verte nog geen sprake van. In die zin waren de Britse beloften aan de slaven in Amerika dat zij vrij zouden zijn als ze zouden overlopen nogal gratuit en voorbarig.

Maar de Britten hadden nog een paar andere ijzers in het vuur. Zij hielden de slaven voor dat zij zich als vrij man in Nova Scotia konden vestigen als zij mee zouden vechten, in het oosten van het door Fransen en Engelsen gekoloniseerde Canada. Nadat de Britten het onderspit hadden gedolven tegen de Amerikanen werden zo’n drieduizend slaven met familieleden daarheen vervoerd. Schama vertelt dat ze in naam weliswaar vrij waren, maar meestal slechte grond kregen waar nauwelijks iets op te telen was, en dat ze toch sterk afhankelijk bleven van de blanken.

Een andere optie was dat slaven onder Engelse begeleiding terug gingen naar Afrika. In Sierra Leone bijvoorbeeld werden een paar kolonies gesticht. Ook daar is Schama heen getrokken om zijn verhaal te vertellen.

Een journalistiek verslag

Zo wisselt het boek voortdurend van plaats en perspectief. Schama is het ene moment bij een rechtszaak in Londen waar een slavenhouder zich moet verantwoorden, het volgende op de slagvelden in Amerika, waar overgelopen slaven de Britten behulpzaam zijn als gids in de moerassen of de plantages overvallen van hun oude bazen; dan verblijft hij weer een tijdje in Nova Scotia, waar inmiddels vrije slaven klagen dat ze nog steeds een miezerig bestaan leiden, om vervolgens per schip met vele ontberingen af te reizen naar Sierra Leone. Althans, zo lijkt het; de auteur doet op een journalistieke manier verslag van de gebeurtenissen, alsof hij er zelf bij geweest is. Maar zijn boek is vanzelfsprekend gebaseerd op archiefonderzoek. Schama weet het realistisch te brengen.

Nadeel is wel – en dat komt vaker voor in zijn boeken – dat de historicus soms de neiging heeft te veel te willen vertellen. Je komt dan om in de namen, dat is storend voor de voortgang van het verhaal; in de eerste alinea van het eerste hoofdstuk staan er meteen al zeven! Gelukkig zijn de hoofdpersonen – zo’n vijftig in getal – apart vermeld in een lijst, met toelichting. Bezwaar is verder, zeker voor de Nederlandse lezer, dat Schama wel eens te veel voorkennis vooronderstelt. Zo is het niet meteen duidelijk wat witte en zwarte loyalisten zijn, de Amerikaanse Revolutie is nu eenmaal niet prominent aanwezig in onze schoolboeken.

Maar er staat veel tegenover. Schama is een meeslepende verteller en weet je onmiddellijk een hoofdstuk in te trekken, met soms schokkende zinnen: “Het hield net lang genoeg op met regenen in Charleston om de zwarte man die zojuist was opgehangen fatsoenlijk te kunnen verbranden.” En het boek geeft je een perfect inzicht in de weerzinwekkende slavernij (waarin, zo blijkt ook uit dit boek, Nederland op z’n zachtst gezegd een bedenkelijke rol heeft gespeeld), en in het dappere verzet daartegen dat in de VS pas na een bloedige burgeroorlog tot afschaffing heeft geleid. 

Simon Schama
De ruwe oversteek. Groot-Brittannië, de slavernij en de Amerikaanse Revolutie
Vert. Martine Vosmaer en Karina van Santen. Atlas Contact; 560 blz. € 34,99          

Lees ook: 

Cudjo, de laatste slaaf met herinneringen aan zijn Afrikaanse thuis

Zora Neale Hurston laat de letterlijke stem horen van de laatste tot slaaf gemaakte Afrikaan op Amerikaanse bodem.

‘Washington Black’ is fris en beeldend en anders dan andere antislavernijromans

Voor haar voor de Man Booker Prize genomineerde roman ‘Washington Black’ liet Esi Edugyan zich inspireren door Jules Verne

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden