Hoe de Fransen ijlings hun reputatie redden

Het Louvre in Parijs. Beeld getty

De Frans-Nederlandse aanschaf van de Rembrandts is een verhaal van verwarrende diplomatie, gekrenkte nationale trots en bijna geschonden imago's. Een reconstructie.

Als een ingezakte soufflé, zo leeg. Sommige Fransen kunnen het meesterlijk nadoen. Hoe eerst de ogen van mevrouw de minister op blanco gaan, hoe ze daarna lacht en stamelt. We spreken oktober 2014. Eerder die maand wordt de winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur bekend - Patrick Modiano, een Fransman. Om de Franse herfst hangt een gloed van nationale trots, van chauvinisme. Cultuurminister Fleur Pellerin komt op tv.

Presentatrice: 'Wat is uw favoriete Modiano?'

Pellerin: 'Uhh..'

Presentatrice: 'Zijn laatste boek?'

Pellerin: 'Ik heb al twee jaar geen boek gelezen.'

Sindsdien geldt de Franse minister in haar eigen land als een cultuurbarbaar.

Nationaal erfgoed
Maart 2015: moet je nagaan hoe haar reputatie dit voorjaar eraan toe is, als uitkomt dat deze Pellerin een exportvergunning had verleend voor twee schilderijen van Rembrandt. Twee sleutelwerken uit 1634 nota bene, een schilderijenstel zoals eigenlijk nooit te koop is. Al jaren in handen van de Franse familie De Rothschild. Een unieke kans.

Pellerin had kunnen besluiten dat het schilderijenpaar nationaal erfgoed was - dan mogen ze het land niet uit. Maar nee, ze doet het omgekeerde: ze geeft toestemming om ze te verschepen. Dat is niet zomaar iets: daarmee zegt ze ook dat ze de kunstwerken voor haar eigen land niet van belang vindt. Zo staat het in de Franse wet. Een grom van diepe verontwaardiging grauwt door de Parijse kunstsector.

Rijksmuseum-directeur Wim Pijbes is helemaal niet verontwaardigd. Van zijn collega Jean-Luc Martinez van het Louvre weet hij al alles: hoe er in Frankrijk geen geld is, hoe er steeds maar de politieke wil ontbreekt om de werken te kopen. Pijbes weet een land waar de schilderijen wel van nationaal belang zijn: Nederland. Wat als het hem zou lukken die twee portretten naar Amsterdam te halen? Naast 'de Nachtwacht' wil hij ze hangen, zo belangrijk zijn ze, al is de gevraagde 160 miljoen meer dan een museum ooit voor een schilderijenpaar betaalde.

Pijbes kan dat, weet hij. Iets onmogelijks willen en volbrengen. Kwestie van overtuigen, keihard buffelen, wat pokeren.

Mistroostige antwoord
Er zit ook niets anders op. Want daarvoor besprak Pijbes met Martinez al alle opties. Ook die waarin de twee musea samen de werken aanschaffen. Maar het mistroostige antwoord van Martinez blijft steeds: hij wil wel, maar kan niet. Geen geld. Niet voor twee Rembrandts, niet voor één Rembrandt. "Weet je, Jean-Luc", zegt Pijbes dan op enig moment, "in Nederland hebben we op dit moment een belastingvoorziening voor particulieren. Kunnen ze een aandeel in een kunstwerk gunstig van de belasting aftrekken." Pijbes legt het uit. Hij zegt dat de schilderijen dan allebei Nederlands bezit moeten worden.

Beeld epa

Wat kan Martinez doen? Geen geld is geen geld. Het Rijksmuseum is altijd nog beter dan het idee dat de portretten van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit uiteindelijk in de slaapkamer van Carlos Slim of een andere multimiljardair komen te hangen. Het wordt een plan. Met de 73-jarige eigenaar Eric de Rothschild spreekt Pijbes af dat hij een optie krijgt op de twee doeken, die loopt tot eind 2015.

Plan B
Juli 2015: minister Jet Bussemaker gelooft er niet zo erg in. Zij denkt: 160 miljoen, dat is wel heel veel geld, hoe gunstig de belastingregels ook zijn. Anders dan haar Franse collega ziet Bussemaker wel direct het belang in van de werken - en zeker hoe cruciaal het is om ze in publieke handen te krijgen. Maar de zwakke businesscase van Pijbes baart haar zorgen. Ze zint op een Plan B. Want zij kan misschien wat Martinez niet kon: Frans geld losweken. Zeker nu Pellerin - dat nieuws was ook al snel de landsgrenzen over - op zoek is naar mogelijkheden om haar geschonden reputatie te redden.

Bussemaker bespreekt met de Rijksmuseum-directeur opnieuw de mogelijkheid van een tweelanden-eigenaarschap. Als terugvaloptie, zo zegt Bussemaker nu. Om uit de kast te trekken in het geval het plan-Pijbes zou mislukken. Pijbes gaat akkoord.

Zo komt het dat Fleur Pellerin en Jet Bussemaker op 14 juli samen een brief naar Eric de Rothschild sturen. "We weten dat u een voorlopige koopovereenkomst sloot met het Rijksmuseum, maar er is nóg een mogelijkheid", zeggen ze tegen hem, "één die gunstig is voor onze beide landen." Ze spreken over een gezamenlijke inzet om de werken te kopen. Op 14 juli wordt de brief vanuit het Franse ministerie verzonden naar De Rothschild. De ambassade en het ministerie van OCW bekijken de tekst aandachtig. Pijbes heeft de tekst niet gelezen.

Twee versies
Later zal Pellerin zeggen dat zij dacht aan een afspraak, waar de brief volgens Bussemaker eerder een intentieverklaring is. Wat de oorspronkelijke bedoeling is geweest, weten alleen de bewindslieden. Zeker is dat er twee versies van de brief zijn, een Franse en een Engelse. Waar de Engelse spreekt van een 'common commitment', spreekt de Franse van een 'engagement commun'. Een beëdigd vertaler van het ministerie bevestigt dat 'engagement' de juiste vertaling is van 'commitment'. Maar het Franse woord kan ook een steviger verbintenis inhouden. Simpel gezegd staat engagement tot commitment als verloving tot verkering.

Het ministerie van onderwijs in Den Haag wijst de mogelijkheid van een gezamenlijke koop af, en daar kan één van de oorzaken liggen van de verwarring, enkele maanden later.

Het Rijksmuseum Amsterdam Beeld J.L. Marshall, Rijksmuseum

Per kerende post antwoordt Eric de Rothschildt dat hij een koopoptie sloot met het Rijksmuseum, maar geen bezwaar ziet als beide ministers hun alternatieve voorstel verder onderzoeken. Onder één voorwaarde: ook zij moeten dan, net als hij eerder met het Rijks afsprak, voor 31 december 160 miljoen euro overboeken.

Fondsen werven
September 2015: eerst zijn er nog andere ontwikkelingen. Pijbes heeft zich vol overgave op de fondsenwerving gestort. Het loopt boven verwachting. Strategisch lekt hij op de radio dat hij de werken wil aankopen.

Dat komt ook Parijs ter ore. Twee werken? vraagt Pellerin aan Bussemaker als die op 10 september in Parijs is. We hadden toch een afspraak? Bussemaker legt uit dat het Rijksmuseum zelf mag weten wat het doet - het is een zelfstandig instituut. Het Rijksmuseum doet dat ook. Het werft fondsen bij de vleet. De erfrechtconstructie slaat goed aan. Toch: 160 miljoen, voor december nog, is niet haalbaar. Pijbes heeft overheidsgeld nodig. Via Alexander Pechtold weet hij de fractievoorzitters uit de Tweede Kamer te mobiliseren.

Als die op 8 september bijna allemaal bijeen zijn in het Haagse Mauritshuis, houdt Pijbes één van zijn gloedvolste betogen ooit. Over het belang van deze werken, over hun unieke karakter. De fractievoorzitters hebben niet veel bedenktijd nodig. Dit gaan ze doen: ze vragen de minister van financiën om 80 miljoen voor de aankoop.

De fractievoorzitters horen die ochtend niets over een tweede optie, waarin de werken samen met Frankrijk worden aangekocht. Althans: er wordt wel over de mogelijkheid gesproken, maar in een heel andere context. Al is het geen geheim dat Bussemaker met Pellerin ook een alternatieve optie onderzoekt, er wordt in het Mauritshuis niet over gesproken. Die kennis blijft beperkt tot die paar fractievoorzitters die dicht op de minister zitten of de internationale kunstpers volgen.

De Franse cultuurminister Fleur Pellerin. Beeld afp

Verbazing
Namens de aanwezige Kamerfracties vragen Pechtold en Zijlstra aan Rutte om een behoorlijke bijdrage. Die komt. Op maandag 21 september schrijft Bussemaker in een brief aan de Kamer dat de regering 80 miljoen bijdraagt. De Telegraaf wist het al: 'Rembrandts komen thuis', kopte de krant die ochtend.

Fleur Pellerin, althans haar mensen, lezen De Telegraaf ook. Zij is op zijn zachtst gezegd verbaasd. Eerst zei Bussemaker nog dat Pijbes alleen handelde, nu gaat het om regeringsgeld voor twee Rembrandts. Erger nog: die hele maandag hoort ze niets van Bussemaker. Pellerin gaat meteen in de tegenaanval. Dat Nederland twee werken wil kopen, is 'onbegrijpelijk', laat ze haar woordvoerder tegen de pers zeggen. Er lag immers een afspraak.

'Het affront van Nederland', zo heet het in de Franse pers. Pellerin komt nu op stoom. Nog geen drie dagen later maakt ze bekend dat ook zij 80 miljoen euro hebben voor het Rembrandtpaar. Aan Eric de Rothschildt schrijft ze: ik hoop dat u zult kiezen voor het Franse bod, opdat dit erfgoed in Frankrijk kan blijven.

En dan is er ruzie, diplomatieke ruzie. Een week lang wordt achter dichte deuren flink gescholden. En er zijn kampen: kamp-Bussemaker, kamp-Pijbes, kamp-Pellerin.

Verwijt de een de ander te veel daadkracht, te groot enthousiasme. Maar de kampen houden geen informatie meer achter: iedereen weet alles.

Eind goed, al goed
Zelfs in de Tweede Kamer worden de fractievoorzitters nauwgezet op de hoogte gehouden. Ze horen hoe Pellerin dreigt de exportvergunning in te trekken, in elk geval van één werk. Alexander Pechtold kan er bijna niet van slapen - er is een moment dat hij denkt dat geen van beide werken naar Nederland zal komen.

De uitkomst is bekend: Nederland en Frankrijk delen de werken. Wim Pijbes gireert al het geld dat hij ophaalde terug naar de donateurs. Naar verwachting zal de Nederlandse staat alleen opdraaien voor de twee halve Rembrandts. De portretten blijven bij elkaar en zullen afwisselend in het Rijksmuseum en het Louvre te zien zijn.

Eind goed, al goed. In het Rijks hangen binnenkort twee meesterwerken meer. De Frans-Nederlandse betrekkingen zijn hersteld. En de eer van Fleur Pellerin is ook gered.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden