Jasper Grijpink, klarinettist bij het Residentie Orkest oefent op zijn zolderkamer thuis.

InterviewsOrkestleden

Hoe blijven topmusici in vorm, nu de lockdown duurt en duurt?

Jasper Grijpink, klarinettist bij het Residentie Orkest oefent op zijn zolderkamer thuis.Beeld Phil Nijhuis

Spelen op anderhalve meter maakt hun werk ingewikkelder. En thuis pakken musici minder vaak hun instrument erbij om te oefenen. Vier orkestleden vertellen over de impact van de lockdown op hun werk. 

En alweer gaat de lockdown langer duren. Wat betekent dit voor orkesten? Samenspelen op anderhalve meter afstand van elkaar kan weer, al is het voorlopig nog zonder publiek. Die afstand heeft gevolgen voor de samenklank. Musici vertrouwen nu meer op hun ogen dan op hun oren als ze met elkaar spelen, omdat ze niet meer in elkaars energie zitten. Maar die extra ruimte op het podium heeft ook zo zijn voordelen.

Op verschillende manieren hebben musici thuis hun topsportniveau op peil gehouden. Orkesten denken na over de mogelijkheid om musici uitvoerig te testen, zodat dicht bij elkaar zitten op een podium weer mogelijk is. Een violiste, een klarinettist, een trombonist en een orkestdirecteur aan het woord.

‘De klarinet blijft weleens een weekje in de koffer’

Jasper Grijpink, klarinettist bij het Residentie Orkest

“Sommige collega’s houden hun spel tijdens de lockdown heel gestructureerd bij, maar zelf merk ik toch wel iets van een corona-effect. Ik houd de basistechniek op peil met toonladders en lange noten. Maar individueel studeren vind ik lastig.

Als musicus ben je geconditioneerd om samen naar een concert toe te werken. Tijdens zo’n lockdown blijft de klarinet dan ook wel eens een weekje in de koffer.

Het gevolg is dat je wat strammere vingers hebt en minder embouchure, oftewel lipspanning. Dat geldt na een zomervakantie ook. Binnen een paar dagen kun je het aardig herstellen, maar dat is hard werken. Het fijne aan de normale orkestroutine is dat je automatisch veel speelt en in vorm blijft; je zit in een flow.

Nu is het meer stop-and-go. Vanuit rust moet je ineens heel snel opstarten, bijvoorbeeld voor een gestreamd concert. Zondag zijn we live op de radio met de vierde symfonie van Mendelssohn. Dan moet je er wel staan.

Deze week beginnen we weer met repeteren. We mogen zonder publiek bijeenkomen om het samenspel vast te houden. Samenspel is het belangrijkst. Het gaat er niet om hoe snel ik mijn toonladdertjes kan spelen, maar om subtielere dingen, zoals de afstemming in passages met een heel precieze articulatie of intonatie.

Samenspel is onze tweede natuur. Maar na die paar maanden stilstand in het voorjaar merkten we toch dat het even duurde voordat het orkest weer vertrouwd klonk. Het ingewikkelde is ook dat we anderhalve meter uit elkaar zitten. Dat maakt veel uit.

Normaal kan ik op mijn oren spelen; aan de ademhaling van de klarinetaanvoerder naast me hoor ik precies wanneer ik moet inzetten. Nu moet ik kijken. Er zijn ook blazers die tien of twaalf meter verderop zitten. Je moet daarom nog meer loskomen van je partij en goed rondkijken.

We kunnen nu helaas niet met het volledige orkest spelen. Daarom zoeken we naar alternatieven. Twee weken voor Kerst hebben we de Blazersserenade van Dvorak opgenomen in de Nieuwe Kerk, in samenwerking met classic.nl. Dat is kamermuziek voor een kleine bezetting. De strijkers speelden diezelfde week in Tivoli en ook de kopergroep deed een eigen project. Zo blijft iedereen bezig.

Maar we snakken ernaar om weer eens een Mahler of Bruckner met een vol orkest te spelen. Hopelijk kan het na de zomer weer, met een enorme bezetting optreden voor een afgeladen zaal.”

‘Na iedere lockdown kom je van steeds verder weg’

Sven Arne Tepl, algemeen en artistiek directeur van het Residentie Orkest

Beeld Carolien Sikkenk

­“In een orkest spelen is teamsport op topniveau en het is schadelijk als je langdurig niet samenkomt. Zie het orkest als een instrument. Hoe hou je dat in vorm? Op anderhalve meter van elkaar kunnen we veel minder strijkers kwijt op het podium. Daar wordt zo’n groep kwetsbaarder door. Mensen spelen minder vaak thuis, de timing wordt minder goed. Zo valt de vanzelfsprekendheid van topsport weg. Na iedere lockdown kom je als musicus van steeds verder weg. Er is dan meer inspanning nodig om weer op niveau te komen.

Spelen op grotere afstand van elkaar is lastig. Sommigen schakelen snel, anderen vinden het lastig om hun plek te vinden. Iedereen wordt anders uitgedaagd en dat is ook leerzaam en spannend. Hoge strijkers horen tijdens het spelen vooral zichzelf en daar word je, als je samen klank moet maken, onzekerder van als je op afstand zit. Toen we in juni weer ons eerste project deden, gingen de eerste violen steeds zachter spelen. Je merkte dat het orkest de klank opnieuw moest uitvinden.

Zichtbaarheid is voor een orkest essentieel, maar bij elkaar komen, zonder direct zichtbaar te zijn, ook. Menselijke warmte, sociaal contact. Orkesten zijn stabiel, die blijven heus wel bestaan, maar hoe gaat het met de remplaçanten en de freelancers? Als het zo lang duurt als nu, dan verlaten velen noodgedwongen de sector. Dat is een groot verlies. We proberen heel intensief contact te houden met onze musici, er is wekelijks een online spreekuur. We hebben de aanvoerders van de verschillende instrumentengroepen gevraagd om in contact te blijven met hun musici. Niemand mag afvallen. We zijn daar heel alert op.

Veel testen zou een oplossing kunnen worden. Zoals we zagen bij het Nieuwjaarsconcert van de Wiener Philharmoniker. Alle musici werden daar voortdurend getest. Wij zijn met de overheid in overleg om testcapaciteit in te kopen. Als het besmettingspercentage in Nederland heel laag is, zou je dan weer dichter bij elkaar kunnen zitten. Met het RIVM praten we over de mogelijkheid van testen voor musici én publiek. Het is belangrijk om dat te onderzoeken.

Maar veiligheid staat altijd op één! Overigens werken onze protocollen uitstekend. Orkesten zijn geen besmettingshaarden gebleken en ook bij ons is er geen enkele besmetting in het orkest overgedragen.

In september gaat onze nieuwe concertzaal in Den Haag open. Dat wordt geen feestelijke opening, vrees ik. Ik ben niet pessimistisch, maar realistisch. En ik laat me uiteraard graag verrassen. Ik denk dat we volgend jaar januari pas weer dicht bij elkaar mogen zitten. Maar die nieuwe zaal is een heel fijn vooruitzicht. Ons eigen huis, met eigen repetitiekamers. Ik ben nauw betrokken bij de bouw en ga vaak kijken. Elke keer als ik er ben maak ik foto’s en stuur die dan rond. Jongens, dit wordt het! Dat is een prachtige stip op de horizon.”

‘Als Usain Bolt niet traint, loopt hij ook minder hard’

Cécile Huijnenconcertmeester van Phion (een fusie van Het Gelders Orkest en het Orkest van het Oosten)

Beeld Julie Blik

“Het overheersende gevoel aan het begin van de eerste lockdown was verschrikking. Wat overkomt ons? We waren er niet op voorbereid en het kwam keihard binnen.

Maar al snel merkten we ook hoe ongelofelijk moe we waren. Wij orkestmusici zijn nooit vrij. Als we niet repeteren of optreden zijn we aan het studeren, lesgeven of aan het vergaderen. Dat viel eind maart allemaal weg, en die lange periode van bijkomen was stiekem ook wel even fijn.

Nu is dat gevoel heel anders, we willen weer moe worden.

Normaal zijn we in het orkest alleen op maandag vrij. Dinsdag beginnen we met het repeteren van een programma en vanaf donderdag of vrijdag spelen we drie of vier concerten tot en met zondagmiddag. En dan begint die cyclus van voren af aan.

In de eerste lockdown viel dat ritme compleet weg. Ik ben nog wel blijven studeren in het begin, maar ik heb ook een tijdje niets gedaan. Met een schuldgevoel als gevolg. Je merkt het als je een poos je viool niet aanraakt. Bij ons strijkers verdwijnt dan het eelt van de vingertoppen. En de fijne motoriek en souplesse van handen en vingers is ook snel minder. Het echte fingerspitzengefühl dat nodig is om op topniveau te spelen. Want het is topsport wat we beoefenen. Als Usain Bolt niet traint, loopt hij ook ineens minder hard. Je raakt uit vorm.

In een normale concertsituatie, dicht op elkaar, zit je in elkaars energie, in elkaars flow. Op anderhalve meter afstand is het moeilijker spelen en het voelt raar. Waar je vroeger vooral naar elkaar luisterde, ben je nu veel meer aan het kijken. De ogen zijn nu belangrijker dan de oren. Het went wel. En er zijn ook voordelen. Je bent niet meer afhankelijk van iemand anders, je hebt meer ruimte om te spelen en de vingerzettingen in de bladmuziek zijn die van jou. Dat is prettig. Als concertmeester of aanvoerder neem je altijd al meer initiatief bij het spelen dan wanneer je tutti-violist bent, dus wat dat betreft is er voor mij niet zoveel veranderd.

In het begin van deze lockdown speelden wij niet. Omdat we een fusie-orkest zijn, hebben we twee kernen: een in Enschede en een in Arnhem. Reisbewegingen worden afgeraden en dus nemen we onze maatschappelijke verantwoordelijkheid. Veel van onze musici wonen ook nog eens buiten de standplaatsen.

Maar nu gaan we wel weer in kleine formaties aan het werk en we streamen. Een doel, dat is heel fijn. Muziek zal altijd doorgaan en dat verdient het ook.”

‘Ik doe nu krachttraining voor mijn lipspieren’

Jörgen van Rijensolotrombonist bij het Concertgebouworkest

Beeld Marco Borggreve

“Ondanks de coronacrisis probeer ik goed in vorm te blijven. Tijdens de eerste lockdown, toen het orkest maanden stillag, moest ik wat meer moeite doen om gemotiveerd te blijven. Maar dat lukte prima, ook dankzij nieuwe muziek waar ik inspiratie uit haalde. Al gaat het meer vanzelf als je weet dat je over drie dagen een superleuk concert moet geven.

Als ik vol in bedrijf ben, met naast het orkest ook solo- en kamermuziek, studeer ik zo’n drie uur per dag. Tijdens de eerste lockdown haalde ik dat niet altijd. Er zaten toen ook rustige weken tussen waarin ik maar één uur per dag speelde. Nu mag het orkest gelukkig weer repeteren en we hebben af en toe een concertopname zonder publiek. Nu studeer ik weer meer dan een uur per dag.

Toen het orkest volledig stillag, ben ik krachttraining gaan doen voor mijn embouchure: de spanning in de lipspieren. Ik trainde het uithoudingsvermogen en het bereik in de hoogte en laagte. Je krijgt daar wat spierpijn en een zekere terugslag van. Sporters hebben dat ook. Daarom doen schaatsers en wielrenners hun krachttraining buiten het wedstrijdseizoen. Ik kon het me permitteren omdat we geen belangrijke concerten hadden.

Normaal studeer ik volgens een vaste routine, want voor een concert heb ik zekerheid nodig. Tijdens die eerste lockdown ben ik wat meer gaan experimenteren met nieuwe oefeningen. Ik ging ook andere muziek spelen die ik tegenkwam toen ik aan het begin van de lockdown mijn huis opruimde. Dat leverde ideeën op.

Iets belangrijks als samenspel kun je uiteraard niet in je eentje oefenen. Na de eerste lockdown merkte je dan ook dat het orkest echt moest wennen. Als zo’n pauze lang duurt, wordt het schadelijk, maar nu valt het nog mee. Ik ben blij dat we weer repeteren. Je moet samen bezig blijven, anders ga je op den duur helemaal terug naar af.

Het lastige is dat we anderhalve meter uit elkaar zitten. Daardoor moet je elkaar voortdurend zoeken. Dat doen musici sowieso al, maar nu kost dat extra veel energie. Als we straks weer normaal kunnen spelen, zal dat een grote opluchting zijn. Dan kunnen we al die energie weer steken in extra mooi spel.

Alle orkestleden wíllen heel graag. Ik ook. Ik voel een enorme herbevestiging van mijn keuze voor de muziek. Dat is een van de weinige voordelen van deze crisis. Soms besef je pas wat je hebt als je het níet meer hebt. En misschien ervaart het publiek dat ook wel zo.”

Lees ook:

Zo kan het ook: bij de Festspiele in Oostenrijk liet het hele gezelschap zich om de vijf dagen testen

Er waren dan ook hele strikte protocollen. Musici, zangers en medewerkers werden om de vijf dagen getest, bezoekers hadden kaarten strikt op naam en moesten bij de ingang van de zaal ter controle hun paspoort laten zien, zodat bij eventuele besmettingen een bron- en contactonderzoek mogelijk was. Vanwege het succes van het festival, dat dit jaar ook nog eens zijn eeuwfeest vierde, spreekt men in de cultuurwereld al van het Oostenrijkse model.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden