Review

Hoe betrouwbaar zijn ouders die hun kinderen de dood injagen?Renate Dorrestein verwerkt drama in Hoofddorp tot fictie

Er wordt weleens geklaagd dat de Nederlandse literatuur een binnenkamertjesliteratuur is waar zelden straatrumoer binnendringt. Over het familiedrama dat Renate Dorrestein beschrijft in haar nieuwste roman, 'Een hart van steen', hangt echter allesbehalve een spruitjeslucht. Misschien, zo zou je kunnen argumenteren, omdat het gegeven voor haar binnenhuistragedie ontleend is aan de buitenliteraire werkelijkheid, die in haar bizarheid vaak de verbeeldingskracht van een schrijver overtreft.

Dit geldt ook voor het bij vlagen hevig ontroerende, soms pathetische, met typische Dorrestein-humor en -ironie gekruide relaas over de 37-jarige zwangere patholoog-anatoom Ellen van Bemmel en haar op z'n zachtst gezegd dramatische verleden.

Dit gewaagde verhaal is namelijk onmiskenbaar geënt op de reeks moorden van ouders op hun kinderen, die amper een jaar geleden Nederland deed opschrikken. Met name de geruchtmakende zaak in Hoofddorp, waar drie kinderen het slachtoffer werden van hun vertwijfelde ouders, lijkt model te hebben gestaan voor 'Een hart van steen'. Want in huize Van Bemmel speelt zich een gelijksoortig drama af. Met als tragische uitkomst dat van de zevenkoppige familie, alleen de dan twaalfjarige Ellen en haar peuterbroertje Michiel door stom toeval aan de dood ontsnappen.

Dorrestein heeft in deze roman niets gedaan met het opmerkelijk gegeven dat vooral - gescheiden - vaders zich, als mannelijke Medusa's schuldig maakten aan kindermoord. Ook buigt ze zich niet over de vraag of er niet iets grondig mis is met een samenleving waar dergelijke fenomenen zich op zo'n schaal voordoen. Maar wel over die andere, even onvermijdelijk opdoemende vraag of direct betrokkenen het geleden verlies ooit te boven zullen komen.

Het antwoord dat Dorrestein geeft in haar roman luidt zowel 'ja' als 'nee'. 'Nee', omdat Ellen door het leven koerst op een kompas waarvan de naald altijd naar het verleden wijst. Schuldgevoelens, wrok, woede en de eeuwig knagende vraag 'waarom?' maken van haar een psychisch wrak dat geen blijvende bindingen aan kan gaan. Haar promiscue gedrag en loopbaan als patholoog-anatoom, laten in dit opzicht aan duidelijkheid niets te wensen over.

'Ja', omdat aan het eind van de roman voor Ellen het onvoltooide verleden langzaam maar zeker toch voltooid verleden tijd lijkt te worden. Dorrestein is het vooral te doen om het proces dat hieraan voorafgaat, waarin Ellen de herinneringen aan haar jeugd reconstrueert en de leemtes in haar geheugen en kennis aanvult met hypothetische constructies, zodat er een betekenisvol verhaal ontstaat.

Een verhaal dat ze zowel aan zichzelf vertelt als aan haar ongeboren kind dat het zonder grootouders, ooms en tantes zal moeten doen. Al vertellend komen de emoties terug en de herinneringen waarvoor Ellen zolang blind en doof was. Je zou het in de beste freudiaanse zin van het woord 'Trauerarbeit' kunnen noemen, naar het model voor rouwverwerking dat Freud ontwierp in zijn vermaarde essay 'Erinnern, wiederholen und durcharbeiten'.

Dat Ellen zich echter slechts moeizaam weet te bevrijden uit de wurggreep van het verleden, illustreren onder meer haar 'gesprekken' met zus Billie en broer Kester die in haar geest voortleven.

Verrassend genoeg is het haar drang om het trauma te herbeleven, in een poging er alsnog greep op te krijgen, die een beslissende wending ten goede brengt in haar leven. Deze voor getraumatiseerde mensen zo symptomatische herhalingsdwang neemt in 'Een hart van steen' gothic novel-achtige trekken aan. Geen nieuw element overigens in Dorresteins werk, want ook in eerdere romans zoals 'Ontaarde Moeders' liet de schrijfster haar hoofdpersonen op groteske wijze hun trauma's herbeleven.

De locatie waar Ellen haar verhaal vertelt, is namelijk haar ouderlijk huis, aangekocht op een moment waarop ze al haar schepen achter zich verbrand heeft, gescheiden van haar man en zwanger van een onbekende. De grote leegstaande villa, die ooit ruimte bood aan de Van Bemmels en hun knipselbureau in 'Americana', verschijnt hier als een gigantische grafkamer waar Ellen tribuut brengt aan de geesten van het verleden.

Heel even wordt een tweede leven gegund aan Billie, Ellens wereldwijze puberzus, de slungelige lieverd Kester en kleine Michiel, bijgenaamd Carlos. Maar ook aan de schim van Ellens oude ik, de overgevoelige twaalfjarige wijsneus, aan haar ouders, de stille, onhandige Frits en de vrolijke Margje, maar vooral aan haar baby-zusje Ida-Sophie. Om Ida-Sophie cirkelen de schuldgevoelens van Ellen, die haar zusje voor haar geboorte verwenste. Tot overmaat van ramp kreeg het ook nog eens de naam die Ellen voor haar had bedacht, het door haar verafschuwde Ida.

Dat Ellen nu zoveel jaar na dato haar eigen ongeboren kind als een 'wisselkind' beleeft, behoort ongetwijfeld tot één van de mooiste vondsten van Dorrestein in 'Een hart van steen'. Die niet alleen onthult hoe sterk Ellens schuldcomplex is, maar ook hoezeer ze dat kleine angstige meisje van twaalf gebleven is. De tijd is voor haar stil blijven staan na het drama dat zich enkele maanden na Ida-Sophie's geboorte afspeelde, Ellens leven daarmee definitief indelend in een 'ervoor' en 'erna'.

Die eerste gelukkige levenshelft wordt door Dorrestein meesterlijk neergezet. Hier overtreft ze zichzelf in haar beschrijvingen van het chaotische, vrolijke gezin in een villa waar de kamers uitpuilen van de documentatiemappen. En regelrecht ontroerend zijn die passages waarin de sterke onderlinge band tussen de kinderen geschetst wordt, die onwillekeurig het werk van J. D. Salinger in de herinnering roepen, met name zijn 'The Catcher in the Rye'. Prachtig zijn ook de fragmenten over de liefde tussen Frits en Margje. Het onbetwiste hoogtepunt is wel hun van erotiek zinderende huwelijksinzegening in de kerk waar de gretigheid waarmee de bruidegom zijn hoogzwangere bruid het ja-woord geeft, tot een golf van onkuise gedachten leidt bij de kerkgangers.

Beduidend minder geslaagd is de beschrijving van de neergang van de familie, die wordt ingeluid met de komst van Ida-Sophie. Dorresteins pogingen het gedrag en het gevoelsleven van de verwarde Margje weer te geven mislukken jammerlijk. Hier slaagt ze er helaas niet in om melodrama te vermijden. Daarentegen is de episode die Ellen en Michiel na het drama in een kindertehuis doorbrengen wel overtuigend. Dorrestein maakt dan schrijnend duidelijk dat Ellen niet alleen in de letterlijke, maar ook in de figuurlijke zin van het woord verweesd is. Want hoe betrouwbaar zijn ouders die hun kinderen de dood injagen?

Dorrestein zou Dorrestein echter niet zijn, als ze haar hoofdpersoon geen vleugels zou geven om aan de ellende te kunnen ontstijgen. Dat het een levende representant is uit Ellens verleden, die Ellen eindelijk antwoord weet te geven op haar meest kwellende vraag is niet toevallig. Gelukkig is het antwoord dat hij geeft zo bevredigend dat er afscheid genomen kan worden van de doden, om verder te gaan met de levenden en het nieuwe leven in haar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden