Essay

Hoe dat bonte Portugese tegeltje weer hip werd

Miguel Moura in zijn werkplaats. Als kind leerde hij het ambacht van zijn moeder. Nu geeft hij zelf cursussen, voornamelijk aan toeristen. Beeld José Sarmento Matos

De eeuwenoude Portugese tegelcultuur was zieltogend, totdat toeristen de Portugezen de waarde van de azulejos weer lieten inzien.

Zorgvuldig glijden de gretige handen van twee jonge vakantiegangers door de tegelverzameling van Miguel Moura (27) in zijn azulejo-atelier in Lissabon. Moura’s vriendin Gabriela schildert ondertussen in diepe concentratie alweer een nieuw keramieken kunstwerkje achter haar besmeurde werktafel vol penselen en potjes met grijzige verfmengsels.

Vooral losse tegels zijn in trek bij toeristen, want die gaan gemakkelijk mee in de handbagage. “Die zijn érg goed voor de handel”, licht Moura monter toe. Aan het grote paneel waarop een Portugese vloot is afgebeeld die met gebolde zeilen vanuit de monding van de Taag de Atlantische Oceaan opstoomt, komen de bezoekers niet toe. Snel zetten ze de tegelspeurtocht voort in de Portugese hoofdstad waar het wemelt van de azulejo-uitbaters.

Ambachtelijke tegel

Toen Moura als kleine jongen speelde in de werkplaats van zijn moeder, van wie hij het ambacht leerde, werd er nog weleens gegrinnikt dat zij de kost verdiende met de oubollige tegels. Wie maalde er nou nog om azulejos, die destijds vooral een reliek uit het verleden leken. Maar sinds Portugal tijdens de kredietcrisis alles in het werk stelde om toeristen en buitenlandse investeerders naar het in nood verkerende Zuid-Europese land te trekken, heeft ook de buitenwacht massaal kennisgemaakt met de azulejo. Zo lift de ambachtelijke tegel vrolijk mee op Portugals wederopstanding.

In de heuvelachtige wijk Graça, een kwartier omhoog sjokken vanaf Moura’s atelier, ligt taveerne Estrela de Ouro (Gouden Ster). Ook hier wemelt het van de azulejos: bruine en beige tegels in het eetgedeelte, blauwwitte achter de bar. De besnorde Fernando Cardoso twijfelde geen moment toen hij in de jaren tachtig de zaak overnam: hij liet de boel direct betegelen. Want azulejos gaan lang mee en zijn eenvoudig schoon te houden. Wel zo handig in een buurtrestaurant dat dagelijks tot de nok toe gevuld is.

Een verontschuldigend briefje naast de ingang, waar joekels van roze garnalen en overrijpe kersen prijken, meldt dat de slakken vandaag helaas op zijn. De bezoekers smullen van dikke moten kabeljauw en karaffen vinho verde. Fernando’s zoon Nuno, die met opengeknoopt overhemd af- en aanloopt met biefstukken en bakjes aszwarte olijven, moet grinniken om de azulejo-gekte. “Laatst zag ik een winkel die alleen maar azulejos verkocht. Ik wist niet wat ik zag!”

Beeld José Sarmento Matos

Golf van herwaardering 

Fernando’s praktische tegelaankoop deed hij destijds bij de inmiddels befaamde fabrikant Viúva Lamego, azulejo-maker sinds 1849, voorheen in Lissabon, nu in het nabijgelegen Sintra.

Aan het plein waar de productie vroeger plaatsvond staat alleen nog een winkel van Viúva Lamego. In de voormalige fabriek huist nu A Vida Portuguesa (Het Portugese Leven), een trendy winkelketen die sinds de jaren tien volgens werknemers Marta Barros en Ana Almeida gelukzalig meedeint op de golf van herwaardering van Portugees cultuurgoed. De zaak handelt deels in nostalgische gebruiksartikelen als hoestsnoepjes en tandpasta van Portugese makelij die nog stammen uit de dictatuur.

Toen Portugal na de Anjerrevolutie in 1974 een democratie werd en openging, liepen Portugezen volgens Barros en Almeida weg met alles wat van buiten kwam. Maar de kentering is ingezet. “Tegelproducten verkopen bij ons het best”, zegt Almeida. “Mokken, T-shirts, magneetjes, wat dan ook.” Maar een hele badkamer of keuken met ambachtelijke azulejos betegelen is haast niet meer te betalen voor de gewone Portugees. Vaak houdt men het dan maar bij een paar subtiel geplaatste tegels op een witte muur.

Dit paneel, dat te vinden is in de kerk van het Azulejo Museum, heeft Nederlandse invloeden. Beeld José Sarmento Matos

Wereldberoemd

Sant’Anna, de oudste en enig overgebleven ­ambachtelijke fabriek van de sierlijk beschilderde vierkantjes in Lissabon voelt de hype ook. Vooral de export gaat hier door het dak: maar liefst negentig procent van de omzet komt inmiddels uit het buitenland. De fabriek die stamt uit 1741 heeft dan ook een naam opgebouwd. Zo zijn de Clintons trouwe kopers, verzekert de bebaarde eigenaar Antonio Tomás (62). Hij staat tussen manshoge azulejo-panelen die binnenkort bij Barbra Streisand worden afgeleverd. Ook koningin Beatrix deed in 1990 Sant’Anna aan, vertelt Tomás trots.

Hij nam een paar decennia geleden de ziel­togende fabriek over. Hij bestiert de werkplaats in de woonwijk Ajuda nu met zijn twee zoons en dertig man personeel. “Ik heb nu vrede, want ik weet dat mijn zoon Francisco de zaak zal uitbreiden.”

“Ik ben marketingmanager, tegelbakker en accountant in één. Als je met azulejos wilt werken, moet je wel zin hebben om midden in de nacht tegels uit de oven te halen”, glimlacht Francisco, terwijl azulejo-maker Alvaro de uit Noord-Portugal afkomstige klei in een mal met een zwierig patroontje drukt.

Geen kunstzinnige zelfexpressie

Rond de grote, kubusvormige ovens wemelt het van op cd-rekken lijkende tegelhouders. De klei uit de mal gaat na twee maanden drogen in deze tegelhouders de hitte in, om bij temperaturen van rond de 1000 graden Celsius in azulejos te transformeren.

Dan moeten ze nog wel beschilderd worden. Maar goede azulejo-kunstenaars zijn lastig te vinden. De cv’s stromen bij Sant’Anna binnen, maar weinigen zijn uit het juiste hout gesneden. “Wij krijgen veel jonge Picasso’s over de vloer”, schampert Francisco. Want Sant’Anna is er niet voor individuele kunstzinnige zelfexpressie, maar voor ambachtelijk productiewerk in opdracht van dikwijls vermogende klanten.

Niet dat Sant’Anna daardoor nu enorm binnenloopt. De familie Tomás verdient het geld met vastgoed. De azulejo is passiewerk voor cultuurbehoud. “Over een paar decennia spreekt misschien niemand nog Portugees, maar de azulejo, die blijft”, zegt Francisco overtuigd.

Wat vertellen de tegeltjes van 14 bij 14 eigenlijk over Portugal? Alexandre Pais, conservator van het Nationale Azulejo Museum, ziet er de diepte van de Portugese ziel in. “Azulejos zijn subtiel en discreet, net als wij”, vertelt hij met pretogen. “Portugal bevindt zich onder aan een schiereiland met machtige buur Spanje in onze rug. We hebben enkel de zee om over uit te kijken. Wat er achter de horizon ligt? Dat kunnen we ons alleen maar verbeelden. De azulejo schept een vergelijkbare illusie.”

Beeld José Sarmento Matos

De beschilderde vierkantjes in de publieke ruimte ‘deconstrueren’ volgens Pais bovendien de stadsarchitectuur van Lissabon. De azulejo vertelt het verhaal van vóór die tijd, zegt Pais. De tegel stamt uit het Midden-Oosten. ‘Azulejo’ komt van het Arabische azzelij of al zuleycha, wat ‘kleine gepolijste steen’ betekent. Door de Moorse overheersing van het Iberisch schier­eiland kwamen de azulejo’s via Spanje naar Portugal. Nederlandse tegelschilders, die met Delfts blauw een goedkope variant van Chinees porselein hadden gecreëerd, vonden tijdens de azulejo-hausse in Portugal werk. Ook hier probeerden ze volgens Pais vooral zo exact mogelijk te kopiëren. Maar uiteindelijk raakte deze werkwijze uit de gratie en doorstond alleen de ‘vrijere’ Portugese stijl de eeuwen, waarbij je soms met de ogen moet knipperen om te zien of er nu een hond of een paard is afgebeeld.

Wijdverbreid misverstand, benadrukt Pais met klem: een azulejo is géén tegel, maar een ‘levend organisme’ dat alleen bestaansrecht heeft in zijn oorspronkelijke context. Het vernuftige samenspel tussen azulejos en de omgeving wordt duidelijk rond de kapel, waar de binnenvallende zon dienst doet als het ‘goddelijke licht’ in een groot azulejo-paneel. “Pas als je een azulejo van zijn plek haalt, dán pas wordt het een tegel”, merkt Pais fijntjes op.

De kunsthistoricus plaatst de huidige azulejo-hipheid in de vele golfbewegingen van vijf eeuwen verval en herwaardering. De toerist helpt daarbij volgens Pais niet, omdat die net als de Sant’Anna-fabriek enkel gefixeerd zou zijn op het verleden. Pais prijst juist de uit Lissabon vertrokken fabrikant Viúva Lamego – waar tasca-houder Fernando Cardoso zijn azulejos kocht – omdat deze maker volgens Pais belangrijk onderzoek doet voor grote publieke werken en internationale kunstenaars inschakelt.

Beeld José Sarmento Matos

Levendige zwarte handel

De toerist speurt ondertussen maar al te graag naar tegels op de Feira de Ladra, de Dievenmarkt. Op de kleedjes op de tweewekelijkse vlooienmarkt aan de voet van Alfama liggen allerhande tegels uitgestald. Anders dan het antiquariaat waar de verkoper van azulejos verantwoording moet afleggen over de herkomst, worden de tegels op de dievenmarkt direct vanuit de achterbak uitgeladen. Herkomst dikwijls onbekend.

Met de tegels die Maria Ramos uit haar witte bestelbusje tovert, is volgens de marktkoopvrouw niets mis. De politieagent die in een fluorescerend jasje over de markt banjert is haar beste vriend, grijnst Ramos. “In de krant staat dat hier gestolen tegels worden verkocht. Maar toeristen kopen vooral nieuwe tegels die zo uit de fabriek voor badkamers en toiletten komen.” Het authentieke marktdecor schept blijkbaar de juiste illusie, getuige de eerste klanten van de dag die zich vergapen aan fabriekstegels uit Spanje.

De antieke tegels die Ramos aanbiedt komen volgens haar gewoon uit sloophuizen. Feit is dat er een levendige zwarte handel in de populaire tegels is ontstaan. Geen wonder met azulejos die gemakkelijk 15 euro per stuk doen. ’s Nachts worden soms hele panelen afgebikt, de eigenaar de volgende ochtend in verbijstering achterlatend. Initiatieven als SOS Azulejo proberen het tij te keren door foto’s van ‘vermiste tegels’ online te publiceren om illegale doorverkoop te voorkomen.

Gentrificatie van Lissabon

De azulejo-gekte gaat tegenwoordig soms wel erg ver, verzucht Miguel Moura in zijn werkplaats. Laatst moest hij in een reusachtig pand van Franse eigenaren een complete jacuzzi met azulejos inleggen. “Ik vraag me af of er ooit iemand in zal zitten”, zegt Moura sceptisch.

Met de toeristengolf van de afgelopen jaren en het opkopen van panden door buitenlanders is ook de onvrede over de gentrificatie van Lissabon toegenomen. De overvolle trammetjes, files van tuktuks vol verveelde toeristen en vooral de stijgende huizenprijzen zijn hoofdstedelingen een doorn in het oog.

Moura nuanceert: “Portugezen zijn door diezelfde toeristen wél de azulejo gaan herwaarderen. Buitenlanders moesten het ons eerst inpeperen, zodat ook de Portugezen de azulejo weer zagen staan.” Laatst belde iemand hem uit Seoul voor een azulejo-huwelijkscadeau.

De hele Rua São Vicente, waar zijn werkplaats staat, verdient eraan. Annabella, Tiago, Elizabeth, somt Moura op. Om de bezoeker nog beter te bedienen, organiseert hij in het weekend zelfs workshops azulejo-schilderen. Zowel Portugezen als toeristen vinden het prachtig. Moura: “Weet je wel hoe ontspannend dat is?”

Lees ook:

Lissabon wordt te duur voor zijn bewoners

Buitenlanders ontdekken Portugal, en Portugal ontdekt de keerzijde van die interesse van rijkere toeristen.

Eindelijk nam ik hem, de nachttrein naar Lissabon

Onze Spanje- correspondent wilde het altijd al eens: de nachttrein naar Lissabon nemen, net als in het gelijknamige boek. Die hogesnelheidstrein tussen Madrid en Lissabon mag nog wel even wachten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden