Review

Hoe de Surinaamse literatuur zelfstandig werd

Vijf jaar geleden publiceerde Michiel van Kempen 'Spiegel van de Surinaamse poëzie'. Inmiddels is deze prachtige bloemlezing zo gezaghebbend geworden, dat Surinaamse dichters het belang van hun werk aflezen aan het aantal gedichten dat van hen is opgenomen.

In de prozapendant van de 'Spiegel' heeft Van Kempen voor een andere opzet gekozen. In 'Mama Sranan. 200 jaar Surinaamse vertelkunst' is van iedere schrijver of verteller niet meer dan één fragment opgenomen. Iedereen van belang is present, zodat de bundel het werk van niet minder dan dertien vertellers en achtentachtig schrijvers bevat. Het voordeel van deze aanpak is dat de grote lijnen en verwantschappen binnen de Surinaamse vertelkunst zichtbaar worden. Daartegenover staat dat minder getalenteerde schrijvers wel erg schraal afsteken tegenover kanonnen als Albert Helman, Hugo Pos, Ellen Ombre, Bea Vianen, Leo Ferrier, Edgar Cairo en Astrid Roemer.

De Surinaamse vertelkunst is ouder dan de ondertitel van 'Mama Sranan' aangeeft. De mondeling overgeleverde verhalen van Indianen en van weggelopen slaven horen er immers ook bij. Samen met de verhalen van Hindoestanen en Javanen beslaan ze het eerste deel van de bundel. Deze verhalen hebben een sterk mythische inslag omdat ze de menselijke afkomst of natuurverschijnselen willen verklaren, zoals het verhaal 'Akaraman, het geheimzinnige vogelkind', dat eindigt met de veelzeggende zin: ,,Zo verspeelden de Trio's lang geleden de kans op eeuwig leven en onsterfelijkheid door te kiezen voor ziekte en dood''. Opvallend is dat de Hindoestaanse en Javaanse verhalen zich afspelen in de setting van de landen waar ze oorspronkelijk vandaan komen.

Van Kempen laat de geschreven Surinaamse letterkunde beginnen in de achttiende eeuw, wanneer planters die zich voorgoed in Suriname vestigen, de pen pakken om de loftrompet te steken over de schoonheid van de Surinaamse natuur en het geriefelijk plantersleven. Het onderwerp mag Surinaams zijn geworden, de manier van schrijven volgt dan nog volledig het voorbeeld van het moederland. In dichtgenootschappen slijpt men elkaars verzen, terwijl men elkaar en zichzelf eeuwige roem toedicht.

Van Kempen heeft uit de achttiende eeuw een aantal teksten bijeengebracht die tegenwoordig vrijwel ontoegankelijk zijn. Van de bekende schrijver Paul François Roos heeft hij het minder bekende 'Mijn negerjongen, Cicero' opgenomen, een curieuze tekst waarin een slaaf zijn toestand prijst: hij heeft geen zorgen over zijn dagelijks voedsel en de meester is een goed mens, kortom, hij heeft het beter dan al die zogenaamd vrije arbeiders in Europa.

Het is beschamend te zien dat de lof op de slaverij tot diep in de negentiende eeuw doorgaat. Stemmen voor de afschaffing van slavernij waren nauwelijks te horen. Maar ook wat dit betreft heeft Van Kempen een uniek stuk uit de toenmalige kranten weten op te duikelen. Het betreft een allegorie van de onbekende 'Spectator', met als titel 'Episode uit het leven van een varken'. Spectator bespot de winzucht van de heersende klasse door hen als zwijnen te verbeelden.

Een belangrijk aspect van de Surinaamse literatuur na 1900 vormt de nostalgie. Veel schrijvers geven uiting aan het gevoel dat 'vroeger' alles beter, groter en mooier was. Dikwijls gaat deze hang naar het verleden samen met een overdadige beschrijvingslust die elk detail uit de werkelijkheid wil vastleggen. De beschrijving van het landschap, de stad, oude gebruiken en het uiterlijk van mensen, zijn voor veel Surinaamse schrijvers belangrijker dan de psychologische motivering van het handelen van hun personages. Het is duidelijk dat de Surinaamse literatuur wat dit betreft het Nederlandse voorbeeld niet meer volgt. Deze omslag geeft aan dat het eigene de moeite van het beschrijven waard wordt gevonden.

Het opkomen voor de eigen cultuur, het loslaten van Europa als norm en de bevrijding van het koloniale denken worden voor het eerst in felle bewoordingen verwoord door Anton de Kom in 'Wij slaven van Suriname'. In de jaren vijftig van de vorige eeuw droeg de groep Wi Egi Sani dit gedachtegoed uit. Het is een roep die tot de onafhankelijkheid van Suriname leidde. Bij herlezing van de teksten blijkt dat het een misvatting is deze beweging als anti-Nederlands te beschouwen. Men eiste 'slechts' een gelijke plaats voor de Surinaamse cultuur. Dat als anti-Nederlands op te vatten, zegt meer over het eurocentrisme van Nederlanders dan over de beweging Wi Egi Sani.

Er is nog een karaktertrek van de Surinaamse literatuur die in deze bloemlezing naar voren komt. Vanaf het allereerste begin speelt het magische denken een grote rol. Door middel van rituele handelingen proberen de verhaalfiguren invloed uit te oefenen op de bovennatuur. In de geschreven literatuur zie je dat er langzamerhand een verandering optreedt in de houding die de schrijvers innemen ten opzichte van het magisch denken. Vroeger werd dat denken met distantie en enig ongeloof weergegeven. De moderne auteurs schrijven er op zijn minst met respect over, en soms krijg je de indruk dat ze het magisch denken omarmen. Ook dit hangt samen met de waardering voor de eigen cultuur.

De Surinaamse werkelijkheid werd in de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw door schrijvers als Dobru en Shrinivasi op idealistische wijze weergegeven. De onafhankelijkheid van Suriname bracht echter niet de vervulling van hun idealen. Integendeel. Bij de jongste generatie schrijvers is daardoor een heel andere toonzetting waar te nemen. Zij steken hun kritiek op de gang van zaken in Suriname niet onder stoelen of banken.

Levendiger dan met een essay maakt Van Kempen met 'Mama Sranan' de ontwikkelingsgang van de Surinaamse vertelkunst duidelijk. Bijzonder is dat hij ook fragmenten uit nog niet gepubliceerd werk heeft opgenomen. Dat maakt nieuwsgierig naar het totale werk. Na 'Spiegel van de Surinaamse poëzie' zal ook deze bloemlezing ongetwijfeld een standaardwerk worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden