Beethoven

Hoe Beethoven de grenzen van de hoorn opzocht

Beeld Suzan Hijink

Beethoven liet symfonie-orkesten revolutionair anders klinken. Musici vertellen hoe hij de grens van hun instrumenten opzocht. Vandaag: Gijs Laceulle.

Gijs Laceulle verontschuldigt zich voor zijn woordgebruik, maar er is geen andere term die het geluid van een gestopte hoorn in Beethovens Zevende symfonie beter omschrijft: “Het klinkt als een scheet”. Laceulle doelt op een passage in het Trio van het derde deel waar de hoornist snel moet wisselen tussen open en gestopte tonen. Bij die laatste duw je de hand in het bekeruiteinde van de hoorn waardoor de toon van kleur, karakter en hoogte verandert. Met als gevolg: dat rare geluid.

Laceulle is vaste hoornist van het Freiburger Barockorchester en speelt op een originele natuurhoorn uit 1820, van de beroemde Parijse instrumentenbouwer Antoine Halari. De beker is van binnen mooi gedecoreerd.

De hand in de beker

Hoe een hoorn in Beethovens tijd bespeeld werd, vergt enige uitleg. Op een natuurhoorn maak je de (boven)tonen met de spanning van je lippen, het embouchure. Je kunt de lengte, en daarmee de toonsoort van de hoornbuis veranderen door er een tussenstuk in te zetten. Met de hand in de beker kun je vervolgens chromatische tonen toevoegen. Grote verschil met een moderne hoorn is dat die ventielen heeft, waarmee je de lengte van de buis, en dus de toon, kunt veranderen. Tijdens Beethovens leven was die ventielhoorn aan een voorzichtige opmars bezig.

“Beethoven kende de hoorn en zijn mogelijkheden heel goed”, zegt Laceulle. “Voor de hoornvirtuoos Giovanni Punto schreef hij zijn Hoornsonate in 1800. Hij heeft de sonate regelmatig samen met Punto gespeeld, en hij heeft van hem veel geleerd over het instrument. Opvallend is dat hij in deze sonate juist die moeilijk klinkende, gestopte noten op belangrijke momenten inzet. Hij wilde dus heel bewust daar die kleur. Het stoppen van noten is iets delicaats. Alsof je met klei boetseert. Soms wilde Beetoven dus het mildere, meer nasale geluid van een gestopte hoorn. Op een moderne ventielhoorn klinken al die noten qua kleur precies hetzelfde.

Hoorns nemen het voortouw

“Hij verkende de grenzen van het instrument en schreef er revolutionaire dingen voor. De Derde symfonie is al een revolutie op het gebied van de symfonie zelf, qua lengte en qua vorm. En dan schrijft hij ook nog eens drie hoorns voor. Tot die tijd waren twee hoorns de standaard. In het Trio van het derde deel laat hij die drie hoorns heel opvallend het voortouw nemen. Dat was nog nooit vertoond.

“Bij Beethoven valt op dat hij in de symfonieën onderscheid maakt tussen de verschillende hoornpartijen. De tweede hoorn doet bij hem nooit onder voor de eerste. Hij heeft het verschil tussen een hoge en een lage hoorn schitterend uitgebuit en er heel fantasierijk voor geschreven. Zo zit er in de Zevende symfonie een mooie solo voor de tweede hoorn, en in de Negende is er zelfs een beruchte solo voor de vierde hoorn. Die solo is onderwerp van discussie, omdat er een snelle toonladder in zit, die op een natuurhoorn heel lastig is. Sommigen denken dat Beethoven daar al met een ventielhoorn werkte. Ik denk het niet.

“Ook buiten de symfonieën wist Beethoven goed raad met de hoorn. Denk maar aan de grote aria van Leonore uit zijn enige opera. Die wordt verrassend en virtuoos begeleid door drie hoorns en een fagot. En in het Gloria van de Missa Solemnis vervullen de hoorns aan het eind een heldhaftige Star Wars-functie. Maar het moeilijkste is misschien wel de hoge inzet in het langzame deel van de Vierde symfonie. Het is een eenvoudige neerwaartse drieklank, maar na vele maten rust moet je plots heel hoog en zacht inzetten. Daar loop ik op eieren, omdat je lippen meteen die juiste toon moeten aanvoelen. De kans dat het fout gaat is groot. Beethoven blijft altijd spannend.”

Lees ook:

Beethoven heeft de piccolo geëmancipeerd

Beethoven heeft de piccolo als het ware geëmancipeerd en aan het instrumentarium van het symfonieorkest toegevoegd. De piccolo geeft in die finale van de Vijfde een zilveren randje aan de strijkers en dat opgewekte, stralende fluitgeluid past perfect bij het C-groot. 

Wat als Beethoven onze moderne pauken gekend had? ‘Hij zou helemaal gek geworden zijn’

Beethoven is echt een uitdaging voor paukenisten. Mijn leraar zei altijd: als je Beethoven kunt spelen, kun je alles spelen. Gevoel voor ritme en timing is uitermate belangrijk en het gaat niet alleen over de ‘kleur’ van je slag, maar ook over aanvang en einde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden